Verraad op de Batavia.

Op 29 oktober 1628 vertrok één van de bekendste schepen uit de Nederlandse geschiedenis, het VOC-schip de Batavia, vanaf Texel uit naar Nederlands-Indië. De lading van de Batavia bestond uit twaalf kisten zilveren muntgeld en goud ter waarde van 260.000 gulden, luxe gebruiksgoederen, zilverwerk, wijnen, kaas, luxueuze kleding en een kistje met zeer kostbare juwelen.

Onder de opvarenden was de toen nog onbekende Jeronimus Cornelisz. Deze voormalig apotheker had de rang van onderkoopman en raakte tijdens de lange reis naar Java bevriend met de schipper van de Batavia, Ariaen Jacobsz. Hij en Jacobsz waren ontevreden over de leiding van de commandant van het schip, de koopman Francisco Pelsaert. Ze speelden met de gedachte om een muiterij uit te voeren.

Reconstructie van de Batavia.

Jeronimus Cornelisz volgens zoals afgebeeld in een recent stripboek

Schipbreuk.

Op 14 april 1629 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop om te foerageren. Na acht dagen vertrok het weer. In de vroege ochtend van 4 juni 1629, zeilde de Batavia op volle snelheid toen de verkenner de indruk had dat het schip in ondiep water kwam. Toen hij de schipper, Adriaen Jacobsz, waarschuwde besliste die om uiteindelijk niet de koers te wijzigen, omdat hij dacht dat het om een weerspiegeling van het maanlicht ging. Kort daarop strandde de Batavia op volle snelheid op Morning Reef in de Wallibigroep. Van de 322 opvarenden werden de meeste met de sloep naar het nabijgelegen Beacon Island verplaatst, 40 personen verdronken. Pogingen om het schip vlot te krijgen door een gedeelte van de lading te lossen faalden en in de opvolgende dagen werd het schip volledig uit elkaar geslagen door de golven. De ongeveer 280 overlevenden van het vastlopen van de Batavia zaten gevangen op een zeer klein eiland zonder beschutting, voorzieningen, voedsel en water.

Het Morning Reef en Beacon Island in de Indische ocean ten westen van Australië. De begraafplaats van de Batavia.

De muiterij begint.

Na zo veel mogelijk mensen veiliggesteld te hebben op Beacon Island, zeilden opperkoopman Pelsaert en schipper Jakobsz met een sloep naar het vasteland van Australië op zoek naar water en voedsel. Toen ze dat daar niet aantroffen besloten ze naar de hoofdstad van Nederlands-Indië, Batavia, te varen om hulp te halen. Met ongeveer 40 personen aan boord deed de sloep van slechts 9 meter er 33 dagen over om Batavia te bereiken. Tijdens de afwezigheid van de opperkoopman en schipper was onderkoopman Cornelisz één van de hoogsten in rang. Deze positie gebruikte hij om de macht af te dwingen en een waar schrikbewind op Beacon Island te beginnen. Door een groep gewapende soldaten naar een nabij gelegen eiland te sturen met de boodschap dat zij water en voedsel moesten zoeken, konden Cornelisz en een groepje mede-muiters in alle vrijheid hun gang gaan en mogelijke tegenstanders uit de weg ruimen. Dit deden ze nogal rigoureus. Van de ongeveer 200 reizigers die achterbleven op Beacon Island werden er zeker 120 vermoord door het groepje onder leiding van Cornelisz. Het doel van deze actie was waarschijnlijk het uiteindelijk kunnen kapen van een reddingsschip die zou komen om de schipbreukelingen van de Batavia te redden.

Na het vermoorden van een groot deel van de opvarenden was de volgende stap in het plan van Cornelisz om de groep soldaten die hij weg had gestuurd om voedsel en water te gaan halen, bij hun terugkomst ook te vermoorden. Op deze manier zouden hij en zijn groepje muiters de absolute macht op het eilandje hebben. Dit plan mislukte echter omdat het reddingsschip Saerdam eerder bij Beacon Island aankwam dan door Cornelisz gepland was. Ook was dit schip al op de hoogte gebracht van de moordpartij op het eiland. Door aanwezige soldaten op het reddingsschip kon de opstand op Beacon Island vrij snel en gemakkelijk worden beëindigd. Alle muiters werden ofwel ter plekke ofwel in de stad Batavia ter dood gebracht. Opmerkelijk is dat Jeronimus Cornelisz, de leider van het schrikbewind op de eilanden, zelf geen moorden had gepleegd. Zijn intelligentie, overtuigende praat en lage moraal waren voldoende om anderen daartoe te brengen. Voor zijn rol in de moordpartij werd hij echter wel ter dood gebracht middels ophanging.

Tekening van de slachtpartij op Beacon Island.