Peter Clarke

 

 

De ontmoeting die mijn leven veranderde.

Het is zaterdag 15 september 2017. Ruud en ik hebben afgesproken in Arnhem en zijn vervolgens naar Oosterbeek gereden. Het is het 73e herdenkingsweekend van de Slag om Arnhem. In heel Oosterbeek worden activiteiten georganiseerd. Op verschillende locaties in het dorp spelen in Duitse en Engelse uniformen verklede acteurs gevechten na. “Keep Them Rolling” is wederom met veel historische voertuigen aanwezig. In de middag zullen ook de eerste herdenkingsplechtigheden zijn. Op de Airborne begraafplaats komen Ruud en ik de eerste Engelse veteranen tegen. Oudere heren, natuurlijk, die hun familie laten zien waar hun gesneuvelde kameraden begraven liggen. Trotse heren ook die vaak volgehangen zijn met allerlei medailles en fier hun rode Airborne baret dragen. Ik voel heel sterk de drang om met deze veteranen, helden in mijn ogen, in gesprek te gaan. Toch twijfel ik. Is dit wel de plaats en het moment waarop ik ze aan kan en mag spreken? Willen ze niet in stilte herdenken zonder dat ze gestoord worden door weer een nieuwsgierige Hollander? Het feit dat ik nu nog de kans heb om met deze mannen te spreken, en de wetenschap dat deze kans ieder jaar kleiner zal worden en dat deze mensen er binnen nu en enkele jaren er niet meer zullen zijn, trekken mij over de drempel. Ruud en ik benaderen twee veteranen, heel aardige heren waarvan er één echt de tijd neemt met ons te spreken. We hebben het over het onderwijs over de tweede wereldoorlog in Nederland en Engeland. De conclusie van zowel ons als de veteraan is duidelijk; de jeugd moet de verhalen over de Tweede Wereldoorlog blijven horen.

Na het bezoek aan de begraafplaats, het mooie gesprek en het maken van een aantal foto’s zijn Ruud en ik erg opgetogen. Prachtig dat dit gelukt is en dat we de kans hebben gehad even kort te spreken met één van de mannen die letterlijk een onderdeel vormt van onze geschiedenis. Ruud en ik besluiten in het centrum van Oosterbeek, bij Grand Café Oosterbeek, een kop koffie te gaan drinken. Omdat het behoorlijk fris is zoeken we een tafel binnen en vinden we vlakbij de deur het laatste tafeltje bij het raam.

We zitten nog geen vijf minuten als de entreedeur open gaat. Er komen twee mannen het restaurant binnen. In de rolstoel zit een oude heer. Hij draagt sportschoenen, een bruine wat vale manchesterbroek en een blauwe colbert. De heer oogt kwetsbaar en tegelijk heeft hij een zeer bijzondere en levendige uitstraling. Een lange grijze sik siert zijn kin en ondanks zijn leeftijd, deze man moet bejaard zijn, kijkt hij scherp uit zijn ogen. Op zijn hoofd prijkt de rode baret met daarop het embleem van het Britse glider (zweefvliegers) regiment. Ik zie dat de heren een plek zoeken en vraag zonder na te denken of ze misschien aan ons tafeltje willen zitten zodat ze bij het raam kunnen zitten. Dankbaar geven ze aan dit wel te willen. Ruud en ik verhuizen naar het tafeltje naast hen.

Direct raken we in gesprek met de mannen die nu naast ons zitten. Het blijken Slag om Arnhem veteraan Peter Clarke van 96 en zijn begeleider Alan Fisher te zijn. Terwijl koffie, lunch en nog meer koffie bestelt worden voert Alan enthousiast het woord en vertelt hij het verhaal van Peter tijdens de Slag om Arnhem. Regelmatig vult Peter hem, al kauwende op een uitsmijter, aan. Peter is op zijn 23e als piloot van een Horsa zweefvliegtuig geland bij Wolfheze. Op dat moment is Peter een ervaren piloot, hoewel hij enkel trainingservaring bezat. Graag had hij in Italië of Normandië ingezet willen worden maar dit was er, door verschillende omstandigheden, nooit van gekomen. In Nederland volgde een landing volgens het boekje, aldus Peter. In zijn zweefvliegtuig bevonden zich, naast zijn co-piloot Arnold Phillips, leden van een mortiergroep van het eerste bataljon The Border Regiment. Alan laat een bekende foto van de gevechten in Oosterbeek zien. Hierop is deze mortiergroep te zien.

De wereldberoemde foto van de mortiergroep die door Peter in zijn zweefvliegtuig is vervoerd naar Oosterbeek. Peter heeft deze mannen nadat ze uit zijn gestapt nooit meer gezien.

Eenmaal in Oosterbeek aanbeland maakt Peter de gevechten mee en neemt hij, ondanks het feit dat hij erg gelovig is en niet gelooft in het doden van een ander, ook actief deel aan de gevechten in de buitenwijken van Oosterbeek. Of hij echt iemand geraakt heeft weet Peter niet, hij heeft geschoten in de richting waar de vijand was. Peter besluit in het park bij het hoofdkwartier van de Engelsen, Hotel Hartenstein, een eerste hulp post op te zetten. Doordat hij een medische training heeft gehad voordat hij zich aan heeft gemeld bij de Airforce, heeft hij het idee zich hier nuttiger te kunnen maken dan op het slagveld. Bovendien hoefde Peter dan ook niet op de vijand te schieten. Ondanks dat het geen officiële verbandpost is, stromen de gewonden direct binnen. Ondanks een tekort aan medische hulpmiddelen vecht Peter terwijl de gevechten om hem heen heviger worden voor ieder leven. Als de Engelsen zich op 25 september moeten terugtrekken weigert Peter mee te gaan. Hij vindt dat hij bij de gewonden moet blijven. Op dat moment heeft hij twee zwaargewonde soldaten die hij verzorgt. De Duitsers maken Peter krijgsgevangen en sturen hem met de andere Britse krijgsgevangenen via Apeldoorn naar het oosten van Europa. Onderweg weten Peter en enkele anderen korte tijd te ontsnappen. Door pure pech worden ze door de Duitsers gevonden en weer opgepakt. Uiteindelijk komt Peter in een kamp in Sagen in Polen terecht en moet hij als de Russen dichterbij komen aan één van de vele dodenmarsen deelnemen. Honderden kilometers worden afgelegd voordat Peter in februari 1945 uiteindelijk door de Russen wordt bevrijd en terug kan keren naar huis.

Peter Clarke tijdens een herdenkingsmoment van de Slag om Arnhem

 

 

 

 

 

Met open mond luisteren Ruud en ik naar dit verhaal. Regelmatig realiseer ik me hoe ongelofelijk bijzonder het is dit mee te maken en wat een eer het is dat wij de kans krijgen met deze man te praten. Dat Peter en Alan zo vriendelijk zijn onze vragen te beantwoorden. Ze lijken ons gezelschap ook erg op prijs te stellen want we worden uitgenodigd mee te gaan naar een kleine herdenking van de omgekomen zweefvliegers bij het monument De Naald in Oosterbeek. We twijfelen niet, we gaan mee, het avontuur gaat verder.

Terwijl we naar de parkeerplaats lopen waar Alan zijn auto heeft staan, we zouden met hun meerijden naar de herdenking, duwt Alan Peter voort in de rolstoel. Tijdens de wandeling naar de parkeerplaats valt het me op hoe bijzonder mensen reageren op het feit dat er een Slag om Arnhem veteraan langskomt. Een enkeling klapt, sommigen willen graag de hand van Peter schudden en bedanken hem, een aantal mensen beginnen te roepen en zwaaien. Peter vind het prachtig en neemt overal de tijd voor. We stappen in de auto van Alan. Peter voorin, Ruud en ik achterin. Steeds weer realiseer ik me hoe bijzonder en op een bepaalde manier ook bizar deze situatie is. Het ene moment wil je een bakje koffie gaan drinken en een aantal uur later zit je met een veteraan in de auto op weg naar een herdenking. De sfeer is goed, Alan is een hele aardige man en Peter is, ondanks dat hij niet alles meer helemaal meekrijgt, scherp en vol humor.

Bij het monument De Naald tegenover het Airbornemuseum vind de herdenking plaats. Er zijn slechts enkele tientallen belangstellenden en een groep Engelse militairen die de dienst ondersteunen. Wat is het bijzonder en eervol om een aantal meter achter de rolstoel van een veteraan die je nu behoorlijk goed kent te kunnen herdenken. Het begint te regenen tijdens de dienst. Alan geeft ons een extra paraplu die hij mee had genomen. We bidden samen, zingen ‘blijf mij nabij’. Aan het einde van de dienst blijkt dat Peter een legende is onder de Britse militairen die aanwezig zijn. Hij neemt uitgebreid de tijd ze te spreken en geniet van alle aandacht. Ruud en ik nemen afscheid van Alan. We wisselen onze mailadressen uit en beloven contact te houden.

Direct na thuiskomst mailt Alan mij dat ze een goede reis hebben gehad en veilig thuis zijn. Hij bedankt ons voor de gezellige middag en goede gesprekken. In de maanden die volgen krijg ik het adres van Peter en stuur ik hem de foto die we genomen hebben samen. Daarbij schijf ik een lange brief waarin ik alles zet wat ik eigenlijk ooit tegen een veteraan heb willen zeggen maar waar ik nooit de kans of tijd voor heb gehad. Ik dank Peter voor zijn heldenmoed en opofferingen en beloof hem zijn verhaal en het verhaal van de Slag om Arnhem levend te houden. Via Alan hoor ik dat Peter de brief heeft ontvangen en heeft gelezen. Ik hou regelmatig contact met Alan en hoor dat ze plannen maken ook in 2018 weer naar Oosterbeek te komen. We spreken af elkaar te ontmoeten als dit mogelijk is. In april krijg ik van Alan een droevige mail. Op 3 april is Peter na een kort ziekbed overleden. Alan mailde dat hij vlak voor zijn dood nog had aangegeven erg uit te kijken naar zijn volgende bezoek aan Oosterbeek in 2018. Ondanks het feit dat je weet dat iemand van 96 kan overlijden, greep mij het overlijden erg aan. Ik kende Peter slechts 3 uur, maar het waren misschien wel de meest bijzondere en inspirerende uren uit mijn leven.

Hoe een kortstondig contact grote impact kan hebben. Vanaf nu loop ik op een andere manier door Oosterbeek. Ik heb het gevoel dat Peter meekijkt..

Peter Clarke 1921 – 2018