De Piersonrellen

Piersonrellen Nijmegen

-Ruud Willems

Je zou het waarschijnlijk niet verwachten als je lekker zit te eten bij één van de restaurantjes aan de Betouwstraat in Nijmegen, maar om de hoek hebben zich begin jaren `80 van de vorige eeuw grote krakersrellen voorgedaan. Zo groot dat er tweehonderd ME-busjes, drie Leopard-tanks en twee bergingstanks werden ingezet. En dat allemaal in Nijmegen, in de Piersonstraat. Deze straat bevindt zich parallel aan de Bloemerstraat en de Molenstraat, met daartussen ook nog het Karrengas.

Politiek activisme

Nijmegen was eind jaren zeventig een centrum van politiek activisme geworden. De rol van de universiteit was daarbij van groot belang. Al in 1967 was in Nijmegen de “Kritiesche Universiteit” opgericht en opstand tegen de gevestigde structuur zag men door heel Europa in die tijd, zeker ook in Nijmegen. De studenten protesteerden tegen de oorlog in Vietnam, de armoede en uitbuiting in de Derde Wereld, maar ook tegen sociale misstanden in wijken binnen de eigen stadsgrenzen. Nijmegen werd in de jaren `70 een stad van tegenbewegingen en subculturen. Punkers, potten, flikkers, geitenwollen sokken, linkse activisten, je vond het in Nijmegen.

De geest van begin jaren `80

Begin jaren `80 verkeerde Nederland, en zeker ook Nijmegen in een crisis. Rentes vlogen omhoog en de opgelopen loonkosten zorgden voor een slechte internationale positie van de Nederlandse economie. Het koppelen van de gulden aan de Duitse mark leek een initieel ongelukkige keuze met overwaardering van de gulden als resultaat. De werkloosheid steeg tussen 1979 en 1983 van 5.1% naar 17%. Hypotheekrentes bereikten een record van 10-12% in 1981. Ter illustratie: voor een huis van 200.000 euro betaal je op dit moment met de huidige lage rentestanden voor een hypotheek per maand minder dan 250,- Euro aan rente (vijf jaar vast), met 12% aan je broek wordt dat 2000,- Euro. Hierbij kunnen we dus gerust van een recessie spreken. De woningnood was schrijnend in Nijmegen. Het was de harde werkelijkheid aan de vooravond van de gebeurtenissen in het centrum van Nijmegen.

Parkeren, maar waar?

In de jaren `70 en `80 boog de gemeente Nijmegen zich over de vraag waar nieuwe parkeergelegenheid te realiseren in het centrum. Winkels waren slecht te bereiken vonden de klagende winkeliers en er moest wat gebeuren. Uiteindelijk kwamen er twee scenario`s in beeld: een parkeergarage onder Plein `44, of een bovengrondse parkeergarage  in de Piersonstraat. Geld bleek uiteindelijk zoals altijd de beslissing te forceren in het “voordeel” van de Zeigelhof grenzend aan de Piersonstraat. Het complex zou dan ook de naam Zeigelhof gaan dragen en zou anderhalf miljoen gulden goedkoper zijn dan een te realiseren project onder plein `44. De demonstraten waren echter van mening dat 200 parkeerplekken niet op wogen tegen 20.000 woningzoekenden.

Aanloop

De omringende panden werden door de gemeente aangekocht met als doel deze met de grond gelijk te maken. Koren op de molen van de krakers, want die trokken snel in de leegstaande panden. Dit ondanks de grote weerstand tegen het project. Tegenstanders spanden tevergeefs tal van procedures tegen de gemeente aan. Maar de gemeente bleef bij haar standpunt, een beslissing met grote gevolgen zoals zou blijken. De krakers waren goed georganiseerd en hadden zelfs een eigen radiozender: Radio Rataplan, die de gang van zaken voor de krakers coördineerde. Ze zetten het gebied af met prikkeldraad en zand en zelfs een lelijk eendje werd gebruikt om de zaak op slot te gooien. Een tankgracht werd aangelegd om het de indringers zo lastig mogelijk te maken. Een confrontatie leek dan ook onvermijdelijk.

Rellen

Op 23 februari kwam het tot een confrontatie tussen demonstranten en de autoriteiten. De gemeente had de ontruiming van de panden bevolen waarop 2000 militairen, marechaussee en ME begonnen aan de ontruiming. Een vreedzame zitblokkade bij de Bloemerstraat werd hardhandig opgeruimd. Door de hele stad hing de lucht van traangas. Er zijn verhalen bekend van vrouwelijke demonstranten die door de autoriteiten in hun borsten werden geknepen om ze sneller weg te krijgen. Overal renden groepjes mensen met de ME achter zich aan. Er werd geslagen en geschopt en honden werden ingezet. Tanks veegden de barricades weg alsof ze er niet hadden gestaan. De stad was verworden tot een oorlogszone.

Ook in de Indische buurt ontstonden gevechten later op de dag en ook hier greep de ME hardhandig in. Er vielen die dag naar schatting zo`n 70 á 80 gewonden.

Foto: Arnhems Persagentschap

Foto: Arnhems Persagentschap

Nasleep

Na de ontruiming vonden er in het centrum nog dagenlang protesmarsen plaats waarbij de grootste zo`n 15.000 mensen telde. Burgemeester Hermsen moest verantwoording afleggen over de aanpak van de ontruiming maar mocht uiteindelijk aanblijven. De parkeergarage kwam er niet maar duidelijk voor de gemeente was het wel dat er eerst draagvlak moest zijn alvorens over te gaan tot realisatie van zulke omstreden plannen. Nijmegen heeft hier wel duidelijk zijn brand als “linkse” stad
gevestigd en kent ook nu nog subculturen waarvan de wortels zijn ontstaan in de tijd van de Piersonrellen en daarvoor.

 

Hürtgenwald

Link

De slag om het Hürtgenwald

-Ruud Willems

Nederlanders hebben best wat kennis over de Tweede Wereldoorlog. Het is vast onderdeel van het onderwijscurriculum in het middelbaar en voortgezet onderwijs. Market-Garden en het Ardennenoffensief komen daar nog wel eens aan bod. De slag om het Hürtgenwald echter, zullen weinigen kennen. Zelfs op de docentenopleidingen geschiedenis komt het niet als vast onderdeel aan bod. Toch zijn gedurende deze slag meer Amerikaanse slachtoffers gevallen, dan tijdens de gehele operatie Market-Garden. Vanwaar de relatieve onbekendheid van de zinloze slag in de Noord-Eifel, ten zuidoosten van Aken?

Aanloop

Na de landing in Normandië op 6 juni en hevige gevechten in Normandisch gebied vorderden de geallieerden hun opmars door Frankrijk in rap tempo. Zo overschreden de geallieerden begin september al de Duitse grens nabij Trier. Deze snelle opmars veroorzaakte logistieke problemen bij de geallieerden; de aanvoerlijnen werden te lang. De Duitsers konden zich na het geallieerde debacle van Market Garden en de wanordelijke terugtrekking uit Frankrijk van de eigen troepen eindelijk hergroeperen achter de Siegfriedlinie. Deze was in eerste aanleg gedurende de Eerste Wereldoorlog als tegenhanger van de Franse Maginotlinie ontstaan. De linie, welke zich uitstrekte van Kleef tot aan Basel in Zwitserland, werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door Hitler verder hersteld voor zover mogelijk en door de Duitsers “Westwall” genoemd. De linie bestond uit o.a. zogenaamde “drakentanden”, een betonnen versterking in de vorm van een driehoek, verder uit mitrailleursnesten, bunkers, prikkeldraadversperringen en mijnenvelden.

Capture

Overzicht van de stellingen rondom het Hürtgenwald

Doel

Doel aan geallieerde zijde betrof de Roerdammen vlakbij het dorpje Schmidt. Indien de Duitsers de dammen zouden laten springen zou een gebied tot aan Aken onder water lopen en daarmee de opmars van de geallieerden vertragen. Het “objective Schmidt” werd daarmee een belangrijk doel omdat het hoger gelegen gebied een uitstekende positie t.o.v. de Duitsers in het lager gelegen gebied rondom de dammen bood en vanaf die plek dus onder schot konden worden genomen. Dit doel wilde de Amerikaanse legerleiding echter bereiken door niet om de bossen heen te trekken maar er dwars doorheen te gaan. Deze keuze is vandaag nog steeds onderwerp van discussie. Ze zou namelijk een fatale blijken en leiden tot immense verliezen en veel vertraging.

Voor de Duitsers was het van belang een doorbraak naar de Rijn te voorkomen. Hitler was immers van plan het op handen zijnde laatste grote offensief van zijn hand in het westen te lanceren; operatie “Wacht am Rhein” (Ardennenoffensief). Deze zou echter pas op 16 december in alle vroegte losbarsten.

Terrein

Het Hürtgenwald bestond uit dicht beboste gebieden en heuvelachtig terrein. Duits artillerievuur versplinterde de opeengepakte bomen waardoor aan Amerikaanse zijde veel slachtoffers werden gemaakt. In dit gebied zouden de Amerikanen de bomen leren “knuffelen”, zodat ze minder kwetsbaar waren dan wanneer zij dekking zochten door te gaan liggen. De Shermans konden hier niets uitrichten, zij konden eenvoudigweg de bossen niet door komen. Daarnaast zorgde het regenachtige weer voor modderige en schier onbegaanbare wegen in het gebied. Vuursteun vanuit de lucht kon vaak niet worden gegeven. Het gebied herbergde slechts enkele fatsoenlijk begaanbare wegen, soms voorzien van ondermijningen, zodat ook deze “openingen” niet bruikbaar waren. Hier schetst zich een beeld van een ondoordringbaar gebied, klaar voor een bloedig inferno.

Verloop

Vanaf 13 september werd door het 7e Army Corps, de 1st Division, de 3rd Armoured Division en de 9th division geprobeerd enkele dorpjes aan de rand van het Hürtgenwald in te nemen, en Aken via het Noorden te omsingelen. Een dag later echter, werden in het gebied verse en goede troepen aangevoerd door de Duitsers. Een complete divisie volksgrenadiers (12e div.) van bijna 15.000 man. De Amerikanen onderschatten de Duitse weerstand in het gebied en werden na vijf dagen overal teruggeslagen, grote verliezen incasserend.

Begin oktober werd een nieuw offensief voorbereid door de geallieerden. De eerste aanval richting Schmidt werd via Germeter en Vossenack, twee dorpjes in de buurt, ingezet. Hevig verzet van de vijand zorgde ervoor dat de Amerikanen niet door konden stoten. De 9th Division verloor bij deze aanval al zo`n 5000 man.

Op 21 oktober was Aken eindelijk ingenomen en konden er versterkingen worden aangevoerd. De 28th division werd de taak toegewezen een hernieuwde poging Schmidt in te nemen uit te voeren. Deze divisie die de wrange bijnaam “The Bloody Bucket” zou krijgen, zou uiteindelijk duizenden troepen verliezen in de slag om Schmidt, dat uiteindelijk pas werd ingenomen op 8 februari 1945. Ook in november vonden nog hevige aanvallen in het gebied plaats, maar de Duitsers waren intussen al troepen aan het opbouwen voor hun laatste grote offensief in de Ardennen. Hierdoor werd de aandacht van het Hürtgenwald tijdelijk verlegd naar de Ardennen vanaf december 1944.

Nadat de Duitsers daar werden verslagen hervatten de Amerikanen rond 10 januari de strijd in het Hürtgenwald, waarna op 8 en 9 februari vrij eenvoudig zowel Schmidt, als de Roerdammen konden worden ingenomen. De Duitsers hadden echter nog de afvoer van het stuwmeer op weten te blazen, zodat de Amerikanen nog twee weken moesten wachten op een mogelijke oversteek.

Capture

Een Duits munitiedepot wordt opgeblazen in het gebied

Onbekendheid

Die verliezen zijn tot op vandaag de dag onderwerp van discussie maar de betere schattingen geven aan dat het aan zijde van de Amerikanen moet gaan om ongeveer 25.000 verliezen door strijd en 8000 door andere oorzaken zoals ziekte. Aan Duitse zijde schat men de verliezen op zo`n 15.000 man.

Als zich in dit gebied zo`n Machiavellistische strijd heeft voorgedaan, met Amerikaanse verliezen die, overigens onterecht, door sommige bronnen hoger worden geschat dan de totale verliezen in de Vietnamoorlog (57.000) , hoe kan het dan zijn dat de slag om het Hürtgenwald de “vergeten slag” wordt genoemd?

Allereerst ligt de slag qua momentum in tussen twee andere grote operaties: Market garden en het Ardennenoffensief. Deze zijn in de geschiedschrijving veel meer aan bod gekomen.

Daarmee komen we op een tweede, wellicht net zo belangrijke verklaring: dat de operaties Market Garden en het Ardennenoffensief meer aan bod zijn gekomen heeft weer te maken met de immense verliezen welke de Amerikanen hier hebben geleden. Het is onder historici tot recent niet erg populair geweest over zulke grote verliezen te schrijven.

Toch zijn dit soort vergeten slagen juist belangrijk om bij stil te staan, om hen die vielen voor de vrijheid van vandaag, welke zo onder spanning lijkt te staan in alle gebieden van de wereld, zeker ook in Europa, te gedenken.