De Slaven

Een geschiedenis welke mij altijd intrigeert is die der slaven. Als ik het woord slavisch of ook slaven in de media hoor of lees, dan denk ik altijd: “Maar wie zijn dat dan? En waarom is dat een containerbegrip”?

Etymologie

Etymologisch is het woord slaaf afkomstig van de betekenis die het woord kreeg toen in de 9e eeuw het Duitse Rijk zich uitbreidde, en bij hun veroveringen, mensen als slaaf mee terugvoerde. Onder hen dus ook de volkeren die we vandaag de dag als Slavisch volk kennen.

Herkomst

Oorspronkelijk afkomstig uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa, op de vlucht voor de Hunnen van Attilla. Grofweg worden ze onderverdeeld in drie groepen: de Oost-Slaven, de West-Slaven en de Zuid-Slaven. Deze worden dus weer onderverdeeld op gebied; zo worden de Russen, Wit-Russen en de Oekraïners gerekend onder de Oost-Slaven. De Polen, Tsjechen, Slowaken, Roethenen en Sorben bijvoorbeeld zijn geschaard onder de westelijke slaven. De Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven, Bosniërs en anderen vinden we in het zuidelijke taaldomein van de slaven.

Donkergroen: de oost-slaven. Zwart: De zuid-slaven. Lichtgroen: de west-slaven

Roemenen en Hongaren?

En Roemenen en Hongaren dan? Zijn dat dan geen Slavische volkeren? Het antwoord is neen. De Roemenen worden gerekend onder de Romaanstalige volkeren en de Hongaren kennen het Finnoegrisch als taaloorsprong. Het verschil in taalgebied wordt hieronder middels enkele kaartjes weergegeven. Dit geeft dus ook het antwoord op de vraag waarom “slaven” een containerbegrip vormt; de gemene deler is hier de taaloorsprong.

Taalgebieden in de wereld

Religie

De meeste slaven hangen het Oosters-Orthodox christendom aan. Polen en Kroaten zijn dan weer hoofdzakelijk katholiek en de Bosniërs zijn overwegend islamitisch. Dit heeft alles te maken met de tweedeling in de christelijke kerk vanaf het Grote schisma in 1054, waarbij er een westers- en een oosters christendom ontstond, en met de Turkse overheersing van de Balkan tot 1913. Hier botsen de invloedsferen van deze drie geloven.
De scheuring in geloof zorgde ook voor een culturele breuk onder de slaven. De west-slaven bekeerden zich grotendeels tot het katholicisme daar waar de oost-slaven onder invloed van de Byzantijnen bleven en dus het oosters-orthodoxe christelijk geloof aanhangen.

Scheuringen en assimilatie

Als je de uitwaaiering der Slavische volkeren begrijpt, begrijp je ook beter waarom Rusland zich altijd zo bemoeit met het zuidelijke (taal)gebied der slaven. Dit heeft natuurlijk ook zeer belangrijke geopolitieke en strategische redenen (bijvoorbeeld; opening naar middellandse-zee voor Rusland), maar principieel ziet Rusland zich als hoedster van de Oosters-Orthodoxe kerk en beschermer van de Slavische volkeren en cultuur.

De toegang tot de Balkan werd voor de Turken al geopend
in 1389, toen met de slag op het merelveld, een coalitie van Serviërs, Hongaren, Bosniërs, Bulgaren en 
Albanezen, door de Ottomanen werden verslagen, na een reeks eerdere overwinningen. De oorsprong voor huidige en recente conflicten op de Balkan ligt hier, waarbij moet worden opgemerkt dat de spanningen die onder de verliezers ontstonden, verder zijn versterkt door aanwezigheid van de invloedsfeer van Oostenrijk-Hongarije in de 19e en 20e eeuw, het opkomende nationalisme in de 19e eeuw, de drie Balkanoorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, waarna de communistische dictator Tito de vijandige sentimenten weet te onderdrukken tot aan zijn dood in de jaren `80 van de 20e eeuw. Hierna leefde het nationalisme weer op, culminerend in de Joegoslavische burgeroorlog. Dit is echter een aparte, evenzeer complexe geschiedenis, namelijk de geschiedenis van de Balkan, waar de zuid-slaven deel van uitmaken.

In de loop van de geschiedenis hebben groepen slaven een proces van assimilatie ondergaan met andere bevolkingsgroepen. Zo heeft het Byzantijnse rijk een periode van overheersing uitgeoefend op het gebied van de zuidelijke slaven en werden de westelijke slaven bijvoorbeeld heen en weer geslingerd van midden naar Oost-Europees grondgebied door de geschiedenis van Hongaren, Duitsers en anderen. Ook de Ottomanen zijn van invloed geweest op name de geschiedenis van de zuid-slaven. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat sommige Slavische bevolkingsgroepen de islam volgen; Bosniërs bijvoorbeeld.


Verdeling westerse of Latijnse christendom en oosters-orthodoxe christendom (1054 A.D.)

De geschiedenis en uitwaaiering der slaven is een ontzettend gecompliceerde geschiedenis waar je je makkelijk in kunt verliezen; wellicht dat we hier een cursus of lezing aan gaan wijden in de toekomst.

Jane Austen

Jane Austen’s Pride and Prejudice: Vier fundamentele fouten in de patriarchale samenleving.

Jane Austen werd geboren op 16 december 1775, een tijd waarin de maatschappij vooral door mannen werd gedomineerd. Ze schreef haar verhalen en romans vanuit het perspectief van een vrouw binnen deze patriarchale samenleving. Kijkend naar een van haar meest beroemde boeken Pride and Prejudice, is de onderdanige positie van de vrouw gedeeltelijk te verklaren aan de hand van vier fundamentele fouten in deze door mannen gedomineerde samenleving.

Fout één: de ondergeschikte rol van de vrouw.

In de achttiende en een deel van de negentiende eeuw stond onderwijs aan en voor vrouwen op een laag pitje. Er werd weinig tot geen scholing aangeboden en vrouwen werden niet toegelaten op universiteiten. Lezen werd sterk afgeraden aan vrouwen, omdat men bang was dat vrouwen hierdoor ongepaste gedachten zouden kunnen ontwikkelen. Het zou daarnaast de fantasie kunnen prikkelen, waardoor ze zich onoorbaar en onfatsoenlijk zouden kunnen gaan gedragen. Literatuur werd beschouwd als iets wat rebellie en opstandigheid zou veroorzaken. In deze mannen- maatschappij werd een jonge vrouw met name voorbereid en klaargestoomd voor het huishouden en alle verantwoordelijkheden die bij het zijn van een moeder en echtgenote hoorden. Ze moest iets toe kunnen voegen aan de status van haar man. Als klein meisje was ze totaal afhankelijk van haar vader en als jonge dame zou ze volledig afhankelijk zijn van haar echtgenoot. Mede daardoor was er geen scholing noodzakelijk.

Talenten zoals zang en dans, tekenen en schilderkunst waren daarentegen van aanzienlijke waarde. Hier speelden de kindermeisjes een zeer belangrijke rol in. Zij leerden de jonge meisjes hoe ze een publiek moesten onderhouden met deze talenten. Vrouwen leerden levenslessen vooral van elkaar. Binnen het huwelijk nam haar echtgenoot die taak vaak over. Dit is ook goed terug te zien in Austen’s boek Pride and Prejudice. Mr. Darcy, een welgestelde man en een van de mannelijke hoofdpersonen in het verhaal, leert Elizabeth Bennett over zichzelf na te denken. Elisabeth, een meisje van eenvoudige komaf, leert haar trots opzij te zetten en haar eerste indrukken niet direct voor waarheid aan te nemen. Dit past ook goed bij de originele titel van het boek, namelijk First Impressions.

Austen zelf groeide op in de middenklasse van de Engelse samenleving. In haar werken schreef ze alleen dat wat ze zelf wist, ze week hierin niet af van haar eigen achtergrond. Ze leek niet veel te zijn blootgesteld aan de politieke, economische en artistieke revoluties van haar tijd, mede doordat ze weinig onderwijs had genoten. We weten dat ze schreef ten tijde van de Franse Revolutie, maar hier is echter geen enkel bewijs van te vinden in haar werken. Ze wist er gewoonweg te weinig van om het in haar verhalen te kunnen verwerken. Ondanks dat onderwijs geen prioriteit had, heeft Austen’s vader het schrijftalent van zijn dochter altijd gestimuleerd en aangemoedigd.

Fout twee: het ontbreken van begrip en liefde tussen ouders en hun kinderen.

Een tweede opvallende fout in het patriarchale systeem van de achttiende -eeuwse samenleving is het ontbreken van begrip en liefde tussen ouders en kinderen. In Pride and Prejudice zien we dit duidelijk bij de ouders van Elizabeth. Mr. Bennett is vooral erg druk met zichzelf, trekt zich regelmatig terug in zijn eigen bibliotheek en Mrs. Bennett is te egoïstisch en onverschillig om de behoeften van haar kinderen te kunnen herkennen. Aan de opvoeding van haar dochters komt ze nauwelijks toe. Ze houdt zich vooral bezig met de zoektocht naar mannen met wie haar dochters kunnen trouwen. Liefde en respect binnen het huwelijk was niet van belang. Het trouwen op zich stond op de eerste plaats. Een vrouw alleen en ongehuwd was niet acceptabel en werd gezien als een schande en zware last voor de familie. De gezusters Bennett voedden elkaar vooral op, ze ondersteunden elkaar waar ze konden, hielpen elkaar in de voorbereiding op het leven in de maatschappij als echtgenote en moeder.

Fout drie: manieren en gedragscodes.

De derde fout die opvalt in deze door mannen gedomineerde maatschappij heeft alles te maken met manieren en gedragscodes. De wijze waarop je je staande hield in een groep was bepalend voor het aanzien dat je genoot. Het individu was niet van belang. Zoals de eenentwintigste-eeuw het individu en de ontwikkeling naar een eigen persoonlijkheid stimuleert, zo hechtte men in de achttiende en negentiende eeuw grote waarde aan sociale interactie en uitdrukking. Je hoorde je te gedragen en beleefdheden maakten dat je een onderdeel kon zijn van een gemeenschap. Het maakte veel verschil of je deel uitmaakte van het gewone volk, de middenklasse of de elitaire kringen. Rechten die daarmee gepaard gingen werden geaccepteerd zonder daarover vragen te stellen. De positie van de vrouwen en hun plaats in de gemeenschap werd vooral bepaald door eerst de rijkdom van hun vader en na het huwelijk door het bezit van haar man. Zodra een meisje trouwde ontving ze meer aanzien, zelfs binnen haar eigen familie. Er was een groot verschil tussen mannen en vrouwen, dat is duidelijk. Wat ook opvalt is dat het voor vrouwen onacceptabel was om buiten het huwelijk seksuele activiteiten te ondernemen. Voor mannen was dit geen issue. Vrouwen waarvan bekend was dat ze buitenechtelijke seksuele relaties hadden gehad, werden uit de gemeenschap gezet. Er golden ook op dit gebied duidelijk twee standaarden. Het proces van flirten, daten en verkering was wel iets waar Austen over schreef, maar de echte intimiteit vinden we bijna niet terug in haar boeken.

Fout vier: de corruptie van het huwelijk.

Vrouwen maakten geen deel uit van het publieke leven. Ze konden geen erfgenaam of huisbezitters zijn. Dit maakte dat de maatschappij materialistisch was ingesteld. Het was hoofdzaak dat vrouwen financieel stabiel werden door het huwelijk. Austen zelf wist maar al te goed hoe dat voelde. Haar vader, een simpele predikant, overleed op jonge leeftijd. Hij liet zijn vrouw en twee ongehuwde dochters achter. Austen en haar zus Cassandra waren vanaf dat moment afhankelijk van de goedheid van hun broers. Austen bleef bewust ongehuwd. Een opvallende keuze voor een vrouw in haar tijd. Dit brengt ons bij een laatste knelpunt in de achttiende-eeuwse samenleving. De corruptie van het huwelijk. Een vrouw uit een lagere kring kon hier alleen uit ontsnappen door te trouwen met een man uit een hogere kring. Wanneer het verschil in rijkdom tussen de man en vrouw te groot werd, of wanneer de vrouw rijker was dan de man, kon de gemeenschap in opstand komen. Mr. Darcy en Elisabeth in Pride and Prejudice zijn hiervan een voorbeeld. Het verschil in rijkdom was enorm. Elisabeth ziet hier zelf geen enkel bezwaar en verdedigt haar keuze meerdere malen. Mr. Darcy kreeg echter veel meer kritiek te voorduren. Het was een schande dat hij een vrouw trouwde die zo laag stond op de sociale ladder. Menig criticus zegt dat Austen juist met het huwelijk tussen deze twee personages haar eigen mening wat betreft dit punt laat doorschemeren.

Conclusie

Concluderend kunnen we stellen dat de positie van vrouwen in de achttiende en negentiende eeuw sterk werd bepaald door de patriarchale samenleving. Austen probeert door het personage van Elisabeth in Pride and Prejudice de positie van de vrouw onder de aandacht te brengen. Elisabeth heeft een levendige, uitbundige en frivole persoonlijkheid, voor een jonge vrouw in die tijd niet direct gewaardeerde eigenschappen. Toch is Elisabeth een van Austen’s meest favoriete en gewaardeerde personages, juist omdat ze in haar uitbundigheid zo verschilde van de standaard. Daarnaast was ze intelligent, niet bang om te leren van haar fouten, spontaan en had ze een eigen willetje. Het was des te bijzonder dat een meisje zoals Elisabeth in het verhaal eindigde met de gefortuneerde Mr. Darcy. Ten tijde van Austen, was feminisme nog niet zo duidelijk te zien in de maatschappij. Haar boeken werden gelezen door maar een kleine groep mensen, waaronder maar weinig vrouwen. Tegenwoordig worden haar boeken goed ontvangen over de hele wereld. Haar boeken geven een beeld van hoe Austen opstond tegen de positie van de vrouw in haar tijd. Door sterke vrouwelijke personages te creëren wist ze ruchtbaarheid te geven aan deze kwestie. Austen geloofde dat door actief deel te nemen aan de maatschappij, zoals sommige van haar personages deden, de fundamentele fouten in deze door mannen gedomineerde samenleving konden worden aangepakt. Austen vond het belangrijk dat meisjes zichzelf konden zijn, dat ze zich ontwikkelden en leerden over de maatschappij.  Elisabeth is een meisje met een duidelijke eigen mening. Ze steekt haar mening niet onder stoelen of banken en gaat in discussie met haar moeder over eventuele huwelijkspartners. Ze wil haar eigen keuzes maken. Austen creëerde sterke vrouwelijke personages in haar verhalen, jonge dames die geen blad voor de mond namen en daarmee ingingen tegen bepaalde gedragscodes. Elisabeth paste niet in het keurslijf en voldeed niet aan de verwachtingen en eisen die men stelde aan vrouwen. Ze beheerste geen speciale talenten waarmee ze mensen kon onderhouden in een samenzijn, maar was wél nadrukkelijk aanwezig. Elisabeth trouwde met Mr. Darcy, volgens de regels van de maatschappij een man die totaal buiten haar bereik stond. Toch liet Austen dit gebeuren in haar verhaal. Een gedurfde keuze. Hiermee pakt ze meteen de vierde kwestie van de patriarchale samenleving aan, namelijk de corruptie van het huwelijk. Door te trouwen met de rijke Mr. Darcy, klimt Elisabeth in een rap tempo de sociale ladder op en is ze bevrijd uit de bij geboorte vastgelegde positie van de vrouw. Austen was een vrouw van haar tijd, maar liet in haar boeken haar eigen mening en ontevredenheid over de gang van zaken en onder andere de positie van de vrouw doorschemeren. Of we Austen’s bedoelingen als feministisch mogen kwalificeren is de vraag, maar dat ze een stem gaf aan vrouwen doormiddel van schrijven, ook al was dat in de vorm van fictie, is duidelijk. We kunnen het zien als vooruitstrevendheid en een stap in de richting van gelijkheid binnen de patriarchale samenleving, waardoor ze door sommigen terecht wordt bestempeld als een kleine heldin voor vrouwen in haar tijd en de tijd daarna.

De waanzin van oorlog

De waanzin van oorlog.

Terwijl ik over het strak gemaaide gras loop kijk ik langs de rijen witte stenen. Sommige met naam en leeftijd, velen zonder. In mijn hoofd spreek ik de namen uit. Ik lees de persoonlijke inscripties die de familie onderaan de grafsteen kan laten inbeitelen. Soms staat er een kaartje bij met een persoonlijke boodschap of meer informatie over overledene. Bijna driekwart van de mannen die hier begraven zijn, zijn jonger dan ik ben. En dat terwijl ik soms het idee heb dat mijn leven nog maar net begonnen is. Veel van deze jongens hebben nooit de kans gekregen om na te kunnen denken over hun toekomst, hebben nooit een vriendinnetje gehad en hebben nooit meer van de wereld gezien dan hun geboorteplaats en de blubber en klei van de Belgische loopgraven. Na enkele minuten merk ik dat ik de namen die even in mijn hoofd zaten heel snel weer vergeet. Ik loop terug omdat ik lees dat twee jongens uit hetzelfde dorp komen. Zullen ze elkaar gekend hebben? Misschien waren dit wel vrienden van elkaar of zaten ze op dezelfde basisschool. Na een uur heb ik nog niet eens een kwart van de begraafplaats gehad. Ik wil al deze mannen wel een laatste eer bewijzen, maar dat kan gewoon niet. Het zijn er teveel. En dit is slechts één van de vele begraafplaatsen in de omgeving van Ieper. Terwijl er weer een bus met Engelsen stopt en om mij heen een schoolklas druk bezig is met het maken van selfies wandel ik wat verdoofd de begraafplaats af. Waanzin.. , niet te bevatten waanzin..

‘Alle oorlogen leven van bloed en het verdriet van moeders die hun kinderen kwijt zijn geraakt’. Een vrije vertaling van een zin uit het lied Mrs. McGrath van Bruce Springsteen. Een zeer rake vertaling wat mij betreft. Oorlogen kennen geen winnaars. De politici van landen die zich uitroepen tot winnaar hebben geen oog voor de enorme prijs die gewone burgers en militairen betalen ten tijde van oorlog. Het was in november dit jaar precies 100 jaar geleden dat de kanonnen van de Eerste Wereldoorlog zwegen. Deze oorlog is voor mij, en velen met mij, het sprekende voorbeeld van hoe waanzinnig en zinloos oorlog is. Lees hieronder slechts enkele voorbeelden van bizarre gebeurtenissen tussen 1914 en 1918.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voor de eerste keer gas als wapen gebruikt. In 1915 werd bij het Belgische Ieper door de Duitsers chloorgas ingezet. De effecten hiervan waren zeer groot en het had blijkbaar het gewenste effect waardoor ook korte tijd later de Engelsen en Fransen gas gingen inzetten. Er ontstond een ware wedloop op het maken van zo effectief mogelijke wapens waarmee het gas kon worden verspreid. In Duitsland ontstond een lobby onder leiding van chemicus Fritz Harber. Deze chemicus ontwikkelde het in de oorlog veel gebruikte chloorgas en pleitte voor het zoveel mogelijk gebruiken van dit gas als wapen. Volgens deze wetenschapper was het dodelijke chloorgas veel humaner dan het gebruik van machinegeweren. Als we kijken naar de effecten van het gebruik van chloorgas op het menselijk lichaam, is deze visie van Harber op z’n minst opmerkelijk te noemen. Chloorgas zorgt voor een lange zwelling van de slijmvliezen in luchtwegen en longen. Gevolg hiervan is dat degene die dit gas binnen krijgen langzaam stikken in hun eigen organen. Fritz Harber vermoedde tijdens de oorlog al dat hij na de oorlog aangeklaagd zou worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Dit is nooit gebeurd. Bizar genoeg kreeg Harber in 1918 echter juist de prestigieuze nobelprijs voor de ontwikkelingen die hij op chemisch gebied voor elkaar had gekregen.

Blindheid, kapotte longen en niet meer kunnen slikken waren de symptomen van hen die er nog goed af gekomen waren.

Slachtoffers van de gasaanval bij de tweede slag om Ieper 1915.

De slag om Verdun, waarbij de Fransen en Duitsers op sommige plekken slechts enkele tientallen meters van elkaar af in de loopgraven zaten, duurde van februari 1916 tot december 1916 en maakte naar schatting 700.000 slachtoffers. Er werd tijdens de gevechten het waanzinnige aantal van ruim 60 miljoen granaten afgeschoten. Dit komt neer op 150 granaten per vierkante meter. Twintig procent van deze granaten ontploften niet. Hierdoor zijn bepaalde gebieden rond Verdun levensgevaarlijk en ten strengste verboden om te bezoeken. Naast onontplofte granaten moeten er in dit gebied nog tienduizenden lichamen in de grond te vinden zijn.

Het slagveld van Verdun vandaag de dag. Tot 70 jaar na het einde van de oorlog groeide hier geen inheemse bloemen, planten en bomen meer. De vele kraters geven nog enig inzicht in de hel die dit gebied bijna een jaar lang moet zijn geweest.

In de vroege ochtend van 11 november 1918, slechts een paar uur voordat het op handen zijnde staakt het vuren ingaat, komen enkele tientallen Amerikaanse mariniers om bij een poging tot het oversteken van een brug over de rivier de Maas in België. Toen een hoge Amerikaanse officier later die dag aan één van de overleven van de mislukte aanval vroeg waarom ze in godsnaam de brug over probeerden te rennen terwijl de Duitsers met machinegeweren konden prijsschieten kreeg hij een even aandoenlijk als waanzinnig antwoord. De sergeant keek de hoge officier aan en zei; ‘Onze commandant vertelde ons dat hij de rivier over ging steken en dat hij verwachtte dat zijn mannen met hem mee zouden gaan.’ ‘Natuurlijk konden we hem niet alleen laten gaan.’ ‘We hadden teveel samen meegemaakt en we hielden teveel van hem.’

In 1914 besluit Stephen Brown zich aan te melden bij het Britse leger. Hij zegt 17 ½ te zijn zodat men zijn aanmelding accepteert. Stephen schrijft veel brieven naar zijn moeder, die in Engeland wacht op een teken van leven. De brieven van Stephen geven een huiveringwekkend inzicht in de gedachten van bange jongen die in de totale gekte van een oorlog is beland.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am alright. I am enjoying myself… I will soon be home.

Love from Steve

Op 13 december 1914 schrijft Stephen optimistisch een kaartje naar huis. Hij is net aangekomen aan het front in Frankrijk. Hij heeft zin in avontuur en verwacht dat hij snel weer thuis zal zijn.

In april 1915 is Stephen een stuk minder optimistisch. Hij moet terug naar het front nadat hij in december al aan het front is geweest. De gruwelen van de dingen die hij gezien en meegemaakt heeft moeten nog iedere dag door zijn hoofd spoken. Uit de brief spreekt zijn angst. Waar Stephen eerder heeft gelogen over zijn leeftijd om toegelaten te worden tot het leger, smeekt hij nu of zijn moeder zijn leidinggevende wil schrijven dat hij slechts 17 is in de hoop dat hij naar huis mag.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am quite well. I am for the front on Tuesday. But if you write to the Commanding Officer and say I am only seventeen it will stop me from going. Get it here before Tuesday for I cannot get a pass to come and see you. Don’t forget.

From Stephen

Of moeder niet of te laat geschreven heeft is onbekend. Feit is dat Stephen toch terug naar de frontlinie moet. Hij stuurt zijn moeder nog een foto van hemzelf en twee vrienden en wenst haar goede gezondheid toe. Op vier mei 1915, enkele weken na het sturen van de brief en een paar dagen na het sturen van de foto, raakt Stephen Brown dodelijk gewond. Zijn lichaam vinden ze zes dagen later in de Franse klei. Stephen is nog geen achttien als hij het leven verliest.

De brief waarin Stephen Brown zijn moeder smeekt zijn leidinggevende te schrijven in de hoop dat hij naar huis mag.

Het laatste Engelse slachtoffer is George Ellison. Vier jaar lang heeft deze voormalig mijnwerker van 40 in de loopgraven geleefd. Vier jaar lang heeft hij het geluk gehad niet zwaargewond te raken of te overlijden. Vier jaar lang heeft George uitgezien naar het terugzien van zijn vier jarige zoontje James. Slechts enkele minuten voordat het staakt het vuren ingaat verliest George het leven tijdens een laatste patrouille rond de stad Bergen in België. Hij is hiermee het laatste officiële Engelse slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Het laatste officiële slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog is de Amerikaan Henry Gunther die om 10.59 uur, slechts één minuut voor het neerleggen van de wapens, om het leven kwam.

George Ellison, het laatste Engelse slachtoffer.

Gele Hesjes

 

De straten van Parijs branden! Duizenden mensen mobiliseren zich, gehuld in gele hesjes als blijk van eenheid onder de demonstranten, door de binnenstad. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Het geweld dat er mee gepaard gaat laat duidelijk zien dat de gele hesjes het niet eens zijn met het onder de Franse Minister-President Macron gevoerde beleid. Waarom zien we de demonstraties in Frankrijk wel met geweld gepaard gaan niet in Nederland? Op welke manier probeert de regering de menigte weer tot bedaren te brengen en welke rol speelt de media hier in?

Macron

In zijn verkiezingscampagne in 2017 trok Macron fel van leer tegen Parie Le Pen van Front National, de partij aan de uiterst rechtse zijde van het politieke spectrum in Frankrijk. Hij gaf het grote publiek aan dat zij die niets met de politiek van extreem-rechts te maken willen hebben, bij hem toch het beste af zouden zijn. Enfin, Macron werd verkozen en pakt nu met zijn liberale beleid juist die groepen in Frankrijk aan, die benoemd werden in de politieke agenda van Le Pen destijds, de arme minderheden in de banlieu.

Wie zijn ze?

Wie lopen er allemaal tussen die gele hesjes? Het antwoord laat een zeer divers publiek zien; van progressief links, tot extreem rechts, maar ook jonge en vooral ook oudere vrouwen, die voor de toekomst van hun kinderen opkomen. Het geeft aan dat het niet louter de stem van de extremen is die zich laat horen, maar ook de (lage) middenklasse bijvoorbeeld. Mensen komen amper nog rond en jonge volwassenen kunnen niet meer gaan studeren, komen niet aan een baan, laat staan een huis. Het is de resultante van het regeringsbeleid in Frankrijk en de groeiende kloof die als gevolg hiervan is ontstaan tussen arm en rijk. Mensen die al nauwelijks rond kunnen komen en geconfronteerd worden met extra belastingheffing op niet alleen brandstof maar ook andere zaken, in de wetenschap dat de regering rijk zijn beloont met het afdragen van nauwelijks belasting, gaan op de barricades staan.

Ontevredenheid

Ik noem een voorbeeld; vliegtuigmaatschappijen in Frankrijk, worden nauwelijks belast ondanks dat zij één van de grootst vervuilende sector is van de economie, in een tijd dat het regeringsbeleid vertelt aan de gewone man dat ze groener naar het werk moeten rijden en dus zwaarder belast worden teneinde dit te realiseren. Typisch gevalletje hypocriet dus. Nog een voorbeeld waar terecht ontevredenheid onder de bevolking uit zou kunnen ontstaan; De voorzitter van Renault, zit vast in Japan wegens belastingontduiking terwijl hij een miljoenensalaris geniet. Dit terwijl de loonontwikkeling achter blijft bij de salarisontwikkeling in de hogere echelons en de groeiende mate van vervangen van mensen op de vloer door toenemende robotisering. Hier moeten dan banen voor terugkomen door het omscholen van medewerkers (voor een deel, maar hoe groot is dat deel?), maar wie gaat dat betalen? Dat is trouwens niet uniek voor Frankrijk. Dat zien we in Nederland ook. Hoeven we alleen maar te kijken naar de vastlopende Cao-onderhandelingen tussen bijvoorbeeld FME, de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie en de FNV.

Afleiding

De elite onderschat het groeiende probleem en heeft te lang de broeiende en groeiende onrust genegeerd. De geest is uit de fles en moet weer beteugeld worden. Macron als symbool van de bestuurlijke elite lijkt niet te begrijpen dat je geen huis kunt betalen in de stad waar je je boterham verdient en daardoor dus een auto nodig hebt waarbij je vanwege je karige loon geen extra belasting kunt betalen. Nu is er gisteren in Frankrijk een terreuraanslag geweest in Straatsburg waarbij vier gewonden zijn gevallen, de kersttijd is weer aanstaande zullen we maar zeggen en het extremisme binnen de Islam moet zich weer roeren op het Europese vasteland. Voordeel voor de Franse regering zou kunnen zijn dat dit de aandacht kan verleggen van dat andere actuele probleem, waar het gaat om de grote massa. De regering heeft opgeroepen niet te gaan demonstreren om te sympathiseren met de slachtoffers van de aanslag in Straatsburg. Ook verschijnen er overal in de media berichten hoe ontwrichtend de acties zijn voor de economie. Dus de schuld van de situatie die de mensen de straat op brengt wordt terug in de schoenen geschoven van de protestanten.

Nederland

In Nederland zien we ook mondjesmaat protesterende gele hesjes, de boodschap is op grote lijnen hetzelfde, voor zover die helemaal duidelijk is, want echte leiders binnen de hesjes die de boodschap vertolken zijn er niet echt, maar de demonstraties verlopen vreedzaam. Fransen kennen met revoluties nu eenmaal een gewelddadige traditie, zeker in Parijs. In Nederland is dat minder en zeker vandaag de dag. Want de eenheid die je onder de Franse protestanten ziet, zie je hier niet terug. Iedereen preekt toch een beetje voor eigen parochie, zo lijkt het. In Nederland wordt je op voorhand ook al door de staat duidelijk gemaakt dat er grote problemen rijzen als je je belasting even niet betaald hebt, want dan heb je de politie aan de deur, waardoor je wel twee keer nadenkt voordat je tot geweld overgaat.

Succesvol

In elk geval zijn de acties van de gele hesjes in Frankrijk nu al geslaagd. Zij hebben de elite het gezicht laten zien van een grote vergeten groep mensen. Enkele maatregelen zijn teruggedraaid, in ieder geval voor nu. Het dwingt de elite na te denken over de manier waarop deze groep hun leven moet leiden omdat ze geen keuzevrijheid door koopkrachtontwaarding meer hebben.

Sportgeschiedenis

Sportgeschiedenis

Als we kijken naar de logo`s van veel Amerikaanse professionele sportclubs, met name binnen de grote vier: het American Football (NFL), het ijshockey (NHL), het honkbal (MLB) en het basketball (NBA), dan zegt dat ons samen met de namen al veel over de geschiedenis van de staat waar de bakermat ligt van het betreffende team. Nemen we enkele willekeurige teams, zoals de Pittsburgh (Pennsylvania) Steelers bijvoorbeeld. De Steelers zijn actief binnen de NFL. Onder de huidige naam ( ze bestonden eerst onder een andere naam) zijn ze actief sinds 1941. Als je weet dat Pittsburgh deel uitmaakte van “The Manufacturing Belt” of ook wel oneerbiedig “The Rust Belt “genoemd, de regio waar in de 20e eeuw in Amerika zich het zwaartepunt van de Amerikaanse industrie bevond (met andere steden als Detroit, Chicago en Cleveland binnen deze regio), dan laat de naam zich raden; een duidelijke verwijzing naar de staalindustrie van het Noord-Oosten van Amerika. Het logo lijkt minder duidelijk; een drietal sterren naast de naam. Op het eerste gezicht zegt dat niks natuurlijk. Maar wie even verder zoekt, komt er snel achter dat dit logo sterk geënt is op het logo van een grote staalproducent in de stad; U.S. Steel.

Het logo van U.S. Steel

Het logo van de Steelers

 

 

 

 

 

 

Staalindustrie

De staalindustrie in de V.S. floreerde vanaf het midden van de 19e tot het derde kwart van de 20e eeuw, hoewel er toen al duidelijke tekenen van verval te zien waren. In Youngstown Ohio werden de kanonskogels voor het Noorden gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog gemaakt, en het materieel voor de verdere oorlogen waar het land in verzeild raakte. Springsteen zingt erover in zijn ode aan de vergane staalindustrie:

“Youngstown”
By Bruce Springsteen, 1995

Fragment:

Here in northeast Ohio
Back in eighteen-o-three
James and Dan Heaton
Found the ore that was linin’ Yellow Creek
They built a blast furnace
Here along the shore
And they made the cannonballs
That helped the Union win the war
To the coal mines of Appalachia
The story’s always the same
Seven hundred tons of metal a day
Now sir you tell me the world’s changed
Once I made you rich enough
Rich enough to forget my name 

Texas Rangers

Een ander voorbeeld. De Texas Rangers. Zij komen uit in de Major League (MLB) Baseball.

Het logo van de Texas Rangers: het logo verraadt hier niets; de naam des te meer.

Van Texas Rangers hebben waarschijnlijk meer mensen al eens eerder gehoord, maar dan in een heel andere context. De Texas Ranger Division in haar huidige vorm is een soort FBI geworden, maar dan binnen haar eigen staat. In het evrleden waren de Rangers betrokken bij de meest spraakmakende gebeurtenissen in het Texas van “The Old West“.

Om er een paar te noemen: de arrestatie van een bekende

bankovervaller Sam Bass, en van het bekende criminele duo Bonnie & Clyde. Meer recent, staan de beelden van de gebeurtenissen te Waco in 1993 me nog helder op het netvlies. Hier ontstond op 28 februari een hels vuurgevecht tussen sektelede van de Davidians enerzijds en eenheden van de ATF (Bureau of Alcohol, Tobacco and Firearms) en later (De onderhandelingen duurden 58 dagen) ook

Een typische Texas Ranger, met snor en hoed; bijna een cultfiguur!

met FBI anderzijds. De Texas Rangers werden door de FBI uitdrukkelijke buiten de onderhandelingen gehouden hoewel de sekteleden hier om vroegen. Uiteindelijk sneuvelden in de gebeurtenissen die nog steeds met grote controverse omgeven zijn (want wie loste het eerste schot; de ATF of de Davidians van David Koresh) bijna 80 sekteleden, en vier ATF agenten. Zestien agenten raakten gewond.

David Koresh, leider van de Branch Davidians, een zijtak van zevendedagsadventisten.

 

Zo komt men, als men een beetje onder de oppervlakte prikt, opmerkelijke elementen uit de geschiedenis van een land tegen aan de hand van namen van sportclubs en logo`s. Ook in andere landen, regio`s en steden of dorpen zie je lokale geschiedenis soms terugkomen in naamgevingen en of logo`s.

 

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen.

 Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, sta ik op de militaire begraafplaats in Oosterbeek. De herdenking staat op het punt te beginnen. Als de doedelzakken tot leven komen zetten de vaandeldragers zich in beweging. Voorop loopt een militair met in zijn hand de teugels van een klein paardje. Het paardje heeft een deken op zijn rug met daarop de kenmerken van het regiment waar hij mascotte van is. Met zijn begeleider loopt hij tussen de graven door en kijkt, wellicht door de drukte of het snerpende geluid van de doedelzakken, onrustig om zich heen. Een traditie waar militairen veel waarde aan hechten, deze mascottes. Maar is het niet een beetje uit de tijd, wellicht zelfs overbodig, deze dieren overal mee naartoe te slepen?

Het gebruiken van symboliek en het eren en van gebeurtenissen uit het verleden zijn dingen die in de militaire wereld zeker niet ongewoon zijn. Sinds de oprichting van een regiment, een militaire eenheid die bestaat uit meerdere bataljons, worden verschillende souvenirs verzamelt. Deze staan symbool voor kleine en grotere gebeurtenissen uit het verleden. Samen vormen deze souvenirs de regimentstraditie.

Smoke

Geit Billy, mascotte van het Royal Regiment of Wales

Soms komen de regimentsmascottes letterlijk toevallig langswandelen. Zo adopteerde het US Marine Corps in 2008 een gewonde en ondervoedde ezel die in Irak toevallig bij het kamp kwam binnenwandelen. Hij zorgde voor plezier en ontspanning bij de mariniers en omdat hij regelmatig hun sigaretten opat werd hij toepasselijk ‘Smoke’ genoemd. De ezel werd in 2009 naar de Verenigde Staten gevlogen om daar zijn ceremoniële taken te kunnen blijven uitvoeren.

Andere mascottes kennen een lange traditie. Zo heeft het regiment van de Irish Guards sinds 1902 de Ierse wolfshond als mascotte. De wolfshond Conmael, de veertiende in lijn, loopt altijd voorop bij officiële ceremonies. De honden krijgen een bijzondere behandeling en zelfs een officiële rang. Hun begrafenissen vinden plaats met militaire eer.

Stubby

Een van de meest interessante en opvallende verhalen over militaire mascottes is het verhaal van het hondje Stubby. In juli 1917 werden Amerikaanse soldaten in Engeland getraind voor hun deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens hun training kwamen ze het hondje tegen. Eén van de Amerikanen, korporaal Conroy, vond Stubby zo leuk dat hij hem onder zijn overjas verstopte toen hij naar het vasteland van Europa werd verscheept. Eenmaal in Europa was Stubby aanwezig bij zeker 17 gevechten, vooral in Noord-Frankrijk. Hij raakte hierbij twee keer gewond. Door zijn goede neus wist hij zijn regiment regelmatig op tijd te waarschuwen voor gasaanvallen, hiermee redde hij talloze levens. Voor hem werd een speciaal gasmasker ontworpen zodat Stubby zelf ook deze gasaanvallen kon overleven.

Een andere belangrijke taak van het hondje was het troosten van gewonden op het slagveld. Zijn vrolijke aanwezigheid maakte de situatie ietwat luchtiger en plezieriger voor de soldaten. Stubby werd uiteindelijk bevordert tot sergeant in het Amerikaanse leger. Geen symbolische rang, maar daadwerkelijk een promotie op basis van ervaringen in de oorlog. Na de oorlog kwam de hond terug in Amerika en werd hij ontvangen als een nationale held. Hij ontmoette presidenten en werd de mascotte van een sportteam in Georgetown.

War-Hero Stubby

 

 

 

 

 

 

 

In 1926 overleed Stubby in het bijzijn van zijn baasje, korporaal Conroy, die eveneens de Eerste Wereldoorlog had overleefd. Grappig detail hierbij is dat de hond Stubby aan het einde van de oorlog een hogere rang had dan zijn baasje.

Symbolische waarde

Terugkomend op de vragen opgeworpen in de eerste alinea is te concluderen dat militaire mascottes in veel gevallen veel meer zijn dan letterlijke en figuurlijke paradepaardjes. Naast de symbolische functie en verwijzing naar de (regiments)geschiedenis, kunnen deze dieren ook een belangrijke functie in oorlogsgebied hebben. Ze kunnen net het lichtpuntje zijn die veel soldaten nodig hebben.

Hoe een keizer een tuinman werd

De laatste Duitse kaiser.

Frederik Wilhelm Victor Albert van Pruisen, in de geschiedenisboeken beter bekend als keizer Wilhelm II, is de geschiedenisboeken ingegaan als het laatste erfelijke staatshoofd van het Duitse keizerrijk. Vaak wordt hij afgeschilderd als een intelligente maar twijfelende, onzekere en zeer ijdele man. Iemand die harde taal uitte maar op het moment dat er een belangrijke beslissing genomen moest worden zeker niet altijd de juiste beslissing nam. Exemplarisch hiervoor is het ontslag van rijkskanselier Bismarck in 1890. Een harde beslissing van Wilhelm om op deze manier meer macht naar zich toe te kunnen trekken. Gevolg hiervan: een machtsvacuüm in de Rijksdag en een daaruit oplaaiende machtsstrijd die Duitsland van binnenuit bedreigde. Dit terwijl Duitsland juist gebaat was bij stabiliteit en sterke leiders in een tijd van onzekerheid en dreiging in Europa.

 

 

 

 

 

 

 

Wilhelm maakte foute op fout, probeerde Engeland te vriend te houden maar zorgde er met kwetsende uitlatingen voor dat ze een bloedhekel aan hem hadden, voerde een buitenlandpolitiek die niet goed werkte en zag onder andere hierdoor met grote zorgen een verbond ontstaan tussen Frankrijk en Rusland.

 Oorlog

Een andere beslissing van Wilhelm die voor Duitsland en de rest van Europa verstrekkende gevolgen heeft gehad, was zijn besluit in 1914 Oostenrijk-Hongarije te steunen. Door Frankrijk via België aan te vallen mengt ook Engeland zich in de oorlog en creëert Wilhelm naast Frankrijk en Rusland een derde machtige vijand. Tijdens de eerste wereldoorlog nemen de macht en het aanzien van Wilhelm af. Binnen twee jaar na het uitbreken van de oorlog hebben zijn generaals op het slagveld meer te zeggen dan Wilhelm. Waar hij oorspronkelijk de grote opperbevelhebber was, werd hij steeds meer een ‘Schattenkaiser’ die door de Duitse legerleiding, volkomen werd overvleugeld. Dit was vooral te zien na augustus 1916 toen het militaire duo Hindenburg – Ludendorff niet alleen het opperbevel overnam maar ook de politieke verantwoordelijkheid steeds meer naar zich toe trokken. De functie van Wilhelm werd steeds meer een symbolische. Het afnemen van militaire parades en het houden van voorspelbare toespraken waarin de snelle overwinning van Duitsland werd aangekondigd werd een dagtaak.

 

 

 

 

 

Het is dan ook niet heel verrassend dat er aan het keizerschap van Wilhelm II een abrupt einde komt als Duitsland in 1918 de oorlog verliest. Wilhelm is dan al lang het vertrouwen van de legerleiding, de politici en de bevolking kwijt en legt zijn functie neer. Op aanraden van zijn militaire adviseurs vlucht hij met zijn vrouw, Auguste Viktoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg, naar het neutrale Nederland. Op 10 november 1918 vertrekt hij per trein om nooit meer in Duitsland terug te keren. In 59 wagonladingen worden de belangrijkste bezittingen van Wilhelm ook naar Nederland gebracht. Hoewel de rest van de wereld Wilhelm voor de rechter wil brengen voor misdaden tegen de menselijkheid, weigert Nederland hem uit te leveren. Neutraliteit is voor de Nederlandse regering belangrijker dan uitlevering. Wilhelm is veilig maar ontdaan van al zijn functies, zijn macht en wellicht nog erger voor de ijdele Wilhelm, zijn aanzien.

Nederland

Terwijl de onrust in Duitsland aanhoudt legt Wilhelm zich in Amerongen en later Doorn toe op het onderhouden van zijn tuin en het bestuderen van archeologie en geschiedenis. Veel meer kan hij ook niet doen, omdat hij zich niet verder dan 10 mijl van zijn huis in Doorn mag verplaatsen. Lange reizen zijn, tenzij hij toestemming van de Nederlandse overheid krijgt, uitgesloten. Omdat zijn kinderen in Duitsland blijven wonen is de vrouw van Wilhelm één van de weinigen met wie hij contact heeft. Ook blijft Wilhelm zeer regelmatig contact houden met zijn adviseurs. Waarschijnlijk meer voor de vorm dan dat deze overleggen daadwerkelijk enig nut hebben. Wilhelm heeft immers geen enkele (symbolische) functie meer. Ook symbolisch is het dragen van zijn enorme collectie aan uniformen die hij vanuit Duitsland naar Doorn had laten overbrengen. Naast de burgerkleding die Wilhelm soms draagt is hij nog zeer regelmatig te zien in verschillende uniformen, soms zelfs met helm, in het dorpscentrum van Doorn. Deze ijdelheid, een eigenschap waar Wilhelm al zo lang bekend om staat, blijft hij tot zijn dood tentoonspreiden.

Houthakker

Wilhelm blijkt een fanatiek en kundig houthakker te zijn. Wellicht uit verveling hakt hij dagelijks een aantal uren in de grote bosrijke tuin op zijn landgoed. Hij blijft hierdoor tot op hoge leeftijd goed in conditie. Het brengt echter wel een probleem met zich mee. Wilhelm hakt en zaagt zo fanatiek dat hij in zijn eentje zorgt voor de bijna volledige ontbossing van het landgoed.

Dood

In maart 1941 gaat het tijdens dit houthakken mis. Wilhelm raakt onwel. Hij lijkt op te knappen, maar krijgt in juni 1941 last van ademhalingsproblemen. Hij sterft uiteindelijk op 82-jarige leeftijd aan een longembolie. Hoewel er bij zijn begrafenis vele Duitse (oud)generaals aanwezig zijn, waaronder die van de Duitse bezetter en Hitler een enorme rouwkrans laat bezorgen, krijgt Wilhelm II zijn laatste rustplaats in Doorn en niet in Duitsland. Zijn laatste wens, zijn lichaam mag alleen terugkeren naar Duitsland als Duitsland weer een monarchie is, zal waarschijnlijk niet op korte termijn ingewilligd kunnen worden.

Nederlanders in de bres voor Napoleon

Henk

Enkele jaren geleden sprak ik met een (inmiddels oud-) collega over de fatale Russische veldtocht van Napoleon. Ik noem hem hier voor het gemak even Henk, in verband met de privacy. Henk is net als ik geïnteresseerd in de geschiedenis van onder andere Europa. Hij vertelde me dat hij een reis per motor ging maken door Wit-Rusland. Henk wilde ook naar de Berezina. Die naam kende ik natuurlijk ook. Het is de plaats waar Napoleon met zijn vluchtende leger over moest steken.

De Russische veldtocht

De Russische veldtocht van Napoleon is een veel beschreven en bekende geschiedenis, zeker onder de ouderen onder ons. Henk wilde ook de plek bezoeken waar het restant van Napoleon`s op de vlucht geslagen leger gedurende hun terugtocht een natuurlijke hindernis in bittere koude temperaturen diende te nemen voordat het verder kon: de Berezina. De Berezina is een zijtak van de meer bekende rivier de Dnjepr en stroomt over een lengte van zo`n 600 kilometer lengte.

Berezina

De rivier vormt een groot probleem voor Napoleon en de zijnen, want zijn leger werd op de oostelijke zijde van de rivier omsingeld door het vijandelijke leger, en de enige brug in de buurt om de rivier over te kunnen steken, was in handen van de vijand. De soldaten in het leger van de keizer zijn aan het einde van hun Latijn, ze zijn half bevroren, lijden honger en lopen nog soms nog maar met de helft van hun oorspronkelijke uitrusting in de gelederen. Soldaten vertrapten elkaar in ongecoördineerde chaotische taferelen bij eerdere oversteekplaatsen. Men moet soms onderlinge gevechten voeren om de overkant te bereiken. Het vriest meer dan 20 graden.

Nederlanders

Binnen dit internationale Franse leger bevinden zich ook zo`n 25000 Nederlandse soldaten; de rode lansiers genaamd, naar hun opvallende rode uitmonstering. Onder hen ook zo`n 400 pontonniers en enkele infanterie regimenten plus een regiment kurassiers. Wanneer op de 24e de Berezina wordt bereikt, zijn het o.a. de Nederlandse pontonniers die het ijzige water in springen en een brug aanleggen wat een klein deel van het leger een overtocht biedt. Ze weten dat ze gaan sterven door de kou, maar toch brengen zij het ultieme offer voor de keizer. Het toont aan dat de keizer ondanks de fatale veldtocht naar Rusland, nog steeds niet van zijn voetstuk was gevallen.

Van de 400 pontonniers zijn er zes die het epos na kunnen vertellen. Ze hebben er voor gezorgd dat het restant van het leger verder kon op hun lijdensweg richting Parijs, en boden de keizer de kans te ontsnappen. Rondom de oversteek plaatste Napoleon zijn laatste list. Een afleidingsmanouvre redde samen met de heroische daad van de pontonniers een deel van het reeds gedecimeerde Grande Armee. van de 400.000 soldaten die richting Rusland trokken in 1812, waren er bij de oversteek op de terugweg bij de Berezina nog maar zo`n 50.000 over. Het kleumende leger leed een ongekende lijdensweg. Voortdurende en onvoorspelbare aanvallen van de Kozakken teisterden Napoleons leger, ziekte, een honger zo groot dat men in sommige gevallen tot kannibalisme op gevallen kameraden overging om te overleven.

Memoires

Van de terugtocht zijn een aantal goed gedocumenteerde en bewaard gebleven ooggetuige verslagen in de vorm van memoires te raadplegen die een aardig inzicht geven van de gebeurtenissen. Vooral de dagboeken van Coulaincourt (Generaal) en Bourgogne (Luitenant) zijn sprekend. Coulaincourt, generaal en Napoleons adjudant, zat bij hem in de koets toen hij op 5 december het lijdende leger plotsklaps en in spoedtempo verliet naar Parijs omdat hem geruchten van een op handen zijnde coup ter ore waren gekomen. Hij heeft in zijn memoires de hele reis beschreven en interessant zijn ook de persoonlijke gesprekken met de keizer.

Bescheiden

Bij zo`n veelbeschreven een gebeurtenis verwacht je een grotesk onder Sovjet-heerschappij opgericht herdenkingsmonument bij de beruchte oversteekplaats, maar daar komt men bedrogen uit. Slechts een bescheiden kleine gedenkplaat herinnert aan de verschrikkingen, zo vertelde Henk na zijn terugkeer. Hij had ook moeite het te vinden, dat zegt ook genoeg. Henk is niet de enige die (een gedeelte van) de terugreis heeft gemaakt per motor. Ook Sylvain Tesson heeft dat gedaan, in een zijspan van een Ural; een Russische motorfietsmerk.

Tesson

Hij heeft tijdens die reis om nog beter in te kunnen leven, de dagboeken van zowel Coulaincourt als Bourgogne bij de hand en reist in dezelfde winterse periode onder weliswaar iets minder strengen koude, maar ook met gevaar voor eigen leven, dit keer door roekeloos rijdende vrachtwagens die ze de sneeuw om de oren rijden. Wie meer wil weten over de barre omstandigheden van de terugtocht van de Grande Armee uit Rusland, zou zeker dit boek moeten lezen; een aanrader dus!

 

Renewal

We`re Back!

Het is alweer een hele tijd geleden tot de laatste blog, dus allereerst excuses hiervoor. In de tussentijd ben ik vader geworden van Jan, een vrolijk manneke van inmiddels alweer bijna negen maanden, zijn we verhuisd van Nijmegen naar Venlo waarbij we midden in een verbouwing zitten en waarbij ik ook nog eens een nieuwe baan heb. Verder alles ok hoor! Venlo is een hele andere stad dan Nijmegen natuurlijk, maar ook hier bulkt het van de geschiedenis. Een stadsgeschiedenis die gedurende perioden in de geschiedenis soms wellicht nog complexer was, dan die van Nijmegen. Hierover binnenkort meer, want hier wordt zeker binnenkort nog een blog aan gewijd.

Verder gaan Robin, mijn partner in crime bij Geschiedenis-Online, proberen meer tijd vrij te maken voor het hele gebeuren. Eén van de speerpunten zal zijn het organiseren van de Rome-reis voor 2019. We gaan snel zorgen dat het programma rond is en dat je je hier voor kunt aanmelden. Het zal een reis van maximaal een week worden waarbij we niet alleen chronologisch naar het de geschiedenis van de stad kijken, maar waarbij we ook willen laten ervaren wat het leven in Rome is en welke actuele thema`s in de stad spelen.

Daarnaast gaan we ons focussen op enkele lezingen zodat we niet alles tegelijk op poten hoeven te zetten want we hebben allebei nog een fulltime baan ernaast.

Robin heeft het bloggen nieuw leven ingeblazen in zijn vakantie door een heel persoonlijk stuk, niet alleen voor Robin, maar ook voor mij, te schrijven over een gebeurtenis vorig jaar welke ons allebei wel “geraakt’ heeft in positieve zin. Anderzijds heeft het ons ook de ogen doen openen. De laatste generatie veteranen uit de Tweede Oorlog sterft snel uit en we vinden, zeker na de gesprekken met Peter Clarke, dat we de herinnering levend moeten houden. Hier willen we zeker ons steentje aan bijdragen.

Vandaag vertrek ik per motor een paar dagen richting het Hürtgenwald om daar plekken te bezoeken waar een vergeten slag is uitgevochten. Mensen die nog eens na willen lezen wat hier precies is gebeurd en waarom deze slag niet goed bekend is bij het grote publiek terwijl de hel en verdoemenis er zeker zo groot, zo niet groter is geweest dan bij Market Garden of het Ardennenoffensief, kan dat hier nog eens doen:

Hürtgenwald

Verder wens ik iedereen alvast veel leesplezier en indien er mensen zijn die alvast meer informatie willen m.b.t. de Rome-reis, neem dan alvast contact op middels het contactformulier.

Ruud Willems

Peter Clarke

 

 

De ontmoeting die mijn leven veranderde.

Het is zaterdag 15 september 2017. Ruud en ik hebben afgesproken in Arnhem en zijn vervolgens naar Oosterbeek gereden. Het is het 73e herdenkingsweekend van de Slag om Arnhem. In heel Oosterbeek worden activiteiten georganiseerd. Op verschillende locaties in het dorp spelen in Duitse en Engelse uniformen verklede acteurs gevechten na. “Keep Them Rolling” is wederom met veel historische voertuigen aanwezig. In de middag zullen ook de eerste herdenkingsplechtigheden zijn. Op de Airborne begraafplaats komen Ruud en ik de eerste Engelse veteranen tegen. Oudere heren, natuurlijk, die hun familie laten zien waar hun gesneuvelde kameraden begraven liggen. Trotse heren ook die vaak volgehangen zijn met allerlei medailles en fier hun rode Airborne baret dragen. Ik voel heel sterk de drang om met deze veteranen, helden in mijn ogen, in gesprek te gaan. Toch twijfel ik. Is dit wel de plaats en het moment waarop ik ze aan kan en mag spreken? Willen ze niet in stilte herdenken zonder dat ze gestoord worden door weer een nieuwsgierige Hollander? Het feit dat ik nu nog de kans heb om met deze mannen te spreken, en de wetenschap dat deze kans ieder jaar kleiner zal worden en dat deze mensen er binnen nu en enkele jaren er niet meer zullen zijn, trekken mij over de drempel. Ruud en ik benaderen twee veteranen, heel aardige heren waarvan er één echt de tijd neemt met ons te spreken. We hebben het over het onderwijs over de tweede wereldoorlog in Nederland en Engeland. De conclusie van zowel ons als de veteraan is duidelijk; de jeugd moet de verhalen over de Tweede Wereldoorlog blijven horen.

Na het bezoek aan de begraafplaats, het mooie gesprek en het maken van een aantal foto’s zijn Ruud en ik erg opgetogen. Prachtig dat dit gelukt is en dat we de kans hebben gehad even kort te spreken met één van de mannen die letterlijk een onderdeel vormt van onze geschiedenis. Ruud en ik besluiten in het centrum van Oosterbeek, bij Grand Café Oosterbeek, een kop koffie te gaan drinken. Omdat het behoorlijk fris is zoeken we een tafel binnen en vinden we vlakbij de deur het laatste tafeltje bij het raam.

We zitten nog geen vijf minuten als de entreedeur open gaat. Er komen twee mannen het restaurant binnen. In de rolstoel zit een oude heer. Hij draagt sportschoenen, een bruine wat vale manchesterbroek en een blauwe colbert. De heer oogt kwetsbaar en tegelijk heeft hij een zeer bijzondere en levendige uitstraling. Een lange grijze sik siert zijn kin en ondanks zijn leeftijd, deze man moet bejaard zijn, kijkt hij scherp uit zijn ogen. Op zijn hoofd prijkt de rode baret met daarop het embleem van het Britse glider (zweefvliegers) regiment. Ik zie dat de heren een plek zoeken en vraag zonder na te denken of ze misschien aan ons tafeltje willen zitten zodat ze bij het raam kunnen zitten. Dankbaar geven ze aan dit wel te willen. Ruud en ik verhuizen naar het tafeltje naast hen.

Direct raken we in gesprek met de mannen die nu naast ons zitten. Het blijken Slag om Arnhem veteraan Peter Clarke van 96 en zijn begeleider Alan Fisher te zijn. Terwijl koffie, lunch en nog meer koffie bestelt worden voert Alan enthousiast het woord en vertelt hij het verhaal van Peter tijdens de Slag om Arnhem. Regelmatig vult Peter hem, al kauwende op een uitsmijter, aan. Peter is op zijn 23e als piloot van een Horsa zweefvliegtuig geland bij Wolfheze. Op dat moment is Peter een ervaren piloot, hoewel hij enkel trainingservaring bezat. Graag had hij in Italië of Normandië ingezet willen worden maar dit was er, door verschillende omstandigheden, nooit van gekomen. In Nederland volgde een landing volgens het boekje, aldus Peter. In zijn zweefvliegtuig bevonden zich, naast zijn co-piloot Arnold Phillips, leden van een mortiergroep van het eerste bataljon The Border Regiment. Alan laat een bekende foto van de gevechten in Oosterbeek zien. Hierop is deze mortiergroep te zien.

De wereldberoemde foto van de mortiergroep die door Peter in zijn zweefvliegtuig is vervoerd naar Oosterbeek. Peter heeft deze mannen nadat ze uit zijn gestapt nooit meer gezien.

Eenmaal in Oosterbeek aanbeland maakt Peter de gevechten mee en neemt hij, ondanks het feit dat hij erg gelovig is en niet gelooft in het doden van een ander, ook actief deel aan de gevechten in de buitenwijken van Oosterbeek. Of hij echt iemand geraakt heeft weet Peter niet, hij heeft geschoten in de richting waar de vijand was. Peter besluit in het park bij het hoofdkwartier van de Engelsen, Hotel Hartenstein, een eerste hulp post op te zetten. Doordat hij een medische training heeft gehad voordat hij zich aan heeft gemeld bij de Airforce, heeft hij het idee zich hier nuttiger te kunnen maken dan op het slagveld. Bovendien hoefde Peter dan ook niet op de vijand te schieten. Ondanks dat het geen officiële verbandpost is, stromen de gewonden direct binnen. Ondanks een tekort aan medische hulpmiddelen vecht Peter terwijl de gevechten om hem heen heviger worden voor ieder leven. Als de Engelsen zich op 25 september moeten terugtrekken weigert Peter mee te gaan. Hij vindt dat hij bij de gewonden moet blijven. Op dat moment heeft hij twee zwaargewonde soldaten die hij verzorgt. De Duitsers maken Peter krijgsgevangen en sturen hem met de andere Britse krijgsgevangenen via Apeldoorn naar het oosten van Europa. Onderweg weten Peter en enkele anderen korte tijd te ontsnappen. Door pure pech worden ze door de Duitsers gevonden en weer opgepakt. Uiteindelijk komt Peter in een kamp in Sagen in Polen terecht en moet hij als de Russen dichterbij komen aan één van de vele dodenmarsen deelnemen. Honderden kilometers worden afgelegd voordat Peter in februari 1945 uiteindelijk door de Russen wordt bevrijd en terug kan keren naar huis.

Peter Clarke tijdens een herdenkingsmoment van de Slag om Arnhem

 

 

 

 

 

Met open mond luisteren Ruud en ik naar dit verhaal. Regelmatig realiseer ik me hoe ongelofelijk bijzonder het is dit mee te maken en wat een eer het is dat wij de kans krijgen met deze man te praten. Dat Peter en Alan zo vriendelijk zijn onze vragen te beantwoorden. Ze lijken ons gezelschap ook erg op prijs te stellen want we worden uitgenodigd mee te gaan naar een kleine herdenking van de omgekomen zweefvliegers bij het monument De Naald in Oosterbeek. We twijfelen niet, we gaan mee, het avontuur gaat verder.

Terwijl we naar de parkeerplaats lopen waar Alan zijn auto heeft staan, we zouden met hun meerijden naar de herdenking, duwt Alan Peter voort in de rolstoel. Tijdens de wandeling naar de parkeerplaats valt het me op hoe bijzonder mensen reageren op het feit dat er een Slag om Arnhem veteraan langskomt. Een enkeling klapt, sommigen willen graag de hand van Peter schudden en bedanken hem, een aantal mensen beginnen te roepen en zwaaien. Peter vind het prachtig en neemt overal de tijd voor. We stappen in de auto van Alan. Peter voorin, Ruud en ik achterin. Steeds weer realiseer ik me hoe bijzonder en op een bepaalde manier ook bizar deze situatie is. Het ene moment wil je een bakje koffie gaan drinken en een aantal uur later zit je met een veteraan in de auto op weg naar een herdenking. De sfeer is goed, Alan is een hele aardige man en Peter is, ondanks dat hij niet alles meer helemaal meekrijgt, scherp en vol humor.

Bij het monument De Naald tegenover het Airbornemuseum vind de herdenking plaats. Er zijn slechts enkele tientallen belangstellenden en een groep Engelse militairen die de dienst ondersteunen. Wat is het bijzonder en eervol om een aantal meter achter de rolstoel van een veteraan die je nu behoorlijk goed kent te kunnen herdenken. Het begint te regenen tijdens de dienst. Alan geeft ons een extra paraplu die hij mee had genomen. We bidden samen, zingen ‘blijf mij nabij’. Aan het einde van de dienst blijkt dat Peter een legende is onder de Britse militairen die aanwezig zijn. Hij neemt uitgebreid de tijd ze te spreken en geniet van alle aandacht. Ruud en ik nemen afscheid van Alan. We wisselen onze mailadressen uit en beloven contact te houden.

Direct na thuiskomst mailt Alan mij dat ze een goede reis hebben gehad en veilig thuis zijn. Hij bedankt ons voor de gezellige middag en goede gesprekken. In de maanden die volgen krijg ik het adres van Peter en stuur ik hem de foto die we genomen hebben samen. Daarbij schijf ik een lange brief waarin ik alles zet wat ik eigenlijk ooit tegen een veteraan heb willen zeggen maar waar ik nooit de kans of tijd voor heb gehad. Ik dank Peter voor zijn heldenmoed en opofferingen en beloof hem zijn verhaal en het verhaal van de Slag om Arnhem levend te houden. Via Alan hoor ik dat Peter de brief heeft ontvangen en heeft gelezen. Ik hou regelmatig contact met Alan en hoor dat ze plannen maken ook in 2018 weer naar Oosterbeek te komen. We spreken af elkaar te ontmoeten als dit mogelijk is. In april krijg ik van Alan een droevige mail. Op 3 april is Peter na een kort ziekbed overleden. Alan mailde dat hij vlak voor zijn dood nog had aangegeven erg uit te kijken naar zijn volgende bezoek aan Oosterbeek in 2018. Ondanks het feit dat je weet dat iemand van 96 kan overlijden, greep mij het overlijden erg aan. Ik kende Peter slechts 3 uur, maar het waren misschien wel de meest bijzondere en inspirerende uren uit mijn leven.

Hoe een kortstondig contact grote impact kan hebben. Vanaf nu loop ik op een andere manier door Oosterbeek. Ik heb het gevoel dat Peter meekijkt..

Peter Clarke 1921 – 2018