Een gewone boom?

Een gewone boom?

Door: R.Smienk

Voor de Oude Kerk in Oosterbeek staat een boom. Voor veel voorbijgangers is dit een boom als alle anderen. Maar als deze boom zou kunnen spreken zou ze ons het fascinerende verhaal kunnen vertellen van de Slag om Arnhem. Hoewel de gevechten al bijna 75 jaar geleden opgehouden zijn en Oosterbeek weer net zo rustiek en groen is als het voor de oorlog was, zijn er overal in het landschap nog sporen te zien van deze oorlog.

De wilgenboom voor de Oude Kerk in Oosterbeek.

 

 

 

De slag om Arnhem.

In september 1944 voerden Amerikaanse, Engelse en Poolse parachutisten de grootste luchtlandingsoperatie uit die ooit heeft plaatsgevonden. Bij Eindhoven en Nijmegen landden parachutisten van de 101ste en 82ste Airborne divisies van het Amerikaanse leger. In de omgeving van Arnhem, op de Ginkelse heide en bij Wolfheze meer precies, landden in eerste instantie parachutisten van de 1ste Britse Airborne divisie en een aantal dagen later ook parachutisten van de onafhankelijke Poolse Brigade. Doel van de operatie; het veroveren van bruggen over verschillende rivieren en kanalen zodat de tanks die aan de Nederlandse zuidgrens stonden te wachten via deze bruggen het Duitse Rührgebied konden bereiken. Een gewaagd plan van de Britse generaal Montgomery, maar ook een plan dat volgens hem bijna niet kon mislukken. De Duitse elitetroepen hadden zich immers teruggetrokken naar Duitsland of waren reeds verslagen, zo was zijn opvatting. Wat hij echter niet wist of niet wilde weten, gezien de aanwezigheid onder de geallieerden van verschillende luchtfoto’s met daarop het bewijs van aanwezigheid van diezelfde elitetroepen, was dat er in de omgeving van Arnhem een complete SS-Panzer divisie met zwaar materieel als tanks en pantservoertuigen aan het rusten was na eerdere veldslagen. Deze pantserdivisie, het 9e SS-Panzer Hohenstaufen, had voor ze in de omgeving van Arnhem terecht kwamen, al slagen gevochten in het oosten en tijdens D-day in Frankrijk. Toen de ongeveer 10.000 Britse para’s naar beneden kwamen in de heidevelden bij Ede hadden ze geen idee wat hen te wachten stond.

De geplande snelle Britse bezetting van de Rijnbrug in Arnhem door de Britse divisie verkenningseenheid liep al vlak na de start bij Wolfheze vast op Duitse weerstand. De overige Britse troepen raakten snel betrokken in hevige straatgevechten in Oosterbeek en Arnhem, waardoor verdere voortgang nauwelijks mogelijk was. Alleen het tweede bataljon onder leiding van luitenant-kolonel Frost slaagde erin de brug in Arnhem te bereiken. Ondersteuning kon Arnhem niet bereiken waardoor de posities van Frost in Arnhem en Urquhart in Oosterbeek onhoudbaar bleken. De aanval die op 17 september voor de geallieerden zo hoopvol begon, eindigde op 25 september met een nachtelijke terugtrekking over de Rijn.

Oosterbeek tijdens de slag om Arnhem.

Tussen de landingsgebieden bij Ede, Wolfheze, Renkum en het uiteindelijke doel van de missie, de brug over de Rijn in Arnhem, ligt het mooie en rustieke dorp Oosterbeek. Het dorp dat vandaag vooral bekend staat als villadorp, was dit tijdens de Slag om Arnhem ook al. In het midden van de 19e eeuw trokken welgestelden naar het dorp om te genieten van de rustige en bosrijke omgeving.

De dropzones van parachutisten en landingszones van zweefvliegtuigen bij Oosterbeek en Arnhem. Zoals te zien is op deze kaart moesten de Britse militairen door Oosterbeek heen om de brug in Arnhem te bereiken.

 

 

Hartenstein

In Oosterbeek was ten tijde van de Slag om Arnhem, in hotel Hartenstein (hoofdkwartier van veldmaarschalk Walter Model) ingericht. De zeer gerespecteerde en ervaren Model, ook wel Hitlers brandweerman genoemd, vluchtte voordat de Britten Oosterbeek bereikt hadden naar Doetinchem. Vanuit daar leidde hij de tegenaanval die uiteindelijk de Slag om Arnhem deed mislukken. In dit zelfde hotel richtte vervolgens de commandant van de Britse aanval, generaal-majoor Roy Urquhart, zijn hoofdkwartier in. Gedurende de acht dagen dat de Slag om Arnhem duurde vonden er zeer zware gevechten in Oosterbeek plaats. In het benedendorp, liggende vlakbij de Rijn, stonden na de strijd slechts enkele huizen nog overeind. Ruim 1500 geallieerde militairen kwamen om in de omgeving van Arnhem. Ook ruim 1700 Duitse militairen sneuvelden.

De boom bij de Oude Kerk

Misschien stond de boom bij de Oude Kerk er al honderden jaren op het moment dat de Britten en Duitsers in Oosterbeek zware gevechten leverden. Als je afgaat op de omvang, de ruwe gescheurde en vervormde stam en takken zou dit zomaar kunnen. Achter de boom, vlakbij de Rijn, staat de Oude Kerk van Oosterbeek. De eerste beginselen van deze kerk zijn gebouwd in de tiende eeuw. In de omgeving van de kerk vonden tijdens de tweede wereldoorlog acht dagen lang zware gevechten plaats. In de oude pastorie ernaast werden door onder andere Kate ter Horst circa 250 gewonde Britse soldaten verzorgd. Het godshuis diende als een van de verzamelpunten van de geallieerden voordat zij zich terugtrokken over de Rijn in de directe nabijheid. Een verzamelpunt dat de Britten ten koste van alles in handen wilde houden omdat het één van de weinige plekken was van waaruit ze nog de kans hadden zich terug te trekken over de Rijn, mocht dit nodig zijn.

Lonsdale Force

Op 20 september 1944 hebben de Duitsers zware aanvallen uitgevoerd op de Britten in de buurt van de Oude Kerk. Richard Lonsdale, een ervaren majoor die onder andere zijn sporen verdiend had tijdens gevechten op Sicilië, verzamelde zijn overgebleven manschappen bij de Oude Kerk en gebruikte deze als schuilplaats, verbandpost en hoofdkwartier. Terwijl het mortieren regende op en rond de kerk wist Lonsdale, hoewel zelf ook gewond geraakt aan zijn arm, hoofd, been en hand, zijn 400 mannen aan te sporen de Duitsers op afstand te houden. Zelfs toen door de Duitsers tanks werden ingezet om de kerk te veroveren wisten Lonsdale en zijn ‘Lonsdale Force’ deze lang genoeg op afstand te houden zodat vele Britse soldaten zichzelf in veiligheid konden brengen over de Rijn. Van de kerk was op dat moment weinig meer over.

Bij de wilgenboom staat een bordje. Op dit bordje staat het volgende: “Hier stonden vijf geallieerde soldaten bij elkaar toen de plek werd getroffen door een mortiergranaat. Vier van de vijf soldaten kwamen hierbij om het leven.”

Dit simpele doch veelzeggende bordje raakt me iedere keer opnieuw als ik er sta. Ik wandel bij de kerk rond terwijl de enige geluiden die ik hoor komen van het witte grind onder mijn schoenen en wat vogeltjes die zingen tussen de takken van de boom. Hoe moet het 73 jaar geleden zijn geweest op deze zelfde plek en voor mannen die dezelfde leeftijd hadden als ik nu? De gedachte dat ik hier nu totaal ontspannen rond kan lopen terwijl mijn voeten dezelfde aarde raken als de voeten van de jongens deden die hier 73 jaar geleden hun laatste adem uitbliezen bezorgd mij kippenvel.

Op het bordje staat de volgende tekst te lezen: “Their name liveth for evermore”.