De waanzinnige paus Stefanus VI.

Het bekleden van de functie van paus, de leider van de katholieke kerk, was tijdens de middeleeuwen en renaissance niet gemakkelijk. Het was een wereld vol corruptie waarbij gevaar van zowel buiten de kerk als van binnenuit de kerk constant aanwezig was. In deze periode in de geschiedenis zijn er veel pausen te noemen die we vandaag de dag als gestoorde machtswellustelingen zouden omschrijven. Zo ook Stefanus VI. Het verhaal van Stefanus VI gaat echter nog verder dan die van veel andere pausen. Waarom is Stefanus VI slechts één jaar paus geweest? Wat dreef deze paus om ruzie te maken met zijn overleden voorgangers?

Het pausschap van Stefanus VI.

Stefanus VI word tot paus gekozen in het jaar 896. Het is een onrustige tijd in Europa. Families in Italië vechten om macht, invloed en aanzien. Het kunnen aanwijzen van een paus of, nog beter, het hebben van een paus binnen de eigen familie, geeft de families extra aanzien. Er is daardoor hevige concurrentiestrijd om deze, meeste heilige, positie.

De precieze omstandigheden waaronder Stefanus VI is verkozen tot paus zijn niet duidelijk. Waarschijnlijk is hij door de invloedrijke familie Spoleto naar voren geschoven als hun kandidaat. Stefanus VI is de opvolger van één van de kortst zittende pausen Bonifatius VI. Na een pausschap van slechts 15 dagen overlijd Bonifantius VI onder verdachte omstandigheden, hoogstwaarschijnlijk om plaats te maken voor Stefanus VI. Deze snelle opvolging van pausen, soms slechts enkele maanden in functie, zegt veel over de machtsstrijd om dit ambt en daarmee ook het gevaar dat iedereen die dit ambt bekleedde liep.

Paus Stefanus VI.

De kadaversynode.

Stefanus VI staat niet bekend om zijn goede daden of grootse kerkhervormingen. Hij staat vooral bekend om zijn enorme woede ten aanzien van één van zijn voorgangers Formosus die paus was tussen 891 en 896. Deze woede en afkeer leidde tot een bizar proces waarbij de dan al weken dode paus zich moet verantwoorden voor een tribunaal. Dit is de zogenaamde kadaversynode.  

Paus Formosus I. 

Om het proces te kunnen laten plaatsvinden is het in de Sint Pieterskerk begraven lichaam van Formosus opgegraven. Het lichaam, acht maanden daarvoor overleden en reeds in behoorlijke staat van ontbinding, werd naar de kerkelijke rechtbank gebracht voor het proces. Daar werd het lichaam op een troon geplaatst en aangeklaagd wegens fraude en handelingen in strijd met de kerkelijke wetten, waaronder het verkrijgen van de pauselijke titel op illegale wijze. Aanklager was paus Stefanus VI zelf. Omdat hij het proces tot synode had aangemerkt waren hoge geestelijken verplicht aanwezig te zijn. Het woord namens de overleden Formodus werd gevoerd door een deken, een geestelijke die uiteraard op de hand was van zijn religieus leider, de paus.

Aanleiding voor het proces.

Paus Formosus (816-896), wiens geboortenaam in de loop der eeuwen verloren is gegaan, was een van de meest veelbelovende talenten binnen de Katholieke Kerk van de 9e eeuw. Hij was geliefd, met name in Oost-Europa en was namens de kerk een zeer vaardige diplomaat. Deze populariteit leverde hem niet alleen lof op. Hij werd door de paus op dat moment, paus Johannes VIII, gezien als een gevaar voor diens positie. In 872 werd Formusus, jaren voor hij paus werd in 891, officieel aangeklaagd door Johannes VIII. De aanklacht luidde: ‘het corrumperen van de geesten van de Bulgaren’ en ‘het ondermijnen van de pauselijke zetel’. Formosus wachtte de rechtszaak niet af en ontvluchtte Italië. De paus besloot hem daarop uit de kerk te zetten. Na enkele jaren en excuses kwam het goed tussen Formosus en paus Johannes VIII en de belofte te maken dat Formosus nooit meer een kerkelijke functie uit zou oefenen kon hij terugkeren bij de kerk.

Na het overlijden van paus Johannes VIII werd Formosus echter weer gevraagd om voor de kerk aan het werk te gaan. Enkele jaren later werd hij zelfs unaniem gekozen tot paus. Tijdens zijn vijfjarige pausschap laaide een grote machtsstrijd op tussen de Franken en het Heilige Roomse Rijk. De Paus koos daarbij de kant van de Frankische koning Arnulf van Karinthië, waarmee hij zich automatisch tegen Guido III van Spoleto, de Keizer van het Heilige Roomse Rijk, keerde. Hier ligt de kiem voor het conflict tussen de paus Formosus en de latere paus Stefanus VI. Toen Stefanus VI in 896 paus werd wilde hij zijn trouw bewijzen aan de familie die hun macht had gebruikt om hem het pausschap te bezorgen, de Spoleto familie. Een manier om zijn dankbaarheid en trouw te tonen is de naam en reputatie van één van de grote vijanden van deze familie, voormalig paus Formosus, te beschadigen. Gevolg hiervan is het bizarre proces dat nu bekend staat als het kadaver proces.

Het kadaversynode in beeld. Rechts de overleden paus Formosus, in het midden de rechter en links de aanklager, paus Stefanus VI.

De uitkomst van het proces.

In dit schijnproces kon er maar één vonnis zijn. Formosus’ officiële daden als paus werden tijdens de kadaversynode ongeldig verklaard. De drie vingers van zijn rechterhand waarmee hij wijdingen had verricht, werden afgehakt. Zijn lichaam werd opnieuw begraven, vervolgens nogmaals opgegraven en in de rivier de Tiber gegooid. Een kluizenaar haalde het daaruit en begroef het weer. Stefanus’ opvolger paus Theodorus II groef het lichaam weer opnieuw op en liet het bijzetten in de Sint-Pieterskerk.

Thermen Caracalla, een door veel toeristen vergeten schoonheid.

In het oude centrum van Rome, een klein stukje wandelen vanaf het Colosseum en circus Maximus, zijn de ruïnes te zien van een enorm bouwwerk. De gemiddelde bezoeker van Rome heeft hier weinig aandacht voor. Er is immers zoveel te zien in de ‘eeuwige stad’. Toch is de geschiedenis van dit bouwwerk zeer interessant. Het is een plek die in iedere andere stad dé toeristische trekpleister zou zijn. Daarom staan we in dit artikel stil bij de thermen van Caracalla.

Keizer Caracalla.

In 211 werd Caracalla, bijnaam voor Marcus Aurelius Severus Antoninus, keizer van het machtige Romeinse Rijk. In 197 werd hij door zijn vader, keizer Severus, op tienjarige leeftijd al tot mede-keizer benoemd. Het hele jonge leven van Caracalla stond in het teken van het opvolgen van zijn vader. Na de dood van zijn vader greep Caracalla de macht als alleenheerser. Om zijn machtspositie te versterken en een interne machtsstrijd te voorkomen liet hij zijn jongere broer, Geta, en alle aanhangers van zijn broer vermoorden.

Caracalla was net als zijn vader een soldatenkeizer. Hij had oog voor de positie van de Romeinse soldaten en verhoogde hun soldij. Hierdoor was hij mateloos populair onder deze soldaten. Deze populariteit gebruikte Caracalla om verschillende militaire operaties op touw te zetten. Zo voerde hij oorlogen tegen de Alemannen in het noorden en de Parthen (Perzen) in het oosten. Naast de oorlogen en de bouw van de thermen liet Caracalla ook op bestuurlijk vlak een duidelijke voetafdruk achter. Zo gaf hij middels een nieuwe wet bijna alle vrije Romeinse mannen burgerrechten.

Door zijn wrede en meedogenloze houding ten opzichte van iedereen die zijn machtspositie bedreigde, werd hij door leden van de senaat gevreesd en gehaat. Romeinse geschiedschrijvers beoordelen Caracalla zeer negatief. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in 217, tijdens de voorbereiding op een oorlog tegen de Parthen, door tegenstanders werd vermoord. Hiermee kwam er na zes jaar een einde aan het bewind van Caracalla en daarmee ook aan Severische dynastie.

De bouw en het gebruik van de thermen.

De thermen van Nero hebben de standaard gezet voor keizerlijke thermen. Deze standaard werd bijvoorbeeld gekenmerkt door het symmetrische grondplan van de thermen. Deze standaard is ook toegepast bij de Thermen van Trajanus (Thermae Traiani). Tijdens de regering van Trajanus en Hadrianus (tussen ongeveer 100 en 138) zijn de meeste badhuizen gebouwd. In deze periode was het Romeinse Rijk op zijn grootst en zeer welvarend. De thermen van Caracalla waren na de thermen van Trajanus de eerst volgende keizerlijke thermen. Het waren echter wel de grootste thermen tot dan toe gebouwd. Met 11 hectare en plaats voor ruim 2500 bezoekers moet het in die tijd een indrukwekkende plek zijn geweest. Het complex werd in 216 of 217 geopend. De bouw hiervan begon onder het bewind van Severus. Zijn zoon Caracalla voltooide dit. Bijzonder detail hierbij is dat de bouw begon in het jaar waarin Severus overleed (211) en de opening plaatsvond in het jaar waarin Caracalla vermoord werd (217).

De thermen zijn gebouwd met rood baksteen en rijkelijk versierd met prachtige fresco’s en mozaïeken. Zeker twee derde van de vloer was bedekt met vloermozaïeken. Een goed voorbeeld hiervan is een gekleurde atletenmozaïek. Deze wordt tentoongesteld in de Vaticaanse musea. Behalve Fresco’s en mozaïeken werden de thermen van Caracalla ook opgesierd met vele sculpturen.

Een fragment van het atleten mozaïek.

Net als in alle Romeinse badhuizen waren de drie voornaamste ruimtes in het complex het frigidarium (met een koud bad), het tepidarium (met verwarmde vloer en muren) en het caldarium (met warmwaterbaden). Nieuw in dit thermencomplex, en typisch voor de late keizertijd, was dat deze ruimtes werden geflankeerd door een soort ‘fitnessruimtes’ (palaestra), plekken waar men aan sport, gymnastiek en krachttraining kon doen en massages kon geven. En dat was nog niet alles: in het reusachtige complex kon je ook bibliotheken, ontmoetingszalen, feestzalen en uitgestrekte groene tuinen vinden.

Een groot badhuis zoals de thermen van Caracalla heeft veel water nodig. Het complex had om deze reden zijn eigen wateraanvoer via het aquaduct aqua Maricia. Dit aquaduct bevindt zich aan de zijkant van de thermen. Toen het aquaduct vernield werd, konden de thermen van Caracalla, na ongeveer 300 jaar, niet meer gebruikt worden. Daardoor raakte deze in verval.

De reconstructie van het interieur van het badhuis.
Een maquette van de thermen van Caracalla.
Luchtfoto van de thermen zoals ze nu te zien zijn.

De thermen nu.

De thermen van Caracalla, ooit zo modern en prachtig versiert, liggen er nu wat verloren en verlaten bij. In de zomermaanden worden er in het schilderachtig decor van de ruïnes regelmatig opera’s opgevoerd. De thermen komen dan weer heel even tot leven. Het is ook mogelijk het complex te bezoeken als u in Rome bent. Zeer de moeite waard tijd te besteden in deze parel van Romeinse cultuur en bouwkunst.

Ira Hayes: het verhaal van een ongelukkig icoon.

Iwo Jima, 23 februari 1945

Het is één van de meest iconische foto’s van de tweede wereldoorlog. Zes Amerikaanse mariniers hijsen de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi in Japan aan het einde van de slag om het eiland Iwo Jima. Een symbool van heldendom, moed en opoffering. Voorpaginanieuws in alle Amerikaanse kranten en tijdschriften. Veelvuldig afgebeeld in geschiedenisboeken in de westerse wereld waaronder Nederland. In brons gegoten als officieel mariniersmonument in Washington D.C. Maar hoe verging het de mannen op de foto eigenlijk na dit fotomoment? En hoe verging het specifiek de enige ‘native American’ ofwel Indiaan op deze foto? Dit is het verhaal van de Amerikaanse held Ira Hayes. Held in de tweede wereldoorlog maar tegelijk Indiaan in een land waarin discriminatie en uitsluiting normaal zijn.

De mariniers van Iwo Jima.

Op 19 februari 1945 gaan ruim 70.000 Amerikaanse mariniers aan land op het Japanse eiland Iwo Jima als onderdeel van de ‘Island hopping’ strategie om de Japanners te verslaan. Er wacht hen een eiland vol bunkers, ondergrondse gangenstelsels en grotten waar de Japanners zich hebben ingegraven. Zich overgeven is geen optie voor deze 21.000 Japanse militairen op Iwo Jima. De hoogste berg van het eiland, berg Suribachi, 166 meter hoog, is van groot strategisch belang en moet verovert worden. Om ongeveer half 11 in de ochtend van 23 februari 1945 veroveren de Amerikanen de berg. Het hele eiland is vijf weken later onder Amerikaanse controle ten koste van ruim 7000 Amerikaanse doden en ongeveer 25.000 gewonden.

Het hijsen van de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi.

Om de verovering van de berg te vieren en duidelijk te maken dat Suribachi onder Amerikaanse controle was, werd een Amerikaanse vlag op deze plek gehesen. Hieronder is het plaatsen en hijsen van de eerste vlag te zien. Deze foto is echter minder bekend en iconisch als de foto die gemaakt werd van de tweede vlag. Deze tweede vlag is kort na de eerste neergezet omdat men de eerste vlag te klein vond. Ook was het publicitair een goede actie de heldenmoed en het patriotisme van de Amerikaanse mariniers in vele foto en filmbeelden vast te leggen. Dit kon alleen als het vlagmoment een keer over werd gedaan.

Het plaatsen van de eerste vlag op Iwo Jima

Op de iconische foto van het hijsen van de tweede vlag staan zes mariniers. Dit zijn Harold Schultz, Michael Strank, Franklin Sousley, Rene Gagnon,, Harlon Block en Ira Hayes. Alleen Hayes, Gagnon en Schultz overleefden de strijd op Iwo Jima.  Strank en Block overleden zes dagen na het plaatsen van de vlag. Sousley op 21 maart, vijf dagen voor het einde van de strijd op Iwo Jima.

Zonder de andere mannen tekort te willen doen is marinier Ira Hayes de meest interessante persoon van deze groep. Hayes was een, op het moment van het hijsen van de vlag, 22-jarige Indiaan ofwel Native American van de Pima stam afkomstig uit Arizona. Hoe verloopt het leven van een Indiaan die van het ene op het andere moment een Amerikaanse held is met alle roem, druk en verwachtingen die daarbij horen? Hoe moet het zijn geweest om het heldendom te voelen maar tegelijk te leven in een tijd vol discriminatie en racisme? En hoe reageert familie en de rest van zijn stam op de nieuwe status van één van hen? Interessante vragen die het uitzoeken waar zijn.

Het leven van Ira Hayes voor en na het plaatsen van de vlag op Iwo Jima.

Ira Hayes bij zijn indiensttreding in 1942, 19 jaar oud.

Op 27 maart, na de slag om Iwo Jima, vertrekt de eenheid van Ira Hayes richting Hawaii om hier bij te komen van de gevechten. Hij blijft hier trainen tot half april. Dan moet Ira zich in Washington D.C. melden samen met de twee andere mannen die de vlag hebben gehesen en de gevechten hebben overleefd. Op 20 april ontmoeten de mannen president Truman in het witte huis. Vanaf daar vliegen de mannen door de VS op een zogenaamde ‘bond-tour’. Een rondreis door de VS om bij Amerikaanse burgers geld in te zamelen voor het leger. Deze reis eindigt eind mei 1945. In juni werd Hayes gepromoveerd van soldaat eerste klasse naar korporaal. Van 22 september t/m 26 oktober maakte Ira Hayes onderdeel uit van de Amerikaanse bezettingsmacht in Japan. Hierna volgende een eervol ontslag.

Hayes stond voor de oorlog bekend als een slimme en teruggetrokken jongen. Hij sprak zeer goed Engels en werd, vooral door zijn moeder, aangespoord zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Klasgenoten omschrijven hem als een jongen die alleen spreekt als er tegen hem gesproken werd.

Een pijnlijke gebeurtenis in het leven van de familie van Ira Hayes en andere leden van de Pima stam vind plaats in 1932. Op deze dag worden stamleden uit hun huis gezet door de blanke bestuurders. Ze verliezen niet alleen hun huis maar ook de grond en gewassen die hierbij horen. Deze gebeurtenis is een teken van de status die native Americans op dat moment hebben.

Als Hayes in 1942, uit verantwoordelijkheidsgevoel om zijn land te dienen na de aanval van Japan op Pearl Harbor, in dienst gaat, blijkt hij naast verstand ook veel talent op militair vlak te hebben. De keuze om als Indiaan te gaan dienen in het Amerikaanse leger is, zeker met oog op wat de Indianen en ook de stam en familie van Hayes door de Amerikaanse staat is aangedaan, een bijzondere te noemen. Ira Hayes kiest echter bewust en voelt het als zijn plicht iets te doen. Hij heeft tijdens de trainingen veel discipline en toont zich een uitstekend militair. Hij meldt zich vrijwillig aan bij de zogenaamde ‘para-marine’, de elitetraining om parachutist te worden binnen het korps mariniers. Ook onder zijn mede-mariniers, blank en zwart, is Hayes een bijzondere maar ook bijzonder populair. Al snel krijgt hij de bijnaam ‘Chief falling cloud’. 11 maanden na het afronden van zijn training zet Ira Hayes voet aan land op het Japanse eiland Iwo Jima met alle gevolgen die dit uiteindelijk met zich mee zal brengen.

Na de oorlog probeerde Ira Hayes een normaal leven op te bouwen. Dit is door zijn bekendheid en heldenstatus echter heel erg moeilijk. Dagelijks krijgt hij honderden brieven uit het hele land waarin mensen hun waardering uitspreken, hem prijzen maar ook brieven met verzoeken, uitnodigingen en vragen. Daarnaast worden Hayes en de twee andere overlevende mannen van de beroemde foto door de Amerikaanse overheid als levende reclameborden ingezet om geld op te halen. Ze bezoeken in twee jaar meer dan 32 steden. Het is geen keuze voor Ira Hayes, hij voelt dit als een plicht. Hayes verandert van een rustige normale jongen in een toeristische trekpleister. Ook zijn thuisgebied, het reservaat van zijn Indianenstam, verandert in een bedevaartsoord. Vele duizenden bewonderaars stromen het gebied van de Pima stam binnen op zoek naar Ira Hayes. Dit heeft grote impact, niet alleen op het privéleven van Hayes maar ook op de rust van zijn familie en stam.

Naast de impact op zijn eigen privéleven, zijn familie en zijn stam heeft het nieuwe leven van Hayes ook grote metalen gevolgen. Na de tweede wereldoorlog is er geen aandacht voor het begeleiden van militairen die, net als hem, vreselijke dingen hadden gezien en meegemaakt. De psychische gevolgen van oorlog worden volledig genegeerd. Tijd voor enige verwerking heeft Ira Hayes niet. Hij voelt een enorm schuldgevoel. Een schuldgevoel over het feit dat velen de slag om Iwo Jima niet hebben overleefd en dat hij als een soort mascotte overal als held aanwezig is. Slechts 27 van de 250 mannen uit de company van Ira Hayes overleven de gevechten op Iwo Jima zonder verwondingen. Uit het peloton van Hayes overleven zeven van de 45 het geweld. Hayes is niet de persoon om zichzelf als held te zien en niet de persoon om te genieten van alle complimenten en aandacht. Hoe kun je genieten van alle feesten en mensen die jou als held zien als zoveel ouders huilen om hun omgekomen zoon? Toch moet hij dit nieuwe leven, deze sterrenstatus, ondergaan. Naarmate de tijd vordert krijgt hij hier steeds meer moeite mee. Het schuldgevoel neemt toe, begeleiding is er niet. Hayes voelt zich alleen en verraden door het land wat hij diende en nog steeds dient.

Hayes wijst zichzelf aan op de beroemde foto (1945)
Ira Hayes in 1947 op bezoek bij de burgemeester van Los Angeles

Filmrol 1949.

Ondanks de druk en stress die het nieuwe leven hem opleveren kiest Ira Hayes ervoor om in 1949 mee te spelen in een oorlogsfilm (Sands of Iwo Jima). Hij speelt zichzelf in deze film waar ook John Wayne een grote rol in speelt. Deze film, hoewel een erkenning van zijn heldenrol tijdens de tweede wereldoorlog, levert hem nog meer aandacht op. Waarom hij, ondanks het feit dat hij worstelt met deze status en aandacht, kiest mee te spelen in de film is niet duidelijk.

De teloorgang van een held tegen wil en dank.

Na 1949 gaat het snel slechter met Hayes. Hij is niet in staat voor langere tijd een baan te houden. Om zijn psychische pijn te verzachten gaat hij veel drinken. Dit heeft tot gevolg dat hij regelmatig met politie en justitie in aanraking komt en tientallen keren in de cel terecht komt. De grote oorlogsheld die nooit held wilde zijn verandert in een rondzwervende alcoholverslaafde.

Op 24 januari 1955 vindt men Ira Hayes dood op een stoep in de buurt van zijn huis in Arizona. Slechts 32 jaar oud en minder dan 10 jaar nadat hij de vlag op Iwo Jima plaatste. Hayes wordt met volledige militaire eer begraven op de nationale begraafplaats Arlington vlakbij Washington D.C.

Het eerbetoon van Johnny Cash.

The ballad of Ira Hayes, geschreven door Peter La Farge, komt in 1964 op het album van de populaire country-zanger Johnny Cash te staan. In dit lied bezingt hij kort het leven en het trieste einde van Hayes. Hieronder de tekst.

Ira Hayes
Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Gather ’round me people
There’s a story I would tell
‘Bout a brave young Indian
You should remember well
From the land of the Pima Indian
A proud and noble band
Who farmed the Phoenix Valley
In Arizona land
Down the ditches a thousand years
The waters grew Ira’s peoples’ crops
‘Til the white man stole their water rights
And the sparkling water stopped
Now, Ira’s folks were hungry
And their land grew crops of weeds
When war came, Ira volunteered
And forgot the white man’s greed
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
There they battled up Iwo Jima hill
Two hundred and fifty men
But only twenty-seven lived
To walk back down again
And when the fight was over
And Old Glory raised
Among the men who held it high
Was the Indian, Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Ira Hayes returned a hero
Celebrated through the land
He was wined and speeched and honored
Everybody shook his hand
But he was just a Pima Indian
No water, no home, no chance
At home nobody cared what Ira’d done
And when did the Indians dance
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Then Ira started drinking hard
Jail was often his home
They let him raise the flag and lower it
Like you’d throw a dog a bone
He died drunk early one morning
Alone in the land he fought to save
Two inches of water and a lonely ditch
Was a grave for Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Yeah, call him drunken Ira Hayes
But his land is just as dry
And his ghost is lying thirsty
In the ditch where Ira died
 

Death, be not proud (Holy Sonnet 10), door John Donne.

Een duiding van dit gedicht.

Het gedicht verscheen voor het eerst als “Holy Sonnet X” in een verzameling van negentien sonnetten van John Donne (1572-1631). Later werd het beter bekend als “Death, be not proud”, de eerste vier woorden van het gedicht. Het gedicht werd geschreven tussen 1601 en 1610 en postuum gepubliceerd in 1633. In de periode dat dit gedicht ontstond, werd John Donne getroffen door een ernstige ziekte, hoogstwaarschijnlijk tyfus, die hem dicht bij de dood bracht. De vergankelijkheid van de mensheid werd hem duidelijk gemaakt in deze periode en dat is terug te vinden in veel van zijn gedichten.

In “Death Be Not Proud” probeert Donne de vrees voor de dood weg te redeneren. Hij was bang om te overlijden aan zijn ziekte en dit gedicht hielp hem zijn angst weg te nemen. De vergankelijkheid en de vluchtigheid van het mensenleven en de onvermijdelijke dood zijn belangrijke thema’s in dit gedicht.  

John Donne probeert in het gedicht te vechten tegen zijn angstgevoel door de dood en deze, op dat moment wellicht naderende dood, minder aanzien en zwaarte te geven. De dood mag wel denken dat hij de meeste macht bezit, maar eigenlijk is dat volgens Donne maar schijn.

Death, be not proud, though some have called thee

Dood, wees niet trots, ook al zijn er die je

Mighty and dreadful, for thou art not so;

Machtig en angstaanjagend noemen, want dat ben je niet;

De spreker praat hier tegen de dood. Hij zegt tegen de dood dat hij niet te trots moet zijn op zijn macht. De dood heeft geen macht, want dood betekent volgens hem niet het einde.

For those whom thou think’st thou dost overthrow

Want zij die je denkt te hebben ten val gebracht

Die not, poor death, nor yet canst thou kill me.

Zij sterven niet, arme dood, noch kan jij mij doden.

From rest and sleep, which but thy pictures be,

Als van rust en slaap, die slechts jouw afbeeldingen zijn,

Thou art slave to fate, chance, kings, and desperate men,

Jij bent de slaaf van het lot, toeval, koningen en van de radelozen,

And dost with poison, war, and sickness dwell,

Jij bent waar gif, en oorlog, en ziekte zijn,

De dood brengt slechts rust en slaap. Op zichzelf is de dood helemaal niet sterk, want hij is afhankelijk, zoals een slaaf, van allerlei andere krachten: van het lot, toeval, koningen, en wanhopige mannen die in de dood wegvluchten. De dood heeft daar zelf geen controle over.

And poppy or charms can make us sleepe as well

Papaver en betovering doen ons evengoed slapen

And better than thy stroke; why swell’st thou then?

Beter nog dan jouw aanraking; waarom dan snoef je zo?

One short sleep past, we wake eternally,

Een korte slaap slechts, en we worden voor eeuwig wakker,

And death shall be no more; Death, thou shalt die.

En de dood zal er niet meer zijn; Dood, Gij zult sterven.

Een andere visie op de dood.

Donne legt uit dat slaap eigenlijk een vorm van dood is en omdat slaap aangenaam is, zal de dood dat zelfs nog in grotere mate zijn. Zelfs als de dood een fijne slaap brengt, zijn er andere middelen, de spreker noemt hier drugs, die nog beter kunnen zorgen voor rust en voldoening en dus daarin de dood kunnen overtreffen.

Ten slotte voorspelt de spreker het einde van de dood zelf, met de uitspraak: “Dood, Gij zult sterven.” De dood zal er niet meer zijn, aangezien de dood het eeuwige leven met zich meebrengt. Dus, dood, wees maar niet te trots op wat je bent, wij hoeven je niet te vrezen.

John Donne 1572- 1631

De roerige verhouding tussen de Ieren en de Engelsen

De Shamrock; het Ierse klavertje drie, nationaal symbool

De Tudor-dynastie is om verschillende redenen vrij bekend bij veel mensen. Natuurlijk kennen de meeste mensen het schrikbewind van Hendrik de VIII, die met zijn scala aan huwelijken een spoor van vernielingen achterliet, en de Engelse schatkist vanwege de vele oorlogen die hij voerde, en de geldverslindende hofhouding en toernooien die hij er op na hield zwaar uitputte. Maar Hendrik VIII stichtte daarnaast ook de Anglicaanse kerk, waaruit de protestantse variant van de Engelse kerk zou ontstaan.

Overeind gebleven in, en als winnaars uit de strijd gekomen na de rozenoorlog tussen het huis Lancaster en het huis York (1455-1485), legde de dynastie het fundament voor de latere (uit)bouw van het Britse wereldrijk. De Tudors zijn echter ook verantwoordelijk voor het ontstaan van het langstlopende conflict op de Britse eilanden, die tussen de protestanten en katholieken. De geschiedenis daaromtrent is even complex als interessant.

Hier werd de reformatie van bovenaf opgelegd en kwam niet, zoals elders in Europa, op uit een volksbeweging. De Tudors zorgden voor een kolonisatiepolitiek in Ierland, het eiland dat door de Engelse overheerser al sinds de 12e eeuw gedomineerd werd. Hendrik VIII wist de Ierse adel aan zich te onderwerpen en de Anglicaanse leer werd tot staatsgodsdienst verheven in Ierland. De katholieke missen werden later verboden en diegenen die het waagden deze toch bij te wonen, moesten het bekopen met gebiedsonteigening waarbij het gebied vervolgens over ging naar Engelsgezinde protestanten. Het opstandige katholieke Ierland, moest door toedoen van deze politiek onder de duim gehouden worden. Groot voordeel was dat dit een redelijk goedkope oplossing leek voor de Engelsen.

Hendrik VIII, naar een portret door Hans Holbein ca. 1540 (van: EnglishHistory.net)

De Ieren bleven echter weerstand bieden tegen de Engelse overheersing, met name buiten het gebied dat “The Pale” wordt genoemd; het gebied rondom de huidige hoofdstad Dublin. Dit gebied was in handen van de Engelse koning als leenheer. Onder Elizabeth I van Engeland werden katholieken zwaar vervolgd wat als oorzaak ook had dat zij in strijd was met zowel de paus, als het katholieke Spanje van Filips II. Hier, aan het einde van de middeleeuwen, ligt de basis voor het conflict tussen katholieken en protestanten in dit gebied dat onder de invloedssfeer van de Engelse kroon viel. En Ierland was en is al sinds de 5e eeuw overwegend katholiek.

In 1641 kwamen de Ieren massaal in opstand en ongeveer 12.000 Engelse kolonisten werden hierbij gedood. De wraak van de Engelsen liet niet lang zich op zich wachten, toen Oliver Cromwell een strafexpeditie zond om de gedode protestanten te wreken en de Ierse slachtoffers hun gebied wederom te onteigenen. Dit ging zo ook met regelmaat door in de daaropvolgende eeuwen. Verder zorgden een aantal wetten er voor, zoals de Test Act bijvoorbeeld, dat katholieken geen ambten mochten vervullen, onderwijs mochten genieten, of land konden bezitten. The Act of Union zorgde er in 1800 voor dat Ierland officieel werd ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk.

Situatie Dublin vóór de paasopstand 1916 (van: National Library of Ireland)
Dezelfde plek na de paasopstand, 1916 (van: National Library of Ireland)

In de 19e eeuw leefden de arme Ierse pachtboeren een erbarmelijk bestaan. Hun landheren kenden ze eigenlijk niet, maar ze konden zichzelf amper bedruipen en in leven houden dankzij de aardappelen die ze konden verbouwen. Toen in 1845 en de daaropvolgende jaren telkens de aardappeloogsten mislukten wegens een aardappelziekte, betekende dat een gewisse dood voor bijna een miljoen Ieren. Gevolg hiervan was ook dat de voedselprijzen enorm stegen, daar de oogsten elders in Europa ook waren mislukt. Daarnaast bleven de landheren ondertussen goed voor zichzelf zorgen, veilig zetelend in Engeland of in de grote stad. De Ieren werden aan hun lot overgelaten. Ter illustratie; in 1840 telde de Ierse bevolking ca. 8 miljoen mensen, terwijl er dit direct of indirect als gevolg van deze misoogsten rond 1900 nog maar 3.5 miljoen waren. Velen van hen emigreerden naar Amerika, in de hoop op een beter leven aldaar. Naar schatting 2 miljoen Ieren zochten in de loop van de 19e eeuw hun heil overzees. De overtocht was zeker een hoog risico. Je ging niet voor je lol aan boord, als je het je al kon veroorloven. Ziekten eisten een hoge tol, eenmaal aan boord. De haaien zwommen achter de schepen vol emigranten aan naar verluidt, omdat er zoveel doden aan boord vielen waarop de lijken overboord gegooid werden. De meeste Ieren vonden hun plek aan de Oostkust van de Verenigde Staten; wie op 17 maart in Boston vertoefd zal hier alles van merken.

Ierse immigranten arriveren op Ellis Island, NY, jaartal onbekend

De massale exodus van Ieren naar landen overzee had overigens wel verrregaande politieke consequenties voor Ierland. De achtergeblevenen zouden zich in 1922 onafhankelijk verklaren; te lang waren ze niet gehoord door de Engelse regering. Het noordelijk deel bleef onder Brits bewind en vormde geen onderdeel van de Republiek Ierland, maar werd Noord-Ierland. Aan het begin van de 20e eeuw groeide het nationalisme onder de Ieren, die de aanpak van de Ierse politiek niet afdoende vonden, en zich meer gehoord voelden binnen de meer radicale aanpak van Sinn Fein; die oorspronkelijk voor een dubbelmonarchie naar Oostenrijk-Hongaars model pleitte maar al snel werd overgenomen door republikeins nationalisten en hiermee een Al in 1916 vond er een grote opstand uit tijdens de paasweek van dat jaar. De opstand werd in de kiem gesmoord, maar de toon was gezet voor de weg naar oorlog met de Engelsen.

Engelse paramilitaire vrijwilligers op patrouille 1922

In ons volgende blog gaan we dieper in op de ontstaansgeschiedenis van de IRA, de strubbelingen tussen de IRA en haar politieke tak, Sin Feinn en de interne verdeeldheid onder de Ieren. Sinn Fein heeft altijd gestreefd naar een verenigd Ierland. Dit streven is echter omfloerst met een zeer pijnlijk verleden waarin we dus in ons volgende blog over dit onderwerp verder inzoomen.

The Wall – de pijn van de Vietnamoorlog.

De Vietnamoorlog (1955-1975) was een oorlog tussen het op de Verenigde Staten georiënteerde Zuid-Vietnam en het op de Sovjet-Unie en China georiënteerde Noord-Vietnam. Deze oorlog was de eerste die dagelijks, veelal live, op Amerikaanse televisie en radio te volgen was. Dit en de enorme gewelddadigheid van de oorlog zorgde voor een tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Grote groepen Amerikanen protesteerden fel tegen de oorlog en een grote groep Amerikaanse jongens werd als dienstplichtig militair uitgezonden naar een jungleoorlog. Jongens van net achttien kwamen terecht in een hel waar ze vooraf geen idee van hadden. Een hele generatie Amerikaanse jongens, mannen en hun families heeft tot op de dag van vandaag trauma’s door deze oorlog. We hebben het dan nog niet eens gehad over de trauma’s en het verdriet bij de Vietnamese bevolking.

Amerikaanse militairen in Vietnam.

Bruce Springsteen.

Bruce Springsteen, Amerikaanse zanger geboren in 1949 die zijn doorbraak had in 1975, is van deze generatie. Hoewel zelf nooit in Vietnam gediend, voelt ook hij de pijn van deze oorlog. In veel van zijn songteksten speelt de Vietnamoorlog een prominente rol. Zo ook in één van zijn meest aangrijpende nummers; “The Wall”, geschreven in 1998. In dit nummer, geschreven voor twee vrienden die Springsteen in 1965 en 1968 verloor in Vietnam, vertelt hij over dit verlies en zijn bezoek aan het Vietnammonument in Washington. Dit monument, een eindeloze zwarte muur, bevat alle namen van de omgekomen Amerikaanse militairen. De songtekst geeft op een bijzondere manier inzicht in het verdriet van Springsteen zelf en staat symbool voor de pijn van een generatie.

Bruce Springsteen in 2012.

The Wall – Bruce Springsteen.


Cigarettes and a bottle of beer, this poem that I wrote for you
This black stone and these hard tears are all I got left now of you
I remember you in your Marine uniform laughing, laughing at your ship out party
I read Robert McNamara says he’s sorry

Your high boots and striped t-shirt, ah, Billy you looked so bad
Yeah you and your rock and roll band, you were the best thing this shit town ever had
Now the men that put you here eat with their families in rich dining halls
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

Well I’m sorry I missed you last year, I couldn’t find no one to drive me
If your eyes could cut through that black stone, tell me would they recognize me
For the living time it must be served as the day goes on
Cigarettes and a bottle of beer, skin on black stone

On the ground dog tags and wreaths of flowers, with the ribbons red as the blood
Red as the blood you spilled in the Central Highlands mud
Limousines rush down Pennsylvania Avenue, rustling the leaves as they fall
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

The Wall, het Vietnammonument in Washington.

Jackie Kennedy: Beauty and Brains.

Wie denkt aan Jackie Kennedy, denkt ongetwijfeld aan kokette jurkjes, mantelpakjes met hoedjes en oversized zonnebrillen. Jackie was een stijlicoon, maar als First Lady was ze meer dan alleen het mooie plaatje.

JFK en Jackie Kennedy

Een leven vol hoogte en dieptepunten.

Jackie heeft het niet gemakkelijk gehad. Als vrouw van president John F. Kennedy heeft ze naast hoogtepunten ook heel wat dieptepunten gekend. De avontuurtjes van haar man hebben haar bijvoorbeeld in lastige posities gebracht. Ze heeft hem meerdere malen betrapt met andere vrouwen. Alhoewel ze het niet zomaar liet gebeuren en hem confronteerde met zijn buitenechtelijke escapades, is ze altijd bij hem gebleven en stond ze aan zijn zijde in voor- en tegenspoed.

Ze vervulde de rol van de actieve presidentsvrouw met verve tijdens de verkiezingscampagne. Hoewel over het algemeen wordt gedacht dat ze weinig interesse had in politiek speelde ze een belangrijke rol op het gebied van ‘stille diplomatie’. Ze zette zich in voor verschillende goede doelen en schitterde tijdens staatsbezoeken. Ze genoot van aandacht, maar was ook in staat haar mannetje te staan tijdens bezoeken in het buitenland en in formele bijeenkomsten. Ze was welbespraakt, wat haar onder andere goed van pas kwam in de vele interviews waarin ze verscheen. Jackie maakte meer internationale reisjes dan elke andere First Lady. Ze vergezelde haar man, maar ging ook vaak alleen. Ze onderhield contacten met wereldleiders, waaronder de Franse Charles de Gaulle, de Indiase Jawaharlal Nehru, de Pakistaanse Ayub Kahn en de Engelse Harold McMillan.  Ze sprak meerdere vreemde talen vloeiend, waaronder Spaans, Italiaans en Frans. Dit droeg bij aan haar wereldwijde populariteit. Ze was zeer sociaal en wist mensen goed in te schatten. Een duidelijk voorbeeld van haar sterke sociale vaardigheden is te zien tijdens het bezoek van Jack en Jackie aan Nikita Chroesjtsjov in Wenen. De communistische leider werd gevraagd de president een hand te geven voor de officiële persfoto, maar hij wilde liever eerst een hand van Jackie.

De brains van Jackie.

Jackie was een intelligente dame en had binnenshuis een duidelijke vinger in de pap. Ze stond haar man graag bij met raad en daad. Omdat ze geïnteresseerd was in literatuur, voorzag ze hem van literaire weetjes en quotes waar hij vervolgens dankbaar gebruik van maakte in zijn speeches en publieke optredens. Ze had niet alleen literair een brede interesse, maar ze had ook oog voor kunst en cultuur. Zo hield ze zich bijvoorbeeld bezig met het restaureren, opnieuw decoreren en aankleden van verschillende ruimtes in het Witte huis, waarbij de nadruk lag op het behouden en herstellen van de historische elementen. Mede door de inzet van Jackie werd er een wet aangenomen waarin historische stukken, die aan het Witte Huis waren gedoneerd, werden behouden en beschermd. Dit restauratie project werd voornamelijk privé gefinancierd en daarmee was ze de drijvende kracht achter de White House Historical Association. Ze richtte een comité op om dit restauratieproces te financieren en organiseerde rondleidingen door het Witte Huis. Jackie was mede verantwoordelijk voor het invoeren van de Smithsonian Institution,  een wet die vastlegde dat vertrekkende presidenten meubels en pronkstukken uit het Witte Huis niet konden toe-eigenen en meenemen. Niet alleen literatuur en kunst hielden haar bezig, ook op cultureel vlak was ze actief.  Zo organiseerde ze veel sociale evenementen rondom het Witte Huis waarbij ze bijvoorbeeld muzikanten, dichters, schrijvers en wetenschappers in combinatie met politici en diplomaten uitnodigde. Jackie was begaan met het behoud van het culturele erfgoed van de Verenigde Staten en zette zich in tegen het slopen van bijzondere historische gebouwen, waaronder enkele historische huizen op Lafayette Square in Washington en ze steunde de renovatie van het station Grand Central Terminal in New York.  

De drama’s in het leven.

In haar persoonlijke leven lag er veel druk op haar schouders. Ze had enorme zorgen aan haar hoofd en kreeg enorme verliezen te verwerken. Twee van haar vier kinderen overleden veel te vroeg. Arabella werd op 23 augustus 1956 levenloos geboren en hun zoontje Patrick, geboren op 7 augustus 1963, overleed na twee dagen aan de complicaties van onvolgroeide longen.  Het moet een enorm zware periode voor haar zijn geweest, maar haar publieke rol bleef ze ondanks dit alles vervullen. Op 22 november 1963 sloeg het noodlot toe. Jackie en John waren op bezoek in Dallas, als onderdeel van een publieksreis door Texas, en reden in een open limousine door de stad. Kennedy werd dodelijk gewond door geweerschoten toen ze over Dealey Plaza reden. Haar wereldberoemde roze pakje was besmeurd met bloedvlekken. De wereld verkeerde in shock.

John F. Kennedy (links) en zijn vrouw in de limousine, kort voor de aanslag.

Een leven zonder John.

Jackie ontpopte zich in de daaropvolgende periode tot het samenbindende symbool van een rouwende natie. De weduwe leek sterk van buiten, maar was van binnen gebroken door dit onbeschrijflijk grote verlies. Jackie vond dat de zinloze daad die haar gezin was overkomen in sociale context geplaatst moest worden en greep het interview met Life Magazine met beide handen hiervoor aan. Ze overtuigde journalist Theodore White van haar visie op Jack Kennedy: een man met een heroïsche en idealistische kijk op de geschiedenis. In minder dan een uur schreven Jacky en Theodore samen het artikel For President Kennedy: An Epilogue. Jackie vertelde in het artikel over de musical Camelot en Jack’s fascinatie met deze musical. Ze had hem regelmatig een bandopname van de musical laten horen. Zijn favoriete stukje werd in het artikel door haar genoemd. “Don’t let it be forgot, That once there was a spot. For one brief shining moment that was known as Camelot”. Met dit artikel wilde Jackie duidelijk maken dat er nooit meer een Camelot zou zijn. “There’ll be great Presidents again- but there’ll never be another Camelot”.  Dankzij dit interview werd Camelot het symbool van de regering Kennedy en de mythe van Camelot was hiermee geboren.

In de periode die volgde probeerde Jackie sterk te zijn voor de buitenwereld, maar ze kampte met gedachten over zelfmoord. Haar kinderen en familie hielden haar echter op de been, met name Jack’s broer Robert F. Kennedy is een steun en toeverlaat in deze zware tijd. Langzaam maar zeker wist ze haar leven weer een beetje op te pakken en ze vertrok met de kinderen uit het Witte Huis. Ze kocht een luxe appartement op Fifth Avenue in New York, hopende op wat privacy en rust. Een jaar lang trad ze niet op in de openbaarheid en vocht ze tegen het enorme verdriet.

Weg uit de Verenigde Staten.

Wanneer Robert F. Kennedy, de broer van John, in 1968 ook wordt vermoord, besluit Jackie weg te gaan uit de Verenigde Staten. Ze had het gevoel dat de Kennedy familie een doelwit was en voelde zich niet langer veilig. Ze wilde haar kinderen beschermen voor eventuele aanslagen en eindigde in Griekenland waar ze in 1968 trouwde met scheepsmagnaat Aristoteles Onassis. Het huwelijk leek haar imago van rouwende weduwe een klein beetje aan te tasten, alhoewel het ook als symbool werd gezien van de moderne Amerikaanse vrouw die opkwam voor de veiligheid van haar gezin. Helaas hield het huwelijk geen stand, en toen de scheiding net was aangevraagd, overleed Onassis. Jackie was op haar 46e voor de tweede keer in haar leven weduwe. Weer een gigantische klap voor de jonge Jackie. Toch wist ze zich, na opnieuw een periode van rouw, te herpakken. Ze zocht afleiding in een van haar vroegere passies en pakte haar carrière in de uitgeverswereld weer op. Zo werkte ze al snel voor Viking Press en later bij Doublebay, waar ze een succesvol editor werd.

Het overlijden van Jackie.

In januari 1994 werd bij Jackie non- Hodgkin vastgesteld en een paar maanden later, 19 mei 1994, overleed ze aan de gevolgen van kanker. Na de begrafenisceremonie bij de St. Ignatius Roman Catholic Church werd ze begraven op het Arlington National Cemetery naast haar man John F. Kennedy en hun twee overleden kinderen.

Graf van Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis op het Arlington National Cemetery.

Concluderend..

Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis was een vrouw van de wereld, een moderne vrouw wiens leven vele hoogtepunten heeft gekend, maar misschien nog wel meer dieptepunten. Een stijlicoon, gevangen in het perfecte plaatje voor de buitenwereld, maar met een gebroken hart van binnen. Het bebloede roze mantelpakje zal bij ons allen in het geheugen gegrift zijn. Jackie was een krachtige vrouw wiens vechtlust, onafhankelijkheid en zelfstandigheid opmerkelijk te noemen is. Ondanks de vele tragische gebeurtenissen, tegenslagen en de enorme verliezen die ze heeft geleden, krabbelde ze bewonderingswaardig elke keer weer op. Haar familie steunde haar onvoorwaardelijk. Ze was intelligent en wist veel van de wereld. Haar algemene kennis en brede interesse, haar bijdrage aan de politiek en haar welbespraaktheid hebben ervoor gezorgd dat Jackie niet alleen als een stijlvolle beauty beschouwd mag worden, maar dat we haar ook als een vrouw met brains mogen zien.

Verraad op de Batavia.

Op 29 oktober 1628 vertrok één van de bekendste schepen uit de Nederlandse geschiedenis, het VOC-schip de Batavia, vanaf Texel uit naar Nederlands-Indië. De lading van de Batavia bestond uit twaalf kisten zilveren muntgeld en goud ter waarde van 260.000 gulden, luxe gebruiksgoederen, zilverwerk, wijnen, kaas, luxueuze kleding en een kistje met zeer kostbare juwelen.

Onder de opvarenden was de toen nog onbekende Jeronimus Cornelisz. Deze voormalig apotheker had de rang van onderkoopman en raakte tijdens de lange reis naar Java bevriend met de schipper van de Batavia, Ariaen Jacobsz. Hij en Jacobsz waren ontevreden over de leiding van de commandant van het schip, de koopman Francisco Pelsaert. Ze speelden met de gedachte om een muiterij uit te voeren.

Reconstructie van de Batavia.

Jeronimus Cornelisz volgens zoals afgebeeld in een recent stripboek

Schipbreuk.

Op 14 april 1629 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop om te foerageren. Na acht dagen vertrok het weer. In de vroege ochtend van 4 juni 1629, zeilde de Batavia op volle snelheid toen de verkenner de indruk had dat het schip in ondiep water kwam. Toen hij de schipper, Adriaen Jacobsz, waarschuwde besliste die om uiteindelijk niet de koers te wijzigen, omdat hij dacht dat het om een weerspiegeling van het maanlicht ging. Kort daarop strandde de Batavia op volle snelheid op Morning Reef in de Wallibigroep. Van de 322 opvarenden werden de meeste met de sloep naar het nabijgelegen Beacon Island verplaatst, 40 personen verdronken. Pogingen om het schip vlot te krijgen door een gedeelte van de lading te lossen faalden en in de opvolgende dagen werd het schip volledig uit elkaar geslagen door de golven. De ongeveer 280 overlevenden van het vastlopen van de Batavia zaten gevangen op een zeer klein eiland zonder beschutting, voorzieningen, voedsel en water.

Het Morning Reef en Beacon Island in de Indische ocean ten westen van Australië. De begraafplaats van de Batavia.

De muiterij begint.

Na zo veel mogelijk mensen veiliggesteld te hebben op Beacon Island, zeilden opperkoopman Pelsaert en schipper Jakobsz met een sloep naar het vasteland van Australië op zoek naar water en voedsel. Toen ze dat daar niet aantroffen besloten ze naar de hoofdstad van Nederlands-Indië, Batavia, te varen om hulp te halen. Met ongeveer 40 personen aan boord deed de sloep van slechts 9 meter er 33 dagen over om Batavia te bereiken. Tijdens de afwezigheid van de opperkoopman en schipper was onderkoopman Cornelisz één van de hoogsten in rang. Deze positie gebruikte hij om de macht af te dwingen en een waar schrikbewind op Beacon Island te beginnen. Door een groep gewapende soldaten naar een nabij gelegen eiland te sturen met de boodschap dat zij water en voedsel moesten zoeken, konden Cornelisz en een groepje mede-muiters in alle vrijheid hun gang gaan en mogelijke tegenstanders uit de weg ruimen. Dit deden ze nogal rigoureus. Van de ongeveer 200 reizigers die achterbleven op Beacon Island werden er zeker 120 vermoord door het groepje onder leiding van Cornelisz. Het doel van deze actie was waarschijnlijk het uiteindelijk kunnen kapen van een reddingsschip die zou komen om de schipbreukelingen van de Batavia te redden.

Na het vermoorden van een groot deel van de opvarenden was de volgende stap in het plan van Cornelisz om de groep soldaten die hij weg had gestuurd om voedsel en water te gaan halen, bij hun terugkomst ook te vermoorden. Op deze manier zouden hij en zijn groepje muiters de absolute macht op het eilandje hebben. Dit plan mislukte echter omdat het reddingsschip Saerdam eerder bij Beacon Island aankwam dan door Cornelisz gepland was. Ook was dit schip al op de hoogte gebracht van de moordpartij op het eiland. Door aanwezige soldaten op het reddingsschip kon de opstand op Beacon Island vrij snel en gemakkelijk worden beëindigd. Alle muiters werden ofwel ter plekke ofwel in de stad Batavia ter dood gebracht. Opmerkelijk is dat Jeronimus Cornelisz, de leider van het schrikbewind op de eilanden, zelf geen moorden had gepleegd. Zijn intelligentie, overtuigende praat en lage moraal waren voldoende om anderen daartoe te brengen. Voor zijn rol in de moordpartij werd hij echter wel ter dood gebracht middels ophanging.

Tekening van de slachtpartij op Beacon Island.


Mijn ontmoeting met Sir Winston.

Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak die premier Chamberlain had willen voorkomen, werd Winston Churchill benoemd tot minister van marine. Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940 als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Kort voor de slag om Engeland sprak hij de volgende legendarische woorden;

“We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.”

Churchill was de premier die Engeland door de tweede wereldoorlog leidde. Hoewel voor sommigen omstreden, is hij het symbool geworden van de onverzettelijkheid en de vechtersmentaliteit van Engeland. Een nationale held en ook internationaal zeer gewaardeerd en bewonderd.

Sinds jaren ben ik gefascineerd door deze Engelse oorlogspremier, Sir Winston Churchill. Een even markante als interessante man waarover de verhalen, zowel mythen als waarheden, talrijk zijn. Vorig jaar had ik de kans om dicht bij deze man te kunnen zijn. Een kans die ik niet kon laten lopen.

Winston Churchill in een karakteristieke pose. De V van Victory waren samen met zijn bolhoed en onafscheidelijke sigaar typisch Churchill.

De ontmoeting.

In de zomer van 2017 maakte ik een rondreis door het zuiden van Engeland. Deze reis leidde mij onder andere door het graafschap Oxfordshire. Ik wist dat me hier een bijzondere ontmoeting te wachten stond. Ik parkeerde mijn auto in de smalle heuvelachtige straatjes van het dorpje Bladon. Even daarvoor was ik langs een enorm landhuis gereden, Blemheim palace. Dit kasteelachtige huis is 300 jaar in de familie van de Churchills geweest en is het geboortehuis van Winston Churchill en veel van zijn voorouders. Het is een korte wandeling van de parkeerplaats naar de kleine dorpskerk, de Saint Martin’s Church, van Bladon. Terwijl ik langs de talrijke graven loop die rondom de kerk te vinden zijn, voel ik toch enige spanning. Een ontmoeting met iemand die ik zo bewonder is toch geen alledaagse bezigheid. Het is doodstil, geen mens te zien. Als ik de kerk voorbij loop, zie ik al waar ik moet zijn. Een groot familiegraf waar de ouders en vrouw, Clementine, van Winston Churchill ook hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een simpele betonnen grafsteen met daarin de namen, geboorte- en sterfdata van Winston en zijn vrouw markeert de plaats waar ze begraven zijn. Juist de rust op de begraafplaats en de simpele steen raken me. Geen praalgraf ergens in London zoals andere grote staatsmannen hadden gekregen, geen mensen die zich verdringen voor een foto en geen toeristisch circus. Rust en een moment om er even alleen te zijn en een eerbetoon te kunnen brengen. Ik leg een bloem op de grafsteen en na een moment van stilte loop ik terug naar de auto. Dichter bij dit icoon, dichter bij deze man die de geschiedenis heeft veranderd, zal ik niet kunnen komen.

Saint Matin’s Church in Bladon.

De laatste reis van Winston Churchill.

Toen Churchill in 1965 in London overleed, vonden eerst officiële plechtigheden plaats in deze Engelse hoofdstad. Met afgevaardigden uit maar liefst 112 verschillende landen werd Churchills uitvaart de grootste staatsbegrafenis uit de geschiedenis. De rouwdienst voor de overleden premier vond plaats in de St. Pauls Cathedral. Als eerbetoon voor Churchill werd het klokkenspel van de Big Ben die dag stilgezet. Wel luidde de Great Tom Bell van de St. Pauls Cathedral. Dit was voorheen alleen gebruikelijk bij begrafenissen van leden van de koninklijke familie en bisschoppen.

In totaal zaten op 30 januari 1965 ongeveer 350 miljoen mensen aan de buis gekluisterd, inclusief 25 miljoen Britten. Zij zagen hoe Churchills kist op het vaartuig MV Havengore over de rivier de Theems werd verplaatst van de pier bij de Tower of London naar het Waterloo treinstation. Op dat moment lieten de Londense dokwerkers onaangekondigd de grote armen van hun hijskranen op de oever langzaam ‘buigen’, als laatste burgerlijke saluut aan Churchill. Vanaf het Waterloo treinstation werd de kist in een speciaal beschilderde wagon van de ‘begrafenistrein’ naar Oxfordshire vervoerd. Op zijn eigen verzoek werd Sir Winston Churchill daar begraven in het familiegraf op Saint Martin’s Churchyard in Bladon, een dorp vlakbij Woodstock.

De ramp met de Kursk

Het is 12 augustus 2000. De Russische Noordelijke vloot houdt de grootste oefening sinds de val van de Sovjetunie begin jaren `90. De val van de Sovjetunie heeft in haar kielzog de zorg voor gedegen onderhoud van maritiem materieel en personeel meegesleurd. Slechts het meest noodzakelijke wordt uitgevoerd. Bemanningsleden zitten dikwijls zonder salaris en proviand komt met horten en stoten aan, als het al aankomt. Een groot gedeelte van de oude omvang van de eens zo machtige Noordelijke vloot ligt weg te roesten in de Barentszzee. Het dumpen van radioactief materieel dat niet meer wordt gebruikt is al decennialang door de Russen de zee in gedumpt. De staat van de vloot waartoe ook de Koersk behoort, is erbarmelijk te noemen. Deze omstandigheden zullen bij elkaar het startsein vormen van één van de grootste scheepsrampen in de Russische maritieme geschiedenis.

Aan de oefening welke die zomer in augustus uitgevoerd wordt, nemen zo`n dertig oorlogsschepen en drie onderzeeërs deel. De taak van de Koersk is het vlaggenschip, de Peter de Grote, aan te vallen. Een jaar eerder had de Koersk nog een succesvolle operationele inzet gedaan, toen het in de Adriatische zee de Amerikanen bespioneerde die toen betrokken waren bij het conflict in Kosovo. De Koersk is een onderzeeër uit de op één na grootste klasse, binnen de NAVO bekend als de “Oscarklasse”. Het schip is ruim 150 meter lang en bijna 20 meter breed. Van het schip wordt dan nog gedacht dat het onzinkbaar is. Het beschikt immers over een 8mm dikke buitenlaag van hooggelegeerd staal om roestvorming langer succesvol tegen te gaan. Verder beschikt het over een schier onverwoestbare 5cm dikke tweede binnenlaag met een ruimte van drie-en-een-halve meter tussen buiten en binnenlaag. De Koersk beschikt verder over een bekleding van speciale rubber tegels om de buitenmantel, welke er voor moet zorgen dat het slechter waarneembaar (door geabsorbeerde akoestische resonantie) is voor (vijandelijke) sonar (dit zal echter in haar nadeel uitpakken gedurende de reddings- en bergingswerken in 2001). Het heeft twee kernreactoren aan boord, en is uitgerust met vier torpedobuizen. Voor deze oefening worden dummy-torpedo`s gebruikt van een type dat op zijn zachtst gezegd tegen die tijd al erg controversieel is. De Britten hebben dit al in de jaren `50 ondervonden. De Russen zetten het echter nog steeds actief in. Een fatale fout zoals zal blijken.

De torpedo`s die op het moment van oefening in de buizen van de Koersk geplaatst zijn, betreffen namelijk het type 65- 76a, welke een mengsel van geconcentreerde waterstofperoxide (HTP) bevatten, een gevoelig goedje. De Britse marine gebruikte torpedo`s met dit soort samenstellingen al niet meer sinds de jaren `50, na meerdere ongelukken, onder meer met de HMS Sidon. Want waterstofperoxide (of zoals het in zijn scheikundige vorm wordt geschreven; H2O2) reageert heftig als het in aanraking komt met een oxiderend metaal. In de vuurbuis van de Koersk zit koper. Een foutieve lasnaad in de Torpedo zal daarbij een reeks fataliteiten doen starten met rampzalige gevolgen voor bemanning en nabestaanden.

Er is namelijk door deze foutieve lasnaad een lek in de torpedo ontstaan waardoor zachtjes waterstofperoxide de vuurbuis in loopt. Het is 12 augustus 11.25 in de ochtend. De bemanning wordt middels het oefenalarm gedirigeerd zich klaar te maken een dummy-torpedo af te vuren op het vlaggeschip. Om 11.28 ontploft echter de eerste torpedo aan boord van de Koersk; het zal seismografen in Noorwegen versteld doen staan. Zij meten een beving van 1.5 op de schaal van Richter door de ontploffing in de Koersk. De ontploffing veroorzaakt een immense drukgolf die tot in de stuurhut reikt, waar de kapitein en de overige 36 officieren en enkele matrozen die er aanwezig zijn, niet weten wat hun overkomt. De explosie laat doden, zwaargewonden en defecte installaties achter, waardoor communicatie niet meer mogelijk is. Erger: de waterstofperoxide stroomt nu vrijelijk de torpedobuis uit en de hitte van de ontploffing brengt de overige torpedobuizen dicht bij de temperatuur van 400°C, de temperatuur waarbij zelfontbranding van de explosieve ladingen aan boord zo ongeveer ontstaat. Het schip zinkt als een speer naar de zeebodem op zo`n 115 meter diepte. Bijna tegelijkertijd explodeert alles wat explosief is aan boord; dit keer veroorzaakt het een beving van 3.5 op diezelfde schaal van Richter. De ontploffing heeft een energie die 250 maal zo groot is als de eerste, en nog zijn er overlevenden.

In het achterste deel van de Koersk zijn namelijk nog bemanningsleden in leven. Zij beseffen dan nog niet dat veel bemanningsleden al zijn gestorven door de explosie, verbrand, geïmplodeerd, of bezweken aan hun verwondingen terwijl ze door de kracht van de klap werden rondgeslingerd. Iets meer dan 2 minuten later vindt een tweede, nog krachtiger explosie plaats.

Een door de klap ontstaan gat in de romp zorgt ervoor dat het water met een moordende kracht (de druk op 500 meter diepte is veel groter dan aan het oppervlak) het schip binnenkomt, alles op zijn pad vernietigend. Ook de tussenschotten welke de secties scheiden gaan er aan en één der officieren wordt door de kracht van het water letterlijk het plafond in geboord. Wonder boven wonder houdt de afscheiding naar de kernreactoren het wel; het protocol wordt in werking gezet door de aanwezige technicus in de ruimte. Hij sluit de ruimte hermetisch af en schakelt de reactoren uit, waarna hij er het leven laat. De laatste overlevenden in het achterste deel van het schip sterven uiteindelijk door zuurstofgebrek en koolmonoxidevergiftiging, 118 bemanningsleden zijn gestorven.

Rusland wilde aanvankelijk niets weten van buitenlandse hulp en deed er in het begin alles aan de oorzaak en de ernst van het ongeluk te verdoezelen. Poetin verbleef op dat moment in zijn zomeroord te Sotchi en kwam pas na ruim een week richting Moermansk. Pas dagen na het ongeluk arriveerden duikers bij het wrak, dat lastig te vinden was. Alle bemanningsleden waren toen al overleden door het binnenstromende water en het gebrek aan zuurstof. Later heeft Poetin twee keer publiekelijk excuses gemaakt voor zijn optreden rond deze kwestie nadat het hem forse kritiek in eigen- en buitenland opleverde.

Uiteindelijk worden twee Nederlandse bergingsexperts benaderd om de bergingsklus te klaren: Smit(-Tak) en Mammoet. De klus blijkt een lastige , zo niet onmogelijke taak vanwege de woelige Barentszzee. De gebroeders Frans en Jan van Seumeren ( u weet wel; Frans van Seumeren is de man die naast zijn bekendheid van het bergingswerk ook Mr. Utrecht kan worden genoemd vanwege zijn vele investeringen voor die club) denken echter de klus te kunnen klaren. Er moet een speciaal schip worden gebouwd om het uiteindelijk voor elkaar te kunnen krijgen. De tijdsdruk is groot als de operatie in 2001 van start gaat; in oktober is de zee zo wild dat iedere poging bij voorbaat al gedoemd is te mislukken; voor de duidelijkheid: het contract tussen de Nederlanders van Mammoet en de Russische regering was pas in april rond. De tijdsdruk was dus enorm om de klus binnen 5 maanden te klaren. Zo`n operatie is nog nooit eerder uitgevoerd, laat staan gelukt. Daarnaast hebben de broers veel ervaring op het gebied van hef- en hijstechniek, maar niet op zee.

Het plan is om het voorste deel van de Koers door te zagen zodat het niet mee omhoog hoeft, dat is namelijk een erg zwaar gedeelte. Daarnaast worden in de romp van de Koersk gaten geboord waardoorheen vanaf het bergingsschip pluggen die, als ze eenmaal door het gat heen zijn, open klappen en hijskabels verankeren, zodat het schip, als alle pluggen bevestigd zijn, het schip kan worden gelicht. Uiteindelijk lukt het na veel tegenslag de Koersk in oktober, ondanks een stromachtiger weertype, te lichten en hangend onder het bergingsschip (de Giant) te verslepen naar de haven van Moermansk.

Voor de nabestaanden, die al zoveel te verduren hadden gehad, was het uiteindelijk een troost dat het schip kon worden gelicht en de doden terug naar huis konden worden gebracht.

Als je van technische uitdagingen houdt om te bekijken, moet je beslist bovenstaande docu van de NPO over de berging bekijken.