Omstreden geschiedenis in beeld.

Zowel in Nederland als in andere landen is er de afgelopen jaren veel discussie ontstaan over het plaatsen of laten staan van standbeelden van belangrijke maar ook omstreden historische personen. In de Verenigde Staten bekladden en vernielen actievoerders beelden van zuidelijke generaals en politici uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog. In 2017 werd er gesproken over een ware beeldenstorm in Charlottesville. In Nederland kunnen we niet spreken van acties op een dergelijke grote schaal. Toch zijn er ook in Nederland actiegroepen die pleiten voor het verwijderen van beelden. Het gaat in Nederland vooral om beelden van personen die te maken hebben met de Nederlandse koloniale geschiedenis. Deze actiegroepen voegen regelmatig daad bij woord.  Zo bekladde in 2016 leden van de actiegroep ‘de Grauwe Eeuw’, uiteraard verwijzend naar de Gouden Eeuw, onder andere het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Er werden meerdere acties aangekondigd, deze bleven echter grotendeels uit.  In de media is vanaf dit moment zeer veel discussie ontstaan hoe om te gaan met deze omstreden geschiedenis. Groepen Nederlanders komen hierdoor lijnrecht tegenover elkaar te staan, de sociale cohesie in de samenleving komt steeds verder onder druk te staan. In deze blog belichten we de meningen van de twee groepen die tegenover elkaar staan in deze discussie. Vervolgens trekken we op basis van deze standpunten een conclusie.

Een gesloopt standbeeld in Charlottesville.

Waarom moeten de beelden verdwijnen?

Wat moeten we met het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de gouverneur-generaal van Oost-Indië die op de Banda-eilanden 15.000 inboorlingen liet afslachten? En wat moeten we met de buste van de Johan Maurits, de naamgever van het Mauritshuis die als koloniaal heerser persoonlijk wel voer bij de slavenhandel? Voorstanders van het neerhalen van standbeelden die te maken hebben met de koloniale geschiedenis van Nederland hebben een duidelijke mening. Zo ook de grootste actiegroep, de eerder genoemde ‘Grauwe Eeuw’. De groep is tegen verheerlijking van de Gouden Eeuw. De ‘Grauwe Eeuw’ wil dat Nederland het ‘echte verhaal’ van die periode gaat vertellen. Volgens hen bestaat dat uit “landroof, grondstoffenroof en genocide” en moet het “romantiseren van massamoorden en het oppoetsen van koloniale misdaden door Nederland” stoppen.

Het bekladde beeld van Coen in Hoorn.

Natuurlijk hebben de actievoeders een punt. Er kan niet ontkent worden dat Nederland, zoals veel Europese landen, een koloniale geschiedenis kent waar veel op aan te merken is. De bevolking van onder andere Nederlands-Indië en Suriname werd uitgebuit en uitgeknepen met als doel zoveel mogelijk te verdienen en terug naar Nederland te laten vloeien. De tijd dat de Nederlanders hier de leiding hadden heeft diepe sporen achtergelaten in het landschap maar ook op zowel sociaal als economisch vlak.  Als we daar met de ogen van nu op terugkijken, we noemen dit standplaatsgebondenheid, kan het niet anders dan dat je tot de conclusie komt dat deze vorm van koloniale uitbuiting (moreel) verwerpelijk is.

Standbeelden van bijvoorbeeld J.P. Coen of van Heutsz, die beide namens Nederland een belangrijke functie hadden in Nederlands-Indië, kunnen gezien worden als eerbetoon aan en daarmee verheerlijking van deze personen. Deze persoonsverheerlijking kan vervolgens ook weer gezien worden als verheerlijking van hun daden en daarmee de daden en acties van Nederland in haar voormalig koloniën.

Waarom moeten de beelden blijven staan?

Er is ook een grote groep Nederlanders voor het behouden van de standbeelden. Zo is in 2017 bijvoorbeeld 90% van de lezers van het Historisch Nieuwsblad tegen het verwijderen van standbeelden van omstreden historische helden. Hiervoor hebben zij verschillende argumenten. Het meest gebruikte argument is deze van het behouden van de nationale geschiedenis. De beelden staan voor een persoon en periode die grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van Nederland. Daarnaast staan de beelden voor een periode in de geschiedenis die Nederland heeft gemaakt tot het land wat het nu is. Deze periode in de geschiedenis is niet uit te wissen en hoort bij het nationaal erfgoed en de Nederlandse cultuur. Het verwijderen van standbeelden en straatnamen zou leiden tot het verdwijnen van een omstreden deel van de geschiedenis uit ons collectieve geheugen.

Een ander, wellicht wat minder nationalistisch argument om de beelden te laten staan, is de hoop dat de beelden mensen aan het denken zetten over de, op sommige momenten zwarte bladzijden, van de Nederlandse geschiedenis. Het behouden van de omstreden standbeelden, als een splinter in je oog die pijn doet.

Een derde argument om de beelden te behouden heeft te maken met de eerder genoemde standplaatsgebondenheid. De personen om wie het hier gaat zijn volgens dit argument veelal omstreden omdat ze uit de historische context worden gehaald en beoordeeld worden naar de hedendaagse normen en waarde. Dit is iets wat je volgens veel historici niet kunt en mag doen.

Conclusie.

Fidel Castro, jarenlang dictator in Cuba, besloot tijdens de periode waarin hij aan de macht was dat er geen enkel beeld, plein of straat naar hem vernoemd mocht worden. Dit om te voorkomen dat deze beelden, pleinen en straten ooit een andere naam zouden krijgen op het moment dat de naam van Castro omstreden zou worden. Hiermee wilde hij voorkomen dat zijn naam publiekelijk en zichtbaar aangetast zou worden. Is dit dan de manier waarop we discussie over omstreden straatnamen en  standbeelden kunnen voorkomen. Moet iedere straat naar bijvoorbeeld een plant vernoemd worden of simpelweg een nummer krijgen en moeten alle beelden uit het straatbeeld verdwijnen?

De vraag is waar we de grens moeten trekken. Moeten we een historische figuur beoordelen op het aantal mensen dat hij over de kling heeft gejaagd? Of is het meer een kwestie van tijd die verstreken is. Is het zo dat we monumenten die nog aanstoot kunnen geven aan overlevenden moeten verwijderen, maar oudere beelden rustig kunnen laten staan? Een belangrijk deel van onze collectieve identiteit bestaat uit de verhalen die wij onszelf over het verleden vertellen en de monumenten die daar een beeld van vormen. Dit vraagt om een zekere mate van consensus, die er vaak niet is. Hier ligt de kiem voor het conflict dat ontstaan is tussen voor- en tegenstanders van het behoud van deze monumenten. Er ontstaan twee groepen die op geen enkele wijze nader tot elkaar komen.

Misschien is de enige optie een middenweg. Een standbeeld met daarnaast een bordje met informatie en historische duiding. Een bordje met een eerlijk verhaal maar wel in de historische context. De extremen in zowel de groep voorstanders als tegenstanders zullen hier niet tevreden mee zijn. De grootste groep Nederlanders echter wel. Het is immers onmogelijk iedereen tevreden te stellen.

History repeats itself

The Grapes of Wrath

In 1939 komt in Amerika “The Grapes of Wrath” van John Steinbeck uit. Het boek verhaalt over de Joads; een arm gezin uit de arbeidersklasse ten tijde van The Great Depression, de periode volgend op de beurskrach van 1929. Het boek wordt gezien als een van de grootste literaire stukken uit de Amerikaanse geschiedenis. Opeens was daar een schrijver welke een boek uitbracht en Amerika met de tekortkomingen van de samenleving confronteerde.

De Joads, bestaande uit vader en moeder en hun zes kinderen leven in Oklahoma, dat in de jaren `30 ook nog eens te kampen krijgt met de zogenaamde Dust Bowl (een fenomeen dat in de eerste pagina`s van het boek op prachtige wijze wordt neergezet door Steinbeck), stofstormen welke de vlakten teisteren en zorgen voor jaren zonder ook maar een enkele druppel regen. In de deze periode verlaten honderdduizenden noodgedwongen de staten Oklahoma, Kansas en Arkansas op zoek naar een beter leven in bijvoorbeeld California. Ook de familie Joad vertrekt. Oudste zoon Tom is net met proefverlof vrijgelaten uit de McAlester gevangenis. Hij heeft daar vastgezeten wegens doodslag.

Het immigratievraagstuk speelt in dit verhaal dan ook een prominente rol. In Californië zal alles beter zijn, zo heerst de hoop onder de duizenden die vertrekken, op zoek naar waardigheid, naar eten, maar vooral naar werk. En zoals zovelen zullen ook de Joads bedrogen uitkomen want de belofte van het beter bestaan blijkt grotendeels een illusie. Voor steeds lagere lonen moeten de nieuwkomers gaan werken om überhaupt te kunnen overleven, áls er al werk te vinden is.

Steinbeck beschrijft de reis van de Joads over de route `66 in hun oude Dodge vrachtwagen, dwars door de Rockies. Het laat de desolate situatie zien van landarbeiders die ondanks hun toch al karige en mensonterend harde bestaan en hun strijd te overleven, toch nog gedwongen worden huis en haard te verlaten. Maar het is ook het verhaal van moed, doorzettingsvermogen, het geloof in elkaar, maar bovenal de wil te overleven en dat alles vanuit een onbeschrijflijke liefde voor land dat bewerkt kan worden.

Een vrachtauto ontvlucht een zogenaamde ‘Dust Bowl”

Gemeenschappen onder de vluchtenden ontstaan vanzelf en er ontstaan als vanzelf nieuwe wetmatigheden. De scheidslijn tussen goed en kwaad in de strijd te overleven is dun, flinterdun zelfs. Het laat zien hoe geslachtofferde arbeiders, één in hun gezamenlijke lot, vanuit verbondenheid een collectieve wraaklust ontwikkelen. Het verhaalt echter bovenal over de menselijke waardigheid en de strijd van de duizenden werkeloze arbeiders ten tijde van The Great Depression.

The Great Depression

Hoe zat het ook alweer met die depressie? Wat is dat eigenlijk? Wat is het verschil tussen een recessie, de term die we momenteel bijna dagelijks horen, en een depressie? Binnen de economie wordt een recessie gedefinieerd als een staat van een economie waarbij het BBP van een land gedurende minimaal twee elkaar opvolgende trimesters is afgenomen. Een depressie heeft dezelfde kenmerken maar houdt langer aan en de gevolgen zijn ook erger. De economie staat nagenoeg stil, consumptie en daarmee productie vallen zogezegd bijna stil.

Een migrantengezin jaren `30 (photo: Dorothea Lange)

De depressie van de jaren dertig, is de laatste depressie die we in het westen eigenlijk nog kennen. Recessies zijn er echter vele geweest, denken we alleen al aan de recessies omtrent de oliecrisis in de jaren`70 van de vorige eeuw, de techbubbel aan het begin van deze eeuw en de huizen- en bankencrisis van 2008. Hieruit kunnen we afleiden dat een economische neergang gepaard gaat met een economische crisis; een gebeurtenis of een reeks van gebeurtenissen welke er toe leiden dat de economische neergang wordt ingeluid. Soms gaat een economische crisis gepaard met inflatieve omstandigheden, zoals stijgende inflatie, hyperinflatie of deflatie. Een inflatie is niets anders dan stijgende prijzen. Deze mag niet te snel en te hard stijgen omdat de loonontwikkeling het prijsniveau niet bijbeent waardoor mensen genoodzaakt zijn minder uit te geven wat vervolgens de economie niet stimuleert (productie) omdat mensen de hand op de knip moeten houden (erg actueel als je het mij vraagt). In het geval van een hyperinflatie stijgen de prijzen zo snel (je moet dan aan dagelijkse prijsstijgingen denken), welke voor paniek onder mensen zorgt. De run op de bank ontstaat omdat mensen hun geld snel in andere valuta of waardevaste goederen willen steken in de hoop nog wat te redden. Hyperinflatie kan onstaan doordat Centrale banken zoveel geld bijdrukken, en giraal wegwerken via het bankenstel daaronder, dat het niet meer in verhouding staat tot de verdiensten van een land, de schuldenberg kan niet meer worden afbetaald (ook erg actueel).

De beurskrach van 1929

Gedurende de Eerste Wereldoorlog kampte Europa met grote graantekorten als gevolg van het ontbreken van voldoende arbeiders in de agrarische sector, die zaten allemaal in de loopgraven van België en Frankrijk. Men vroeg de Amerikanen om hulp en die kreeg het ook. Het zorgde voor een immense productiegroei van de agrarische sector in Amerika. Nadat de vrede werd getekend viel de behoefte aan ondersteuning van over de plas snel weg en dit zorgde voor grote problemen onder de boeren in Amerika. Deze waren inmiddels ingericht op grotere productieaantallen dan wat er nu aan vraag nog over was. De prijzen daalden hierop waardoor men met een overgrote schuldenlast kwam te zitten. Vele lokale, op de agrarische tak gerichte, banken konden het niet meer aan en vielen om, waardoor de gelieerde grotere banken ook in de problemen kwamen, een crisis was geboren.

Arbeidsmigranten, begin jaren `30 (Photo: Dorothea Lange)

Daarnaast was door mechanisatie in de jaren `20 de productie wel gestegen, maar waren de lonen niet meegestegen, onder andere doordat vele overzeese arbeidsmigranten bereid waren voor veel lagere lonen te werken. Mensen konden vervolgens vanwege de lage lonen de dure producten afkomstig uit de fabrieken niet betalen waardoor er overproductie ontstond, ook hier dus.

Probleem hierbij was dat de overheid ten eerste het probleem en de omvang ervan pas veel te laat inzag. Ook kende de overheid het standpunt niet in te willen grijpen in de economie omdat het vond dat deze zelfregulerend moest zijn. Op de beurzen speculeerden velen met van de banken geleend geld. De ontwikkelen gingen nu dusdanig snel dat de redmiddelen niet meer ingezet konden worden door de instanties (rente- en loonkostendaling).

Er is ook een andere theorie die stelt dat de invoering van de Centrale Banken en het afstand doen van de macht over geldcreatie onder President Wilson ten gunste van de FED, geleid heeft tot de Grote Depressie. Dit zou komen door de excessieve geldcreatie door diezelfde FED, omdat het zou hebben geleid tot een kredietbubbel en daarmee de hoofdzaak zou hebben gevormd voor alle er op volgende problemen binnen de economie. Feit is inderdaad dat geldontwaarding ( de koopkracht van een individu) sinds de invoering van de centrale banken dramatisch is gedaald. Het geeft te denken in onze tijd waar we dagelijks te kampen hebben met de gevolgen de risico`s die de centrale banken met hun beleid voor ons nemen.

Op de 24e van oktober 1929 stortten de aandelenbeurs in en de effectenbeurs volgde vijf dagen later. Mensen trokken zo snel ze konden hun geld weg bij de banken maar voor velen was het al te laat en viel er niets meer te halen. Binnen een jaar tijd vielen ruim 700 banken in Amerika om. Sociale voorzieningen waren er niet voor de gedupeerden om aanspraak op te maken. De koopkracht viel in zijn totaliteit weg. Binnen een jaar ook was het BBP met maar liefst 40%. Binnen 4 jaar zat 1 op de 4 werkloos thuis, en de depressie zou een decennium duren, tot het moment waarop de Amerikaanse economie zich langzaam meer en meer te dienste ging stellen ten behoeve van de ontwikkelingen in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Tegen die achtergrond en met de gevolgen van die gebeurtenissen kampend, vlucht de familie Joad de staat uit, op zoek naar een beter leven vanuit de hoop, ijdele hoop in dit geval.

John Steinbeck

De roerige verhouding tussen de Engelsen en de Ieren. Deel II

In het vorige blog over dit onderwerp eindigden we met het ontstaan van de IRA aan het begin van de 20e eeuw, vlak na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, en de Paasopstand van 1916, welke een markeerpunt vormde in de geschiedenis van Ierland omdat hier de scheiding ontstaat tussen een tak binnen het Ierse nationalisme die een radicale koers wil varen, en een meer gematigde algemeen nationalistische tak, welke het patronaat van de Britse kroon onder de belofte van autonomie accepteerde.

Doordat het Britse rijk veel manschappen verloor in de velden van Vlaanderen, had het verse aanwas nodig. Voor de Ieren gold tot dan toe geen dienstplicht. Die werd echter al snel ingevoerd voor de Ieren, waarbij de Britse overheid als motivatie aanvoerde dat men toch eervol zou vechten voor de vrijheid van een klein land als België, dat militair immers niet op kon tegen het voortdenderende oorlogsgeweld komende uit het Oosten.

Het nationalisme en het anti-Britse sentiment werden hierdoor echter alleen maar versterkt en de gedachte dat men klaar was voor een grote opstand tegen de Britse bezetter groeide verder. De Paasopstand vormde het toneel van het gewapende verzet dat onder leiding van James Connoly van de Irish Citizen Army met ruim 200 aanhangers, en meer dan 2000 aanhangers van de Irish Volunteers onder leiding van Padraig Pearse ( welke op paasmaandag als leider van de nieuwe republikeinse regering de Ierse republiek uit zou roepen), de strijd opnam tegen de Britse bezetter, die daar zo`n 4500 manschappen tegenover stelde. Er werd een harde maar kansloze kortstondige strijd gevoerd door de Ierse opstandelingen; numeriek waren ze zwaar in de minderheid en hun uitrusting kon zich niet meten met die van de Engelsen. Op 24 April 1916 (paasmaandag) marcheerden ze door de straten van Dublin, waarbij ze diverse overheidsgebouwen in beslag namen. Britse troepen reageerden echter snel en er ontspon zich een strijd, welke voortduurde tot 30 april.

Verwoesting te Dublin na de gebeurtenissen gedurende de Paasopstand van 1916

Het hoofdkwartier van de opstandelingen vormde het General Post-Office, waar leider Connoly zwaargewond raakte tijdens de gevechten en nog maar enkele dagen te leven zou hebben gehad op basis van zijn verwondingen. De opstand werd neergeslagen en de leiders werden door de Britten geëxecuteerd. Dit is een gebeurtenis welke van belang geweest voor de vorming van de houding t.a.v. de Britse bezetter onder de massa van het Ierse volk. Vooral de executie van Connoly was omstreden. Hij zou sowieso sterven aan zijn verwondingen volgens de artsen, maar werd evengoed voor het vuurpeloton gezet. Omdat hij niet meer kon lopen, werd hij naar de executieplaats gedragen op een stretcher, waarna hij werd vastgebonden op een stoel zodat ze hem neer konden schieten naar een model dat in elk geval iets moest weghebben van een standrechtelijke executie.

De gebeurtenis riep veel weerstand op onder de meerderheid van de Ierse bevolking, welke zich tot dan toe had afgekeerd van een openlijke opstand, terwijl met het gruwelijke bloedoffer dat door Connolly werd gebracht toch voor velen de schellen van de ogen vielen. Ineens werd duidelijk welke idealen de opstandelingen dreven in hun strijd tegen de bezetter. Het was van meet af aan duidelijk dat de Paasopstand gedoemd was te mislukken en de opstandelingen wisten dit ook. Uiteindelijke lieten ruim 60 opstandelingen het leven en aan Britse zijde stierven ruim 130 troepen. De opstand werd door de pers toegeschreven aan Sinn Fein, die er in feite niet bij was betrokken, maar de berichtgeving zorgde er wel voor dat hun ledenaantal kon groeien. De paasopstand had in zekere zin dus haar oorspronkelijke doel gemist, maar vormde toch een kentering: de anti-Britse sentimenten groeiden door de gebeurtenissen omtrent de Paasopstand verder en leidden tot een overwinning van Sinn-Fein tijdens de verkiezingen van 1918. Daarnaast zou uit de mengelmoes van The Irish Volunteers, The Irish Citizen Army en andere groepen de IRA ontstaan; The Irish Republican Army (1917).

Een groep Irish Volunteers

Sinn Fein

Nadat meer en meer leden zich aansloten bij Sinn Fein na de Paasopstand van 1916, werd de beweging meer radicaal nationalistisch. Tussen 1918 en 1921 woedde de Ierse onafhankelijkheidsoorlog op grote schaal; een periode waarin Sinn Fein de eerste Assembly of Ireland (“Dail Eirreann” of: “Eerste Dail” in de Ierse taal) vormde in 1918; het eerste Ierse Republikeinse parlement. In hun manifest weigerden ze de Britse regering te erkennen en een eigen landsbestuur te vormen vanuit Dublin. Tijdens de eerste vergadering van de vers gevormde assemblee werd een grondwet gemaakt. In augustus 1918 echter, werd de assemblee illegaal verklaard door de Britse regering; waardoor de vergaderingen voortaan ondergronds werden gehouden. De eerste “Dail” bestond tot 1921, toen de Ierse onafhankelijkheidsstrijd tot een einde kwam, en er een vredesverdrag met de Engelsen werd gesloten.

De Ierse onafhankelijkheidsstrijd 1918-1921

Binnen Sinn Fein ontstonden na het verplichten van de dienstplicht door de Britten voor Ieren twee lijnen binnen de partij: de politieke en de militaire. Zo koos Eamon de Valera als leider van de Dail de politieke kant in de hoop op gewin via deze weg, daar waar Michael Collins, zijn minister van financiën, ervoor koos de weg van het gewapend verzet te volgen. De Valera hoopte dat de Ierse zaak behandeld zou worden bij de vredesonderhandelingen na het einde van de Eerste Wereldoorlog te Versailles. Michael Collins had echter de stellige overtuiging dat de vrijheid enkel bereikt kon worden door er voor te strijden. Officieel was Collins dus minister van financiën van de Ierse Republiek, hoewel hij in feite de strategie van het gewapende verzet organiseerde, waarbij hij als primair doel het verwijderen van het Brits gezag op het platteland koos, hopende op een groeiende steun van het volk, als reactie op represailles door de Britten.

Nu was er binnen Sein Feinn al een lange tijd aanwezigheid van paramilitaire elementen onder de naam The Volunteers. Onder The Volunteers bevonden zich ook radicaler nationalisten welke de Irish Republican Brotherhood hadden opgericht. Samen werden deze twee groepen gezien als het leger van Sinn Fein (IRA). Collins had goed voor ogen volgens welke spelregels hij het spel wilde spelen en besefte maar al te goed dat een strijd volgens conventionele methodieken enkel de ondergang voor de Ieren kon betekenen tegen het veel beter uitgeruste Britse leger. Om die reden koos hij voor de Hit and Run techniek; Guerilla dus.

Michael Collins kreeg gelijk en het Britse gezag reageerde inderdaad fel op de guerrilla-acties van de IRA onder zijn leiding. Zo had hij in 1920 het plan opgevat in Dublin een groot aantal Britse officieren om het leven te brengen. Dertien Britse officieren verloren daarop inderdaad hun leven bij diverse acties van de IRA in de stad.

Voetbal

Later op dezelfde dag werd er gevoetbald in Croke Park tussen het team van Tipperary en het team van Dublin. Een Brits konvooi was onderweg naar het stadion met de intentie iedereen te fouilleren in het stadion, waar vijfduizend toeschouwers aanwezig waren. Dit liep door spanningen echter compleet uit de hand en de Britse veiligheidstroepen schoten om zich heen, waarbij dertien doden en ruim zeventig gewonden vielen. Deze dag, zondag 21 november, ging de boeken in als de bloedigste zondag uit de geschiedenis van de Republiek; Bloody Sunday, in de jaren `70 zou er nog zo`n zondag volgen. Uiteindelijke eindigde de onafhankelijkheidsoorlog doordat er een verdrag kwam met de Britten welke Ierland verdeelde in twee gebieden; Noord-Ierland, met als centrum Ulster voorop (Het Noorden van Ierland vormde het hart van de economie met haar havenactiviteiten en handelsverkeer) dat onder Brits gezag bleef, en de rest van het eiland dat vanaf nu de Ierse Vrijstaat vormde.

Het herdenkingsmonument te Croke Park

Uiteindelijk werd er in 1921 toch een vredesbestand gesloten. Namens de Republikeinen werd Collins samen met Arthur Griffith door de Valera afgevaardigd om onderhandelingen te voeren met het Britse gezag na het sluiten van het bestand. Het resultaat hebben we reeds kort benoemd. De provincie Ulster (Noord-Ierland) bleef onder Brits gezag, de rest van Ierland werd de Ierse Vrijstaat, echter zonder complete autonomie, datgene waar de Ieren zo op hadden gehoopt. Daarbij bevatte het verdrag de bepaling dat trouw moest worden gezworen aan de Britse kroon. Het verdrag was dus op zijn zachtst gezegd omstreden binnen de eigen geledingen, en Collins had hier een belangrijke rol bij gespeeld. Collins zou zelf in 1922 omkomen bij een bezoek aan zijn troepen in de buurt van Macroomin, tien dagen nadat hij president was geworden van de Ierse Vrijstaat. Zijn dood is omstreden omdat niet duidelijk is of hij door zijn eigen mannen, of door vijandelijke troepen. Zoals gezegd was het vredesverdrag omstreden; aangenomen wordt dat hij door tegenstanders van het verdrag om het leven is gebracht.

Michael Collins, Iers politicus en revolutionair

De voor- en tegenstanders van het verdrag kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan en een burgeroorlog werd onvermijdelijk. De Ierse Vrijstaat arresteerde op grote schaal IRA-leden welke tegen het verdrag gekant waren en op hun beurt voerde de IRA acties uit. In de tien maanden die volgden vielen honderden slachtoffers. Uiteindelijk zegevierde de Ierse Vrijstaat en schikte de tegenstanders van het verdrag zich met tegenzin in de situatie, en eind april 1923 volgde een wapenstilstand, gevolgd door nieuwe verkiezingen, waarbij een ruime meerderheid koos voor de partij die voor de Vrijstaat was.

In het volgende blog over dit onderwerp, het laatste deel van dit drieluik, zoomen we in op de rol van Ierland tijdens de Tweede Wereldoorlog een interessant hoofdstuk uit de Ierse geschiedenis; de Ierse Republiek wenste dan wel neutraal te blijven gedurende deze periode, maar daar was niet iedereen onder de Ieren het mee eens. Verder duiken we in de periode van The Troubles, de periode die de meeste mensen van mijn leeftijd (40) nog helder voor de geest staat.

Ira Hayes: het verhaal van een ongelukkig icoon.

Iwo Jima, 23 februari 1945

Het is één van de meest iconische foto’s van de tweede wereldoorlog. Zes Amerikaanse mariniers hijsen de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi in Japan aan het einde van de slag om het eiland Iwo Jima. Een symbool van heldendom, moed en opoffering. Voorpaginanieuws in alle Amerikaanse kranten en tijdschriften. Veelvuldig afgebeeld in geschiedenisboeken in de westerse wereld waaronder Nederland. In brons gegoten als officieel mariniersmonument in Washington D.C. Maar hoe verging het de mannen op de foto eigenlijk na dit fotomoment? En hoe verging het specifiek de enige ‘native American’ ofwel Indiaan op deze foto? Dit is het verhaal van de Amerikaanse held Ira Hayes. Held in de tweede wereldoorlog maar tegelijk Indiaan in een land waarin discriminatie en uitsluiting normaal zijn.

De mariniers van Iwo Jima.

Op 19 februari 1945 gaan ruim 70.000 Amerikaanse mariniers aan land op het Japanse eiland Iwo Jima als onderdeel van de ‘Island hopping’ strategie om de Japanners te verslaan. Er wacht hen een eiland vol bunkers, ondergrondse gangenstelsels en grotten waar de Japanners zich hebben ingegraven. Zich overgeven is geen optie voor deze 21.000 Japanse militairen op Iwo Jima. De hoogste berg van het eiland, berg Suribachi, 166 meter hoog, is van groot strategisch belang en moet verovert worden. Om ongeveer half 11 in de ochtend van 23 februari 1945 veroveren de Amerikanen de berg. Het hele eiland is vijf weken later onder Amerikaanse controle ten koste van ruim 7000 Amerikaanse doden en ongeveer 25.000 gewonden.

Het hijsen van de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi.

Om de verovering van de berg te vieren en duidelijk te maken dat Suribachi onder Amerikaanse controle was, werd een Amerikaanse vlag op deze plek gehesen. Hieronder is het plaatsen en hijsen van de eerste vlag te zien. Deze foto is echter minder bekend en iconisch als de foto die gemaakt werd van de tweede vlag. Deze tweede vlag is kort na de eerste neergezet omdat men de eerste vlag te klein vond. Ook was het publicitair een goede actie de heldenmoed en het patriotisme van de Amerikaanse mariniers in vele foto en filmbeelden vast te leggen. Dit kon alleen als het vlagmoment een keer over werd gedaan.

Het plaatsen van de eerste vlag op Iwo Jima

Op de iconische foto van het hijsen van de tweede vlag staan zes mariniers. Dit zijn Harold Schultz, Michael Strank, Franklin Sousley, Rene Gagnon,, Harlon Block en Ira Hayes. Alleen Hayes, Gagnon en Schultz overleefden de strijd op Iwo Jima.  Strank en Block overleden zes dagen na het plaatsen van de vlag. Sousley op 21 maart, vijf dagen voor het einde van de strijd op Iwo Jima.

Zonder de andere mannen tekort te willen doen is marinier Ira Hayes de meest interessante persoon van deze groep. Hayes was een, op het moment van het hijsen van de vlag, 22-jarige Indiaan ofwel Native American van de Pima stam afkomstig uit Arizona. Hoe verloopt het leven van een Indiaan die van het ene op het andere moment een Amerikaanse held is met alle roem, druk en verwachtingen die daarbij horen? Hoe moet het zijn geweest om het heldendom te voelen maar tegelijk te leven in een tijd vol discriminatie en racisme? En hoe reageert familie en de rest van zijn stam op de nieuwe status van één van hen? Interessante vragen die het uitzoeken waar zijn.

Het leven van Ira Hayes voor en na het plaatsen van de vlag op Iwo Jima.

Ira Hayes bij zijn indiensttreding in 1942, 19 jaar oud.

Op 27 maart, na de slag om Iwo Jima, vertrekt de eenheid van Ira Hayes richting Hawaii om hier bij te komen van de gevechten. Hij blijft hier trainen tot half april. Dan moet Ira zich in Washington D.C. melden samen met de twee andere mannen die de vlag hebben gehesen en de gevechten hebben overleefd. Op 20 april ontmoeten de mannen president Truman in het witte huis. Vanaf daar vliegen de mannen door de VS op een zogenaamde ‘bond-tour’. Een rondreis door de VS om bij Amerikaanse burgers geld in te zamelen voor het leger. Deze reis eindigt eind mei 1945. In juni werd Hayes gepromoveerd van soldaat eerste klasse naar korporaal. Van 22 september t/m 26 oktober maakte Ira Hayes onderdeel uit van de Amerikaanse bezettingsmacht in Japan. Hierna volgende een eervol ontslag.

Hayes stond voor de oorlog bekend als een slimme en teruggetrokken jongen. Hij sprak zeer goed Engels en werd, vooral door zijn moeder, aangespoord zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Klasgenoten omschrijven hem als een jongen die alleen spreekt als er tegen hem gesproken werd.

Een pijnlijke gebeurtenis in het leven van de familie van Ira Hayes en andere leden van de Pima stam vind plaats in 1932. Op deze dag worden stamleden uit hun huis gezet door de blanke bestuurders. Ze verliezen niet alleen hun huis maar ook de grond en gewassen die hierbij horen. Deze gebeurtenis is een teken van de status die native Americans op dat moment hebben.

Als Hayes in 1942, uit verantwoordelijkheidsgevoel om zijn land te dienen na de aanval van Japan op Pearl Harbor, in dienst gaat, blijkt hij naast verstand ook veel talent op militair vlak te hebben. De keuze om als Indiaan te gaan dienen in het Amerikaanse leger is, zeker met oog op wat de Indianen en ook de stam en familie van Hayes door de Amerikaanse staat is aangedaan, een bijzondere te noemen. Ira Hayes kiest echter bewust en voelt het als zijn plicht iets te doen. Hij heeft tijdens de trainingen veel discipline en toont zich een uitstekend militair. Hij meldt zich vrijwillig aan bij de zogenaamde ‘para-marine’, de elitetraining om parachutist te worden binnen het korps mariniers. Ook onder zijn mede-mariniers, blank en zwart, is Hayes een bijzondere maar ook bijzonder populair. Al snel krijgt hij de bijnaam ‘Chief falling cloud’. 11 maanden na het afronden van zijn training zet Ira Hayes voet aan land op het Japanse eiland Iwo Jima met alle gevolgen die dit uiteindelijk met zich mee zal brengen.

Na de oorlog probeerde Ira Hayes een normaal leven op te bouwen. Dit is door zijn bekendheid en heldenstatus echter heel erg moeilijk. Dagelijks krijgt hij honderden brieven uit het hele land waarin mensen hun waardering uitspreken, hem prijzen maar ook brieven met verzoeken, uitnodigingen en vragen. Daarnaast worden Hayes en de twee andere overlevende mannen van de beroemde foto door de Amerikaanse overheid als levende reclameborden ingezet om geld op te halen. Ze bezoeken in twee jaar meer dan 32 steden. Het is geen keuze voor Ira Hayes, hij voelt dit als een plicht. Hayes verandert van een rustige normale jongen in een toeristische trekpleister. Ook zijn thuisgebied, het reservaat van zijn Indianenstam, verandert in een bedevaartsoord. Vele duizenden bewonderaars stromen het gebied van de Pima stam binnen op zoek naar Ira Hayes. Dit heeft grote impact, niet alleen op het privéleven van Hayes maar ook op de rust van zijn familie en stam.

Naast de impact op zijn eigen privéleven, zijn familie en zijn stam heeft het nieuwe leven van Hayes ook grote metalen gevolgen. Na de tweede wereldoorlog is er geen aandacht voor het begeleiden van militairen die, net als hem, vreselijke dingen hadden gezien en meegemaakt. De psychische gevolgen van oorlog worden volledig genegeerd. Tijd voor enige verwerking heeft Ira Hayes niet. Hij voelt een enorm schuldgevoel. Een schuldgevoel over het feit dat velen de slag om Iwo Jima niet hebben overleefd en dat hij als een soort mascotte overal als held aanwezig is. Slechts 27 van de 250 mannen uit de company van Ira Hayes overleven de gevechten op Iwo Jima zonder verwondingen. Uit het peloton van Hayes overleven zeven van de 45 het geweld. Hayes is niet de persoon om zichzelf als held te zien en niet de persoon om te genieten van alle complimenten en aandacht. Hoe kun je genieten van alle feesten en mensen die jou als held zien als zoveel ouders huilen om hun omgekomen zoon? Toch moet hij dit nieuwe leven, deze sterrenstatus, ondergaan. Naarmate de tijd vordert krijgt hij hier steeds meer moeite mee. Het schuldgevoel neemt toe, begeleiding is er niet. Hayes voelt zich alleen en verraden door het land wat hij diende en nog steeds dient.

Hayes wijst zichzelf aan op de beroemde foto (1945)
Ira Hayes in 1947 op bezoek bij de burgemeester van Los Angeles

Filmrol 1949.

Ondanks de druk en stress die het nieuwe leven hem opleveren kiest Ira Hayes ervoor om in 1949 mee te spelen in een oorlogsfilm (Sands of Iwo Jima). Hij speelt zichzelf in deze film waar ook John Wayne een grote rol in speelt. Deze film, hoewel een erkenning van zijn heldenrol tijdens de tweede wereldoorlog, levert hem nog meer aandacht op. Waarom hij, ondanks het feit dat hij worstelt met deze status en aandacht, kiest mee te spelen in de film is niet duidelijk.

De teloorgang van een held tegen wil en dank.

Na 1949 gaat het snel slechter met Hayes. Hij is niet in staat voor langere tijd een baan te houden. Om zijn psychische pijn te verzachten gaat hij veel drinken. Dit heeft tot gevolg dat hij regelmatig met politie en justitie in aanraking komt en tientallen keren in de cel terecht komt. De grote oorlogsheld die nooit held wilde zijn verandert in een rondzwervende alcoholverslaafde.

Op 24 januari 1955 vindt men Ira Hayes dood op een stoep in de buurt van zijn huis in Arizona. Slechts 32 jaar oud en minder dan 10 jaar nadat hij de vlag op Iwo Jima plaatste. Hayes wordt met volledige militaire eer begraven op de nationale begraafplaats Arlington vlakbij Washington D.C.

Het eerbetoon van Johnny Cash.

The ballad of Ira Hayes, geschreven door Peter La Farge, komt in 1964 op het album van de populaire country-zanger Johnny Cash te staan. In dit lied bezingt hij kort het leven en het trieste einde van Hayes. Hieronder de tekst.

Ira Hayes
Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Gather ’round me people
There’s a story I would tell
‘Bout a brave young Indian
You should remember well
From the land of the Pima Indian
A proud and noble band
Who farmed the Phoenix Valley
In Arizona land
Down the ditches a thousand years
The waters grew Ira’s peoples’ crops
‘Til the white man stole their water rights
And the sparkling water stopped
Now, Ira’s folks were hungry
And their land grew crops of weeds
When war came, Ira volunteered
And forgot the white man’s greed
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
There they battled up Iwo Jima hill
Two hundred and fifty men
But only twenty-seven lived
To walk back down again
And when the fight was over
And Old Glory raised
Among the men who held it high
Was the Indian, Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Ira Hayes returned a hero
Celebrated through the land
He was wined and speeched and honored
Everybody shook his hand
But he was just a Pima Indian
No water, no home, no chance
At home nobody cared what Ira’d done
And when did the Indians dance
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Then Ira started drinking hard
Jail was often his home
They let him raise the flag and lower it
Like you’d throw a dog a bone
He died drunk early one morning
Alone in the land he fought to save
Two inches of water and a lonely ditch
Was a grave for Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Yeah, call him drunken Ira Hayes
But his land is just as dry
And his ghost is lying thirsty
In the ditch where Ira died
 

The Wall – de pijn van de Vietnamoorlog.

De Vietnamoorlog (1955-1975) was een oorlog tussen het op de Verenigde Staten georiënteerde Zuid-Vietnam en het op de Sovjet-Unie en China georiënteerde Noord-Vietnam. Deze oorlog was de eerste die dagelijks, veelal live, op Amerikaanse televisie en radio te volgen was. Dit en de enorme gewelddadigheid van de oorlog zorgde voor een tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Grote groepen Amerikanen protesteerden fel tegen de oorlog en een grote groep Amerikaanse jongens werd als dienstplichtig militair uitgezonden naar een jungleoorlog. Jongens van net achttien kwamen terecht in een hel waar ze vooraf geen idee van hadden. Een hele generatie Amerikaanse jongens, mannen en hun families heeft tot op de dag van vandaag trauma’s door deze oorlog. We hebben het dan nog niet eens gehad over de trauma’s en het verdriet bij de Vietnamese bevolking.

Amerikaanse militairen in Vietnam.

Bruce Springsteen.

Bruce Springsteen, Amerikaanse zanger geboren in 1949 die zijn doorbraak had in 1975, is van deze generatie. Hoewel zelf nooit in Vietnam gediend, voelt ook hij de pijn van deze oorlog. In veel van zijn songteksten speelt de Vietnamoorlog een prominente rol. Zo ook in één van zijn meest aangrijpende nummers; “The Wall”, geschreven in 1998. In dit nummer, geschreven voor twee vrienden die Springsteen in 1965 en 1968 verloor in Vietnam, vertelt hij over dit verlies en zijn bezoek aan het Vietnammonument in Washington. Dit monument, een eindeloze zwarte muur, bevat alle namen van de omgekomen Amerikaanse militairen. De songtekst geeft op een bijzondere manier inzicht in het verdriet van Springsteen zelf en staat symbool voor de pijn van een generatie.

Bruce Springsteen in 2012.

The Wall – Bruce Springsteen.


Cigarettes and a bottle of beer, this poem that I wrote for you
This black stone and these hard tears are all I got left now of you
I remember you in your Marine uniform laughing, laughing at your ship out party
I read Robert McNamara says he’s sorry

Your high boots and striped t-shirt, ah, Billy you looked so bad
Yeah you and your rock and roll band, you were the best thing this shit town ever had
Now the men that put you here eat with their families in rich dining halls
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

Well I’m sorry I missed you last year, I couldn’t find no one to drive me
If your eyes could cut through that black stone, tell me would they recognize me
For the living time it must be served as the day goes on
Cigarettes and a bottle of beer, skin on black stone

On the ground dog tags and wreaths of flowers, with the ribbons red as the blood
Red as the blood you spilled in the Central Highlands mud
Limousines rush down Pennsylvania Avenue, rustling the leaves as they fall
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

The Wall, het Vietnammonument in Washington.

Jackie Kennedy: Beauty and Brains.

Wie denkt aan Jackie Kennedy, denkt ongetwijfeld aan kokette jurkjes, mantelpakjes met hoedjes en oversized zonnebrillen. Jackie was een stijlicoon, maar als First Lady was ze meer dan alleen het mooie plaatje.

JFK en Jackie Kennedy

Een leven vol hoogte en dieptepunten.

Jackie heeft het niet gemakkelijk gehad. Als vrouw van president John F. Kennedy heeft ze naast hoogtepunten ook heel wat dieptepunten gekend. De avontuurtjes van haar man hebben haar bijvoorbeeld in lastige posities gebracht. Ze heeft hem meerdere malen betrapt met andere vrouwen. Alhoewel ze het niet zomaar liet gebeuren en hem confronteerde met zijn buitenechtelijke escapades, is ze altijd bij hem gebleven en stond ze aan zijn zijde in voor- en tegenspoed.

Ze vervulde de rol van de actieve presidentsvrouw met verve tijdens de verkiezingscampagne. Hoewel over het algemeen wordt gedacht dat ze weinig interesse had in politiek speelde ze een belangrijke rol op het gebied van ‘stille diplomatie’. Ze zette zich in voor verschillende goede doelen en schitterde tijdens staatsbezoeken. Ze genoot van aandacht, maar was ook in staat haar mannetje te staan tijdens bezoeken in het buitenland en in formele bijeenkomsten. Ze was welbespraakt, wat haar onder andere goed van pas kwam in de vele interviews waarin ze verscheen. Jackie maakte meer internationale reisjes dan elke andere First Lady. Ze vergezelde haar man, maar ging ook vaak alleen. Ze onderhield contacten met wereldleiders, waaronder de Franse Charles de Gaulle, de Indiase Jawaharlal Nehru, de Pakistaanse Ayub Kahn en de Engelse Harold McMillan.  Ze sprak meerdere vreemde talen vloeiend, waaronder Spaans, Italiaans en Frans. Dit droeg bij aan haar wereldwijde populariteit. Ze was zeer sociaal en wist mensen goed in te schatten. Een duidelijk voorbeeld van haar sterke sociale vaardigheden is te zien tijdens het bezoek van Jack en Jackie aan Nikita Chroesjtsjov in Wenen. De communistische leider werd gevraagd de president een hand te geven voor de officiële persfoto, maar hij wilde liever eerst een hand van Jackie.

De brains van Jackie.

Jackie was een intelligente dame en had binnenshuis een duidelijke vinger in de pap. Ze stond haar man graag bij met raad en daad. Omdat ze geïnteresseerd was in literatuur, voorzag ze hem van literaire weetjes en quotes waar hij vervolgens dankbaar gebruik van maakte in zijn speeches en publieke optredens. Ze had niet alleen literair een brede interesse, maar ze had ook oog voor kunst en cultuur. Zo hield ze zich bijvoorbeeld bezig met het restaureren, opnieuw decoreren en aankleden van verschillende ruimtes in het Witte huis, waarbij de nadruk lag op het behouden en herstellen van de historische elementen. Mede door de inzet van Jackie werd er een wet aangenomen waarin historische stukken, die aan het Witte Huis waren gedoneerd, werden behouden en beschermd. Dit restauratie project werd voornamelijk privé gefinancierd en daarmee was ze de drijvende kracht achter de White House Historical Association. Ze richtte een comité op om dit restauratieproces te financieren en organiseerde rondleidingen door het Witte Huis. Jackie was mede verantwoordelijk voor het invoeren van de Smithsonian Institution,  een wet die vastlegde dat vertrekkende presidenten meubels en pronkstukken uit het Witte Huis niet konden toe-eigenen en meenemen. Niet alleen literatuur en kunst hielden haar bezig, ook op cultureel vlak was ze actief.  Zo organiseerde ze veel sociale evenementen rondom het Witte Huis waarbij ze bijvoorbeeld muzikanten, dichters, schrijvers en wetenschappers in combinatie met politici en diplomaten uitnodigde. Jackie was begaan met het behoud van het culturele erfgoed van de Verenigde Staten en zette zich in tegen het slopen van bijzondere historische gebouwen, waaronder enkele historische huizen op Lafayette Square in Washington en ze steunde de renovatie van het station Grand Central Terminal in New York.  

De drama’s in het leven.

In haar persoonlijke leven lag er veel druk op haar schouders. Ze had enorme zorgen aan haar hoofd en kreeg enorme verliezen te verwerken. Twee van haar vier kinderen overleden veel te vroeg. Arabella werd op 23 augustus 1956 levenloos geboren en hun zoontje Patrick, geboren op 7 augustus 1963, overleed na twee dagen aan de complicaties van onvolgroeide longen.  Het moet een enorm zware periode voor haar zijn geweest, maar haar publieke rol bleef ze ondanks dit alles vervullen. Op 22 november 1963 sloeg het noodlot toe. Jackie en John waren op bezoek in Dallas, als onderdeel van een publieksreis door Texas, en reden in een open limousine door de stad. Kennedy werd dodelijk gewond door geweerschoten toen ze over Dealey Plaza reden. Haar wereldberoemde roze pakje was besmeurd met bloedvlekken. De wereld verkeerde in shock.

John F. Kennedy (links) en zijn vrouw in de limousine, kort voor de aanslag.

Een leven zonder John.

Jackie ontpopte zich in de daaropvolgende periode tot het samenbindende symbool van een rouwende natie. De weduwe leek sterk van buiten, maar was van binnen gebroken door dit onbeschrijflijk grote verlies. Jackie vond dat de zinloze daad die haar gezin was overkomen in sociale context geplaatst moest worden en greep het interview met Life Magazine met beide handen hiervoor aan. Ze overtuigde journalist Theodore White van haar visie op Jack Kennedy: een man met een heroïsche en idealistische kijk op de geschiedenis. In minder dan een uur schreven Jacky en Theodore samen het artikel For President Kennedy: An Epilogue. Jackie vertelde in het artikel over de musical Camelot en Jack’s fascinatie met deze musical. Ze had hem regelmatig een bandopname van de musical laten horen. Zijn favoriete stukje werd in het artikel door haar genoemd. “Don’t let it be forgot, That once there was a spot. For one brief shining moment that was known as Camelot”. Met dit artikel wilde Jackie duidelijk maken dat er nooit meer een Camelot zou zijn. “There’ll be great Presidents again- but there’ll never be another Camelot”.  Dankzij dit interview werd Camelot het symbool van de regering Kennedy en de mythe van Camelot was hiermee geboren.

In de periode die volgde probeerde Jackie sterk te zijn voor de buitenwereld, maar ze kampte met gedachten over zelfmoord. Haar kinderen en familie hielden haar echter op de been, met name Jack’s broer Robert F. Kennedy is een steun en toeverlaat in deze zware tijd. Langzaam maar zeker wist ze haar leven weer een beetje op te pakken en ze vertrok met de kinderen uit het Witte Huis. Ze kocht een luxe appartement op Fifth Avenue in New York, hopende op wat privacy en rust. Een jaar lang trad ze niet op in de openbaarheid en vocht ze tegen het enorme verdriet.

Weg uit de Verenigde Staten.

Wanneer Robert F. Kennedy, de broer van John, in 1968 ook wordt vermoord, besluit Jackie weg te gaan uit de Verenigde Staten. Ze had het gevoel dat de Kennedy familie een doelwit was en voelde zich niet langer veilig. Ze wilde haar kinderen beschermen voor eventuele aanslagen en eindigde in Griekenland waar ze in 1968 trouwde met scheepsmagnaat Aristoteles Onassis. Het huwelijk leek haar imago van rouwende weduwe een klein beetje aan te tasten, alhoewel het ook als symbool werd gezien van de moderne Amerikaanse vrouw die opkwam voor de veiligheid van haar gezin. Helaas hield het huwelijk geen stand, en toen de scheiding net was aangevraagd, overleed Onassis. Jackie was op haar 46e voor de tweede keer in haar leven weduwe. Weer een gigantische klap voor de jonge Jackie. Toch wist ze zich, na opnieuw een periode van rouw, te herpakken. Ze zocht afleiding in een van haar vroegere passies en pakte haar carrière in de uitgeverswereld weer op. Zo werkte ze al snel voor Viking Press en later bij Doublebay, waar ze een succesvol editor werd.

Het overlijden van Jackie.

In januari 1994 werd bij Jackie non- Hodgkin vastgesteld en een paar maanden later, 19 mei 1994, overleed ze aan de gevolgen van kanker. Na de begrafenisceremonie bij de St. Ignatius Roman Catholic Church werd ze begraven op het Arlington National Cemetery naast haar man John F. Kennedy en hun twee overleden kinderen.

Graf van Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis op het Arlington National Cemetery.

Concluderend..

Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis was een vrouw van de wereld, een moderne vrouw wiens leven vele hoogtepunten heeft gekend, maar misschien nog wel meer dieptepunten. Een stijlicoon, gevangen in het perfecte plaatje voor de buitenwereld, maar met een gebroken hart van binnen. Het bebloede roze mantelpakje zal bij ons allen in het geheugen gegrift zijn. Jackie was een krachtige vrouw wiens vechtlust, onafhankelijkheid en zelfstandigheid opmerkelijk te noemen is. Ondanks de vele tragische gebeurtenissen, tegenslagen en de enorme verliezen die ze heeft geleden, krabbelde ze bewonderingswaardig elke keer weer op. Haar familie steunde haar onvoorwaardelijk. Ze was intelligent en wist veel van de wereld. Haar algemene kennis en brede interesse, haar bijdrage aan de politiek en haar welbespraaktheid hebben ervoor gezorgd dat Jackie niet alleen als een stijlvolle beauty beschouwd mag worden, maar dat we haar ook als een vrouw met brains mogen zien.

Mijn ontmoeting met Sir Winston.

Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak die premier Chamberlain had willen voorkomen, werd Winston Churchill benoemd tot minister van marine. Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940 als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Kort voor de slag om Engeland sprak hij de volgende legendarische woorden;

“We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.”

Churchill was de premier die Engeland door de tweede wereldoorlog leidde. Hoewel voor sommigen omstreden, is hij het symbool geworden van de onverzettelijkheid en de vechtersmentaliteit van Engeland. Een nationale held en ook internationaal zeer gewaardeerd en bewonderd.

Sinds jaren ben ik gefascineerd door deze Engelse oorlogspremier, Sir Winston Churchill. Een even markante als interessante man waarover de verhalen, zowel mythen als waarheden, talrijk zijn. Vorig jaar had ik de kans om dicht bij deze man te kunnen zijn. Een kans die ik niet kon laten lopen.

Winston Churchill in een karakteristieke pose. De V van Victory waren samen met zijn bolhoed en onafscheidelijke sigaar typisch Churchill.

De ontmoeting.

In de zomer van 2017 maakte ik een rondreis door het zuiden van Engeland. Deze reis leidde mij onder andere door het graafschap Oxfordshire. Ik wist dat me hier een bijzondere ontmoeting te wachten stond. Ik parkeerde mijn auto in de smalle heuvelachtige straatjes van het dorpje Bladon. Even daarvoor was ik langs een enorm landhuis gereden, Blemheim palace. Dit kasteelachtige huis is 300 jaar in de familie van de Churchills geweest en is het geboortehuis van Winston Churchill en veel van zijn voorouders. Het is een korte wandeling van de parkeerplaats naar de kleine dorpskerk, de Saint Martin’s Church, van Bladon. Terwijl ik langs de talrijke graven loop die rondom de kerk te vinden zijn, voel ik toch enige spanning. Een ontmoeting met iemand die ik zo bewonder is toch geen alledaagse bezigheid. Het is doodstil, geen mens te zien. Als ik de kerk voorbij loop, zie ik al waar ik moet zijn. Een groot familiegraf waar de ouders en vrouw, Clementine, van Winston Churchill ook hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een simpele betonnen grafsteen met daarin de namen, geboorte- en sterfdata van Winston en zijn vrouw markeert de plaats waar ze begraven zijn. Juist de rust op de begraafplaats en de simpele steen raken me. Geen praalgraf ergens in London zoals andere grote staatsmannen hadden gekregen, geen mensen die zich verdringen voor een foto en geen toeristisch circus. Rust en een moment om er even alleen te zijn en een eerbetoon te kunnen brengen. Ik leg een bloem op de grafsteen en na een moment van stilte loop ik terug naar de auto. Dichter bij dit icoon, dichter bij deze man die de geschiedenis heeft veranderd, zal ik niet kunnen komen.

Saint Matin’s Church in Bladon.

De laatste reis van Winston Churchill.

Toen Churchill in 1965 in London overleed, vonden eerst officiële plechtigheden plaats in deze Engelse hoofdstad. Met afgevaardigden uit maar liefst 112 verschillende landen werd Churchills uitvaart de grootste staatsbegrafenis uit de geschiedenis. De rouwdienst voor de overleden premier vond plaats in de St. Pauls Cathedral. Als eerbetoon voor Churchill werd het klokkenspel van de Big Ben die dag stilgezet. Wel luidde de Great Tom Bell van de St. Pauls Cathedral. Dit was voorheen alleen gebruikelijk bij begrafenissen van leden van de koninklijke familie en bisschoppen.

In totaal zaten op 30 januari 1965 ongeveer 350 miljoen mensen aan de buis gekluisterd, inclusief 25 miljoen Britten. Zij zagen hoe Churchills kist op het vaartuig MV Havengore over de rivier de Theems werd verplaatst van de pier bij de Tower of London naar het Waterloo treinstation. Op dat moment lieten de Londense dokwerkers onaangekondigd de grote armen van hun hijskranen op de oever langzaam ‘buigen’, als laatste burgerlijke saluut aan Churchill. Vanaf het Waterloo treinstation werd de kist in een speciaal beschilderde wagon van de ‘begrafenistrein’ naar Oxfordshire vervoerd. Op zijn eigen verzoek werd Sir Winston Churchill daar begraven in het familiegraf op Saint Martin’s Churchyard in Bladon, een dorp vlakbij Woodstock.

Het uitsterven van dieren; probleem of bijzaak?

Hoe gaan we om met het uitsterven van dieren?

Ondanks het feit dat er regelmatig dieren ontdekt worden, horen we bijna dagelijks dat er een bepaalde diersoort uitsterft. Soms in een land of op een continent, soms definitief wereldwijd. Klimaatverandering, vervuiling en de jacht zijn slechts enkele oorzaken voor het verdwijnen van deze dieren. Tegenwoordig hebben veel politici het over het belang van het beschermen van natuur en milieu. De klimaatdoelstellingen, het stimuleren van het gebruiken van groene energie en het geven van milieusubsidies zijn hier uitingen van. Dit is echter geen nieuwe ontwikkeling. Vijfenveertig jaar geleden werd, onder andere door de Verenigde Staten, de ESA (Endangered Species Act) ondertekend. In juli dit jaar dreigde de huidige Amerikaanse president Trump met het opzeggen van dit verdrag waardoor 2300 planten en dieren in de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, potentieel in gevaar zijn. Dit alles met als doel de mijnbouw, graafwerkzaamheden en de houtkap gemakkelijker te maken. Het plan is, zoals zoveel plannen van Trump, nog niet volledig uitgewerkt en ingevoerd. Het is overduidelijk dat kapitalistische belangen, het verdienen van geld en werkgelegenheid, boven het behouden van natuur voor volgende generaties gaat.

Uitgestorven dieren in kaart gebracht.

Het IUCN heeft een lijst met uitgestorven dieren. Hier staan lang niet alle dieren op, in feite alleen de vaak wat grotere dieren die – behalve de dinosauriërs – veelal door toedoen van de mens zijn uitgestorven. Welke microscopisch kleine dieren uitgestorven zijn of aan het uitsterven zijn is niet duidelijk. Er zijn ook dieren die in de natuur (waarschijnlijk) zijn uitgestorven of hier hard naar op weg zijn, maar die middels fokprogramma’s in dierentuinen nog een marginaal bestaan leven.

Theodore Roosevelt.

Dat Amerikaanse presidenten ook andere keuzes kunnen maken wat betreft de bescherming van planten en dieren bewees bijvoorbeeld de 26e president van de Verenigde Staten Roosevelt (1901-1909). Hoewel Theordore, bijnaam Teddy, Roosevelt een fanatieke jager was, ontpopte hij zich tijdens zijn presidentschap tot ware natuurbeschermer. ‘Is er iets’, zo vroeg hij op een keer, ‘dat me tegenhoudt om een beschermd vogelpark te maken van Pelican Island? Nee? Wel, dan verklaar ik hierbij het dat is.’

Theodore ‘Teddy’ Roosevelt

Tijdens zijn presidentschap stichtte Roosevelt 51 wilde vogelparken, verdubbelde het aantal nationale parken van vijf naar tien, bepaalde dat miljoenen hectares bos in overheidsbezit beschermd gebied waren en gebruikte zijn bevoegdheid om National Monuments te stichten voor zestien natuurgebieden, waaronder de Muir Redwoods in Californië, Mount Olympus in Washington State en de Grand Canyon. Hij ging daarmee ontelbare belanghebbenden op de tenen staan, maar dat deerde hem niet.

Roosevelt National Park opgericht ter ere van president en natuurbeschermer Roosevelt.

De macht van landen.

Hoewel politici, zoals in de eerste alinea toegelicht, veel spreken over het belang van natuurbescherming en milieu en er veel verklaringen en verdragen worden ondertekend, zien we als het gaat om natuurbescherming vaak dat een groep bezorgde burgers het op moet nemen tegen machtige landen. Een dergelijk voorbeeld is duidelijk te zien als het gaat om de strijd die de groep Sea Sheperd voert tegen de Japanse walvisvaart. Japan wil een einde maken aan het ruim dertig jaar oude verbod op commerciële walvisvaart. De populatie van bepaalde walvissoorten zou voldoende zijn hersteld om ‘duurzame jacht’ te kunnen hervatten, luidt het argument. Vanaf 1986 is het verboden met commerciële doeleinden op walvissen te jagen. Het probleem is echter dat Japan momenteel gewoon actief op jacht is naar walvissen. Officieel voor wetenschappelijke doeleinden, maar in de praktijk gaat het vaak puur om commerciële verkoop en ordinair geld verdienen. Hoewel landen als Australië en Nieuw-Zeeland zich hier zeer kritisch over uitlaten legt geen enkel land Japan een strobreedte in de weg. Over sancties of een boycot richting Japan spreekt men niet. Slechts één organisatie probeert Japan actief te stoppen. Hoewel Sea Sheperd methoden hanteert waar je twijfels bij kunt hebben; denk bijvoorbeeld aan het rammen van Japanse walvisboten en het saboteren van de schroeven van schepen met touw, is dit wel het enige verzet tegen het overtreden van regels die gemaakt zijn om de dieren te beschermen. De wereld is dus wel bereid verdragen te sluiten om dieren te beschermen, maar in veel gevallen duidelijk niet bereid consequenties op te leggen aan landen die deze regels overtreden. Dit alles omdat economie en kapitaal belangrijker worden geacht dan het voortbestaan van een diersoort.

De Steve Irwin, tot kortgeleden het vlaggenschip van Sea Sheperd in hun strijd tegen de walvisjacht.

‘Het is niet erg dat bepaalde dieren uitsterven’.

De houding van de mens ten opzichte van dieren draagt bij aan het uitsterven van deze dieren. Dit is zeer goed te illustreren aan de hand van de volgende uitspraken van een vooraanstaande Nederlandse wetenschapper (Trouw, juni 2018).

Het is van veel diersoorten niet per se erg als ze uitsterven”, zegt Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “Ik kan me wel voorstellen dat mensen het jammer vinden als bepaalde dieren verdwijnen, zoals tijgers. Dat zijn indrukwekkende en mooie dieren. En het uitsterven van sommige diersoorten leidt tot problemen. Zo wordt het bestuiven van fruitsoorten veel lastiger als de bij verdwijnt. Maar het uitsterven van veel organismen levert geen problemen op en leidt ook niet tot verdriet. Mijn vrouw is bioloog en onderzoekt vijgenwespen. Als die verdwijnen, vind ik dat niet erg. Sommige diersoorten vinden wij waardevol of hebben wij nodig, andere niet.”

Filosoof en bijzonder hoogleraar Bas Haring, ook regelmatig te zien op TV.

Kern van de boodschap van deze bijzonder hoogleraar is dat het jammer kan zijn als bepaalde dieren uitsterven omdat het mooie dieren zijn, dat het soms tot problemen kan leiden maar dat het bij veel dieren niet erg is dat ze uitsterven. Als diersoorten die niet waardevol zijn voor de mens uitsterven, dan is dat geen probleem. Deze redenering, puur vanuit het belang van de mens, zonder ook maar op enige wijze rekening te houden met het feit dat de mens ook een diersoort is die naast vele andere diersoorten zou moeten en kunnen leven, zorgt er in mijn ogen voor dat mensen heel gemakkelijk hun schouders ophalen als ze horen dat de laatste Sumatraanse tijger binnen tien jaar uitgestorven is.

Hoe is het tij te keren?

Als een bijzonder hoogleraar het bovenstaande etaleert, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ wel willen investeren om te proberen het uitsterven van dieren te stoppen? Als de president van het machtigste land ter wereld klimaatproblemen weglacht en geen enkel oog heeft voor natuurbehoud, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ het zich wel aantrekken en een dure elektrische auto aanschaffen? Als landen elkaar niet corrigeren terwijl verdragen geschonden worden, hoe kunnen we dan verwachten dat landen zich wel aan afspraken gaan houden? Als politici vooral veel praten over hoe groen hun partijprogramma is maar vervolgens geen steun voor concrete plannen kunnen verwerven onder de burgers van hun land, hoe kunnen dan ooit plannen echt uitgevoerd worden?

Het probleem staat duidelijk op de agenda, er zijn veel plannen gemaakt, maar het is maar zeer de vraag of deze plannen haalbaar zijn. Daarnaast is het ook maar de vraag of de uitvoering van de plannen het uitsterven van planten en diersoorten kan stoppen.



Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Goelag

Op de scheidslijn van Europa en Azië ligt het uitgestrekte Oeralgebergte. Het vormt een immens massief dat zich van noord naar zuid uitstrekt over een lengte van rond de 2500 kilometer, va de noordelijke ijszee (het meest noordelijke deel van de Oeral is arctisch) naar het noordelijk deel van Kazachstan. Besneeuwde toppen en kudden bergschapen sieren de onherbergzame streken. Het gebergte wordt doorklieft door de gelijknamige rivier in het zuiden en het gebergte is één van de oudste die op aarde gevormd zijn.

Het Oeralgebergte vanuit de verte

Siberië

Achter deze imposante bergketen begint het gebied van het symbool van de Russische natie; de bruine beer; welke huist in het koude Siberië. Dit gebied vormt geografisch gezien zo`n tweederde van het Russische landoppervlak. In de Tweede Wereldoorlog verplaatste Stalin zijn oorlogsindustrie naar dit rauwe, maar mooie gebied, ver weg van de Nazi`s teneinde de oorlogsproductie op gang te kunnen houden. Zomer en winter kunnen hier leiden tot temperatuurverschillen tot 100° Celsius. Toch wonen in dit onmetelijke gebied nog zo`n 40 miljoen mensen.

Vele meren vindt men rondom het Oeralgebergte

Katorga

Siberie, met zijn koude en uitgestrekte taiga`s is echter ook bekend om de vele gevangenen die er heen werden gezonden om er in de meeste gevallen onder de meest erbarmelijke omstandigheden te sterven. Ze kwamen terecht in wat bekend is geworden als de Goelag. De Goelag vormt een conglomeratie van een veelheid aan werk- en strafkampen door heel Siberië. Al onder tsaar Peter de Grote werd Siberië in de 17e eeuw geïnstitutionaliseerd. Niet enkel bannelingen werden naar het gebied gezonden, maar er werden werkkampen opgericht maar gewerkt moest worden tot men er letterlijk bij neerviel. In die tijd werden deze kampen nog Katorga`s genoemd. Het was een ideaal middel om dissidenten monddood te maken en ze niet te maken tot martelaar. Zowel Lenin als Stalin, maar ook de grote schrijver Dostojevski, hebben hier tijd doorgebracht. Stalin ontsnapte er zelfs meermaals.

Dwangarbeiders in Goelagkamp Karlag, één van de grootste Goelagkampen in het gebied wat nu onder Kazachstan valt.

Van Katorga naar Goelag

Na de Russische Revolutie in 1917 werd Katorga Goelag. De verschillen waren echter niet groot tussen het oude tsaristische en het nieuwe systeem onder het communisme. Gevangen vochten op drie fronten; de natuur, (want de dwangarbeid werd in zowel de zomer als de winter met name ook buiten verricht), de honger ( men verkeerde in een continuüm van ondervoeding), en daarbovenop tegen medegevangenen. Wel hadden gevangenen in het Katorgasysteem vaak wat meer bewegingsruimte, dus in die zin was het Goelagsysteem nog wat harder. De Russische bevolking zelf duidde Goelag aan als (her-)opvoedingskampen en gebruikte de term Goelag zelf nauwelijks. De term kent naast de associatie met opsluiting, dwangarbeid en de dood van miljoenen mensen ook een symbolische lading als synoniem van onderdrukking onder het Sovjet-tijdperk.

Met de overgang naar Goelag als systeem vond er in die zin een verandering ten opzichte de voormalige Katorga`s plaats, dat het voor de communisten een primair middel was om tegenstanders te elimineren. Daar waar de Katorga`s uit de tsaristische periode nog een penitentiair karakter kende, boetedoening dus, waarbij men er vanuit ging dat een burger na boetedoening kon terugkeren in de maatschappij, was dat idee bij de Goelag niet aanwezig. Ook in het Goelagsysteem echter, werd de economie ondersteund door dwangarbeid.

Stalin

Tijdens Stalins Grote Zuiveringen in de jaren `30 van de 20e eeuw werd de Goelag niet alleen gebruikt om tegenstanders van communisme an sich te herbergen, maar ook tegenstanders van Stalin als leider zelf. Zijn paranoïde karakter zorgde voor nog meer repressie en eliminatie van zogenaamde vijanden. Stalin stelde zelf vast hoeveel mensen er moesten verdwijnen en daarbij werd nog onderscheid gemaakt tussen executie of Goelag. Showprocessen werden opgezet om de rechtvaardiging voor de veroordelingen te vormen, er werd gewoon een aanleiding gevonden voor een strafbaar feit tegen de Sovjetstaat. Daarnaast hongerde Stalin met zijn vijfjarenplannen de bevolking uit. De vijfjarenplannen werden grotendeels gefinancierd met exportproducten en die bestonden voornamelijk uit graan. Boeren werden gedwongen tot afstaan van vee en graan. Begin jaren `30 kampte men echter met een mislukte oogst, waardoor de situatie nog nijpender werd voor de boeren want de quota moesten evengoed worden geleverd aan de staat. Ook in de Oekraïnse Sovjetrepubliek was dit het geval. Hier is de dood van miljoenen burgers de geschiedenis in gegaan als de Holodomor, de dood veroorzaakt door uithongering.

Repressie

De repressie vlamde ook na Stalins dood in 1953 met vlagen op, zelfs ook nog even aan het begin van de jaren `80, tot het aantreden van Gorbatsjov als secretaris-generaal (welke met zijn politiek van glasnost en ontspanning zorgde voor een einde aan de repressie van enkele jaren eerder onder zijn voorganger), naast meer openheid t.a.v. het verleden en de periode van de Grote Terreur, zoals de zuiveringen van de jaren `30 ook wel genoemd worden. Hierdoor kwam er meer aandacht voor literatuur welke altijd streng gecensureerd was geweest, de ooggetuigenverslagen van voormalig gevangen als Solzjenitsyn en bijvoorbeeld Sjalamov. Monumenten voor de herinnering aan slachtoffers van de Goelag werden opgericht en het, door de menigte in 1991 omvergehaalde, standbeeld van de oprichter van de geheime dienst voor de “Loebjanka” te Moskou (locatie KGB-gevangenis) ; Felix Dzjierzinsky, toonde de woede over de gapende wond in het collectieve geheugen over de Goelag en de lange periode van repressie en terreur onder het Sovjetbewind. Officieel hield de Goelag op te bestaan begin jaren `60, toen de KGB de verantwoording over de kampen kreeg; de repressie bleef. Ook de omstandigheden waar gevangenen nadien in terechtkwamen, verschilden weinig. In de periode tussen 1929 en 1953 zijn hebben zo`n 18 miljoen gevangenen de kampen bevolkt en schattingen geven aan dat zo`n 3 miljoen mensen er het leven lieten.

Het grote trauma m.b.t. deze donkere episode in de Russische geschiedenis ontstond dan ook pas na de val van het communisme na 1991, toen er over gepraat kon worden. De lange periode van repressie, waar Goelag een belangrijk symbool van is, kon een plek krijgen in de geschiedenis van het land.