Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Goelag

Op de scheidslijn van Europa en Azië ligt het uitgestrekte Oeralgebergte. Het vormt een immens massief dat zich van noord naar zuid uitstrekt over een lengte van rond de 2500 kilometer, va de noordelijke ijszee (het meest noordelijke deel van de Oeral is arctisch) naar het noordelijk deel van Kazachstan. Besneeuwde toppen en kudden bergschapen sieren de onherbergzame streken. Het gebergte wordt doorklieft door de gelijknamige rivier in het zuiden en het gebergte is één van de oudste die op aarde gevormd zijn.

Het Oeralgebergte vanuit de verte

Siberië

Achter deze imposante bergketen begint het gebied van het symbool van de Russische natie; de bruine beer; welke huist in het koude Siberië. Dit gebied vormt geografisch gezien zo`n tweederde van het Russische landoppervlak. In de Tweede Wereldoorlog verplaatste Stalin zijn oorlogsindustrie naar dit rauwe, maar mooie gebied, ver weg van de Nazi`s teneinde de oorlogsproductie op gang te kunnen houden. Zomer en winter kunnen hier leiden tot temperatuurverschillen tot 100° Celsius. Toch wonen in dit onmetelijke gebied nog zo`n 40 miljoen mensen.

Vele meren vindt men rondom het Oeralgebergte

Katorga

Siberie, met zijn koude en uitgestrekte taiga`s is echter ook bekend om de vele gevangenen die er heen werden gezonden om er in de meeste gevallen onder de meest erbarmelijke omstandigheden te sterven. Ze kwamen terecht in wat bekend is geworden als de Goelag. De Goelag vormt een conglomeratie van een veelheid aan werk- en strafkampen door heel Siberië. Al onder tsaar Peter de Grote werd Siberië in de 17e eeuw geïnstitutionaliseerd. Niet enkel bannelingen werden naar het gebied gezonden, maar er werden werkkampen opgericht maar gewerkt moest worden tot men er letterlijk bij neerviel. In die tijd werden deze kampen nog Katorga`s genoemd. Het was een ideaal middel om dissidenten monddood te maken en ze niet te maken tot martelaar. Zowel Lenin als Stalin, maar ook de grote schrijver Dostojevski, hebben hier tijd doorgebracht. Stalin ontsnapte er zelfs meermaals.

Dwangarbeiders in Goelagkamp Karlag, één van de grootste Goelagkampen in het gebied wat nu onder Kazachstan valt.

Van Katorga naar Goelag

Na de Russische Revolutie in 1917 werd Katorga Goelag. De verschillen waren echter niet groot tussen het oude tsaristische en het nieuwe systeem onder het communisme. Gevangen vochten op drie fronten; de natuur, (want de dwangarbeid werd in zowel de zomer als de winter met name ook buiten verricht), de honger ( men verkeerde in een continuüm van ondervoeding), en daarbovenop tegen medegevangenen. Wel hadden gevangenen in het Katorgasysteem vaak wat meer bewegingsruimte, dus in die zin was het Goelagsysteem nog wat harder. De Russische bevolking zelf duidde Goelag aan als (her-)opvoedingskampen en gebruikte de term Goelag zelf nauwelijks. De term kent naast de associatie met opsluiting, dwangarbeid en de dood van miljoenen mensen ook een symbolische lading als synoniem van onderdrukking onder het Sovjet-tijdperk.

Met de overgang naar Goelag als systeem vond er in die zin een verandering ten opzichte de voormalige Katorga`s plaats, dat het voor de communisten een primair middel was om tegenstanders te elimineren. Daar waar de Katorga`s uit de tsaristische periode nog een penitentiair karakter kende, boetedoening dus, waarbij men er vanuit ging dat een burger na boetedoening kon terugkeren in de maatschappij, was dat idee bij de Goelag niet aanwezig. Ook in het Goelagsysteem echter, werd de economie ondersteund door dwangarbeid.

Stalin

Tijdens Stalins Grote Zuiveringen in de jaren `30 van de 20e eeuw werd de Goelag niet alleen gebruikt om tegenstanders van communisme an sich te herbergen, maar ook tegenstanders van Stalin als leider zelf. Zijn paranoïde karakter zorgde voor nog meer repressie en eliminatie van zogenaamde vijanden. Stalin stelde zelf vast hoeveel mensen er moesten verdwijnen en daarbij werd nog onderscheid gemaakt tussen executie of Goelag. Showprocessen werden opgezet om de rechtvaardiging voor de veroordelingen te vormen, er werd gewoon een aanleiding gevonden voor een strafbaar feit tegen de Sovjetstaat. Daarnaast hongerde Stalin met zijn vijfjarenplannen de bevolking uit. De vijfjarenplannen werden grotendeels gefinancierd met exportproducten en die bestonden voornamelijk uit graan. Boeren werden gedwongen tot afstaan van vee en graan. Begin jaren `30 kampte men echter met een mislukte oogst, waardoor de situatie nog nijpender werd voor de boeren want de quota moesten evengoed worden geleverd aan de staat. Ook in de Oekraïnse Sovjetrepubliek was dit het geval. Hier is de dood van miljoenen burgers de geschiedenis in gegaan als de Holodomor, de dood veroorzaakt door uithongering.

Repressie

De repressie vlamde ook na Stalins dood in 1953 met vlagen op, zelfs ook nog even aan het begin van de jaren `80, tot het aantreden van Gorbatsjov als secretaris-generaal (welke met zijn politiek van glasnost en ontspanning zorgde voor een einde aan de repressie van enkele jaren eerder onder zijn voorganger), naast meer openheid t.a.v. het verleden en de periode van de Grote Terreur, zoals de zuiveringen van de jaren `30 ook wel genoemd worden. Hierdoor kwam er meer aandacht voor literatuur welke altijd streng gecensureerd was geweest, de ooggetuigenverslagen van voormalig gevangen als Solzjenitsyn en bijvoorbeeld Sjalamov. Monumenten voor de herinnering aan slachtoffers van de Goelag werden opgericht en het, door de menigte in 1991 omvergehaalde, standbeeld van de oprichter van de geheime dienst voor de “Loebjanka” te Moskou (locatie KGB-gevangenis) ; Felix Dzjierzinsky, toonde de woede over de gapende wond in het collectieve geheugen over de Goelag en de lange periode van repressie en terreur onder het Sovjetbewind. Officieel hield de Goelag op te bestaan begin jaren `60, toen de KGB de verantwoording over de kampen kreeg; de repressie bleef. Ook de omstandigheden waar gevangenen nadien in terechtkwamen, verschilden weinig. In de periode tussen 1929 en 1953 zijn hebben zo`n 18 miljoen gevangenen de kampen bevolkt en schattingen geven aan dat zo`n 3 miljoen mensen er het leven lieten.

Het grote trauma m.b.t. deze donkere episode in de Russische geschiedenis ontstond dan ook pas na de val van het communisme na 1991, toen er over gepraat kon worden. De lange periode van repressie, waar Goelag een belangrijk symbool van is, kon een plek krijgen in de geschiedenis van het land.

Het Nederlandse aandeel in De Waffen SS

Rond de 22.000 Nederlanders hebben op vrijwillige basis gediend in de Waffen-SS. in verhouding tot andere landen leverde Nederland het grootste aandeel vrijwilligers. Lang is een getal genoemd, namelijk 55.000 vrijwilligers die Nederland geleverd zou hebben, maar recenter onderzoek en vrijgekomen bronnenmateriaal heeft dankzij onderzoek van de Nederlandse historicus In`t Veld aangetoond dat dit aantal dus ruim gehalveerd diende te worden om een meer accurate weergave van het Nederlandse aandeel binnen de Duitse elitetroepen weer te geven.

Nederlandse vrijwilligers deden zich voor in alle eenheden van het Duitse leger. Het gros echter maakte deel uit van enkele eenheden binnen de Waffen-SS, te weten de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade, het SS-Panzer-Grenadier Regiment 10 “Westland” van de “Wiking” Division, en het Freiwilligenlegion “Niederlande” (Vrijwilligerslegioen Nederland), of in de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division “Landstorm Nederland”.

Motieven

In een artikel van Evertjan van Roekel uit 2010 werd gesteld dat uit dagboeken van Nederlandse vrijwilligers bleek dat voor het gros gold dat zij zich niet aanmeldden vanwege een dominant aanwezig gevoel van anti-semitisme of rassenhaat, maar dat meer de zucht naar sensatie en avontuur, of een bewondering voor wat Hitler in Duitsland deed en de ideologie die hij ten toon spreidde.

Inzet

Nederlanders die vochten bij de eerder genoemde onderdelen werden ingezet aan het Oostfront, maar ook in Kroatië, bij de strijd tegen de partizanen. Het is vrijwel zeker dat ook Nederlanders onder de vlag van de Waffen SS hebben deelgenomen aan misdaden tegen de menselijkheid en bijvoorbeeld krijgsgevangenen doodschoten, ook dit blijkt namelijk uit dagboekfragmenten. Hiermee kan echter niet worden gesteld dat dit gold voor de gehele groep van Nederlanders binnen de Waffen SS.

Na de oorlog

Teruggekeerde Nederlanders die uit de handen van de Russen hadden weten te blijven op hun vlucht naar het westen die dienst hadden genomen bij de Waffen SS, werden ondergebracht in drie kampen; Vucht, de Harskamp en Westerbork. Aanvankelijk werden zij bewaakt door de geallieerde strijdkrachten, maar later werd de bewaking overgedragen aan voormalig leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In de jaren `50 waren de meesten van hen weer “vrij”. Echt vrij waren ze niet, het Nederlands staatsburgerschap kregen ze niet en ook de samenleving koesterde weinig sympathie voor de collaborateurs met de Nazi`s van weleer.

De Slaven

Een geschiedenis welke mij altijd intrigeert is die der slaven. Als ik het woord slavisch of ook slaven in de media hoor of lees, dan denk ik altijd: “Maar wie zijn dat dan? En waarom is dat een containerbegrip”?

Etymologie

Etymologisch is het woord slaaf afkomstig van de betekenis die het woord kreeg toen in de 9e eeuw het Duitse Rijk zich uitbreidde, en bij hun veroveringen, mensen als slaaf mee terugvoerde. Onder hen dus ook de volkeren die we vandaag de dag als Slavisch volk kennen.

Herkomst

Oorspronkelijk afkomstig uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa, op de vlucht voor de Hunnen van Attilla. Grofweg worden ze onderverdeeld in drie groepen: de Oost-Slaven, de West-Slaven en de Zuid-Slaven. Deze worden dus weer onderverdeeld op gebied; zo worden de Russen, Wit-Russen en de Oekraïners gerekend onder de Oost-Slaven. De Polen, Tsjechen, Slowaken, Roethenen en Sorben bijvoorbeeld zijn geschaard onder de westelijke slaven. De Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven, Bosniërs en anderen vinden we in het zuidelijke taaldomein van de slaven.

Donkergroen: de oost-slaven. Zwart: De zuid-slaven. Lichtgroen: de west-slaven

Roemenen en Hongaren?

En Roemenen en Hongaren dan? Zijn dat dan geen Slavische volkeren? Het antwoord is neen. De Roemenen worden gerekend onder de Romaanstalige volkeren en de Hongaren kennen het Finnoegrisch als taaloorsprong. Het verschil in taalgebied wordt hieronder middels enkele kaartjes weergegeven. Dit geeft dus ook het antwoord op de vraag waarom “slaven” een containerbegrip vormt; de gemene deler is hier de taaloorsprong.

Taalgebieden in de wereld

Religie

De meeste slaven hangen het Oosters-Orthodox christendom aan. Polen en Kroaten zijn dan weer hoofdzakelijk katholiek en de Bosniërs zijn overwegend islamitisch. Dit heeft alles te maken met de tweedeling in de christelijke kerk vanaf het Grote schisma in 1054, waarbij er een westers- en een oosters christendom ontstond, en met de Turkse overheersing van de Balkan tot 1913. Hier botsen de invloedsferen van deze drie geloven.
De scheuring in geloof zorgde ook voor een culturele breuk onder de slaven. De west-slaven bekeerden zich grotendeels tot het katholicisme daar waar de oost-slaven onder invloed van de Byzantijnen bleven en dus het oosters-orthodoxe christelijk geloof aanhangen.

Scheuringen en assimilatie

Als je de uitwaaiering der Slavische volkeren begrijpt, begrijp je ook beter waarom Rusland zich altijd zo bemoeit met het zuidelijke (taal)gebied der slaven. Dit heeft natuurlijk ook zeer belangrijke geopolitieke en strategische redenen (bijvoorbeeld; opening naar middellandse-zee voor Rusland), maar principieel ziet Rusland zich als hoedster van de Oosters-Orthodoxe kerk en beschermer van de Slavische volkeren en cultuur.

De toegang tot de Balkan werd voor de Turken al geopend
in 1389, toen met de slag op het merelveld, een coalitie van Serviërs, Hongaren, Bosniërs, Bulgaren en 
Albanezen, door de Ottomanen werden verslagen, na een reeks eerdere overwinningen. De oorsprong voor huidige en recente conflicten op de Balkan ligt hier, waarbij moet worden opgemerkt dat de spanningen die onder de verliezers ontstonden, verder zijn versterkt door aanwezigheid van de invloedsfeer van Oostenrijk-Hongarije in de 19e en 20e eeuw, het opkomende nationalisme in de 19e eeuw, de drie Balkanoorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, waarna de communistische dictator Tito de vijandige sentimenten weet te onderdrukken tot aan zijn dood in de jaren `80 van de 20e eeuw. Hierna leefde het nationalisme weer op, culminerend in de Joegoslavische burgeroorlog. Dit is echter een aparte, evenzeer complexe geschiedenis, namelijk de geschiedenis van de Balkan, waar de zuid-slaven deel van uitmaken.

In de loop van de geschiedenis hebben groepen slaven een proces van assimilatie ondergaan met andere bevolkingsgroepen. Zo heeft het Byzantijnse rijk een periode van overheersing uitgeoefend op het gebied van de zuidelijke slaven en werden de westelijke slaven bijvoorbeeld heen en weer geslingerd van midden naar Oost-Europees grondgebied door de geschiedenis van Hongaren, Duitsers en anderen. Ook de Ottomanen zijn van invloed geweest op name de geschiedenis van de zuid-slaven. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat sommige Slavische bevolkingsgroepen de islam volgen; Bosniërs bijvoorbeeld.


Verdeling westerse of Latijnse christendom en oosters-orthodoxe christendom (1054 A.D.)

De geschiedenis en uitwaaiering der slaven is een ontzettend gecompliceerde geschiedenis waar je je makkelijk in kunt verliezen; wellicht dat we hier een cursus of lezing aan gaan wijden in de toekomst.

De waanzin van oorlog

De waanzin van oorlog.

Terwijl ik over het strak gemaaide gras loop kijk ik langs de rijen witte stenen. Sommige met naam en leeftijd, velen zonder. In mijn hoofd spreek ik de namen uit. Ik lees de persoonlijke inscripties die de familie onderaan de grafsteen kan laten inbeitelen. Soms staat er een kaartje bij met een persoonlijke boodschap of meer informatie over overledene. Bijna driekwart van de mannen die hier begraven zijn, zijn jonger dan ik ben. En dat terwijl ik soms het idee heb dat mijn leven nog maar net begonnen is. Veel van deze jongens hebben nooit de kans gekregen om na te kunnen denken over hun toekomst, hebben nooit een vriendinnetje gehad en hebben nooit meer van de wereld gezien dan hun geboorteplaats en de blubber en klei van de Belgische loopgraven. Na enkele minuten merk ik dat ik de namen die even in mijn hoofd zaten heel snel weer vergeet. Ik loop terug omdat ik lees dat twee jongens uit hetzelfde dorp komen. Zullen ze elkaar gekend hebben? Misschien waren dit wel vrienden van elkaar of zaten ze op dezelfde basisschool. Na een uur heb ik nog niet eens een kwart van de begraafplaats gehad. Ik wil al deze mannen wel een laatste eer bewijzen, maar dat kan gewoon niet. Het zijn er teveel. En dit is slechts één van de vele begraafplaatsen in de omgeving van Ieper. Terwijl er weer een bus met Engelsen stopt en om mij heen een schoolklas druk bezig is met het maken van selfies wandel ik wat verdoofd de begraafplaats af. Waanzin.. , niet te bevatten waanzin..

‘Alle oorlogen leven van bloed en het verdriet van moeders die hun kinderen kwijt zijn geraakt’. Een vrije vertaling van een zin uit het lied Mrs. McGrath van Bruce Springsteen. Een zeer rake vertaling wat mij betreft. Oorlogen kennen geen winnaars. De politici van landen die zich uitroepen tot winnaar hebben geen oog voor de enorme prijs die gewone burgers en militairen betalen ten tijde van oorlog. Het was in november dit jaar precies 100 jaar geleden dat de kanonnen van de Eerste Wereldoorlog zwegen. Deze oorlog is voor mij, en velen met mij, het sprekende voorbeeld van hoe waanzinnig en zinloos oorlog is. Lees hieronder slechts enkele voorbeelden van bizarre gebeurtenissen tussen 1914 en 1918.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voor de eerste keer gas als wapen gebruikt. In 1915 werd bij het Belgische Ieper door de Duitsers chloorgas ingezet. De effecten hiervan waren zeer groot en het had blijkbaar het gewenste effect waardoor ook korte tijd later de Engelsen en Fransen gas gingen inzetten. Er ontstond een ware wedloop op het maken van zo effectief mogelijke wapens waarmee het gas kon worden verspreid. In Duitsland ontstond een lobby onder leiding van chemicus Fritz Harber. Deze chemicus ontwikkelde het in de oorlog veel gebruikte chloorgas en pleitte voor het zoveel mogelijk gebruiken van dit gas als wapen. Volgens deze wetenschapper was het dodelijke chloorgas veel humaner dan het gebruik van machinegeweren. Als we kijken naar de effecten van het gebruik van chloorgas op het menselijk lichaam, is deze visie van Harber op z’n minst opmerkelijk te noemen. Chloorgas zorgt voor een lange zwelling van de slijmvliezen in luchtwegen en longen. Gevolg hiervan is dat degene die dit gas binnen krijgen langzaam stikken in hun eigen organen. Fritz Harber vermoedde tijdens de oorlog al dat hij na de oorlog aangeklaagd zou worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Dit is nooit gebeurd. Bizar genoeg kreeg Harber in 1918 echter juist de prestigieuze nobelprijs voor de ontwikkelingen die hij op chemisch gebied voor elkaar had gekregen.

Blindheid, kapotte longen en niet meer kunnen slikken waren de symptomen van hen die er nog goed af gekomen waren.

Slachtoffers van de gasaanval bij de tweede slag om Ieper 1915.

De slag om Verdun, waarbij de Fransen en Duitsers op sommige plekken slechts enkele tientallen meters van elkaar af in de loopgraven zaten, duurde van februari 1916 tot december 1916 en maakte naar schatting 700.000 slachtoffers. Er werd tijdens de gevechten het waanzinnige aantal van ruim 60 miljoen granaten afgeschoten. Dit komt neer op 150 granaten per vierkante meter. Twintig procent van deze granaten ontploften niet. Hierdoor zijn bepaalde gebieden rond Verdun levensgevaarlijk en ten strengste verboden om te bezoeken. Naast onontplofte granaten moeten er in dit gebied nog tienduizenden lichamen in de grond te vinden zijn.

Het slagveld van Verdun vandaag de dag. Tot 70 jaar na het einde van de oorlog groeide hier geen inheemse bloemen, planten en bomen meer. De vele kraters geven nog enig inzicht in de hel die dit gebied bijna een jaar lang moet zijn geweest.

In de vroege ochtend van 11 november 1918, slechts een paar uur voordat het op handen zijnde staakt het vuren ingaat, komen enkele tientallen Amerikaanse mariniers om bij een poging tot het oversteken van een brug over de rivier de Maas in België. Toen een hoge Amerikaanse officier later die dag aan één van de overleven van de mislukte aanval vroeg waarom ze in godsnaam de brug over probeerden te rennen terwijl de Duitsers met machinegeweren konden prijsschieten kreeg hij een even aandoenlijk als waanzinnig antwoord. De sergeant keek de hoge officier aan en zei; ‘Onze commandant vertelde ons dat hij de rivier over ging steken en dat hij verwachtte dat zijn mannen met hem mee zouden gaan.’ ‘Natuurlijk konden we hem niet alleen laten gaan.’ ‘We hadden teveel samen meegemaakt en we hielden teveel van hem.’

In 1914 besluit Stephen Brown zich aan te melden bij het Britse leger. Hij zegt 17 ½ te zijn zodat men zijn aanmelding accepteert. Stephen schrijft veel brieven naar zijn moeder, die in Engeland wacht op een teken van leven. De brieven van Stephen geven een huiveringwekkend inzicht in de gedachten van bange jongen die in de totale gekte van een oorlog is beland.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am alright. I am enjoying myself… I will soon be home.

Love from Steve

Op 13 december 1914 schrijft Stephen optimistisch een kaartje naar huis. Hij is net aangekomen aan het front in Frankrijk. Hij heeft zin in avontuur en verwacht dat hij snel weer thuis zal zijn.

In april 1915 is Stephen een stuk minder optimistisch. Hij moet terug naar het front nadat hij in december al aan het front is geweest. De gruwelen van de dingen die hij gezien en meegemaakt heeft moeten nog iedere dag door zijn hoofd spoken. Uit de brief spreekt zijn angst. Waar Stephen eerder heeft gelogen over zijn leeftijd om toegelaten te worden tot het leger, smeekt hij nu of zijn moeder zijn leidinggevende wil schrijven dat hij slechts 17 is in de hoop dat hij naar huis mag.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am quite well. I am for the front on Tuesday. But if you write to the Commanding Officer and say I am only seventeen it will stop me from going. Get it here before Tuesday for I cannot get a pass to come and see you. Don’t forget.

From Stephen

Of moeder niet of te laat geschreven heeft is onbekend. Feit is dat Stephen toch terug naar de frontlinie moet. Hij stuurt zijn moeder nog een foto van hemzelf en twee vrienden en wenst haar goede gezondheid toe. Op vier mei 1915, enkele weken na het sturen van de brief en een paar dagen na het sturen van de foto, raakt Stephen Brown dodelijk gewond. Zijn lichaam vinden ze zes dagen later in de Franse klei. Stephen is nog geen achttien als hij het leven verliest.

De brief waarin Stephen Brown zijn moeder smeekt zijn leidinggevende te schrijven in de hoop dat hij naar huis mag.

Het laatste Engelse slachtoffer is George Ellison. Vier jaar lang heeft deze voormalig mijnwerker van 40 in de loopgraven geleefd. Vier jaar lang heeft hij het geluk gehad niet zwaargewond te raken of te overlijden. Vier jaar lang heeft George uitgezien naar het terugzien van zijn vier jarige zoontje James. Slechts enkele minuten voordat het staakt het vuren ingaat verliest George het leven tijdens een laatste patrouille rond de stad Bergen in België. Hij is hiermee het laatste officiële Engelse slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Het laatste officiële slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog is de Amerikaan Henry Gunther die om 10.59 uur, slechts één minuut voor het neerleggen van de wapens, om het leven kwam.

George Ellison, het laatste Engelse slachtoffer.

Gele Hesjes

 

De straten van Parijs branden! Duizenden mensen mobiliseren zich, gehuld in gele hesjes als blijk van eenheid onder de demonstranten, door de binnenstad. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Het geweld dat er mee gepaard gaat laat duidelijk zien dat de gele hesjes het niet eens zijn met het onder de Franse Minister-President Macron gevoerde beleid. Waarom zien we de demonstraties in Frankrijk wel met geweld gepaard gaan niet in Nederland? Op welke manier probeert de regering de menigte weer tot bedaren te brengen en welke rol speelt de media hier in?

Macron

In zijn verkiezingscampagne in 2017 trok Macron fel van leer tegen Parie Le Pen van Front National, de partij aan de uiterst rechtse zijde van het politieke spectrum in Frankrijk. Hij gaf het grote publiek aan dat zij die niets met de politiek van extreem-rechts te maken willen hebben, bij hem toch het beste af zouden zijn. Enfin, Macron werd verkozen en pakt nu met zijn liberale beleid juist die groepen in Frankrijk aan, die benoemd werden in de politieke agenda van Le Pen destijds, de arme minderheden in de banlieu.

Wie zijn ze?

Wie lopen er allemaal tussen die gele hesjes? Het antwoord laat een zeer divers publiek zien; van progressief links, tot extreem rechts, maar ook jonge en vooral ook oudere vrouwen, die voor de toekomst van hun kinderen opkomen. Het geeft aan dat het niet louter de stem van de extremen is die zich laat horen, maar ook de (lage) middenklasse bijvoorbeeld. Mensen komen amper nog rond en jonge volwassenen kunnen niet meer gaan studeren, komen niet aan een baan, laat staan een huis. Het is de resultante van het regeringsbeleid in Frankrijk en de groeiende kloof die als gevolg hiervan is ontstaan tussen arm en rijk. Mensen die al nauwelijks rond kunnen komen en geconfronteerd worden met extra belastingheffing op niet alleen brandstof maar ook andere zaken, in de wetenschap dat de regering rijk zijn beloont met het afdragen van nauwelijks belasting, gaan op de barricades staan.

Ontevredenheid

Ik noem een voorbeeld; vliegtuigmaatschappijen in Frankrijk, worden nauwelijks belast ondanks dat zij één van de grootst vervuilende sector is van de economie, in een tijd dat het regeringsbeleid vertelt aan de gewone man dat ze groener naar het werk moeten rijden en dus zwaarder belast worden teneinde dit te realiseren. Typisch gevalletje hypocriet dus. Nog een voorbeeld waar terecht ontevredenheid onder de bevolking uit zou kunnen ontstaan; De voorzitter van Renault, zit vast in Japan wegens belastingontduiking terwijl hij een miljoenensalaris geniet. Dit terwijl de loonontwikkeling achter blijft bij de salarisontwikkeling in de hogere echelons en de groeiende mate van vervangen van mensen op de vloer door toenemende robotisering. Hier moeten dan banen voor terugkomen door het omscholen van medewerkers (voor een deel, maar hoe groot is dat deel?), maar wie gaat dat betalen? Dat is trouwens niet uniek voor Frankrijk. Dat zien we in Nederland ook. Hoeven we alleen maar te kijken naar de vastlopende Cao-onderhandelingen tussen bijvoorbeeld FME, de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie en de FNV.

Afleiding

De elite onderschat het groeiende probleem en heeft te lang de broeiende en groeiende onrust genegeerd. De geest is uit de fles en moet weer beteugeld worden. Macron als symbool van de bestuurlijke elite lijkt niet te begrijpen dat je geen huis kunt betalen in de stad waar je je boterham verdient en daardoor dus een auto nodig hebt waarbij je vanwege je karige loon geen extra belasting kunt betalen. Nu is er gisteren in Frankrijk een terreuraanslag geweest in Straatsburg waarbij vier gewonden zijn gevallen, de kersttijd is weer aanstaande zullen we maar zeggen en het extremisme binnen de Islam moet zich weer roeren op het Europese vasteland. Voordeel voor de Franse regering zou kunnen zijn dat dit de aandacht kan verleggen van dat andere actuele probleem, waar het gaat om de grote massa. De regering heeft opgeroepen niet te gaan demonstreren om te sympathiseren met de slachtoffers van de aanslag in Straatsburg. Ook verschijnen er overal in de media berichten hoe ontwrichtend de acties zijn voor de economie. Dus de schuld van de situatie die de mensen de straat op brengt wordt terug in de schoenen geschoven van de protestanten.

Nederland

In Nederland zien we ook mondjesmaat protesterende gele hesjes, de boodschap is op grote lijnen hetzelfde, voor zover die helemaal duidelijk is, want echte leiders binnen de hesjes die de boodschap vertolken zijn er niet echt, maar de demonstraties verlopen vreedzaam. Fransen kennen met revoluties nu eenmaal een gewelddadige traditie, zeker in Parijs. In Nederland is dat minder en zeker vandaag de dag. Want de eenheid die je onder de Franse protestanten ziet, zie je hier niet terug. Iedereen preekt toch een beetje voor eigen parochie, zo lijkt het. In Nederland wordt je op voorhand ook al door de staat duidelijk gemaakt dat er grote problemen rijzen als je je belasting even niet betaald hebt, want dan heb je de politie aan de deur, waardoor je wel twee keer nadenkt voordat je tot geweld overgaat.

Succesvol

In elk geval zijn de acties van de gele hesjes in Frankrijk nu al geslaagd. Zij hebben de elite het gezicht laten zien van een grote vergeten groep mensen. Enkele maatregelen zijn teruggedraaid, in ieder geval voor nu. Het dwingt de elite na te denken over de manier waarop deze groep hun leven moet leiden omdat ze geen keuzevrijheid door koopkrachtontwaarding meer hebben.

Sportgeschiedenis

Sportgeschiedenis

Als we kijken naar de logo`s van veel Amerikaanse professionele sportclubs, met name binnen de grote vier: het American Football (NFL), het ijshockey (NHL), het honkbal (MLB) en het basketball (NBA), dan zegt dat ons samen met de namen al veel over de geschiedenis van de staat waar de bakermat ligt van het betreffende team. Nemen we enkele willekeurige teams, zoals de Pittsburgh (Pennsylvania) Steelers bijvoorbeeld. De Steelers zijn actief binnen de NFL. Onder de huidige naam ( ze bestonden eerst onder een andere naam) zijn ze actief sinds 1941. Als je weet dat Pittsburgh deel uitmaakte van “The Manufacturing Belt” of ook wel oneerbiedig “The Rust Belt “genoemd, de regio waar in de 20e eeuw in Amerika zich het zwaartepunt van de Amerikaanse industrie bevond (met andere steden als Detroit, Chicago en Cleveland binnen deze regio), dan laat de naam zich raden; een duidelijke verwijzing naar de staalindustrie van het Noord-Oosten van Amerika. Het logo lijkt minder duidelijk; een drietal sterren naast de naam. Op het eerste gezicht zegt dat niks natuurlijk. Maar wie even verder zoekt, komt er snel achter dat dit logo sterk geënt is op het logo van een grote staalproducent in de stad; U.S. Steel.

Het logo van U.S. Steel

Het logo van de Steelers

 

 

 

 

 

 

Staalindustrie

De staalindustrie in de V.S. floreerde vanaf het midden van de 19e tot het derde kwart van de 20e eeuw, hoewel er toen al duidelijke tekenen van verval te zien waren. In Youngstown Ohio werden de kanonskogels voor het Noorden gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog gemaakt, en het materieel voor de verdere oorlogen waar het land in verzeild raakte. Springsteen zingt erover in zijn ode aan de vergane staalindustrie:

“Youngstown”
By Bruce Springsteen, 1995

Fragment:

Here in northeast Ohio
Back in eighteen-o-three
James and Dan Heaton
Found the ore that was linin’ Yellow Creek
They built a blast furnace
Here along the shore
And they made the cannonballs
That helped the Union win the war
To the coal mines of Appalachia
The story’s always the same
Seven hundred tons of metal a day
Now sir you tell me the world’s changed
Once I made you rich enough
Rich enough to forget my name 

Texas Rangers

Een ander voorbeeld. De Texas Rangers. Zij komen uit in de Major League (MLB) Baseball.

Het logo van de Texas Rangers: het logo verraadt hier niets; de naam des te meer.

Van Texas Rangers hebben waarschijnlijk meer mensen al eens eerder gehoord, maar dan in een heel andere context. De Texas Ranger Division in haar huidige vorm is een soort FBI geworden, maar dan binnen haar eigen staat. In het evrleden waren de Rangers betrokken bij de meest spraakmakende gebeurtenissen in het Texas van “The Old West“.

Om er een paar te noemen: de arrestatie van een bekende

bankovervaller Sam Bass, en van het bekende criminele duo Bonnie & Clyde. Meer recent, staan de beelden van de gebeurtenissen te Waco in 1993 me nog helder op het netvlies. Hier ontstond op 28 februari een hels vuurgevecht tussen sektelede van de Davidians enerzijds en eenheden van de ATF (Bureau of Alcohol, Tobacco and Firearms) en later (De onderhandelingen duurden 58 dagen) ook

Een typische Texas Ranger, met snor en hoed; bijna een cultfiguur!

met FBI anderzijds. De Texas Rangers werden door de FBI uitdrukkelijke buiten de onderhandelingen gehouden hoewel de sekteleden hier om vroegen. Uiteindelijk sneuvelden in de gebeurtenissen die nog steeds met grote controverse omgeven zijn (want wie loste het eerste schot; de ATF of de Davidians van David Koresh) bijna 80 sekteleden, en vier ATF agenten. Zestien agenten raakten gewond.

David Koresh, leider van de Branch Davidians, een zijtak van zevendedagsadventisten.

 

Zo komt men, als men een beetje onder de oppervlakte prikt, opmerkelijke elementen uit de geschiedenis van een land tegen aan de hand van namen van sportclubs en logo`s. Ook in andere landen, regio`s en steden of dorpen zie je lokale geschiedenis soms terugkomen in naamgevingen en of logo`s.

 

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen.

 Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, sta ik op de militaire begraafplaats in Oosterbeek. De herdenking staat op het punt te beginnen. Als de doedelzakken tot leven komen zetten de vaandeldragers zich in beweging. Voorop loopt een militair met in zijn hand de teugels van een klein paardje. Het paardje heeft een deken op zijn rug met daarop de kenmerken van het regiment waar hij mascotte van is. Met zijn begeleider loopt hij tussen de graven door en kijkt, wellicht door de drukte of het snerpende geluid van de doedelzakken, onrustig om zich heen. Een traditie waar militairen veel waarde aan hechten, deze mascottes. Maar is het niet een beetje uit de tijd, wellicht zelfs overbodig, deze dieren overal mee naartoe te slepen?

Het gebruiken van symboliek en het eren en van gebeurtenissen uit het verleden zijn dingen die in de militaire wereld zeker niet ongewoon zijn. Sinds de oprichting van een regiment, een militaire eenheid die bestaat uit meerdere bataljons, worden verschillende souvenirs verzamelt. Deze staan symbool voor kleine en grotere gebeurtenissen uit het verleden. Samen vormen deze souvenirs de regimentstraditie.

Smoke

Geit Billy, mascotte van het Royal Regiment of Wales

Soms komen de regimentsmascottes letterlijk toevallig langswandelen. Zo adopteerde het US Marine Corps in 2008 een gewonde en ondervoedde ezel die in Irak toevallig bij het kamp kwam binnenwandelen. Hij zorgde voor plezier en ontspanning bij de mariniers en omdat hij regelmatig hun sigaretten opat werd hij toepasselijk ‘Smoke’ genoemd. De ezel werd in 2009 naar de Verenigde Staten gevlogen om daar zijn ceremoniële taken te kunnen blijven uitvoeren.

Andere mascottes kennen een lange traditie. Zo heeft het regiment van de Irish Guards sinds 1902 de Ierse wolfshond als mascotte. De wolfshond Conmael, de veertiende in lijn, loopt altijd voorop bij officiële ceremonies. De honden krijgen een bijzondere behandeling en zelfs een officiële rang. Hun begrafenissen vinden plaats met militaire eer.

Stubby

Een van de meest interessante en opvallende verhalen over militaire mascottes is het verhaal van het hondje Stubby. In juli 1917 werden Amerikaanse soldaten in Engeland getraind voor hun deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens hun training kwamen ze het hondje tegen. Eén van de Amerikanen, korporaal Conroy, vond Stubby zo leuk dat hij hem onder zijn overjas verstopte toen hij naar het vasteland van Europa werd verscheept. Eenmaal in Europa was Stubby aanwezig bij zeker 17 gevechten, vooral in Noord-Frankrijk. Hij raakte hierbij twee keer gewond. Door zijn goede neus wist hij zijn regiment regelmatig op tijd te waarschuwen voor gasaanvallen, hiermee redde hij talloze levens. Voor hem werd een speciaal gasmasker ontworpen zodat Stubby zelf ook deze gasaanvallen kon overleven.

Een andere belangrijke taak van het hondje was het troosten van gewonden op het slagveld. Zijn vrolijke aanwezigheid maakte de situatie ietwat luchtiger en plezieriger voor de soldaten. Stubby werd uiteindelijk bevordert tot sergeant in het Amerikaanse leger. Geen symbolische rang, maar daadwerkelijk een promotie op basis van ervaringen in de oorlog. Na de oorlog kwam de hond terug in Amerika en werd hij ontvangen als een nationale held. Hij ontmoette presidenten en werd de mascotte van een sportteam in Georgetown.

War-Hero Stubby

 

 

 

 

 

 

 

In 1926 overleed Stubby in het bijzijn van zijn baasje, korporaal Conroy, die eveneens de Eerste Wereldoorlog had overleefd. Grappig detail hierbij is dat de hond Stubby aan het einde van de oorlog een hogere rang had dan zijn baasje.

Symbolische waarde

Terugkomend op de vragen opgeworpen in de eerste alinea is te concluderen dat militaire mascottes in veel gevallen veel meer zijn dan letterlijke en figuurlijke paradepaardjes. Naast de symbolische functie en verwijzing naar de (regiments)geschiedenis, kunnen deze dieren ook een belangrijke functie in oorlogsgebied hebben. Ze kunnen net het lichtpuntje zijn die veel soldaten nodig hebben.

Hoe een keizer een tuinman werd

De laatste Duitse kaiser.

Frederik Wilhelm Victor Albert van Pruisen, in de geschiedenisboeken beter bekend als keizer Wilhelm II, is de geschiedenisboeken ingegaan als het laatste erfelijke staatshoofd van het Duitse keizerrijk. Vaak wordt hij afgeschilderd als een intelligente maar twijfelende, onzekere en zeer ijdele man. Iemand die harde taal uitte maar op het moment dat er een belangrijke beslissing genomen moest worden zeker niet altijd de juiste beslissing nam. Exemplarisch hiervoor is het ontslag van rijkskanselier Bismarck in 1890. Een harde beslissing van Wilhelm om op deze manier meer macht naar zich toe te kunnen trekken. Gevolg hiervan: een machtsvacuüm in de Rijksdag en een daaruit oplaaiende machtsstrijd die Duitsland van binnenuit bedreigde. Dit terwijl Duitsland juist gebaat was bij stabiliteit en sterke leiders in een tijd van onzekerheid en dreiging in Europa.

 

 

 

 

 

 

 

Wilhelm maakte foute op fout, probeerde Engeland te vriend te houden maar zorgde er met kwetsende uitlatingen voor dat ze een bloedhekel aan hem hadden, voerde een buitenlandpolitiek die niet goed werkte en zag onder andere hierdoor met grote zorgen een verbond ontstaan tussen Frankrijk en Rusland.

 Oorlog

Een andere beslissing van Wilhelm die voor Duitsland en de rest van Europa verstrekkende gevolgen heeft gehad, was zijn besluit in 1914 Oostenrijk-Hongarije te steunen. Door Frankrijk via België aan te vallen mengt ook Engeland zich in de oorlog en creëert Wilhelm naast Frankrijk en Rusland een derde machtige vijand. Tijdens de eerste wereldoorlog nemen de macht en het aanzien van Wilhelm af. Binnen twee jaar na het uitbreken van de oorlog hebben zijn generaals op het slagveld meer te zeggen dan Wilhelm. Waar hij oorspronkelijk de grote opperbevelhebber was, werd hij steeds meer een ‘Schattenkaiser’ die door de Duitse legerleiding, volkomen werd overvleugeld. Dit was vooral te zien na augustus 1916 toen het militaire duo Hindenburg – Ludendorff niet alleen het opperbevel overnam maar ook de politieke verantwoordelijkheid steeds meer naar zich toe trokken. De functie van Wilhelm werd steeds meer een symbolische. Het afnemen van militaire parades en het houden van voorspelbare toespraken waarin de snelle overwinning van Duitsland werd aangekondigd werd een dagtaak.

 

 

 

 

 

Het is dan ook niet heel verrassend dat er aan het keizerschap van Wilhelm II een abrupt einde komt als Duitsland in 1918 de oorlog verliest. Wilhelm is dan al lang het vertrouwen van de legerleiding, de politici en de bevolking kwijt en legt zijn functie neer. Op aanraden van zijn militaire adviseurs vlucht hij met zijn vrouw, Auguste Viktoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg, naar het neutrale Nederland. Op 10 november 1918 vertrekt hij per trein om nooit meer in Duitsland terug te keren. In 59 wagonladingen worden de belangrijkste bezittingen van Wilhelm ook naar Nederland gebracht. Hoewel de rest van de wereld Wilhelm voor de rechter wil brengen voor misdaden tegen de menselijkheid, weigert Nederland hem uit te leveren. Neutraliteit is voor de Nederlandse regering belangrijker dan uitlevering. Wilhelm is veilig maar ontdaan van al zijn functies, zijn macht en wellicht nog erger voor de ijdele Wilhelm, zijn aanzien.

Nederland

Terwijl de onrust in Duitsland aanhoudt legt Wilhelm zich in Amerongen en later Doorn toe op het onderhouden van zijn tuin en het bestuderen van archeologie en geschiedenis. Veel meer kan hij ook niet doen, omdat hij zich niet verder dan 10 mijl van zijn huis in Doorn mag verplaatsen. Lange reizen zijn, tenzij hij toestemming van de Nederlandse overheid krijgt, uitgesloten. Omdat zijn kinderen in Duitsland blijven wonen is de vrouw van Wilhelm één van de weinigen met wie hij contact heeft. Ook blijft Wilhelm zeer regelmatig contact houden met zijn adviseurs. Waarschijnlijk meer voor de vorm dan dat deze overleggen daadwerkelijk enig nut hebben. Wilhelm heeft immers geen enkele (symbolische) functie meer. Ook symbolisch is het dragen van zijn enorme collectie aan uniformen die hij vanuit Duitsland naar Doorn had laten overbrengen. Naast de burgerkleding die Wilhelm soms draagt is hij nog zeer regelmatig te zien in verschillende uniformen, soms zelfs met helm, in het dorpscentrum van Doorn. Deze ijdelheid, een eigenschap waar Wilhelm al zo lang bekend om staat, blijft hij tot zijn dood tentoonspreiden.

Houthakker

Wilhelm blijkt een fanatiek en kundig houthakker te zijn. Wellicht uit verveling hakt hij dagelijks een aantal uren in de grote bosrijke tuin op zijn landgoed. Hij blijft hierdoor tot op hoge leeftijd goed in conditie. Het brengt echter wel een probleem met zich mee. Wilhelm hakt en zaagt zo fanatiek dat hij in zijn eentje zorgt voor de bijna volledige ontbossing van het landgoed.

Dood

In maart 1941 gaat het tijdens dit houthakken mis. Wilhelm raakt onwel. Hij lijkt op te knappen, maar krijgt in juni 1941 last van ademhalingsproblemen. Hij sterft uiteindelijk op 82-jarige leeftijd aan een longembolie. Hoewel er bij zijn begrafenis vele Duitse (oud)generaals aanwezig zijn, waaronder die van de Duitse bezetter en Hitler een enorme rouwkrans laat bezorgen, krijgt Wilhelm II zijn laatste rustplaats in Doorn en niet in Duitsland. Zijn laatste wens, zijn lichaam mag alleen terugkeren naar Duitsland als Duitsland weer een monarchie is, zal waarschijnlijk niet op korte termijn ingewilligd kunnen worden.

Nederlanders in de bres voor Napoleon

Henk

Enkele jaren geleden sprak ik met een (inmiddels oud-) collega over de fatale Russische veldtocht van Napoleon. Ik noem hem hier voor het gemak even Henk, in verband met de privacy. Henk is net als ik geïnteresseerd in de geschiedenis van onder andere Europa. Hij vertelde me dat hij een reis per motor ging maken door Wit-Rusland. Henk wilde ook naar de Berezina. Die naam kende ik natuurlijk ook. Het is de plaats waar Napoleon met zijn vluchtende leger over moest steken.

De Russische veldtocht

De Russische veldtocht van Napoleon is een veel beschreven en bekende geschiedenis, zeker onder de ouderen onder ons. Henk wilde ook de plek bezoeken waar het restant van Napoleon`s op de vlucht geslagen leger gedurende hun terugtocht een natuurlijke hindernis in bittere koude temperaturen diende te nemen voordat het verder kon: de Berezina. De Berezina is een zijtak van de meer bekende rivier de Dnjepr en stroomt over een lengte van zo`n 600 kilometer lengte.

Berezina

De rivier vormt een groot probleem voor Napoleon en de zijnen, want zijn leger werd op de oostelijke zijde van de rivier omsingeld door het vijandelijke leger, en de enige brug in de buurt om de rivier over te kunnen steken, was in handen van de vijand. De soldaten in het leger van de keizer zijn aan het einde van hun Latijn, ze zijn half bevroren, lijden honger en lopen nog soms nog maar met de helft van hun oorspronkelijke uitrusting in de gelederen. Soldaten vertrapten elkaar in ongecoördineerde chaotische taferelen bij eerdere oversteekplaatsen. Men moet soms onderlinge gevechten voeren om de overkant te bereiken. Het vriest meer dan 20 graden.

Nederlanders

Binnen dit internationale Franse leger bevinden zich ook zo`n 25000 Nederlandse soldaten; de rode lansiers genaamd, naar hun opvallende rode uitmonstering. Onder hen ook zo`n 400 pontonniers en enkele infanterie regimenten plus een regiment kurassiers. Wanneer op de 24e de Berezina wordt bereikt, zijn het o.a. de Nederlandse pontonniers die het ijzige water in springen en een brug aanleggen wat een klein deel van het leger een overtocht biedt. Ze weten dat ze gaan sterven door de kou, maar toch brengen zij het ultieme offer voor de keizer. Het toont aan dat de keizer ondanks de fatale veldtocht naar Rusland, nog steeds niet van zijn voetstuk was gevallen.

Van de 400 pontonniers zijn er zes die het epos na kunnen vertellen. Ze hebben er voor gezorgd dat het restant van het leger verder kon op hun lijdensweg richting Parijs, en boden de keizer de kans te ontsnappen. Rondom de oversteek plaatste Napoleon zijn laatste list. Een afleidingsmanouvre redde samen met de heroische daad van de pontonniers een deel van het reeds gedecimeerde Grande Armee. van de 400.000 soldaten die richting Rusland trokken in 1812, waren er bij de oversteek op de terugweg bij de Berezina nog maar zo`n 50.000 over. Het kleumende leger leed een ongekende lijdensweg. Voortdurende en onvoorspelbare aanvallen van de Kozakken teisterden Napoleons leger, ziekte, een honger zo groot dat men in sommige gevallen tot kannibalisme op gevallen kameraden overging om te overleven.

Memoires

Van de terugtocht zijn een aantal goed gedocumenteerde en bewaard gebleven ooggetuige verslagen in de vorm van memoires te raadplegen die een aardig inzicht geven van de gebeurtenissen. Vooral de dagboeken van Coulaincourt (Generaal) en Bourgogne (Luitenant) zijn sprekend. Coulaincourt, generaal en Napoleons adjudant, zat bij hem in de koets toen hij op 5 december het lijdende leger plotsklaps en in spoedtempo verliet naar Parijs omdat hem geruchten van een op handen zijnde coup ter ore waren gekomen. Hij heeft in zijn memoires de hele reis beschreven en interessant zijn ook de persoonlijke gesprekken met de keizer.

Bescheiden

Bij zo`n veelbeschreven een gebeurtenis verwacht je een grotesk onder Sovjet-heerschappij opgericht herdenkingsmonument bij de beruchte oversteekplaats, maar daar komt men bedrogen uit. Slechts een bescheiden kleine gedenkplaat herinnert aan de verschrikkingen, zo vertelde Henk na zijn terugkeer. Hij had ook moeite het te vinden, dat zegt ook genoeg. Henk is niet de enige die (een gedeelte van) de terugreis heeft gemaakt per motor. Ook Sylvain Tesson heeft dat gedaan, in een zijspan van een Ural; een Russische motorfietsmerk.

Tesson

Hij heeft tijdens die reis om nog beter in te kunnen leven, de dagboeken van zowel Coulaincourt als Bourgogne bij de hand en reist in dezelfde winterse periode onder weliswaar iets minder strengen koude, maar ook met gevaar voor eigen leven, dit keer door roekeloos rijdende vrachtwagens die ze de sneeuw om de oren rijden. Wie meer wil weten over de barre omstandigheden van de terugtocht van de Grande Armee uit Rusland, zou zeker dit boek moeten lezen; een aanrader dus!