Ira Hayes: het verhaal van een ongelukkig icoon.

Iwo Jima, 23 februari 1945

Het is één van de meest iconische foto’s van de tweede wereldoorlog. Zes Amerikaanse mariniers hijsen de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi in Japan aan het einde van de slag om het eiland Iwo Jima. Een symbool van heldendom, moed en opoffering. Voorpaginanieuws in alle Amerikaanse kranten en tijdschriften. Veelvuldig afgebeeld in geschiedenisboeken in de westerse wereld waaronder Nederland. In brons gegoten als officieel mariniersmonument in Washington D.C. Maar hoe verging het de mannen op de foto eigenlijk na dit fotomoment? En hoe verging het specifiek de enige ‘native American’ ofwel Indiaan op deze foto? Dit is het verhaal van de Amerikaanse held Ira Hayes. Held in de tweede wereldoorlog maar tegelijk Indiaan in een land waarin discriminatie en uitsluiting normaal zijn.

De mariniers van Iwo Jima.

Op 19 februari 1945 gaan ruim 70.000 Amerikaanse mariniers aan land op het Japanse eiland Iwo Jima als onderdeel van de ‘Island hopping’ strategie om de Japanners te verslaan. Er wacht hen een eiland vol bunkers, ondergrondse gangenstelsels en grotten waar de Japanners zich hebben ingegraven. Zich overgeven is geen optie voor deze 21.000 Japanse militairen op Iwo Jima. De hoogste berg van het eiland, berg Suribachi, 166 meter hoog, is van groot strategisch belang en moet verovert worden. Om ongeveer half 11 in de ochtend van 23 februari 1945 veroveren de Amerikanen de berg. Het hele eiland is vijf weken later onder Amerikaanse controle ten koste van ruim 7000 Amerikaanse doden en ongeveer 25.000 gewonden.

Het hijsen van de Amerikaanse vlag op de berg Suribachi.

Om de verovering van de berg te vieren en duidelijk te maken dat Suribachi onder Amerikaanse controle was, werd een Amerikaanse vlag op deze plek gehesen. Hieronder is het plaatsen en hijsen van de eerste vlag te zien. Deze foto is echter minder bekend en iconisch als de foto die gemaakt werd van de tweede vlag. Deze tweede vlag is kort na de eerste neergezet omdat men de eerste vlag te klein vond. Ook was het publicitair een goede actie de heldenmoed en het patriotisme van de Amerikaanse mariniers in vele foto en filmbeelden vast te leggen. Dit kon alleen als het vlagmoment een keer over werd gedaan.

Het plaatsen van de eerste vlag op Iwo Jima

Op de iconische foto van het hijsen van de tweede vlag staan zes mariniers. Dit zijn Harold Schultz, Michael Strank, Franklin Sousley, Rene Gagnon,, Harlon Block en Ira Hayes. Alleen Hayes, Gagnon en Schultz overleefden de strijd op Iwo Jima.  Strank en Block overleden zes dagen na het plaatsen van de vlag. Sousley op 21 maart, vijf dagen voor het einde van de strijd op Iwo Jima.

Zonder de andere mannen tekort te willen doen is marinier Ira Hayes de meest interessante persoon van deze groep. Hayes was een, op het moment van het hijsen van de vlag, 22-jarige Indiaan ofwel Native American van de Pima stam afkomstig uit Arizona. Hoe verloopt het leven van een Indiaan die van het ene op het andere moment een Amerikaanse held is met alle roem, druk en verwachtingen die daarbij horen? Hoe moet het zijn geweest om het heldendom te voelen maar tegelijk te leven in een tijd vol discriminatie en racisme? En hoe reageert familie en de rest van zijn stam op de nieuwe status van één van hen? Interessante vragen die het uitzoeken waar zijn.

Het leven van Ira Hayes voor en na het plaatsen van de vlag op Iwo Jima.

Ira Hayes bij zijn indiensttreding in 1942, 19 jaar oud.

Op 27 maart, na de slag om Iwo Jima, vertrekt de eenheid van Ira Hayes richting Hawaii om hier bij te komen van de gevechten. Hij blijft hier trainen tot half april. Dan moet Ira zich in Washington D.C. melden samen met de twee andere mannen die de vlag hebben gehesen en de gevechten hebben overleefd. Op 20 april ontmoeten de mannen president Truman in het witte huis. Vanaf daar vliegen de mannen door de VS op een zogenaamde ‘bond-tour’. Een rondreis door de VS om bij Amerikaanse burgers geld in te zamelen voor het leger. Deze reis eindigt eind mei 1945. In juni werd Hayes gepromoveerd van soldaat eerste klasse naar korporaal. Van 22 september t/m 26 oktober maakte Ira Hayes onderdeel uit van de Amerikaanse bezettingsmacht in Japan. Hierna volgende een eervol ontslag.

Hayes stond voor de oorlog bekend als een slimme en teruggetrokken jongen. Hij sprak zeer goed Engels en werd, vooral door zijn moeder, aangespoord zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Klasgenoten omschrijven hem als een jongen die alleen spreekt als er tegen hem gesproken werd.

Een pijnlijke gebeurtenis in het leven van de familie van Ira Hayes en andere leden van de Pima stam vind plaats in 1932. Op deze dag worden stamleden uit hun huis gezet door de blanke bestuurders. Ze verliezen niet alleen hun huis maar ook de grond en gewassen die hierbij horen. Deze gebeurtenis is een teken van de status die native Americans op dat moment hebben.

Als Hayes in 1942, uit verantwoordelijkheidsgevoel om zijn land te dienen na de aanval van Japan op Pearl Harbor, in dienst gaat, blijkt hij naast verstand ook veel talent op militair vlak te hebben. De keuze om als Indiaan te gaan dienen in het Amerikaanse leger is, zeker met oog op wat de Indianen en ook de stam en familie van Hayes door de Amerikaanse staat is aangedaan, een bijzondere te noemen. Ira Hayes kiest echter bewust en voelt het als zijn plicht iets te doen. Hij heeft tijdens de trainingen veel discipline en toont zich een uitstekend militair. Hij meldt zich vrijwillig aan bij de zogenaamde ‘para-marine’, de elitetraining om parachutist te worden binnen het korps mariniers. Ook onder zijn mede-mariniers, blank en zwart, is Hayes een bijzondere maar ook bijzonder populair. Al snel krijgt hij de bijnaam ‘Chief falling cloud’. 11 maanden na het afronden van zijn training zet Ira Hayes voet aan land op het Japanse eiland Iwo Jima met alle gevolgen die dit uiteindelijk met zich mee zal brengen.

Na de oorlog probeerde Ira Hayes een normaal leven op te bouwen. Dit is door zijn bekendheid en heldenstatus echter heel erg moeilijk. Dagelijks krijgt hij honderden brieven uit het hele land waarin mensen hun waardering uitspreken, hem prijzen maar ook brieven met verzoeken, uitnodigingen en vragen. Daarnaast worden Hayes en de twee andere overlevende mannen van de beroemde foto door de Amerikaanse overheid als levende reclameborden ingezet om geld op te halen. Ze bezoeken in twee jaar meer dan 32 steden. Het is geen keuze voor Ira Hayes, hij voelt dit als een plicht. Hayes verandert van een rustige normale jongen in een toeristische trekpleister. Ook zijn thuisgebied, het reservaat van zijn Indianenstam, verandert in een bedevaartsoord. Vele duizenden bewonderaars stromen het gebied van de Pima stam binnen op zoek naar Ira Hayes. Dit heeft grote impact, niet alleen op het privéleven van Hayes maar ook op de rust van zijn familie en stam.

Naast de impact op zijn eigen privéleven, zijn familie en zijn stam heeft het nieuwe leven van Hayes ook grote metalen gevolgen. Na de tweede wereldoorlog is er geen aandacht voor het begeleiden van militairen die, net als hem, vreselijke dingen hadden gezien en meegemaakt. De psychische gevolgen van oorlog worden volledig genegeerd. Tijd voor enige verwerking heeft Ira Hayes niet. Hij voelt een enorm schuldgevoel. Een schuldgevoel over het feit dat velen de slag om Iwo Jima niet hebben overleefd en dat hij als een soort mascotte overal als held aanwezig is. Slechts 27 van de 250 mannen uit de company van Ira Hayes overleven de gevechten op Iwo Jima zonder verwondingen. Uit het peloton van Hayes overleven zeven van de 45 het geweld. Hayes is niet de persoon om zichzelf als held te zien en niet de persoon om te genieten van alle complimenten en aandacht. Hoe kun je genieten van alle feesten en mensen die jou als held zien als zoveel ouders huilen om hun omgekomen zoon? Toch moet hij dit nieuwe leven, deze sterrenstatus, ondergaan. Naarmate de tijd vordert krijgt hij hier steeds meer moeite mee. Het schuldgevoel neemt toe, begeleiding is er niet. Hayes voelt zich alleen en verraden door het land wat hij diende en nog steeds dient.

Hayes wijst zichzelf aan op de beroemde foto (1945)
Ira Hayes in 1947 op bezoek bij de burgemeester van Los Angeles

Filmrol 1949.

Ondanks de druk en stress die het nieuwe leven hem opleveren kiest Ira Hayes ervoor om in 1949 mee te spelen in een oorlogsfilm (Sands of Iwo Jima). Hij speelt zichzelf in deze film waar ook John Wayne een grote rol in speelt. Deze film, hoewel een erkenning van zijn heldenrol tijdens de tweede wereldoorlog, levert hem nog meer aandacht op. Waarom hij, ondanks het feit dat hij worstelt met deze status en aandacht, kiest mee te spelen in de film is niet duidelijk.

De teloorgang van een held tegen wil en dank.

Na 1949 gaat het snel slechter met Hayes. Hij is niet in staat voor langere tijd een baan te houden. Om zijn psychische pijn te verzachten gaat hij veel drinken. Dit heeft tot gevolg dat hij regelmatig met politie en justitie in aanraking komt en tientallen keren in de cel terecht komt. De grote oorlogsheld die nooit held wilde zijn verandert in een rondzwervende alcoholverslaafde.

Op 24 januari 1955 vindt men Ira Hayes dood op een stoep in de buurt van zijn huis in Arizona. Slechts 32 jaar oud en minder dan 10 jaar nadat hij de vlag op Iwo Jima plaatste. Hayes wordt met volledige militaire eer begraven op de nationale begraafplaats Arlington vlakbij Washington D.C.

Het eerbetoon van Johnny Cash.

The ballad of Ira Hayes, geschreven door Peter La Farge, komt in 1964 op het album van de populaire country-zanger Johnny Cash te staan. In dit lied bezingt hij kort het leven en het trieste einde van Hayes. Hieronder de tekst.

Ira Hayes
Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Gather ’round me people
There’s a story I would tell
‘Bout a brave young Indian
You should remember well
From the land of the Pima Indian
A proud and noble band
Who farmed the Phoenix Valley
In Arizona land
Down the ditches a thousand years
The waters grew Ira’s peoples’ crops
‘Til the white man stole their water rights
And the sparkling water stopped
Now, Ira’s folks were hungry
And their land grew crops of weeds
When war came, Ira volunteered
And forgot the white man’s greed
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
There they battled up Iwo Jima hill
Two hundred and fifty men
But only twenty-seven lived
To walk back down again
And when the fight was over
And Old Glory raised
Among the men who held it high
Was the Indian, Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Ira Hayes returned a hero
Celebrated through the land
He was wined and speeched and honored
Everybody shook his hand
But he was just a Pima Indian
No water, no home, no chance
At home nobody cared what Ira’d done
And when did the Indians dance
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Then Ira started drinking hard
Jail was often his home
They let him raise the flag and lower it
Like you’d throw a dog a bone
He died drunk early one morning
Alone in the land he fought to save
Two inches of water and a lonely ditch
Was a grave for Ira Hayes
Call him drunken Ira Hayes
He won’t answer anymore
Not the whiskey drinking Indian
Or the marine that went to war
Yeah, call him drunken Ira Hayes
But his land is just as dry
And his ghost is lying thirsty
In the ditch where Ira died
 

The Wall – de pijn van de Vietnamoorlog.

De Vietnamoorlog (1955-1975) was een oorlog tussen het op de Verenigde Staten georiënteerde Zuid-Vietnam en het op de Sovjet-Unie en China georiënteerde Noord-Vietnam. Deze oorlog was de eerste die dagelijks, veelal live, op Amerikaanse televisie en radio te volgen was. Dit en de enorme gewelddadigheid van de oorlog zorgde voor een tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Grote groepen Amerikanen protesteerden fel tegen de oorlog en een grote groep Amerikaanse jongens werd als dienstplichtig militair uitgezonden naar een jungleoorlog. Jongens van net achttien kwamen terecht in een hel waar ze vooraf geen idee van hadden. Een hele generatie Amerikaanse jongens, mannen en hun families heeft tot op de dag van vandaag trauma’s door deze oorlog. We hebben het dan nog niet eens gehad over de trauma’s en het verdriet bij de Vietnamese bevolking.

Amerikaanse militairen in Vietnam.

Bruce Springsteen.

Bruce Springsteen, Amerikaanse zanger geboren in 1949 die zijn doorbraak had in 1975, is van deze generatie. Hoewel zelf nooit in Vietnam gediend, voelt ook hij de pijn van deze oorlog. In veel van zijn songteksten speelt de Vietnamoorlog een prominente rol. Zo ook in één van zijn meest aangrijpende nummers; “The Wall”, geschreven in 1998. In dit nummer, geschreven voor twee vrienden die Springsteen in 1965 en 1968 verloor in Vietnam, vertelt hij over dit verlies en zijn bezoek aan het Vietnammonument in Washington. Dit monument, een eindeloze zwarte muur, bevat alle namen van de omgekomen Amerikaanse militairen. De songtekst geeft op een bijzondere manier inzicht in het verdriet van Springsteen zelf en staat symbool voor de pijn van een generatie.

Bruce Springsteen in 2012.

The Wall – Bruce Springsteen.


Cigarettes and a bottle of beer, this poem that I wrote for you
This black stone and these hard tears are all I got left now of you
I remember you in your Marine uniform laughing, laughing at your ship out party
I read Robert McNamara says he’s sorry

Your high boots and striped t-shirt, ah, Billy you looked so bad
Yeah you and your rock and roll band, you were the best thing this shit town ever had
Now the men that put you here eat with their families in rich dining halls
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

Well I’m sorry I missed you last year, I couldn’t find no one to drive me
If your eyes could cut through that black stone, tell me would they recognize me
For the living time it must be served as the day goes on
Cigarettes and a bottle of beer, skin on black stone

On the ground dog tags and wreaths of flowers, with the ribbons red as the blood
Red as the blood you spilled in the Central Highlands mud
Limousines rush down Pennsylvania Avenue, rustling the leaves as they fall
And apology and forgiveness got no place here at all, here at the wall

The Wall, het Vietnammonument in Washington.

Jackie Kennedy: Beauty and Brains.

Wie denkt aan Jackie Kennedy, denkt ongetwijfeld aan kokette jurkjes, mantelpakjes met hoedjes en oversized zonnebrillen. Jackie was een stijlicoon, maar als First Lady was ze meer dan alleen het mooie plaatje.

JFK en Jackie Kennedy

Een leven vol hoogte en dieptepunten.

Jackie heeft het niet gemakkelijk gehad. Als vrouw van president John F. Kennedy heeft ze naast hoogtepunten ook heel wat dieptepunten gekend. De avontuurtjes van haar man hebben haar bijvoorbeeld in lastige posities gebracht. Ze heeft hem meerdere malen betrapt met andere vrouwen. Alhoewel ze het niet zomaar liet gebeuren en hem confronteerde met zijn buitenechtelijke escapades, is ze altijd bij hem gebleven en stond ze aan zijn zijde in voor- en tegenspoed.

Ze vervulde de rol van de actieve presidentsvrouw met verve tijdens de verkiezingscampagne. Hoewel over het algemeen wordt gedacht dat ze weinig interesse had in politiek speelde ze een belangrijke rol op het gebied van ‘stille diplomatie’. Ze zette zich in voor verschillende goede doelen en schitterde tijdens staatsbezoeken. Ze genoot van aandacht, maar was ook in staat haar mannetje te staan tijdens bezoeken in het buitenland en in formele bijeenkomsten. Ze was welbespraakt, wat haar onder andere goed van pas kwam in de vele interviews waarin ze verscheen. Jackie maakte meer internationale reisjes dan elke andere First Lady. Ze vergezelde haar man, maar ging ook vaak alleen. Ze onderhield contacten met wereldleiders, waaronder de Franse Charles de Gaulle, de Indiase Jawaharlal Nehru, de Pakistaanse Ayub Kahn en de Engelse Harold McMillan.  Ze sprak meerdere vreemde talen vloeiend, waaronder Spaans, Italiaans en Frans. Dit droeg bij aan haar wereldwijde populariteit. Ze was zeer sociaal en wist mensen goed in te schatten. Een duidelijk voorbeeld van haar sterke sociale vaardigheden is te zien tijdens het bezoek van Jack en Jackie aan Nikita Chroesjtsjov in Wenen. De communistische leider werd gevraagd de president een hand te geven voor de officiële persfoto, maar hij wilde liever eerst een hand van Jackie.

De brains van Jackie.

Jackie was een intelligente dame en had binnenshuis een duidelijke vinger in de pap. Ze stond haar man graag bij met raad en daad. Omdat ze geïnteresseerd was in literatuur, voorzag ze hem van literaire weetjes en quotes waar hij vervolgens dankbaar gebruik van maakte in zijn speeches en publieke optredens. Ze had niet alleen literair een brede interesse, maar ze had ook oog voor kunst en cultuur. Zo hield ze zich bijvoorbeeld bezig met het restaureren, opnieuw decoreren en aankleden van verschillende ruimtes in het Witte huis, waarbij de nadruk lag op het behouden en herstellen van de historische elementen. Mede door de inzet van Jackie werd er een wet aangenomen waarin historische stukken, die aan het Witte Huis waren gedoneerd, werden behouden en beschermd. Dit restauratie project werd voornamelijk privé gefinancierd en daarmee was ze de drijvende kracht achter de White House Historical Association. Ze richtte een comité op om dit restauratieproces te financieren en organiseerde rondleidingen door het Witte Huis. Jackie was mede verantwoordelijk voor het invoeren van de Smithsonian Institution,  een wet die vastlegde dat vertrekkende presidenten meubels en pronkstukken uit het Witte Huis niet konden toe-eigenen en meenemen. Niet alleen literatuur en kunst hielden haar bezig, ook op cultureel vlak was ze actief.  Zo organiseerde ze veel sociale evenementen rondom het Witte Huis waarbij ze bijvoorbeeld muzikanten, dichters, schrijvers en wetenschappers in combinatie met politici en diplomaten uitnodigde. Jackie was begaan met het behoud van het culturele erfgoed van de Verenigde Staten en zette zich in tegen het slopen van bijzondere historische gebouwen, waaronder enkele historische huizen op Lafayette Square in Washington en ze steunde de renovatie van het station Grand Central Terminal in New York.  

De drama’s in het leven.

In haar persoonlijke leven lag er veel druk op haar schouders. Ze had enorme zorgen aan haar hoofd en kreeg enorme verliezen te verwerken. Twee van haar vier kinderen overleden veel te vroeg. Arabella werd op 23 augustus 1956 levenloos geboren en hun zoontje Patrick, geboren op 7 augustus 1963, overleed na twee dagen aan de complicaties van onvolgroeide longen.  Het moet een enorm zware periode voor haar zijn geweest, maar haar publieke rol bleef ze ondanks dit alles vervullen. Op 22 november 1963 sloeg het noodlot toe. Jackie en John waren op bezoek in Dallas, als onderdeel van een publieksreis door Texas, en reden in een open limousine door de stad. Kennedy werd dodelijk gewond door geweerschoten toen ze over Dealey Plaza reden. Haar wereldberoemde roze pakje was besmeurd met bloedvlekken. De wereld verkeerde in shock.

John F. Kennedy (links) en zijn vrouw in de limousine, kort voor de aanslag.

Een leven zonder John.

Jackie ontpopte zich in de daaropvolgende periode tot het samenbindende symbool van een rouwende natie. De weduwe leek sterk van buiten, maar was van binnen gebroken door dit onbeschrijflijk grote verlies. Jackie vond dat de zinloze daad die haar gezin was overkomen in sociale context geplaatst moest worden en greep het interview met Life Magazine met beide handen hiervoor aan. Ze overtuigde journalist Theodore White van haar visie op Jack Kennedy: een man met een heroïsche en idealistische kijk op de geschiedenis. In minder dan een uur schreven Jacky en Theodore samen het artikel For President Kennedy: An Epilogue. Jackie vertelde in het artikel over de musical Camelot en Jack’s fascinatie met deze musical. Ze had hem regelmatig een bandopname van de musical laten horen. Zijn favoriete stukje werd in het artikel door haar genoemd. “Don’t let it be forgot, That once there was a spot. For one brief shining moment that was known as Camelot”. Met dit artikel wilde Jackie duidelijk maken dat er nooit meer een Camelot zou zijn. “There’ll be great Presidents again- but there’ll never be another Camelot”.  Dankzij dit interview werd Camelot het symbool van de regering Kennedy en de mythe van Camelot was hiermee geboren.

In de periode die volgde probeerde Jackie sterk te zijn voor de buitenwereld, maar ze kampte met gedachten over zelfmoord. Haar kinderen en familie hielden haar echter op de been, met name Jack’s broer Robert F. Kennedy is een steun en toeverlaat in deze zware tijd. Langzaam maar zeker wist ze haar leven weer een beetje op te pakken en ze vertrok met de kinderen uit het Witte Huis. Ze kocht een luxe appartement op Fifth Avenue in New York, hopende op wat privacy en rust. Een jaar lang trad ze niet op in de openbaarheid en vocht ze tegen het enorme verdriet.

Weg uit de Verenigde Staten.

Wanneer Robert F. Kennedy, de broer van John, in 1968 ook wordt vermoord, besluit Jackie weg te gaan uit de Verenigde Staten. Ze had het gevoel dat de Kennedy familie een doelwit was en voelde zich niet langer veilig. Ze wilde haar kinderen beschermen voor eventuele aanslagen en eindigde in Griekenland waar ze in 1968 trouwde met scheepsmagnaat Aristoteles Onassis. Het huwelijk leek haar imago van rouwende weduwe een klein beetje aan te tasten, alhoewel het ook als symbool werd gezien van de moderne Amerikaanse vrouw die opkwam voor de veiligheid van haar gezin. Helaas hield het huwelijk geen stand, en toen de scheiding net was aangevraagd, overleed Onassis. Jackie was op haar 46e voor de tweede keer in haar leven weduwe. Weer een gigantische klap voor de jonge Jackie. Toch wist ze zich, na opnieuw een periode van rouw, te herpakken. Ze zocht afleiding in een van haar vroegere passies en pakte haar carrière in de uitgeverswereld weer op. Zo werkte ze al snel voor Viking Press en later bij Doublebay, waar ze een succesvol editor werd.

Het overlijden van Jackie.

In januari 1994 werd bij Jackie non- Hodgkin vastgesteld en een paar maanden later, 19 mei 1994, overleed ze aan de gevolgen van kanker. Na de begrafenisceremonie bij de St. Ignatius Roman Catholic Church werd ze begraven op het Arlington National Cemetery naast haar man John F. Kennedy en hun twee overleden kinderen.

Graf van Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis op het Arlington National Cemetery.

Concluderend..

Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis was een vrouw van de wereld, een moderne vrouw wiens leven vele hoogtepunten heeft gekend, maar misschien nog wel meer dieptepunten. Een stijlicoon, gevangen in het perfecte plaatje voor de buitenwereld, maar met een gebroken hart van binnen. Het bebloede roze mantelpakje zal bij ons allen in het geheugen gegrift zijn. Jackie was een krachtige vrouw wiens vechtlust, onafhankelijkheid en zelfstandigheid opmerkelijk te noemen is. Ondanks de vele tragische gebeurtenissen, tegenslagen en de enorme verliezen die ze heeft geleden, krabbelde ze bewonderingswaardig elke keer weer op. Haar familie steunde haar onvoorwaardelijk. Ze was intelligent en wist veel van de wereld. Haar algemene kennis en brede interesse, haar bijdrage aan de politiek en haar welbespraaktheid hebben ervoor gezorgd dat Jackie niet alleen als een stijlvolle beauty beschouwd mag worden, maar dat we haar ook als een vrouw met brains mogen zien.

Mijn ontmoeting met Sir Winston.

Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak die premier Chamberlain had willen voorkomen, werd Winston Churchill benoemd tot minister van marine. Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940 als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Kort voor de slag om Engeland sprak hij de volgende legendarische woorden;

“We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.”

Churchill was de premier die Engeland door de tweede wereldoorlog leidde. Hoewel voor sommigen omstreden, is hij het symbool geworden van de onverzettelijkheid en de vechtersmentaliteit van Engeland. Een nationale held en ook internationaal zeer gewaardeerd en bewonderd.

Sinds jaren ben ik gefascineerd door deze Engelse oorlogspremier, Sir Winston Churchill. Een even markante als interessante man waarover de verhalen, zowel mythen als waarheden, talrijk zijn. Vorig jaar had ik de kans om dicht bij deze man te kunnen zijn. Een kans die ik niet kon laten lopen.

Winston Churchill in een karakteristieke pose. De V van Victory waren samen met zijn bolhoed en onafscheidelijke sigaar typisch Churchill.

De ontmoeting.

In de zomer van 2017 maakte ik een rondreis door het zuiden van Engeland. Deze reis leidde mij onder andere door het graafschap Oxfordshire. Ik wist dat me hier een bijzondere ontmoeting te wachten stond. Ik parkeerde mijn auto in de smalle heuvelachtige straatjes van het dorpje Bladon. Even daarvoor was ik langs een enorm landhuis gereden, Blemheim palace. Dit kasteelachtige huis is 300 jaar in de familie van de Churchills geweest en is het geboortehuis van Winston Churchill en veel van zijn voorouders. Het is een korte wandeling van de parkeerplaats naar de kleine dorpskerk, de Saint Martin’s Church, van Bladon. Terwijl ik langs de talrijke graven loop die rondom de kerk te vinden zijn, voel ik toch enige spanning. Een ontmoeting met iemand die ik zo bewonder is toch geen alledaagse bezigheid. Het is doodstil, geen mens te zien. Als ik de kerk voorbij loop, zie ik al waar ik moet zijn. Een groot familiegraf waar de ouders en vrouw, Clementine, van Winston Churchill ook hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een simpele betonnen grafsteen met daarin de namen, geboorte- en sterfdata van Winston en zijn vrouw markeert de plaats waar ze begraven zijn. Juist de rust op de begraafplaats en de simpele steen raken me. Geen praalgraf ergens in London zoals andere grote staatsmannen hadden gekregen, geen mensen die zich verdringen voor een foto en geen toeristisch circus. Rust en een moment om er even alleen te zijn en een eerbetoon te kunnen brengen. Ik leg een bloem op de grafsteen en na een moment van stilte loop ik terug naar de auto. Dichter bij dit icoon, dichter bij deze man die de geschiedenis heeft veranderd, zal ik niet kunnen komen.

Saint Matin’s Church in Bladon.

De laatste reis van Winston Churchill.

Toen Churchill in 1965 in London overleed, vonden eerst officiële plechtigheden plaats in deze Engelse hoofdstad. Met afgevaardigden uit maar liefst 112 verschillende landen werd Churchills uitvaart de grootste staatsbegrafenis uit de geschiedenis. De rouwdienst voor de overleden premier vond plaats in de St. Pauls Cathedral. Als eerbetoon voor Churchill werd het klokkenspel van de Big Ben die dag stilgezet. Wel luidde de Great Tom Bell van de St. Pauls Cathedral. Dit was voorheen alleen gebruikelijk bij begrafenissen van leden van de koninklijke familie en bisschoppen.

In totaal zaten op 30 januari 1965 ongeveer 350 miljoen mensen aan de buis gekluisterd, inclusief 25 miljoen Britten. Zij zagen hoe Churchills kist op het vaartuig MV Havengore over de rivier de Theems werd verplaatst van de pier bij de Tower of London naar het Waterloo treinstation. Op dat moment lieten de Londense dokwerkers onaangekondigd de grote armen van hun hijskranen op de oever langzaam ‘buigen’, als laatste burgerlijke saluut aan Churchill. Vanaf het Waterloo treinstation werd de kist in een speciaal beschilderde wagon van de ‘begrafenistrein’ naar Oxfordshire vervoerd. Op zijn eigen verzoek werd Sir Winston Churchill daar begraven in het familiegraf op Saint Martin’s Churchyard in Bladon, een dorp vlakbij Woodstock.

Het uitsterven van dieren; probleem of bijzaak?

Hoe gaan we om met het uitsterven van dieren?

Ondanks het feit dat er regelmatig dieren ontdekt worden, horen we bijna dagelijks dat er een bepaalde diersoort uitsterft. Soms in een land of op een continent, soms definitief wereldwijd. Klimaatverandering, vervuiling en de jacht zijn slechts enkele oorzaken voor het verdwijnen van deze dieren. Tegenwoordig hebben veel politici het over het belang van het beschermen van natuur en milieu. De klimaatdoelstellingen, het stimuleren van het gebruiken van groene energie en het geven van milieusubsidies zijn hier uitingen van. Dit is echter geen nieuwe ontwikkeling. Vijfenveertig jaar geleden werd, onder andere door de Verenigde Staten, de ESA (Endangered Species Act) ondertekend. In juli dit jaar dreigde de huidige Amerikaanse president Trump met het opzeggen van dit verdrag waardoor 2300 planten en dieren in de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, potentieel in gevaar zijn. Dit alles met als doel de mijnbouw, graafwerkzaamheden en de houtkap gemakkelijker te maken. Het plan is, zoals zoveel plannen van Trump, nog niet volledig uitgewerkt en ingevoerd. Het is overduidelijk dat kapitalistische belangen, het verdienen van geld en werkgelegenheid, boven het behouden van natuur voor volgende generaties gaat.

Uitgestorven dieren in kaart gebracht.

Het IUCN heeft een lijst met uitgestorven dieren. Hier staan lang niet alle dieren op, in feite alleen de vaak wat grotere dieren die – behalve de dinosauriërs – veelal door toedoen van de mens zijn uitgestorven. Welke microscopisch kleine dieren uitgestorven zijn of aan het uitsterven zijn is niet duidelijk. Er zijn ook dieren die in de natuur (waarschijnlijk) zijn uitgestorven of hier hard naar op weg zijn, maar die middels fokprogramma’s in dierentuinen nog een marginaal bestaan leven.

Theodore Roosevelt.

Dat Amerikaanse presidenten ook andere keuzes kunnen maken wat betreft de bescherming van planten en dieren bewees bijvoorbeeld de 26e president van de Verenigde Staten Roosevelt (1901-1909). Hoewel Theordore, bijnaam Teddy, Roosevelt een fanatieke jager was, ontpopte hij zich tijdens zijn presidentschap tot ware natuurbeschermer. ‘Is er iets’, zo vroeg hij op een keer, ‘dat me tegenhoudt om een beschermd vogelpark te maken van Pelican Island? Nee? Wel, dan verklaar ik hierbij het dat is.’

Theodore ‘Teddy’ Roosevelt

Tijdens zijn presidentschap stichtte Roosevelt 51 wilde vogelparken, verdubbelde het aantal nationale parken van vijf naar tien, bepaalde dat miljoenen hectares bos in overheidsbezit beschermd gebied waren en gebruikte zijn bevoegdheid om National Monuments te stichten voor zestien natuurgebieden, waaronder de Muir Redwoods in Californië, Mount Olympus in Washington State en de Grand Canyon. Hij ging daarmee ontelbare belanghebbenden op de tenen staan, maar dat deerde hem niet.

Roosevelt National Park opgericht ter ere van president en natuurbeschermer Roosevelt.

De macht van landen.

Hoewel politici, zoals in de eerste alinea toegelicht, veel spreken over het belang van natuurbescherming en milieu en er veel verklaringen en verdragen worden ondertekend, zien we als het gaat om natuurbescherming vaak dat een groep bezorgde burgers het op moet nemen tegen machtige landen. Een dergelijk voorbeeld is duidelijk te zien als het gaat om de strijd die de groep Sea Sheperd voert tegen de Japanse walvisvaart. Japan wil een einde maken aan het ruim dertig jaar oude verbod op commerciële walvisvaart. De populatie van bepaalde walvissoorten zou voldoende zijn hersteld om ‘duurzame jacht’ te kunnen hervatten, luidt het argument. Vanaf 1986 is het verboden met commerciële doeleinden op walvissen te jagen. Het probleem is echter dat Japan momenteel gewoon actief op jacht is naar walvissen. Officieel voor wetenschappelijke doeleinden, maar in de praktijk gaat het vaak puur om commerciële verkoop en ordinair geld verdienen. Hoewel landen als Australië en Nieuw-Zeeland zich hier zeer kritisch over uitlaten legt geen enkel land Japan een strobreedte in de weg. Over sancties of een boycot richting Japan spreekt men niet. Slechts één organisatie probeert Japan actief te stoppen. Hoewel Sea Sheperd methoden hanteert waar je twijfels bij kunt hebben; denk bijvoorbeeld aan het rammen van Japanse walvisboten en het saboteren van de schroeven van schepen met touw, is dit wel het enige verzet tegen het overtreden van regels die gemaakt zijn om de dieren te beschermen. De wereld is dus wel bereid verdragen te sluiten om dieren te beschermen, maar in veel gevallen duidelijk niet bereid consequenties op te leggen aan landen die deze regels overtreden. Dit alles omdat economie en kapitaal belangrijker worden geacht dan het voortbestaan van een diersoort.

De Steve Irwin, tot kortgeleden het vlaggenschip van Sea Sheperd in hun strijd tegen de walvisjacht.

‘Het is niet erg dat bepaalde dieren uitsterven’.

De houding van de mens ten opzichte van dieren draagt bij aan het uitsterven van deze dieren. Dit is zeer goed te illustreren aan de hand van de volgende uitspraken van een vooraanstaande Nederlandse wetenschapper (Trouw, juni 2018).

Het is van veel diersoorten niet per se erg als ze uitsterven”, zegt Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “Ik kan me wel voorstellen dat mensen het jammer vinden als bepaalde dieren verdwijnen, zoals tijgers. Dat zijn indrukwekkende en mooie dieren. En het uitsterven van sommige diersoorten leidt tot problemen. Zo wordt het bestuiven van fruitsoorten veel lastiger als de bij verdwijnt. Maar het uitsterven van veel organismen levert geen problemen op en leidt ook niet tot verdriet. Mijn vrouw is bioloog en onderzoekt vijgenwespen. Als die verdwijnen, vind ik dat niet erg. Sommige diersoorten vinden wij waardevol of hebben wij nodig, andere niet.”

Filosoof en bijzonder hoogleraar Bas Haring, ook regelmatig te zien op TV.

Kern van de boodschap van deze bijzonder hoogleraar is dat het jammer kan zijn als bepaalde dieren uitsterven omdat het mooie dieren zijn, dat het soms tot problemen kan leiden maar dat het bij veel dieren niet erg is dat ze uitsterven. Als diersoorten die niet waardevol zijn voor de mens uitsterven, dan is dat geen probleem. Deze redenering, puur vanuit het belang van de mens, zonder ook maar op enige wijze rekening te houden met het feit dat de mens ook een diersoort is die naast vele andere diersoorten zou moeten en kunnen leven, zorgt er in mijn ogen voor dat mensen heel gemakkelijk hun schouders ophalen als ze horen dat de laatste Sumatraanse tijger binnen tien jaar uitgestorven is.

Hoe is het tij te keren?

Als een bijzonder hoogleraar het bovenstaande etaleert, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ wel willen investeren om te proberen het uitsterven van dieren te stoppen? Als de president van het machtigste land ter wereld klimaatproblemen weglacht en geen enkel oog heeft voor natuurbehoud, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ het zich wel aantrekken en een dure elektrische auto aanschaffen? Als landen elkaar niet corrigeren terwijl verdragen geschonden worden, hoe kunnen we dan verwachten dat landen zich wel aan afspraken gaan houden? Als politici vooral veel praten over hoe groen hun partijprogramma is maar vervolgens geen steun voor concrete plannen kunnen verwerven onder de burgers van hun land, hoe kunnen dan ooit plannen echt uitgevoerd worden?

Het probleem staat duidelijk op de agenda, er zijn veel plannen gemaakt, maar het is maar zeer de vraag of deze plannen haalbaar zijn. Daarnaast is het ook maar de vraag of de uitvoering van de plannen het uitsterven van planten en diersoorten kan stoppen.



Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Goelag

Op de scheidslijn van Europa en Azië ligt het uitgestrekte Oeralgebergte. Het vormt een immens massief dat zich van noord naar zuid uitstrekt over een lengte van rond de 2500 kilometer, va de noordelijke ijszee (het meest noordelijke deel van de Oeral is arctisch) naar het noordelijk deel van Kazachstan. Besneeuwde toppen en kudden bergschapen sieren de onherbergzame streken. Het gebergte wordt doorklieft door de gelijknamige rivier in het zuiden en het gebergte is één van de oudste die op aarde gevormd zijn.

Het Oeralgebergte vanuit de verte

Siberië

Achter deze imposante bergketen begint het gebied van het symbool van de Russische natie; de bruine beer; welke huist in het koude Siberië. Dit gebied vormt geografisch gezien zo`n tweederde van het Russische landoppervlak. In de Tweede Wereldoorlog verplaatste Stalin zijn oorlogsindustrie naar dit rauwe, maar mooie gebied, ver weg van de Nazi`s teneinde de oorlogsproductie op gang te kunnen houden. Zomer en winter kunnen hier leiden tot temperatuurverschillen tot 100° Celsius. Toch wonen in dit onmetelijke gebied nog zo`n 40 miljoen mensen.

Vele meren vindt men rondom het Oeralgebergte

Katorga

Siberie, met zijn koude en uitgestrekte taiga`s is echter ook bekend om de vele gevangenen die er heen werden gezonden om er in de meeste gevallen onder de meest erbarmelijke omstandigheden te sterven. Ze kwamen terecht in wat bekend is geworden als de Goelag. De Goelag vormt een conglomeratie van een veelheid aan werk- en strafkampen door heel Siberië. Al onder tsaar Peter de Grote werd Siberië in de 17e eeuw geïnstitutionaliseerd. Niet enkel bannelingen werden naar het gebied gezonden, maar er werden werkkampen opgericht maar gewerkt moest worden tot men er letterlijk bij neerviel. In die tijd werden deze kampen nog Katorga`s genoemd. Het was een ideaal middel om dissidenten monddood te maken en ze niet te maken tot martelaar. Zowel Lenin als Stalin, maar ook de grote schrijver Dostojevski, hebben hier tijd doorgebracht. Stalin ontsnapte er zelfs meermaals.

Dwangarbeiders in Goelagkamp Karlag, één van de grootste Goelagkampen in het gebied wat nu onder Kazachstan valt.

Van Katorga naar Goelag

Na de Russische Revolutie in 1917 werd Katorga Goelag. De verschillen waren echter niet groot tussen het oude tsaristische en het nieuwe systeem onder het communisme. Gevangen vochten op drie fronten; de natuur, (want de dwangarbeid werd in zowel de zomer als de winter met name ook buiten verricht), de honger ( men verkeerde in een continuüm van ondervoeding), en daarbovenop tegen medegevangenen. Wel hadden gevangenen in het Katorgasysteem vaak wat meer bewegingsruimte, dus in die zin was het Goelagsysteem nog wat harder. De Russische bevolking zelf duidde Goelag aan als (her-)opvoedingskampen en gebruikte de term Goelag zelf nauwelijks. De term kent naast de associatie met opsluiting, dwangarbeid en de dood van miljoenen mensen ook een symbolische lading als synoniem van onderdrukking onder het Sovjet-tijdperk.

Met de overgang naar Goelag als systeem vond er in die zin een verandering ten opzichte de voormalige Katorga`s plaats, dat het voor de communisten een primair middel was om tegenstanders te elimineren. Daar waar de Katorga`s uit de tsaristische periode nog een penitentiair karakter kende, boetedoening dus, waarbij men er vanuit ging dat een burger na boetedoening kon terugkeren in de maatschappij, was dat idee bij de Goelag niet aanwezig. Ook in het Goelagsysteem echter, werd de economie ondersteund door dwangarbeid.

Stalin

Tijdens Stalins Grote Zuiveringen in de jaren `30 van de 20e eeuw werd de Goelag niet alleen gebruikt om tegenstanders van communisme an sich te herbergen, maar ook tegenstanders van Stalin als leider zelf. Zijn paranoïde karakter zorgde voor nog meer repressie en eliminatie van zogenaamde vijanden. Stalin stelde zelf vast hoeveel mensen er moesten verdwijnen en daarbij werd nog onderscheid gemaakt tussen executie of Goelag. Showprocessen werden opgezet om de rechtvaardiging voor de veroordelingen te vormen, er werd gewoon een aanleiding gevonden voor een strafbaar feit tegen de Sovjetstaat. Daarnaast hongerde Stalin met zijn vijfjarenplannen de bevolking uit. De vijfjarenplannen werden grotendeels gefinancierd met exportproducten en die bestonden voornamelijk uit graan. Boeren werden gedwongen tot afstaan van vee en graan. Begin jaren `30 kampte men echter met een mislukte oogst, waardoor de situatie nog nijpender werd voor de boeren want de quota moesten evengoed worden geleverd aan de staat. Ook in de Oekraïnse Sovjetrepubliek was dit het geval. Hier is de dood van miljoenen burgers de geschiedenis in gegaan als de Holodomor, de dood veroorzaakt door uithongering.

Repressie

De repressie vlamde ook na Stalins dood in 1953 met vlagen op, zelfs ook nog even aan het begin van de jaren `80, tot het aantreden van Gorbatsjov als secretaris-generaal (welke met zijn politiek van glasnost en ontspanning zorgde voor een einde aan de repressie van enkele jaren eerder onder zijn voorganger), naast meer openheid t.a.v. het verleden en de periode van de Grote Terreur, zoals de zuiveringen van de jaren `30 ook wel genoemd worden. Hierdoor kwam er meer aandacht voor literatuur welke altijd streng gecensureerd was geweest, de ooggetuigenverslagen van voormalig gevangen als Solzjenitsyn en bijvoorbeeld Sjalamov. Monumenten voor de herinnering aan slachtoffers van de Goelag werden opgericht en het, door de menigte in 1991 omvergehaalde, standbeeld van de oprichter van de geheime dienst voor de “Loebjanka” te Moskou (locatie KGB-gevangenis) ; Felix Dzjierzinsky, toonde de woede over de gapende wond in het collectieve geheugen over de Goelag en de lange periode van repressie en terreur onder het Sovjetbewind. Officieel hield de Goelag op te bestaan begin jaren `60, toen de KGB de verantwoording over de kampen kreeg; de repressie bleef. Ook de omstandigheden waar gevangenen nadien in terechtkwamen, verschilden weinig. In de periode tussen 1929 en 1953 zijn hebben zo`n 18 miljoen gevangenen de kampen bevolkt en schattingen geven aan dat zo`n 3 miljoen mensen er het leven lieten.

Het grote trauma m.b.t. deze donkere episode in de Russische geschiedenis ontstond dan ook pas na de val van het communisme na 1991, toen er over gepraat kon worden. De lange periode van repressie, waar Goelag een belangrijk symbool van is, kon een plek krijgen in de geschiedenis van het land.

Het Nederlandse aandeel in De Waffen SS

Rond de 22.000 Nederlanders hebben op vrijwillige basis gediend in de Waffen-SS. in verhouding tot andere landen leverde Nederland het grootste aandeel vrijwilligers. Lang is een getal genoemd, namelijk 55.000 vrijwilligers die Nederland geleverd zou hebben, maar recenter onderzoek en vrijgekomen bronnenmateriaal heeft dankzij onderzoek van de Nederlandse historicus In`t Veld aangetoond dat dit aantal dus ruim gehalveerd diende te worden om een meer accurate weergave van het Nederlandse aandeel binnen de Duitse elitetroepen weer te geven.

Nederlandse vrijwilligers deden zich voor in alle eenheden van het Duitse leger. Het gros echter maakte deel uit van enkele eenheden binnen de Waffen-SS, te weten de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade, het SS-Panzer-Grenadier Regiment 10 “Westland” van de “Wiking” Division, en het Freiwilligenlegion “Niederlande” (Vrijwilligerslegioen Nederland), of in de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division “Landstorm Nederland”.

Motieven

In een artikel van Evertjan van Roekel uit 2010 werd gesteld dat uit dagboeken van Nederlandse vrijwilligers bleek dat voor het gros gold dat zij zich niet aanmeldden vanwege een dominant aanwezig gevoel van anti-semitisme of rassenhaat, maar dat meer de zucht naar sensatie en avontuur, of een bewondering voor wat Hitler in Duitsland deed en de ideologie die hij ten toon spreidde.

Inzet

Nederlanders die vochten bij de eerder genoemde onderdelen werden ingezet aan het Oostfront, maar ook in Kroatië, bij de strijd tegen de partizanen. Het is vrijwel zeker dat ook Nederlanders onder de vlag van de Waffen SS hebben deelgenomen aan misdaden tegen de menselijkheid en bijvoorbeeld krijgsgevangenen doodschoten, ook dit blijkt namelijk uit dagboekfragmenten. Hiermee kan echter niet worden gesteld dat dit gold voor de gehele groep van Nederlanders binnen de Waffen SS.

Na de oorlog

Teruggekeerde Nederlanders die uit de handen van de Russen hadden weten te blijven op hun vlucht naar het westen die dienst hadden genomen bij de Waffen SS, werden ondergebracht in drie kampen; Vucht, de Harskamp en Westerbork. Aanvankelijk werden zij bewaakt door de geallieerde strijdkrachten, maar later werd de bewaking overgedragen aan voormalig leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In de jaren `50 waren de meesten van hen weer “vrij”. Echt vrij waren ze niet, het Nederlands staatsburgerschap kregen ze niet en ook de samenleving koesterde weinig sympathie voor de collaborateurs met de Nazi`s van weleer.

De Slaven

Een geschiedenis welke mij altijd intrigeert is die der slaven. Als ik het woord slavisch of ook slaven in de media hoor of lees, dan denk ik altijd: “Maar wie zijn dat dan? En waarom is dat een containerbegrip”?

Etymologie

Etymologisch is het woord slaaf afkomstig van de betekenis die het woord kreeg toen in de 9e eeuw het Duitse Rijk zich uitbreidde, en bij hun veroveringen, mensen als slaaf mee terugvoerde. Onder hen dus ook de volkeren die we vandaag de dag als Slavisch volk kennen.

Herkomst

Oorspronkelijk afkomstig uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa, op de vlucht voor de Hunnen van Attilla. Grofweg worden ze onderverdeeld in drie groepen: de Oost-Slaven, de West-Slaven en de Zuid-Slaven. Deze worden dus weer onderverdeeld op gebied; zo worden de Russen, Wit-Russen en de Oekraïners gerekend onder de Oost-Slaven. De Polen, Tsjechen, Slowaken, Roethenen en Sorben bijvoorbeeld zijn geschaard onder de westelijke slaven. De Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven, Bosniërs en anderen vinden we in het zuidelijke taaldomein van de slaven.

Donkergroen: de oost-slaven. Zwart: De zuid-slaven. Lichtgroen: de west-slaven

Roemenen en Hongaren?

En Roemenen en Hongaren dan? Zijn dat dan geen Slavische volkeren? Het antwoord is neen. De Roemenen worden gerekend onder de Romaanstalige volkeren en de Hongaren kennen het Finnoegrisch als taaloorsprong. Het verschil in taalgebied wordt hieronder middels enkele kaartjes weergegeven. Dit geeft dus ook het antwoord op de vraag waarom “slaven” een containerbegrip vormt; de gemene deler is hier de taaloorsprong.

Taalgebieden in de wereld

Religie

De meeste slaven hangen het Oosters-Orthodox christendom aan. Polen en Kroaten zijn dan weer hoofdzakelijk katholiek en de Bosniërs zijn overwegend islamitisch. Dit heeft alles te maken met de tweedeling in de christelijke kerk vanaf het Grote schisma in 1054, waarbij er een westers- en een oosters christendom ontstond, en met de Turkse overheersing van de Balkan tot 1913. Hier botsen de invloedsferen van deze drie geloven.
De scheuring in geloof zorgde ook voor een culturele breuk onder de slaven. De west-slaven bekeerden zich grotendeels tot het katholicisme daar waar de oost-slaven onder invloed van de Byzantijnen bleven en dus het oosters-orthodoxe christelijk geloof aanhangen.

Scheuringen en assimilatie

Als je de uitwaaiering der Slavische volkeren begrijpt, begrijp je ook beter waarom Rusland zich altijd zo bemoeit met het zuidelijke (taal)gebied der slaven. Dit heeft natuurlijk ook zeer belangrijke geopolitieke en strategische redenen (bijvoorbeeld; opening naar middellandse-zee voor Rusland), maar principieel ziet Rusland zich als hoedster van de Oosters-Orthodoxe kerk en beschermer van de Slavische volkeren en cultuur.

De toegang tot de Balkan werd voor de Turken al geopend
in 1389, toen met de slag op het merelveld, een coalitie van Serviërs, Hongaren, Bosniërs, Bulgaren en 
Albanezen, door de Ottomanen werden verslagen, na een reeks eerdere overwinningen. De oorsprong voor huidige en recente conflicten op de Balkan ligt hier, waarbij moet worden opgemerkt dat de spanningen die onder de verliezers ontstonden, verder zijn versterkt door aanwezigheid van de invloedsfeer van Oostenrijk-Hongarije in de 19e en 20e eeuw, het opkomende nationalisme in de 19e eeuw, de drie Balkanoorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, waarna de communistische dictator Tito de vijandige sentimenten weet te onderdrukken tot aan zijn dood in de jaren `80 van de 20e eeuw. Hierna leefde het nationalisme weer op, culminerend in de Joegoslavische burgeroorlog. Dit is echter een aparte, evenzeer complexe geschiedenis, namelijk de geschiedenis van de Balkan, waar de zuid-slaven deel van uitmaken.

In de loop van de geschiedenis hebben groepen slaven een proces van assimilatie ondergaan met andere bevolkingsgroepen. Zo heeft het Byzantijnse rijk een periode van overheersing uitgeoefend op het gebied van de zuidelijke slaven en werden de westelijke slaven bijvoorbeeld heen en weer geslingerd van midden naar Oost-Europees grondgebied door de geschiedenis van Hongaren, Duitsers en anderen. Ook de Ottomanen zijn van invloed geweest op name de geschiedenis van de zuid-slaven. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat sommige Slavische bevolkingsgroepen de islam volgen; Bosniërs bijvoorbeeld.


Verdeling westerse of Latijnse christendom en oosters-orthodoxe christendom (1054 A.D.)

De geschiedenis en uitwaaiering der slaven is een ontzettend gecompliceerde geschiedenis waar je je makkelijk in kunt verliezen; wellicht dat we hier een cursus of lezing aan gaan wijden in de toekomst.

De waanzin van oorlog

De waanzin van oorlog.

Terwijl ik over het strak gemaaide gras loop kijk ik langs de rijen witte stenen. Sommige met naam en leeftijd, velen zonder. In mijn hoofd spreek ik de namen uit. Ik lees de persoonlijke inscripties die de familie onderaan de grafsteen kan laten inbeitelen. Soms staat er een kaartje bij met een persoonlijke boodschap of meer informatie over overledene. Bijna driekwart van de mannen die hier begraven zijn, zijn jonger dan ik ben. En dat terwijl ik soms het idee heb dat mijn leven nog maar net begonnen is. Veel van deze jongens hebben nooit de kans gekregen om na te kunnen denken over hun toekomst, hebben nooit een vriendinnetje gehad en hebben nooit meer van de wereld gezien dan hun geboorteplaats en de blubber en klei van de Belgische loopgraven. Na enkele minuten merk ik dat ik de namen die even in mijn hoofd zaten heel snel weer vergeet. Ik loop terug omdat ik lees dat twee jongens uit hetzelfde dorp komen. Zullen ze elkaar gekend hebben? Misschien waren dit wel vrienden van elkaar of zaten ze op dezelfde basisschool. Na een uur heb ik nog niet eens een kwart van de begraafplaats gehad. Ik wil al deze mannen wel een laatste eer bewijzen, maar dat kan gewoon niet. Het zijn er teveel. En dit is slechts één van de vele begraafplaatsen in de omgeving van Ieper. Terwijl er weer een bus met Engelsen stopt en om mij heen een schoolklas druk bezig is met het maken van selfies wandel ik wat verdoofd de begraafplaats af. Waanzin.. , niet te bevatten waanzin..

‘Alle oorlogen leven van bloed en het verdriet van moeders die hun kinderen kwijt zijn geraakt’. Een vrije vertaling van een zin uit het lied Mrs. McGrath van Bruce Springsteen. Een zeer rake vertaling wat mij betreft. Oorlogen kennen geen winnaars. De politici van landen die zich uitroepen tot winnaar hebben geen oog voor de enorme prijs die gewone burgers en militairen betalen ten tijde van oorlog. Het was in november dit jaar precies 100 jaar geleden dat de kanonnen van de Eerste Wereldoorlog zwegen. Deze oorlog is voor mij, en velen met mij, het sprekende voorbeeld van hoe waanzinnig en zinloos oorlog is. Lees hieronder slechts enkele voorbeelden van bizarre gebeurtenissen tussen 1914 en 1918.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voor de eerste keer gas als wapen gebruikt. In 1915 werd bij het Belgische Ieper door de Duitsers chloorgas ingezet. De effecten hiervan waren zeer groot en het had blijkbaar het gewenste effect waardoor ook korte tijd later de Engelsen en Fransen gas gingen inzetten. Er ontstond een ware wedloop op het maken van zo effectief mogelijke wapens waarmee het gas kon worden verspreid. In Duitsland ontstond een lobby onder leiding van chemicus Fritz Harber. Deze chemicus ontwikkelde het in de oorlog veel gebruikte chloorgas en pleitte voor het zoveel mogelijk gebruiken van dit gas als wapen. Volgens deze wetenschapper was het dodelijke chloorgas veel humaner dan het gebruik van machinegeweren. Als we kijken naar de effecten van het gebruik van chloorgas op het menselijk lichaam, is deze visie van Harber op z’n minst opmerkelijk te noemen. Chloorgas zorgt voor een lange zwelling van de slijmvliezen in luchtwegen en longen. Gevolg hiervan is dat degene die dit gas binnen krijgen langzaam stikken in hun eigen organen. Fritz Harber vermoedde tijdens de oorlog al dat hij na de oorlog aangeklaagd zou worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Dit is nooit gebeurd. Bizar genoeg kreeg Harber in 1918 echter juist de prestigieuze nobelprijs voor de ontwikkelingen die hij op chemisch gebied voor elkaar had gekregen.

Blindheid, kapotte longen en niet meer kunnen slikken waren de symptomen van hen die er nog goed af gekomen waren.

Slachtoffers van de gasaanval bij de tweede slag om Ieper 1915.

De slag om Verdun, waarbij de Fransen en Duitsers op sommige plekken slechts enkele tientallen meters van elkaar af in de loopgraven zaten, duurde van februari 1916 tot december 1916 en maakte naar schatting 700.000 slachtoffers. Er werd tijdens de gevechten het waanzinnige aantal van ruim 60 miljoen granaten afgeschoten. Dit komt neer op 150 granaten per vierkante meter. Twintig procent van deze granaten ontploften niet. Hierdoor zijn bepaalde gebieden rond Verdun levensgevaarlijk en ten strengste verboden om te bezoeken. Naast onontplofte granaten moeten er in dit gebied nog tienduizenden lichamen in de grond te vinden zijn.

Het slagveld van Verdun vandaag de dag. Tot 70 jaar na het einde van de oorlog groeide hier geen inheemse bloemen, planten en bomen meer. De vele kraters geven nog enig inzicht in de hel die dit gebied bijna een jaar lang moet zijn geweest.

In de vroege ochtend van 11 november 1918, slechts een paar uur voordat het op handen zijnde staakt het vuren ingaat, komen enkele tientallen Amerikaanse mariniers om bij een poging tot het oversteken van een brug over de rivier de Maas in België. Toen een hoge Amerikaanse officier later die dag aan één van de overleven van de mislukte aanval vroeg waarom ze in godsnaam de brug over probeerden te rennen terwijl de Duitsers met machinegeweren konden prijsschieten kreeg hij een even aandoenlijk als waanzinnig antwoord. De sergeant keek de hoge officier aan en zei; ‘Onze commandant vertelde ons dat hij de rivier over ging steken en dat hij verwachtte dat zijn mannen met hem mee zouden gaan.’ ‘Natuurlijk konden we hem niet alleen laten gaan.’ ‘We hadden teveel samen meegemaakt en we hielden teveel van hem.’

In 1914 besluit Stephen Brown zich aan te melden bij het Britse leger. Hij zegt 17 ½ te zijn zodat men zijn aanmelding accepteert. Stephen schrijft veel brieven naar zijn moeder, die in Engeland wacht op een teken van leven. De brieven van Stephen geven een huiveringwekkend inzicht in de gedachten van bange jongen die in de totale gekte van een oorlog is beland.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am alright. I am enjoying myself… I will soon be home.

Love from Steve

Op 13 december 1914 schrijft Stephen optimistisch een kaartje naar huis. Hij is net aangekomen aan het front in Frankrijk. Hij heeft zin in avontuur en verwacht dat hij snel weer thuis zal zijn.

In april 1915 is Stephen een stuk minder optimistisch. Hij moet terug naar het front nadat hij in december al aan het front is geweest. De gruwelen van de dingen die hij gezien en meegemaakt heeft moeten nog iedere dag door zijn hoofd spoken. Uit de brief spreekt zijn angst. Waar Stephen eerder heeft gelogen over zijn leeftijd om toegelaten te worden tot het leger, smeekt hij nu of zijn moeder zijn leidinggevende wil schrijven dat hij slechts 17 is in de hoop dat hij naar huis mag.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am quite well. I am for the front on Tuesday. But if you write to the Commanding Officer and say I am only seventeen it will stop me from going. Get it here before Tuesday for I cannot get a pass to come and see you. Don’t forget.

From Stephen

Of moeder niet of te laat geschreven heeft is onbekend. Feit is dat Stephen toch terug naar de frontlinie moet. Hij stuurt zijn moeder nog een foto van hemzelf en twee vrienden en wenst haar goede gezondheid toe. Op vier mei 1915, enkele weken na het sturen van de brief en een paar dagen na het sturen van de foto, raakt Stephen Brown dodelijk gewond. Zijn lichaam vinden ze zes dagen later in de Franse klei. Stephen is nog geen achttien als hij het leven verliest.

De brief waarin Stephen Brown zijn moeder smeekt zijn leidinggevende te schrijven in de hoop dat hij naar huis mag.

Het laatste Engelse slachtoffer is George Ellison. Vier jaar lang heeft deze voormalig mijnwerker van 40 in de loopgraven geleefd. Vier jaar lang heeft hij het geluk gehad niet zwaargewond te raken of te overlijden. Vier jaar lang heeft George uitgezien naar het terugzien van zijn vier jarige zoontje James. Slechts enkele minuten voordat het staakt het vuren ingaat verliest George het leven tijdens een laatste patrouille rond de stad Bergen in België. Hij is hiermee het laatste officiële Engelse slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Het laatste officiële slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog is de Amerikaan Henry Gunther die om 10.59 uur, slechts één minuut voor het neerleggen van de wapens, om het leven kwam.

George Ellison, het laatste Engelse slachtoffer.