Death, be not proud (Holy Sonnet 10), door John Donne.

Een duiding van dit gedicht.

Het gedicht verscheen voor het eerst als “Holy Sonnet X” in een verzameling van negentien sonnetten van John Donne (1572-1631). Later werd het beter bekend als “Death, be not proud”, de eerste vier woorden van het gedicht. Het gedicht werd geschreven tussen 1601 en 1610 en postuum gepubliceerd in 1633. In de periode dat dit gedicht ontstond, werd John Donne getroffen door een ernstige ziekte, hoogstwaarschijnlijk tyfus, die hem dicht bij de dood bracht. De vergankelijkheid van de mensheid werd hem duidelijk gemaakt in deze periode en dat is terug te vinden in veel van zijn gedichten.

In “Death Be Not Proud” probeert Donne de vrees voor de dood weg te redeneren. Hij was bang om te overlijden aan zijn ziekte en dit gedicht hielp hem zijn angst weg te nemen. De vergankelijkheid en de vluchtigheid van het mensenleven en de onvermijdelijke dood zijn belangrijke thema’s in dit gedicht.  

John Donne probeert in het gedicht te vechten tegen zijn angstgevoel door de dood en deze, op dat moment wellicht naderende dood, minder aanzien en zwaarte te geven. De dood mag wel denken dat hij de meeste macht bezit, maar eigenlijk is dat volgens Donne maar schijn.

Death, be not proud, though some have called thee

Dood, wees niet trots, ook al zijn er die je

Mighty and dreadful, for thou art not so;

Machtig en angstaanjagend noemen, want dat ben je niet;

De spreker praat hier tegen de dood. Hij zegt tegen de dood dat hij niet te trots moet zijn op zijn macht. De dood heeft geen macht, want dood betekent volgens hem niet het einde.

For those whom thou think’st thou dost overthrow

Want zij die je denkt te hebben ten val gebracht

Die not, poor death, nor yet canst thou kill me.

Zij sterven niet, arme dood, noch kan jij mij doden.

From rest and sleep, which but thy pictures be,

Als van rust en slaap, die slechts jouw afbeeldingen zijn,

Thou art slave to fate, chance, kings, and desperate men,

Jij bent de slaaf van het lot, toeval, koningen en van de radelozen,

And dost with poison, war, and sickness dwell,

Jij bent waar gif, en oorlog, en ziekte zijn,

De dood brengt slechts rust en slaap. Op zichzelf is de dood helemaal niet sterk, want hij is afhankelijk, zoals een slaaf, van allerlei andere krachten: van het lot, toeval, koningen, en wanhopige mannen die in de dood wegvluchten. De dood heeft daar zelf geen controle over.

And poppy or charms can make us sleepe as well

Papaver en betovering doen ons evengoed slapen

And better than thy stroke; why swell’st thou then?

Beter nog dan jouw aanraking; waarom dan snoef je zo?

One short sleep past, we wake eternally,

Een korte slaap slechts, en we worden voor eeuwig wakker,

And death shall be no more; Death, thou shalt die.

En de dood zal er niet meer zijn; Dood, Gij zult sterven.

Een andere visie op de dood.

Donne legt uit dat slaap eigenlijk een vorm van dood is en omdat slaap aangenaam is, zal de dood dat zelfs nog in grotere mate zijn. Zelfs als de dood een fijne slaap brengt, zijn er andere middelen, de spreker noemt hier drugs, die nog beter kunnen zorgen voor rust en voldoening en dus daarin de dood kunnen overtreffen.

Ten slotte voorspelt de spreker het einde van de dood zelf, met de uitspraak: “Dood, Gij zult sterven.” De dood zal er niet meer zijn, aangezien de dood het eeuwige leven met zich meebrengt. Dus, dood, wees maar niet te trots op wat je bent, wij hoeven je niet te vrezen.

John Donne 1572- 1631

Verraad op de Batavia.

Op 29 oktober 1628 vertrok één van de bekendste schepen uit de Nederlandse geschiedenis, het VOC-schip de Batavia, vanaf Texel uit naar Nederlands-Indië. De lading van de Batavia bestond uit twaalf kisten zilveren muntgeld en goud ter waarde van 260.000 gulden, luxe gebruiksgoederen, zilverwerk, wijnen, kaas, luxueuze kleding en een kistje met zeer kostbare juwelen.

Onder de opvarenden was de toen nog onbekende Jeronimus Cornelisz. Deze voormalig apotheker had de rang van onderkoopman en raakte tijdens de lange reis naar Java bevriend met de schipper van de Batavia, Ariaen Jacobsz. Hij en Jacobsz waren ontevreden over de leiding van de commandant van het schip, de koopman Francisco Pelsaert. Ze speelden met de gedachte om een muiterij uit te voeren.

Reconstructie van de Batavia.

Jeronimus Cornelisz volgens zoals afgebeeld in een recent stripboek

Schipbreuk.

Op 14 april 1629 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop om te foerageren. Na acht dagen vertrok het weer. In de vroege ochtend van 4 juni 1629, zeilde de Batavia op volle snelheid toen de verkenner de indruk had dat het schip in ondiep water kwam. Toen hij de schipper, Adriaen Jacobsz, waarschuwde besliste die om uiteindelijk niet de koers te wijzigen, omdat hij dacht dat het om een weerspiegeling van het maanlicht ging. Kort daarop strandde de Batavia op volle snelheid op Morning Reef in de Wallibigroep. Van de 322 opvarenden werden de meeste met de sloep naar het nabijgelegen Beacon Island verplaatst, 40 personen verdronken. Pogingen om het schip vlot te krijgen door een gedeelte van de lading te lossen faalden en in de opvolgende dagen werd het schip volledig uit elkaar geslagen door de golven. De ongeveer 280 overlevenden van het vastlopen van de Batavia zaten gevangen op een zeer klein eiland zonder beschutting, voorzieningen, voedsel en water.

Het Morning Reef en Beacon Island in de Indische ocean ten westen van Australië. De begraafplaats van de Batavia.

De muiterij begint.

Na zo veel mogelijk mensen veiliggesteld te hebben op Beacon Island, zeilden opperkoopman Pelsaert en schipper Jakobsz met een sloep naar het vasteland van Australië op zoek naar water en voedsel. Toen ze dat daar niet aantroffen besloten ze naar de hoofdstad van Nederlands-Indië, Batavia, te varen om hulp te halen. Met ongeveer 40 personen aan boord deed de sloep van slechts 9 meter er 33 dagen over om Batavia te bereiken. Tijdens de afwezigheid van de opperkoopman en schipper was onderkoopman Cornelisz één van de hoogsten in rang. Deze positie gebruikte hij om de macht af te dwingen en een waar schrikbewind op Beacon Island te beginnen. Door een groep gewapende soldaten naar een nabij gelegen eiland te sturen met de boodschap dat zij water en voedsel moesten zoeken, konden Cornelisz en een groepje mede-muiters in alle vrijheid hun gang gaan en mogelijke tegenstanders uit de weg ruimen. Dit deden ze nogal rigoureus. Van de ongeveer 200 reizigers die achterbleven op Beacon Island werden er zeker 120 vermoord door het groepje onder leiding van Cornelisz. Het doel van deze actie was waarschijnlijk het uiteindelijk kunnen kapen van een reddingsschip die zou komen om de schipbreukelingen van de Batavia te redden.

Na het vermoorden van een groot deel van de opvarenden was de volgende stap in het plan van Cornelisz om de groep soldaten die hij weg had gestuurd om voedsel en water te gaan halen, bij hun terugkomst ook te vermoorden. Op deze manier zouden hij en zijn groepje muiters de absolute macht op het eilandje hebben. Dit plan mislukte echter omdat het reddingsschip Saerdam eerder bij Beacon Island aankwam dan door Cornelisz gepland was. Ook was dit schip al op de hoogte gebracht van de moordpartij op het eiland. Door aanwezige soldaten op het reddingsschip kon de opstand op Beacon Island vrij snel en gemakkelijk worden beëindigd. Alle muiters werden ofwel ter plekke ofwel in de stad Batavia ter dood gebracht. Opmerkelijk is dat Jeronimus Cornelisz, de leider van het schrikbewind op de eilanden, zelf geen moorden had gepleegd. Zijn intelligentie, overtuigende praat en lage moraal waren voldoende om anderen daartoe te brengen. Voor zijn rol in de moordpartij werd hij echter wel ter dood gebracht middels ophanging.

Tekening van de slachtpartij op Beacon Island.


Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Jane Austen

Jane Austen’s Pride and Prejudice: Vier fundamentele fouten in de patriarchale samenleving.

Jane Austen werd geboren op 16 december 1775, een tijd waarin de maatschappij vooral door mannen werd gedomineerd. Ze schreef haar verhalen en romans vanuit het perspectief van een vrouw binnen deze patriarchale samenleving. Kijkend naar een van haar meest beroemde boeken Pride and Prejudice, is de onderdanige positie van de vrouw gedeeltelijk te verklaren aan de hand van vier fundamentele fouten in deze door mannen gedomineerde samenleving.

Fout één: de ondergeschikte rol van de vrouw.

In de achttiende en een deel van de negentiende eeuw stond onderwijs aan en voor vrouwen op een laag pitje. Er werd weinig tot geen scholing aangeboden en vrouwen werden niet toegelaten op universiteiten. Lezen werd sterk afgeraden aan vrouwen, omdat men bang was dat vrouwen hierdoor ongepaste gedachten zouden kunnen ontwikkelen. Het zou daarnaast de fantasie kunnen prikkelen, waardoor ze zich onoorbaar en onfatsoenlijk zouden kunnen gaan gedragen. Literatuur werd beschouwd als iets wat rebellie en opstandigheid zou veroorzaken. In deze mannen- maatschappij werd een jonge vrouw met name voorbereid en klaargestoomd voor het huishouden en alle verantwoordelijkheden die bij het zijn van een moeder en echtgenote hoorden. Ze moest iets toe kunnen voegen aan de status van haar man. Als klein meisje was ze totaal afhankelijk van haar vader en als jonge dame zou ze volledig afhankelijk zijn van haar echtgenoot. Mede daardoor was er geen scholing noodzakelijk.

Talenten zoals zang en dans, tekenen en schilderkunst waren daarentegen van aanzienlijke waarde. Hier speelden de kindermeisjes een zeer belangrijke rol in. Zij leerden de jonge meisjes hoe ze een publiek moesten onderhouden met deze talenten. Vrouwen leerden levenslessen vooral van elkaar. Binnen het huwelijk nam haar echtgenoot die taak vaak over. Dit is ook goed terug te zien in Austen’s boek Pride and Prejudice. Mr. Darcy, een welgestelde man en een van de mannelijke hoofdpersonen in het verhaal, leert Elizabeth Bennett over zichzelf na te denken. Elisabeth, een meisje van eenvoudige komaf, leert haar trots opzij te zetten en haar eerste indrukken niet direct voor waarheid aan te nemen. Dit past ook goed bij de originele titel van het boek, namelijk First Impressions.

Austen zelf groeide op in de middenklasse van de Engelse samenleving. In haar werken schreef ze alleen dat wat ze zelf wist, ze week hierin niet af van haar eigen achtergrond. Ze leek niet veel te zijn blootgesteld aan de politieke, economische en artistieke revoluties van haar tijd, mede doordat ze weinig onderwijs had genoten. We weten dat ze schreef ten tijde van de Franse Revolutie, maar hier is echter geen enkel bewijs van te vinden in haar werken. Ze wist er gewoonweg te weinig van om het in haar verhalen te kunnen verwerken. Ondanks dat onderwijs geen prioriteit had, heeft Austen’s vader het schrijftalent van zijn dochter altijd gestimuleerd en aangemoedigd.

Fout twee: het ontbreken van begrip en liefde tussen ouders en hun kinderen.

Een tweede opvallende fout in het patriarchale systeem van de achttiende -eeuwse samenleving is het ontbreken van begrip en liefde tussen ouders en kinderen. In Pride and Prejudice zien we dit duidelijk bij de ouders van Elizabeth. Mr. Bennett is vooral erg druk met zichzelf, trekt zich regelmatig terug in zijn eigen bibliotheek en Mrs. Bennett is te egoïstisch en onverschillig om de behoeften van haar kinderen te kunnen herkennen. Aan de opvoeding van haar dochters komt ze nauwelijks toe. Ze houdt zich vooral bezig met de zoektocht naar mannen met wie haar dochters kunnen trouwen. Liefde en respect binnen het huwelijk was niet van belang. Het trouwen op zich stond op de eerste plaats. Een vrouw alleen en ongehuwd was niet acceptabel en werd gezien als een schande en zware last voor de familie. De gezusters Bennett voedden elkaar vooral op, ze ondersteunden elkaar waar ze konden, hielpen elkaar in de voorbereiding op het leven in de maatschappij als echtgenote en moeder.

Fout drie: manieren en gedragscodes.

De derde fout die opvalt in deze door mannen gedomineerde maatschappij heeft alles te maken met manieren en gedragscodes. De wijze waarop je je staande hield in een groep was bepalend voor het aanzien dat je genoot. Het individu was niet van belang. Zoals de eenentwintigste-eeuw het individu en de ontwikkeling naar een eigen persoonlijkheid stimuleert, zo hechtte men in de achttiende en negentiende eeuw grote waarde aan sociale interactie en uitdrukking. Je hoorde je te gedragen en beleefdheden maakten dat je een onderdeel kon zijn van een gemeenschap. Het maakte veel verschil of je deel uitmaakte van het gewone volk, de middenklasse of de elitaire kringen. Rechten die daarmee gepaard gingen werden geaccepteerd zonder daarover vragen te stellen. De positie van de vrouwen en hun plaats in de gemeenschap werd vooral bepaald door eerst de rijkdom van hun vader en na het huwelijk door het bezit van haar man. Zodra een meisje trouwde ontving ze meer aanzien, zelfs binnen haar eigen familie. Er was een groot verschil tussen mannen en vrouwen, dat is duidelijk. Wat ook opvalt is dat het voor vrouwen onacceptabel was om buiten het huwelijk seksuele activiteiten te ondernemen. Voor mannen was dit geen issue. Vrouwen waarvan bekend was dat ze buitenechtelijke seksuele relaties hadden gehad, werden uit de gemeenschap gezet. Er golden ook op dit gebied duidelijk twee standaarden. Het proces van flirten, daten en verkering was wel iets waar Austen over schreef, maar de echte intimiteit vinden we bijna niet terug in haar boeken.

Fout vier: de corruptie van het huwelijk.

Vrouwen maakten geen deel uit van het publieke leven. Ze konden geen erfgenaam of huisbezitters zijn. Dit maakte dat de maatschappij materialistisch was ingesteld. Het was hoofdzaak dat vrouwen financieel stabiel werden door het huwelijk. Austen zelf wist maar al te goed hoe dat voelde. Haar vader, een simpele predikant, overleed op jonge leeftijd. Hij liet zijn vrouw en twee ongehuwde dochters achter. Austen en haar zus Cassandra waren vanaf dat moment afhankelijk van de goedheid van hun broers. Austen bleef bewust ongehuwd. Een opvallende keuze voor een vrouw in haar tijd. Dit brengt ons bij een laatste knelpunt in de achttiende-eeuwse samenleving. De corruptie van het huwelijk. Een vrouw uit een lagere kring kon hier alleen uit ontsnappen door te trouwen met een man uit een hogere kring. Wanneer het verschil in rijkdom tussen de man en vrouw te groot werd, of wanneer de vrouw rijker was dan de man, kon de gemeenschap in opstand komen. Mr. Darcy en Elisabeth in Pride and Prejudice zijn hiervan een voorbeeld. Het verschil in rijkdom was enorm. Elisabeth ziet hier zelf geen enkel bezwaar en verdedigt haar keuze meerdere malen. Mr. Darcy kreeg echter veel meer kritiek te voorduren. Het was een schande dat hij een vrouw trouwde die zo laag stond op de sociale ladder. Menig criticus zegt dat Austen juist met het huwelijk tussen deze twee personages haar eigen mening wat betreft dit punt laat doorschemeren.

Conclusie

Concluderend kunnen we stellen dat de positie van vrouwen in de achttiende en negentiende eeuw sterk werd bepaald door de patriarchale samenleving. Austen probeert door het personage van Elisabeth in Pride and Prejudice de positie van de vrouw onder de aandacht te brengen. Elisabeth heeft een levendige, uitbundige en frivole persoonlijkheid, voor een jonge vrouw in die tijd niet direct gewaardeerde eigenschappen. Toch is Elisabeth een van Austen’s meest favoriete en gewaardeerde personages, juist omdat ze in haar uitbundigheid zo verschilde van de standaard. Daarnaast was ze intelligent, niet bang om te leren van haar fouten, spontaan en had ze een eigen willetje. Het was des te bijzonder dat een meisje zoals Elisabeth in het verhaal eindigde met de gefortuneerde Mr. Darcy. Ten tijde van Austen, was feminisme nog niet zo duidelijk te zien in de maatschappij. Haar boeken werden gelezen door maar een kleine groep mensen, waaronder maar weinig vrouwen. Tegenwoordig worden haar boeken goed ontvangen over de hele wereld. Haar boeken geven een beeld van hoe Austen opstond tegen de positie van de vrouw in haar tijd. Door sterke vrouwelijke personages te creëren wist ze ruchtbaarheid te geven aan deze kwestie. Austen geloofde dat door actief deel te nemen aan de maatschappij, zoals sommige van haar personages deden, de fundamentele fouten in deze door mannen gedomineerde samenleving konden worden aangepakt. Austen vond het belangrijk dat meisjes zichzelf konden zijn, dat ze zich ontwikkelden en leerden over de maatschappij.  Elisabeth is een meisje met een duidelijke eigen mening. Ze steekt haar mening niet onder stoelen of banken en gaat in discussie met haar moeder over eventuele huwelijkspartners. Ze wil haar eigen keuzes maken. Austen creëerde sterke vrouwelijke personages in haar verhalen, jonge dames die geen blad voor de mond namen en daarmee ingingen tegen bepaalde gedragscodes. Elisabeth paste niet in het keurslijf en voldeed niet aan de verwachtingen en eisen die men stelde aan vrouwen. Ze beheerste geen speciale talenten waarmee ze mensen kon onderhouden in een samenzijn, maar was wél nadrukkelijk aanwezig. Elisabeth trouwde met Mr. Darcy, volgens de regels van de maatschappij een man die totaal buiten haar bereik stond. Toch liet Austen dit gebeuren in haar verhaal. Een gedurfde keuze. Hiermee pakt ze meteen de vierde kwestie van de patriarchale samenleving aan, namelijk de corruptie van het huwelijk. Door te trouwen met de rijke Mr. Darcy, klimt Elisabeth in een rap tempo de sociale ladder op en is ze bevrijd uit de bij geboorte vastgelegde positie van de vrouw. Austen was een vrouw van haar tijd, maar liet in haar boeken haar eigen mening en ontevredenheid over de gang van zaken en onder andere de positie van de vrouw doorschemeren. Of we Austen’s bedoelingen als feministisch mogen kwalificeren is de vraag, maar dat ze een stem gaf aan vrouwen doormiddel van schrijven, ook al was dat in de vorm van fictie, is duidelijk. We kunnen het zien als vooruitstrevendheid en een stap in de richting van gelijkheid binnen de patriarchale samenleving, waardoor ze door sommigen terecht wordt bestempeld als een kleine heldin voor vrouwen in haar tijd en de tijd daarna.

Nederlanders in de bres voor Napoleon

Henk

Enkele jaren geleden sprak ik met een (inmiddels oud-) collega over de fatale Russische veldtocht van Napoleon. Ik noem hem hier voor het gemak even Henk, in verband met de privacy. Henk is net als ik geïnteresseerd in de geschiedenis van onder andere Europa. Hij vertelde me dat hij een reis per motor ging maken door Wit-Rusland. Henk wilde ook naar de Berezina. Die naam kende ik natuurlijk ook. Het is de plaats waar Napoleon met zijn vluchtende leger over moest steken.

De Russische veldtocht

De Russische veldtocht van Napoleon is een veel beschreven en bekende geschiedenis, zeker onder de ouderen onder ons. Henk wilde ook de plek bezoeken waar het restant van Napoleon`s op de vlucht geslagen leger gedurende hun terugtocht een natuurlijke hindernis in bittere koude temperaturen diende te nemen voordat het verder kon: de Berezina. De Berezina is een zijtak van de meer bekende rivier de Dnjepr en stroomt over een lengte van zo`n 600 kilometer lengte.

Berezina

De rivier vormt een groot probleem voor Napoleon en de zijnen, want zijn leger werd op de oostelijke zijde van de rivier omsingeld door het vijandelijke leger, en de enige brug in de buurt om de rivier over te kunnen steken, was in handen van de vijand. De soldaten in het leger van de keizer zijn aan het einde van hun Latijn, ze zijn half bevroren, lijden honger en lopen nog soms nog maar met de helft van hun oorspronkelijke uitrusting in de gelederen. Soldaten vertrapten elkaar in ongecoördineerde chaotische taferelen bij eerdere oversteekplaatsen. Men moet soms onderlinge gevechten voeren om de overkant te bereiken. Het vriest meer dan 20 graden.

Nederlanders

Binnen dit internationale Franse leger bevinden zich ook zo`n 25000 Nederlandse soldaten; de rode lansiers genaamd, naar hun opvallende rode uitmonstering. Onder hen ook zo`n 400 pontonniers en enkele infanterie regimenten plus een regiment kurassiers. Wanneer op de 24e de Berezina wordt bereikt, zijn het o.a. de Nederlandse pontonniers die het ijzige water in springen en een brug aanleggen wat een klein deel van het leger een overtocht biedt. Ze weten dat ze gaan sterven door de kou, maar toch brengen zij het ultieme offer voor de keizer. Het toont aan dat de keizer ondanks de fatale veldtocht naar Rusland, nog steeds niet van zijn voetstuk was gevallen.

Van de 400 pontonniers zijn er zes die het epos na kunnen vertellen. Ze hebben er voor gezorgd dat het restant van het leger verder kon op hun lijdensweg richting Parijs, en boden de keizer de kans te ontsnappen. Rondom de oversteek plaatste Napoleon zijn laatste list. Een afleidingsmanouvre redde samen met de heroische daad van de pontonniers een deel van het reeds gedecimeerde Grande Armee. van de 400.000 soldaten die richting Rusland trokken in 1812, waren er bij de oversteek op de terugweg bij de Berezina nog maar zo`n 50.000 over. Het kleumende leger leed een ongekende lijdensweg. Voortdurende en onvoorspelbare aanvallen van de Kozakken teisterden Napoleons leger, ziekte, een honger zo groot dat men in sommige gevallen tot kannibalisme op gevallen kameraden overging om te overleven.

Memoires

Van de terugtocht zijn een aantal goed gedocumenteerde en bewaard gebleven ooggetuige verslagen in de vorm van memoires te raadplegen die een aardig inzicht geven van de gebeurtenissen. Vooral de dagboeken van Coulaincourt (Generaal) en Bourgogne (Luitenant) zijn sprekend. Coulaincourt, generaal en Napoleons adjudant, zat bij hem in de koets toen hij op 5 december het lijdende leger plotsklaps en in spoedtempo verliet naar Parijs omdat hem geruchten van een op handen zijnde coup ter ore waren gekomen. Hij heeft in zijn memoires de hele reis beschreven en interessant zijn ook de persoonlijke gesprekken met de keizer.

Bescheiden

Bij zo`n veelbeschreven een gebeurtenis verwacht je een grotesk onder Sovjet-heerschappij opgericht herdenkingsmonument bij de beruchte oversteekplaats, maar daar komt men bedrogen uit. Slechts een bescheiden kleine gedenkplaat herinnert aan de verschrikkingen, zo vertelde Henk na zijn terugkeer. Hij had ook moeite het te vinden, dat zegt ook genoeg. Henk is niet de enige die (een gedeelte van) de terugreis heeft gemaakt per motor. Ook Sylvain Tesson heeft dat gedaan, in een zijspan van een Ural; een Russische motorfietsmerk.

Tesson

Hij heeft tijdens die reis om nog beter in te kunnen leven, de dagboeken van zowel Coulaincourt als Bourgogne bij de hand en reist in dezelfde winterse periode onder weliswaar iets minder strengen koude, maar ook met gevaar voor eigen leven, dit keer door roekeloos rijdende vrachtwagens die ze de sneeuw om de oren rijden. Wie meer wil weten over de barre omstandigheden van de terugtocht van de Grande Armee uit Rusland, zou zeker dit boek moeten lezen; een aanrader dus!

 

Hollandse schilderkunst in de Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw heeft vele Nederlandse meesterwerken in de kunst voortgebracht. Vorig jaar bracht ik een bezoek aan het Mauritshuis in Den Haag, waar ook dit werk, van de hand van Paulus Potter genaamd de Stier hangt. Het werk valt op door zijn grootte: het meet 2.36 x 3.39 meter. Daarbij valt eveneens op dat Potter er voor koos een alledaags iets als een stier op zulke grote afmetingen weer te geven. Het doek is niet op locatie geschilderd, maar uitgewerkt aan de hand van tekeningen in het atelier. Dat kun je ook zien aan de manier waarop de stier is weergegeven. De stier is namelijk niet geheel realistisch weergegeven, maar lijkt eerder een samenstelling van tekeningen van stieren van verschillende leeftijden te zijn. De Gouden eeuw bracht nieuwe stijlen en genres voort, die men in het buitenland helemaal niet kende.

De Stier van de hand van Paulus Potter (1647). Bron: www.mauritshuis.nl

Uniek

Het feit dat er zulke gewone taferelen geschilderd werden was uniek te noemen in de schilderkunst in de Gouden Eeuw. Schilderwerken werden namelijk in die tijd doorgaans gekenmerkt door bijbelse taferen, historische gebeurtenissen, portretten van adellijke of geestelijke lieden of onderwerpen uit de mythologie. Maar een aantal gebeurtenissen hebben er toe geleid dat een verandering in de schilderkunst in de Nederlanden plaatsvond. Vanwege de harde represailles die de Spanjaarden voerden tegen het nieuwe opkomende protestantisme vanaf het zesde decennium van de zestiende eeuw, kwam er al snel een uittocht van aanhangers van het nieuwe geloof op gang, welke uitweken naar Engeland, de Duitse landen en ook De Republiek. Met de welvaartsgroei in de 17e eeuw, toen en doordat De Republiek meer en meer onder het juk van de Spanjaarden uitkwamen, kwam er meer besteedbaar inkomen vrij voor aankopen van schilderijen onder met name de burgerij; de vraag groeide. De vrijheidsstrijd van de Nederlanden tegen de Spanjaarden zorgde er ook voor, met name na de Val van Antwerpen (1585), dat er een grote groep mensen ontwikkelde burgers naar de noordelijke gewesten Zeeland en Holland uitweken. Deze groep bracht ook kunstschilders mee, met eigen technieken en genres.

En met de strijd tussen de katholieken en de protestanten gedurende de reformatie werden schilderijen met specifiek katholieke taferelen voortaan taboe in De Republiek. Daarnaast verliepen de kunstaankopen via de handel en werd er weinig in opdracht geschilderd. Kunst werd steeds meer verzameld. De handel in kunst explodeerde dan ook. Hierdoor trad steeds meer specialisatie onder de schilders op om onderscheidend te kunnen zijn. Miljoenen schilderijen van hoge kwaliteit werden in de Gouden Eeuw vervaardigd. De handel in schilderijen was groter dan die in boeken te noemen en in ieder huis van een ambachtsman hing wel een schilderij. Schilderijen werden dus gemeengoed onder de burgerij.

It`s hard to earn a livin`

Schilders uit de Gouden Eeuw werden beroemd, maar meestal pas in de eeuwen die volgden. Veel schilders moesten omdat wegens de grote aantallen kunst in de handel ook weer veel gaan produceren om uberhaupt rond te kunnen komen. Sommige schilders, tenzij ze in hun eigen tijd wel al bekend waren en dus een hogere prijs voor hun werk konden vragen, hielden er bijbaantjes op na om rond te kunnen komen of verlieten zelfs het vak. Ook waren bepaalde genres meer populair onder kopers dan andere. Zo was het makkelijker een landschapschilderij te verkopen dan een historisch tafereel.

Portretten

Onder de welgestelden werden portretten steeds populairder. De portretschilders bij uitstek in deze periode zijn Rembrandt en ook Frans Hals. Met dit genre kon Rembrandt in elk geval zijn grootste financiele succes vergaren, hoewel hij zelf liever het historische genre schilderde. Portretten uit deze periode tonen vaak, in tegenstelling tot portretkunst uit andere landen binnen deze periode, een sombere kledingstijl en achtergrond, op calvinistische leest geschoeid. Het moment waarop kopers vaak kozen voor een zelfportret was het huwelijk. De grootste mijlpaal in het leven van de opdrachtgevers mocht vereeuwigd worden op het doek.

Frans Hals – De vrolijke drinker (1628-1630)

Alledaags leven

Ook het genre waarbij taferelen uit het alledaags leven werden geschilderd werden in de 17e eeuw snel populairder. Jan steen is hiervan de bekendste exponent. Deze schilderijen hebben ons ontzettend veel verteld over de manier waarop het gewone leven er in de 17e eeuw uit heeft gezien. Steen zette vaak familie in als modellen voor zijn taferelen. Zijn schilderijen kennen daarnaast vaak een moralistische boodschap waarmee hij lijkt te waarschuwen voor zedige zaken.

Jan Steen – Pas op voor rijkdom (1663)

 

 

 

 

 

 

 

Wereldwijde faam

Nederlandse werken uit de Gouden Eeuw hangen over heel de wereld, van Hermitage tot National Gallery. Het Louvre heeft enkele bekende werken van Hollandse en Vlaamse meesters en ook in het Metropolitan vind je veel werken van de hand van Hollandse meesters, waaronder Rembrandt, Vermeer en van Ruysdael. Het dagelijks leven dat door de Nederlandse schilders werd afgebeeld, en het hiermee gepaard gaande realisme in wat men maakte, werd werd wereldberoemd. De Nachtwacht is waarschijnlijk de meest bekende exponent van de Hollandse school in deze periode. Deze werd in het Rijksmuseum bezocht door zo`n 2,2 miljoen bezoekers in 2016. De waarde van het doek wordt geschat op zo`n 500 miljoen euro (2011). Het geeft aan dat de stukken uit met name deze periode in de Nederlandse schilderkunst kwalitatief tot de besten in de wereld behoren.

De dodo; snack der Hollanders?

Door: R. Smienk

De dodo; snack van de Hollanders?

855 kilometer ten oosten van Madagaskar ligt het eiland Mauritius. Het eiland en haar omgeving bestaat uit grote koraalriffen, een langgerekte kust van 177 kilometer en een bergachtig en dicht bebost binnenland. Vanwege de geïsoleerde ligging en het gunstige subtropische klimaat, komen er op het eiland bijzondere diersoorten voor. Eén van de bekendste diersoorten van dit eiland is echter al sinds het einde van de 17e eeuw uitgestorven; de dodo. Deze vogel van ongeveer een meter hoog leefde in de bossen en had een dieet dat bestond uit zaden en vruchten. De dodo was kwetsbaar want kon niet vliegen maar had geen natuurlijke vijanden op Mauritius.

dodo

Tekening van hoe de Dodo eruit moet hebben gezien. 

In 1598 deden Hollanders het eiland voor het eerst aan. Het was toen nog onbewoond. Ze noemden het eiland naar Maurits van Oranje, de zoon van Willem van Oranje. In het journaal van de Nederlandse scheepvaarders in 1598 beschrijven ze de vogel die ze dan voor het eerst zien. Ze noemen de vogel ‘Walchvogel’ en beschrijven hem als zeer taai hoewel de borst goed te eten was. Ze vergelijken de dodo met een tortelduif, waarvan ze zeggen dat de smaak beter is. De dodo blijkt uit onderzoek van de universiteit van Oxford, uitgevoerd in 2002, inderdaad familie te zijn van de duif. Vanwege de witte staart noemen de eerste Hollanders de vogel ook wel ‘dodaars’, hier is de naam dodo van afgeleid.

 

In de jaren na 1598 beschrijven de Hollanders in journaals en dagboeken regelmatig de flora en fauna van Mauritius. Ook de dodo komt veelvuldig voor in deze documenten. Zo is te lezen dat de Hollanders genieten van een recept met daarin gezouten vlees van de dodo.

dodo2

Een dodo getekend in een reisverslag van een lid van de VOC in 1602.

In 1638 bouwen de Hollanders een groot fort op Mauritius. Het eiland dient als aanloophaven voor reizen naar Azië of terug naar Nederland. De intensieve bewoning van Mauritius was niet goed voor de dodo. Er is echter geen bewijs gevonden dat de dodo uitgestorven is omdat hij opgegeten is door de Hollanders. De Hollandse bewoners namen echter wel allerlei dieren mee naar het eiland. Denk hierbij aan honden, varkens en apen. Het meenemen van deze dieren heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een grote invloed gehad op het uitsterven van de dodo. Deze meegebrachte dieren hadden het niet alleen voorzien op de eieren van de dodo, maar brachten ook allerlei ziekten mee waardoor de populatie van inheemse dieren een enorme klap kreeg.

In 1662 neemt men de dodo, die toen al ruim 25 jaar niet meer gezien was, voor het laatst waar. Bijzonder is ook dat er zeer weinig overblijfselen van de dodo gevonden zijn. Er bestaan alleen een aantal losse botjes en er is slechts één complete schedel gevonden. Volledige skeletten, van vele andere uitgestorven diersoorten wel gevonden, zijn van de dodo nooit aangetroffen.

 

 

Plakkaat van Verlatinghe

Door: Ruud Willems

Op 22 juli 1581 werd door de secretaris van de staatsraad Jan van Asseliers een document opgesteld dat hij in vier dagen tijd klaar had. Een document dat niet alleen voor de Nederlanden van groot belang is geweest, maar ook voor inspiratie zorgde bij andere landen, in hun zoektocht naar onafhankelijkheid van een bezettende natie. Een document waarin openlijk en voor het eerst het staatshoofd, Filips II van het Habsburgse Rijk, werd afgezworen.

Fundamentele veranderingen

In de 16e eeuw voltrokken zich op het Europese contingent fundamentele veranderingen. De heerschappij en macht van paus en keizer was om diverse redenen tanende. Tegelijkertijd stonden nieuwe machthebbers in de coulissen klaar het stokje over te nemen. Er ontstonden nieuwe kerkelijke structuren. Machthebbers gingen naast de heerschappij over het wereldlijke, ook streven naar de macht over de kerk, een kans geboden door een reeks van zwakke pausen. De pauselijke staat had met de komst van pausen als Rodrigo Borgia, Giuliano della Rovere en de De Medici-pausen het pad van corruptie, incest en andere excessen ingeslagen waardoor de connectie met een devoot vroom leven ver te zoeken was. Hierop volgend bood de Reformatie nieuwe machthebbers de kans om invloed uit te oefenen over de kerk. Bij de Godsvrede van Augsburg van 1555 werd bijvoorbeeld t.a.v. het Duitse Rijk bepaald dat er geen diverse kerken binnen de staat mochten bestaan. De vorst moest dus een keuze maken. Hierdoor zou hij zijn gezag kunnen versterken door andersgelovigen aan te duiden als ketters. Politiek en kerkelijke leer raakten vervlochten met elkaar, met de religie als uitgangspunt. Dit wordt ook wel aangeduid als het confessionalisme. Hier ontstond een van de kiemen die leidden tot onmin in de Nederlanden uitmondend in tot wat wij kennen als de Tachtigjarige Oorlog.

2457881_orig

De Zeventien Verenigde Nederlanden. Bron: http://www.muntgewichten.com/

Scheuringen

De Raad van State botste na het aftreden van Karel V in 1555 te Brussel steeds vaker met Filips II. Filips had namelijk een failliet rijk geërfd en wenste de schatkist aan te vullen met o.a. belastinggelden uit de Nederlanden. Hierop ontstond groot protest vanuit de politieke kringen in de Nederlanden. Verder heerste er ook onvrede over het feit dat Filips zich had teruggetrokken uit de Nederlanden om zijn rijk, zich omringd wetend met Spaanse adviseurs, vanuit Spanje te besturen. In 1559 werd Margaretha van Parma aangesteld als landvoogdes met Granvelle (aartsbisschop van Mechelen) als haar belangrijkste raadgever en de perikelen die volgden kennen we allemaal nog van onze geschiedenislessen op de lagere en middelbare school. Inmiddels had ook de Reformatie in de Nederlanden zijn werk gedaan. Onder de protestanten heerste een grote afkeer van de katholieke Spaanse soldaten. Maar ook onder veel katholieken waren de Spaanse troepen niet erg populair. Hieruit ontstaat een beeld van een natie welke niet enkel op politiek-bestuurlijk vlak, maar ook op sociaal-maatschappelijk en religieus vlak in onvrede leefde met de wijze waarop het land bestuurd werd.

De Nederlandse Opstand

De Nederlanden, bestaande uit zeventien gewesten, hadden te maken met een vorst die ook streefde naar één koninkrijk, met één religie. Dit terwijl de roep om zuivering van de kerk door de protestanten luid werd verkondigd. We kunnen de Nederlandse Opstand indelen in twee fasen waarin perioden van gevechtshandelingen en relatieve rust elkaar afwisselden: de periode van 1566-1609 (tot aan het Twaalfjarig Bestand), en de periode 1621-1648 (Vrede van Munster). De onvrede leidde echter niet enkel tot militaire acties aan de zijde van de opstandelingen, maar ook tot het ontstaan van fundamentele wetten, zoals de Pacificatie van Gent en de beide Unies. Daarnaast hadden de gewesten in1572 al op eigen houtje een Statenvergadering bijeengeroepen, revolutionair te noemen want dit mocht enkel op instigatie van de vorst gebeuren. Het beleid van Alva, vanaf 1567 aanwezig met een leger in de Nederlanden, zorgde voor een begin van gewapende strijd tegen de Spanjaarden. De Nederlandse Opstand was begonnen.

Fundamentele Wetten

Eind achttiende eeuw vormden zich in Europa grondwetten. Deze grondwetten waren de culminatie van ontwikkelingen die zich in de late middeleeuwen al gevormd hadden. Zo kennen we uit Frankrijk de zogenaamde leges fundamentales, wetten gevormd vanuit het Droit Divin, het goddelijk recht. Belangrijk: ook de vorst was gebonden aan regels van de leges fundamentales en stond daarmee niet boven alle regels. Wanneer een vorst zich niet hield aan de leges achtte het volk zich gerechtvaardigd in opstand te komen tegen de vorst die zich gedroeg als een tiran. En dat is ook precies wat er in de Nederlanden gevoeld werd. Na de Pacificatie van Gent (1576), de Unie van Atrecht (1579 – in deze context minder van belang omdat in deze Unie juist de weg werd ingezet naar loyalisme t.a.v. het Spaanse gezag betreffende de zuidelijke Nederlanden waarbij het katholicisme de enig toelaatbare religie werd geacht) en de Unie van Utrecht (1579, één maand later), werd in 1581 het Plakkaat van Verlatinghe verkondigd door de Staten-Generaal. Hierbij werd de landsheer, Filips II, afgezworen vanuit de overtuiging dat men hiertoe het recht had omdat deze in strijd met de rechten en privileges van de Nederlandse gewesten regeerde.

256px-nederlanden_1579

Het Plakkaat

In het Plakkaat werd Filips afgewezen als vorst en de troon werd verlaten verklaard. Achter de schermen ging men op zoek naar een nieuwe heerser, maar zonder succes. Pas in 1588 werd echter besloten als Republiek verder te gaan. Dat was nieuw, in eerdere fundamentele wetten was men nooit tot deze radicale maatregelen overgegaan. Het document moet gezien worden als een onafhankelijkheidsverklaring. Delen uit de tekst lijken later ook overgenomen te zijn in de Amerikaanse Declaration of Independence (1776). In hoeverre het Plakkaat van Verlatinghe ook daadwerkelijk deels model heeft gestaan voor het werk van de hand van Thomas Jefferson is vaak onderwerp van discussie.

De Inhoud van het Plakkaat van Verlatinghe kent een aantal facetten. Bijvoorbeeld politieke, met een lijst van grieven tegen de vorst. Deze geven aan wanneer men in opstand kan komen tegen de vorst. De grievenlijst vormt ongeveer zestig procent van de tekst, een uitgebreide opsommingen van de tekortkomingen van de vorst in de ogen van zijn onderdanen. Overige bepalingen waarop men tekortkomingen ondervond zijn ook opgenomen het document zoals de religieuze kwestie, de constitutie en het representatieve stelsel, de wetgeving en het petitierecht. Het Plakkaat betekent ook de scheuring tussen opstandige gewesten en de gewesten die Filips als vorst trouw blijven. Met het Plakkaat was echter wel een statement gemaakt waarbij de Nederlandse gewesten die kozen voor opstand helder hebben laten klinken voorgoed van een bestuur onder Spaanse vlag af te willen zijn, waarmee de weg naar zelfstandigheid kon worden ingezet.

 

 

“Stonewall” Jackson, geniaal strateeg of maniakale gek?

R. Smienk

‘Old Blue Light’

Een legende! Een generaal die legers van duizenden manschappen, zo leek het, liet verdwijnen om vervolgens kilometers verderop, in de rug van de vijand, weer op te duiken. Niet voor niets door de grote leider van de Confederatie Robert E. Lee als één van de besten genoemd. Veel van de door Jackson gebruikte tactieken worden tot op de dag van vandaag nog gebruikt als lesstof op de befaamde militaire academie Westpoint, waar de toekomstige leiders van het Amerikaanse leger hun opleiding en training krijgen. Dezelfde man had onder zijn manschappen de bijnaam ‘Old Blue Light’: vernoemd naar de doffe blauwige kleur van zijn ogen als de strijd daadwerkelijk op het ount van beginnen stond. Extreem hard voor zowel zijn eigen manschappen als de vijand, waarbij hij geen genoegen nam met het alleen verslaan van deze vijand. Deze moest volledig vernietigd worden, zo zei Jackson na de slag bij Fredericksburg in december 1862. Een man die, als hij al thuis was, zelden de studeerkamer van zijn huis in Lexington Viginia verliet. Wanneer hij in de woonkamer vertoefde, mocht zijn vrouw Anna alleen dan met hem spreken wanneer zijn stoel naar de kamer toe was gedraaid. Was deze naar de muur gedraaid dan mocht Jackson niet gestoord worden want dan was hij diep aan het nadenken. Wie was deze Jackson eigenlijk? Een briljante leider of een brute slager? Geniaal of gek?

Van boer tot generaal

Thomas J. Jackson werd geboren in 1824, als derde kind van Jonathan en Julia Jackson in het huidige West Virginia. Vader Jonathan was een goede advocaat, maar een zeer slechte zakenman. Toen hij in 1826 overleed, liet hij de familie in grote schulden achter. Thomas werd naar zijn oom op het platteland gestuurd en groeide daar op. Naar school gaan en leren was niet vanzelfsprekend, maar Thomas leerde graag en ontwikkelde zich snel. Toen hij zestien jaar was gaf hij al les op een school in de buurt en toen hij zeventien was ging hij aan het werk in de plaatselijke rechtbank. De toekomst van Jackson, zo was zijn eigen overtuiging, lag in het studeren en in het geloof. Toen er voor zijn district een plek ontstond op de militaire academie West Point, greep Jackson zijn kans. Hij arriveerde er in 1842, gekleed in simpele plattelandskleding. Jackson viel gelijk op tussen de zonen van politici, generaals en rijke burgers. Aan het einde van het eerste jaar, velen waren al verbaasd dat hij het zo lang had volgehouden, stond zijn naam onderaan de scorelijst van zijn klas. Klasgenoten noemden hem ‘Tom Fool’ en sarcastisch ‘de generaal’ omdat hij, ongeacht tegenargumenten, altijd vasthield aan zijn eigen zienswijze. Jackson zette echter door en studeerde hard. Toen hij na vier jaar afstudeerde aan West Point was hij opgeklommen tot zeventiende van zijn klas.

Oorlog met Mexico

Ten tijde van het afstuderen van Jackson was in het zuiden van de Verendigde Staten een verbeten oorlog met Mexico (1846-1848) aan de gang. Deze oorlog, voornamelijk een strijd om grond (Californië en Texas), was het beginpunt van de militaire carrière van de jonge luitenant Jackson. In de 15 maanden dat hij in Mexico vocht viel hij direct op door moed, doorzettingsvermogen maar ook zijn probleem met gezag. Na een flinke ruzie met zijn meerdere en de daarop volgende straf, besloot Jackson te solliciteren op een functie als militair docent. In 1852, ondanks zijn moedige daden tijdens de oorlog met Mexico, nam Thomas Jackson het besluit zijn actieve militaire carrière te beëindigen en zich te richten op het lesgeven van jonge cadetten.

jackson

De jonge Thomas Jackson. – Bron: civilwartalk.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De plicht roept.

In 1861 was de onrust in de Verenigde Staten groot. De onenigheid tussen de federale en confederale staten bereikte het kookpunt. Over het hele land ontstonden kleine en grotere schermutselingen tussen de, over het algemene goed getrainde en bewapende soldaten van het federale leger, en de soldaten van het confederale leger, die dit veel minder goed voor elkaar hadden. De militaire leiders van de confederale staten waren naarstig op zoek naar ervaren mannen die de troepen zouden kunnen leiden. Jackson, opgegroeid in het zuiden en in bezit van gevechtservaring aan de grens met Mexico, werd ook benaderd. Jackson had liever gezien dat zijn thuisstaat, West-Virginia, zich had aangesloten bij de federale staten onder leiding van president Abraham Lincoln. Toen West-Virginia zich echter aansloot bij de confederale staten koos Jackson voor zijn staat in plaats van de eenheid van het land.

Bull Run

In juli 1861 zette Jackson, toen al bevorderd tot brigade generaal, zijn eerste stappen in het worden van de legende die hij voor veel mensen vandaag de dag is. Tijdens de eerste grote slag van de Amerikaanse Burgeroorlog, de slag bij ‘Bull Run’, wist hij met zijn manschappen te voorkomen dat de soldaten van het federale leger door de linie van het confederale leger konden breken. Het was ook tijdens deze slag dat Jackson zijn bekende bijnaam ‘Stonewall’ kreeg. Jackson stond als een muur rechtop om zijn troepen aan te sturen terwijl de kogels hem om de oren vlogen. Naar aanleiding van zijn goede militaire leiderschap tijdens de slag om ‘Bull Run’, kreeg Jackson een steeds prominentere plaats als generaal in het confederale leger. Waar zijn eigenwijsheid hem tijdens zijn studie misschien wat tegen werkte, werd dit nu juist gezien als een bijzonder sterke eigenschap. Hij leidde expedities en werd door opperbevelhebber Robert E. Lee persoonlijk aangesteld om West Virginia te verdedigen tegen een invasie van federale troepen. Met een leger van 18.000 manschappen wist Jackson 3 legers van in totaal 60.000 federale troepen tegen te houden. De soldaten van Jackson noemden zichzelf trots ‘cavalerie te voet’, omdat ze zo snel konden manoeuvreren. Hoewel Jackson door zijn soldaten werd vereerd, was hij erg streng voor zijn officieren. Er werden straffen uitgedeeld voor de kleinste overtredingen en de officieren mochten geen enkele tactische beslissing nemen.

Samenwerking met generaal Robert E. Lee.

Na de bijzondere prestatie van Jackson in West Virginia voegde opperbevelhebber Lee hem toe als generaal in zijn eigen regiment. Jackson maakte in overleg met Lee de tactische en strategische plannen en had een sleutelpositie bij het uitvoeren van deze plannen. In 1862 en 1863 wisten ze samen vele grote successen te boeken terwijl de federale legers steeds meer de overhand kregen in de gehele burgeroorlog. Het grootste succes moest toen nog komen. In mei 1863 vond de slag bij Chancellorsville plaats. Een overmacht van 130.000 federale troepen kwam te staan tegenover 60.000 confederale soldaten onder het commando van Lee en Jackson. Door zijn uitzonderlijke tactische inzicht wist Jackson zich met 28.000 manschappen in de rug van de federale troepen te positioneren. Nietsontziend richtten de mannen van Jackson een ware slachtpartij aan. Het federale leger zag zich hierdoor genoodzaakt terug te trekken.

Robert E. Lee - Bron: Biography.com

Robert E. Lee – Bron: Biography.com

 

De dood komt te vroeg.

Het zal altijd onduidelijk blijven hoe de Amerikaanse burgeroorlog afgelopen zou zijn als Jackson deze tot het einde mee had kunnen maken. De eigenwijsheid van Jackson zorgde ervoor dat hij eerder overleed dan nodig was geweest. Direct na het behalen van de overwinning bij Chancellorsville ging generaal Jackson persoonlijk op verkenning om de troepenbeweging van de federale legers in kaart te brengen. Persoonlijk,want zoals gezegd liet hij niets aan zijn officieren over. Ditmaal kostte hem dit echter zijn leven. Toen Jackson met enkele manschappen door de bossen trok werden hij en zijn mannen beschoten door, naar later bleek, vriendschappelijke troepen. Deze dachten dat ze te maken hadden met afgedwaalde federale soldaten. Zeker 3 kogels raakten Jackson, waarvan er 1 het bot onder zijn linker schouder brak. Direct besloten de artsen in het veldhospitaal zijn arm te amputeren. Deze operatie leek aanvankelijk een succes. Enkele dagen later leek Jackson zelfs weer de oude te worden. Hij had overleg met andere generaals, maakte nieuwe plannen en knapte op. Na 4 dagen ontwikkelde zich echter een koorts die steeds erger werd, en uiteindelijk fataal bleek. Hieraan overleed Jackson op 10 mei 1863, slechts 39 jaar oud. Hij werd begraven in de staat waar hij voor vocht, Lexington Virginia.

sterfbed

De dood van Stonewall Jackson in beeld – Bron: civilwarprofiles.com

 

Post-Civil War Vendetta en bloedwraak

Een oorlog binnen een oorlog

R. Smienk

Alle ingrediënten voor een goed verhaal zijn aanwezig; het door burgeroorlog verscheurde Verenigde Staten, twee schietgrage families, een liefdesdrama, wraak en een strijd om macht. Toch gaat het hier niet om een filmscript of goed boek, maar om de waargebeurde geschiedenis van de families Hatfield en McCoy. In Amerika zijn deze familienamen een begrip en hieromtrent zijn vele verhalen en mythen ontstaan. In 2012 werd er zelfs een miniserie opgenomen met onder andere Kevin Costner in de hoofdrol. Ondanks dat, kennen weinigen het echte verhaal rond deze oorlog binnen de Amerikaanse burgeroorlog. Wie waren de Hatfields en McCoys en wat gebeurde er precies tijdens hun heftige vendetta?

Twee gewone Amerikaanse families

Anno 1863 op de grens van West Virginia en Kentucky. Een heuvelachtig en bosrijk gebied met enkele kleine dorpjes. De families Hatfield en McCoy leefden beiden rond de Tug Fork, een rivier die aftakt van de Big Sandy rivier. Mensen in dit gebied leefden van hun vee, landbouw of houthandel. Geen gemakkelijk leven waarbij ook alcoholmisbruik en geweld regelmatig voorkwamen. De Amerikaanse Burgeroorlog had ook in dit gebied zijn sporen nagelaten. Veel mannen hadden zich aangesloten bij ofwel de federale – of de confederale legers en waren aan het vechten, vermist of omgekomen.

kaart

Het leefgebied van de Hatfields en McCoys

William Anderson Hatfield (1839-1921), ook wel ‘Devil Anse’ genoemd, was een overtuigd aanhanger van de confederale staten. Hij nam actief deel aan de burgeroorlog, klom op in het confederale leger en werd in 1862 bevorderd tot eerste luitenant der cavalerie. Devil Anse had het goed naar zijn zin in het leger. Nadat zijn legeronderdeel in 1863 opgeheven werd en hij vrij was om naar huis te gaan, sloot hij zich aan bij een vrijwilligerslegioen binnen het confederale leger en maakte hij actief jacht op leden van het federale leger. Hij specialiseerde zich in guerrillatactieken en keerde in 1865 terug naar huis in de rang van kapitein. Thuisgekomen werd Devil Anse eigenaar van een goedlopende houthandel. Rond 1870 was zijn bedrijf flink gegroeid en had hij enkele tientallen werknemers in dienst. Door zijn rol in de burgeroorlog en zijn goedlopende handel, was Devil Anse Hatfield een man met aanzien en rijkdom. Hij kreeg met zijn vrouw Levisa Chafin (1842-1929) dertien kinderen tussen 1862 en 1890.

familie

De familie Hatfield. Links met baard William ‘Devil Anse’ Hatfield met naast zich zijn vrouw Levisa. Bron: History.com

 

Randolph McCoy (1825-1914), ook wel “Ole Rand l” groeide op aan de Kentucky kant van de Tug Fork rivier. Ook “Ole Rand l” vocht tijdens de burgeroorlog aan de zijde van het confederale leger. Wellicht hetzelfde legeronderdeel als Devil Anse, dit is niet zeker. “Ole Rand l” McCoy trouwde zijn nichtje Sarah McCoy (1829-1890), kreeg met haar zestien kinderen en samen erfden ze een stuk grond. Waar de Hatfields de kans hadden rijk te worden van hun grond, was dit voor de McCoys volledig anders. Randolph was varkensboer en leefde van de opbrengst van zijn varkens en van de jacht.

De vlam in de pan

Hoe de vete tussen de families ontstaan is, weet geen enkele bron precies te duiden. Wat wel duidelijk is, is dat de beide families elkaar bijna dertig jaar letterlijk en figuurlijk bevochten hebben. De spanning tussen beide families ontstond toen de broer van Randolph McCoy, Asa Harmon McCoy, in 1865 in Pikeville Kentucky werd doodgeschoten. Asa Harmon McCoy was één van de weinige leden van de McCoy-familie die zich tijdens de bureroorlog aansloot bij het federale leger. Als hij in 1865 gewond thuiskomt, brengen aanhangers van het confederale leger hem om het leven. Ole Rand’l’beschuldigde Wiliam Hatfield van deze moord. Een zware beschuldiging maar niet zomaar uit de lucht gegrepen gezien het feit dat Hatfield de leider was van een geruillamilitie van het confederale leger die actief jacht maakten op (oud) soldaten van het federale leger. Wiliam Hatfield ontkende echter iedere betrokkenheid.

sjef

Asa Harmon McCoy (1863). Bron: Geni.com

Het conflict tussen de families laaide op in 1878 tijdens de discussie over een gestolen varken. McCoy beschuldigde een neef van Hatfield van het stelen van één van zijn varkens. De zaak kwam voor de rechter en Hatfield werd vrijgesproken. De rechter echter, was een andere neef van Devil Anse Hatfield. Van een eerlijk proces kan dus bijna geen sprake zijn geweest. Dit tot frustratie van de McCoy-familie.

Verboden liefde

De spanningen tussen de Hatfields en McCoys stegen tot het kookpunt in 1880 toen de achttien-jarige zoon van William Hatfield, Johnse Hatfield, verliefd werd op Roseanna McCoy, de dochter van Randolph McCoy. Samen bleven ze enkele uren weg tijdens een romantische rit te paard waarna Roseanna een tijdje bij de Hatfields ging wonen. Voor beide families was de relatie echter niet te accepteren. Randolph McCoy weigerde zijn dochter weer in huis te nemen toen na enkele maanden bleek dat een huwelijk tussen Johnse en haar niet plaats zou gaan vinden. Zeker toen hij erachter kwam dat Roseanna zwanger was geraakt, Roseanna zou een miskraam krijgen, was een terugkeer naar haar ouders onbespreekbaar. Johnse en Roseanna braken hun relatie na enkele maanden af, tot groot verdriet van beiden.

Bloedwraak

In 1882 kwam de vete tussen beide families daadwerkelijk tot ontploffing. Tijdens een feest kregen drie zonen van “Ole Rand l” McCoy ruzie met twee broers van Devil Anse Hatfield. De woordenwisseling ontspoorde al snel en één van de broers, Ellison Hatfield, van Devil Anse Hatfield werd neergestoken en vervolgens in de rug geschoten. De drie zonen van McCoy wisten weg te vluchten maar werden door de woedende familie Hatfield en hun aanhangers opgejaagd en gevangen genomen. Op het moment dat het bericht kwam dat Ellison Hatfield aan zijn verwondingen was overleden, werden de zonen van McCoy aan bomen gebonden en doodgeschoten. Toen de familie Hatfield, die het recht in eigen hand hadden genomen, niet vervolgd werden door de autoriteiten, zworen de McCoys wraak. Er werden door “Ole Rand l” McCoy beloningen op de hoofden van de Hatfields gezet, waardoor deze constant op hun hoede moesten zijn voor premiejagers.

Om voor eens en altijd een einde te maken aan de spanningen en dreiging besloot Devil Anse Hatfield op nieuwjaarsdag 1888 een grote aanval te organiseren op het huis van de McCoys. Devil Anse kon zelf niet mee omdat hij ziek was. Wel gingen enkele zonen en een paar goede vrienden van hem mee die avond. Randolph was thuis met zijn vrouw Sarah, drie van zijn dochters en een zoon. Tijdens de aanval vuurde Johnse Hatfield per ongeluk te vroeg zijn wapen waardoor de McCoys in het huis gewaarschuwd werden. Tijdens het vuurgevecht dat daarop volgde vluchtte de familie McCoy naar buiten en werden een zoon en dochter van Randolph McCoy dodelijk getroffen. Ook zijn vrouw raakte gewond toen ze neerknielde bij het lichaam van haar dochter. Randolph wist te ontsnappen door zich te verstoppen in het kippenhok. Negen aanvallers werden in de weken daarop opgepakt, waaronder één van de zonen van Hatfield. Eén van de aanvallers werd tot dood veroordeeld en ter dood gebracht in 1890, de anderen werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen. Duizenden belangstellenden waren aanwezig bij de voltrekking van de doodstraf middels van ophanging in Pikeville.

Het einde

Langzaam namen de spanningen tussen de twee families af. Randolph McCoy en William Hatfield hebben nooit officieel de vrede getekend maar besloten los van elkaar de wapens neer te leggen na zoveel slachtoffers aan beide kanten.

Devil Anse Hatfield liet zich op 73 jarige leeftijd dopen om zijn zonden weg te spoelen en overleed in 1921 aan longproblemen, hij werd 81 jaar oud. “Ole Rand l” McCoy werd kapitein van een veerpont en overleed in 1914 op 88 jarige leeftijd aan verwondingen die hij opliep tijdens een brand.

In totaal verloor de familie Hatfield vier leden tijdens de vete. Daarnaast kwamen ook nog eens vier vrienden van de familie om het leven. Enkele familieleden werden jarenlang opgesloten. Van de familie McCoy werden zeven leden omgebracht. Roseanna McCoy, de dochter die een tijdje een relatie had met Johnse Hatfield, was er hier één van en overleed waarschijnlijk van verdriet om haar gebroken relatie en miskraam.

graf

Het graf van Devil Anse Hatfield op de familiebegraafplaats in Logan County West Virginia.