Thermen Caracalla, een door veel toeristen vergeten schoonheid.

In het oude centrum van Rome, een klein stukje wandelen vanaf het Colosseum en circus Maximus, zijn de ruïnes te zien van een enorm bouwwerk. De gemiddelde bezoeker van Rome heeft hier weinig aandacht voor. Er is immers zoveel te zien in de ‘eeuwige stad’. Toch is de geschiedenis van dit bouwwerk zeer interessant. Het is een plek die in iedere andere stad dé toeristische trekpleister zou zijn. Daarom staan we in dit artikel stil bij de thermen van Caracalla.

Keizer Caracalla.

In 211 werd Caracalla, bijnaam voor Marcus Aurelius Severus Antoninus, keizer van het machtige Romeinse Rijk. In 197 werd hij door zijn vader, keizer Severus, op tienjarige leeftijd al tot mede-keizer benoemd. Het hele jonge leven van Caracalla stond in het teken van het opvolgen van zijn vader. Na de dood van zijn vader greep Caracalla de macht als alleenheerser. Om zijn machtspositie te versterken en een interne machtsstrijd te voorkomen liet hij zijn jongere broer, Geta, en alle aanhangers van zijn broer vermoorden.

Caracalla was net als zijn vader een soldatenkeizer. Hij had oog voor de positie van de Romeinse soldaten en verhoogde hun soldij. Hierdoor was hij mateloos populair onder deze soldaten. Deze populariteit gebruikte Caracalla om verschillende militaire operaties op touw te zetten. Zo voerde hij oorlogen tegen de Alemannen in het noorden en de Parthen (Perzen) in het oosten. Naast de oorlogen en de bouw van de thermen liet Caracalla ook op bestuurlijk vlak een duidelijke voetafdruk achter. Zo gaf hij middels een nieuwe wet bijna alle vrije Romeinse mannen burgerrechten.

Door zijn wrede en meedogenloze houding ten opzichte van iedereen die zijn machtspositie bedreigde, werd hij door leden van de senaat gevreesd en gehaat. Romeinse geschiedschrijvers beoordelen Caracalla zeer negatief. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in 217, tijdens de voorbereiding op een oorlog tegen de Parthen, door tegenstanders werd vermoord. Hiermee kwam er na zes jaar een einde aan het bewind van Caracalla en daarmee ook aan Severische dynastie.

De bouw en het gebruik van de thermen.

De thermen van Nero hebben de standaard gezet voor keizerlijke thermen. Deze standaard werd bijvoorbeeld gekenmerkt door het symmetrische grondplan van de thermen. Deze standaard is ook toegepast bij de Thermen van Trajanus (Thermae Traiani). Tijdens de regering van Trajanus en Hadrianus (tussen ongeveer 100 en 138) zijn de meeste badhuizen gebouwd. In deze periode was het Romeinse Rijk op zijn grootst en zeer welvarend. De thermen van Caracalla waren na de thermen van Trajanus de eerst volgende keizerlijke thermen. Het waren echter wel de grootste thermen tot dan toe gebouwd. Met 11 hectare en plaats voor ruim 2500 bezoekers moet het in die tijd een indrukwekkende plek zijn geweest. Het complex werd in 216 of 217 geopend. De bouw hiervan begon onder het bewind van Severus. Zijn zoon Caracalla voltooide dit. Bijzonder detail hierbij is dat de bouw begon in het jaar waarin Severus overleed (211) en de opening plaatsvond in het jaar waarin Caracalla vermoord werd (217).

De thermen zijn gebouwd met rood baksteen en rijkelijk versierd met prachtige fresco’s en mozaïeken. Zeker twee derde van de vloer was bedekt met vloermozaïeken. Een goed voorbeeld hiervan is een gekleurde atletenmozaïek. Deze wordt tentoongesteld in de Vaticaanse musea. Behalve Fresco’s en mozaïeken werden de thermen van Caracalla ook opgesierd met vele sculpturen.

Een fragment van het atleten mozaïek.

Net als in alle Romeinse badhuizen waren de drie voornaamste ruimtes in het complex het frigidarium (met een koud bad), het tepidarium (met verwarmde vloer en muren) en het caldarium (met warmwaterbaden). Nieuw in dit thermencomplex, en typisch voor de late keizertijd, was dat deze ruimtes werden geflankeerd door een soort ‘fitnessruimtes’ (palaestra), plekken waar men aan sport, gymnastiek en krachttraining kon doen en massages kon geven. En dat was nog niet alles: in het reusachtige complex kon je ook bibliotheken, ontmoetingszalen, feestzalen en uitgestrekte groene tuinen vinden.

Een groot badhuis zoals de thermen van Caracalla heeft veel water nodig. Het complex had om deze reden zijn eigen wateraanvoer via het aquaduct aqua Maricia. Dit aquaduct bevindt zich aan de zijkant van de thermen. Toen het aquaduct vernield werd, konden de thermen van Caracalla, na ongeveer 300 jaar, niet meer gebruikt worden. Daardoor raakte deze in verval.

De reconstructie van het interieur van het badhuis.
Een maquette van de thermen van Caracalla.
Luchtfoto van de thermen zoals ze nu te zien zijn.

De thermen nu.

De thermen van Caracalla, ooit zo modern en prachtig versiert, liggen er nu wat verloren en verlaten bij. In de zomermaanden worden er in het schilderachtig decor van de ruïnes regelmatig opera’s opgevoerd. De thermen komen dan weer heel even tot leven. Het is ook mogelijk het complex te bezoeken als u in Rome bent. Zeer de moeite waard tijd te besteden in deze parel van Romeinse cultuur en bouwkunst.

De roerige verhouding tussen de Ieren en de Engelsen

De Shamrock; het Ierse klavertje drie, nationaal symbool

De Tudor-dynastie is om verschillende redenen vrij bekend bij veel mensen. Natuurlijk kennen de meeste mensen het schrikbewind van Hendrik de VIII, die met zijn scala aan huwelijken een spoor van vernielingen achterliet, en de Engelse schatkist vanwege de vele oorlogen die hij voerde, en de geldverslindende hofhouding en toernooien die hij er op na hield zwaar uitputte. Maar Hendrik VIII stichtte daarnaast ook de Anglicaanse kerk, waaruit de protestantse variant van de Engelse kerk zou ontstaan.

Overeind gebleven in, en als winnaars uit de strijd gekomen na de rozenoorlog tussen het huis Lancaster en het huis York (1455-1485), legde de dynastie het fundament voor de latere (uit)bouw van het Britse wereldrijk. De Tudors zijn echter ook verantwoordelijk voor het ontstaan van het langstlopende conflict op de Britse eilanden, die tussen de protestanten en katholieken. De geschiedenis daaromtrent is even complex als interessant.

Hier werd de reformatie van bovenaf opgelegd en kwam niet, zoals elders in Europa, op uit een volksbeweging. De Tudors zorgden voor een kolonisatiepolitiek in Ierland, het eiland dat door de Engelse overheerser al sinds de 12e eeuw gedomineerd werd. Hendrik VIII wist de Ierse adel aan zich te onderwerpen en de Anglicaanse leer werd tot staatsgodsdienst verheven in Ierland. De katholieke missen werden later verboden en diegenen die het waagden deze toch bij te wonen, moesten het bekopen met gebiedsonteigening waarbij het gebied vervolgens over ging naar Engelsgezinde protestanten. Het opstandige katholieke Ierland, moest door toedoen van deze politiek onder de duim gehouden worden. Groot voordeel was dat dit een redelijk goedkope oplossing leek voor de Engelsen.

Hendrik VIII, naar een portret door Hans Holbein ca. 1540 (van: EnglishHistory.net)

De Ieren bleven echter weerstand bieden tegen de Engelse overheersing, met name buiten het gebied dat “The Pale” wordt genoemd; het gebied rondom de huidige hoofdstad Dublin. Dit gebied was in handen van de Engelse koning als leenheer. Onder Elizabeth I van Engeland werden katholieken zwaar vervolgd wat als oorzaak ook had dat zij in strijd was met zowel de paus, als het katholieke Spanje van Filips II. Hier, aan het einde van de middeleeuwen, ligt de basis voor het conflict tussen katholieken en protestanten in dit gebied dat onder de invloedssfeer van de Engelse kroon viel. En Ierland was en is al sinds de 5e eeuw overwegend katholiek.

In 1641 kwamen de Ieren massaal in opstand en ongeveer 12.000 Engelse kolonisten werden hierbij gedood. De wraak van de Engelsen liet niet lang zich op zich wachten, toen Oliver Cromwell een strafexpeditie zond om de gedode protestanten te wreken en de Ierse slachtoffers hun gebied wederom te onteigenen. Dit ging zo ook met regelmaat door in de daaropvolgende eeuwen. Verder zorgden een aantal wetten er voor, zoals de Test Act bijvoorbeeld, dat katholieken geen ambten mochten vervullen, onderwijs mochten genieten, of land konden bezitten. The Act of Union zorgde er in 1800 voor dat Ierland officieel werd ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk.

Situatie Dublin vóór de paasopstand 1916 (van: National Library of Ireland)
Dezelfde plek na de paasopstand, 1916 (van: National Library of Ireland)

In de 19e eeuw leefden de arme Ierse pachtboeren een erbarmelijk bestaan. Hun landheren kenden ze eigenlijk niet, maar ze konden zichzelf amper bedruipen en in leven houden dankzij de aardappelen die ze konden verbouwen. Toen in 1845 en de daaropvolgende jaren telkens de aardappeloogsten mislukten wegens een aardappelziekte, betekende dat een gewisse dood voor bijna een miljoen Ieren. Gevolg hiervan was ook dat de voedselprijzen enorm stegen, daar de oogsten elders in Europa ook waren mislukt. Daarnaast bleven de landheren ondertussen goed voor zichzelf zorgen, veilig zetelend in Engeland of in de grote stad. De Ieren werden aan hun lot overgelaten. Ter illustratie; in 1840 telde de Ierse bevolking ca. 8 miljoen mensen, terwijl er dit direct of indirect als gevolg van deze misoogsten rond 1900 nog maar 3.5 miljoen waren. Velen van hen emigreerden naar Amerika, in de hoop op een beter leven aldaar. Naar schatting 2 miljoen Ieren zochten in de loop van de 19e eeuw hun heil overzees. De overtocht was zeker een hoog risico. Je ging niet voor je lol aan boord, als je het je al kon veroorloven. Ziekten eisten een hoge tol, eenmaal aan boord. De haaien zwommen achter de schepen vol emigranten aan naar verluidt, omdat er zoveel doden aan boord vielen waarop de lijken overboord gegooid werden. De meeste Ieren vonden hun plek aan de Oostkust van de Verenigde Staten; wie op 17 maart in Boston vertoefd zal hier alles van merken.

Ierse immigranten arriveren op Ellis Island, NY, jaartal onbekend

De massale exodus van Ieren naar landen overzee had overigens wel verrregaande politieke consequenties voor Ierland. De achtergeblevenen zouden zich in 1922 onafhankelijk verklaren; te lang waren ze niet gehoord door de Engelse regering. Het noordelijk deel bleef onder Brits bewind en vormde geen onderdeel van de Republiek Ierland, maar werd Noord-Ierland. Aan het begin van de 20e eeuw groeide het nationalisme onder de Ieren, die de aanpak van de Ierse politiek niet afdoende vonden, en zich meer gehoord voelden binnen de meer radicale aanpak van Sinn Fein; die oorspronkelijk voor een dubbelmonarchie naar Oostenrijk-Hongaars model pleitte maar al snel werd overgenomen door republikeins nationalisten en hiermee een Al in 1916 vond er een grote opstand uit tijdens de paasweek van dat jaar. De opstand werd in de kiem gesmoord, maar de toon was gezet voor de weg naar oorlog met de Engelsen.

Engelse paramilitaire vrijwilligers op patrouille 1922

In ons volgende blog gaan we dieper in op de ontstaansgeschiedenis van de IRA, de strubbelingen tussen de IRA en haar politieke tak, Sin Feinn en de interne verdeeldheid onder de Ieren. Sinn Fein heeft altijd gestreefd naar een verenigd Ierland. Dit streven is echter omfloerst met een zeer pijnlijk verleden waarin we dus in ons volgende blog over dit onderwerp verder inzoomen.

Jackie Kennedy: Beauty and Brains.

Wie denkt aan Jackie Kennedy, denkt ongetwijfeld aan kokette jurkjes, mantelpakjes met hoedjes en oversized zonnebrillen. Jackie was een stijlicoon, maar als First Lady was ze meer dan alleen het mooie plaatje.

JFK en Jackie Kennedy

Een leven vol hoogte en dieptepunten.

Jackie heeft het niet gemakkelijk gehad. Als vrouw van president John F. Kennedy heeft ze naast hoogtepunten ook heel wat dieptepunten gekend. De avontuurtjes van haar man hebben haar bijvoorbeeld in lastige posities gebracht. Ze heeft hem meerdere malen betrapt met andere vrouwen. Alhoewel ze het niet zomaar liet gebeuren en hem confronteerde met zijn buitenechtelijke escapades, is ze altijd bij hem gebleven en stond ze aan zijn zijde in voor- en tegenspoed.

Ze vervulde de rol van de actieve presidentsvrouw met verve tijdens de verkiezingscampagne. Hoewel over het algemeen wordt gedacht dat ze weinig interesse had in politiek speelde ze een belangrijke rol op het gebied van ‘stille diplomatie’. Ze zette zich in voor verschillende goede doelen en schitterde tijdens staatsbezoeken. Ze genoot van aandacht, maar was ook in staat haar mannetje te staan tijdens bezoeken in het buitenland en in formele bijeenkomsten. Ze was welbespraakt, wat haar onder andere goed van pas kwam in de vele interviews waarin ze verscheen. Jackie maakte meer internationale reisjes dan elke andere First Lady. Ze vergezelde haar man, maar ging ook vaak alleen. Ze onderhield contacten met wereldleiders, waaronder de Franse Charles de Gaulle, de Indiase Jawaharlal Nehru, de Pakistaanse Ayub Kahn en de Engelse Harold McMillan.  Ze sprak meerdere vreemde talen vloeiend, waaronder Spaans, Italiaans en Frans. Dit droeg bij aan haar wereldwijde populariteit. Ze was zeer sociaal en wist mensen goed in te schatten. Een duidelijk voorbeeld van haar sterke sociale vaardigheden is te zien tijdens het bezoek van Jack en Jackie aan Nikita Chroesjtsjov in Wenen. De communistische leider werd gevraagd de president een hand te geven voor de officiële persfoto, maar hij wilde liever eerst een hand van Jackie.

De brains van Jackie.

Jackie was een intelligente dame en had binnenshuis een duidelijke vinger in de pap. Ze stond haar man graag bij met raad en daad. Omdat ze geïnteresseerd was in literatuur, voorzag ze hem van literaire weetjes en quotes waar hij vervolgens dankbaar gebruik van maakte in zijn speeches en publieke optredens. Ze had niet alleen literair een brede interesse, maar ze had ook oog voor kunst en cultuur. Zo hield ze zich bijvoorbeeld bezig met het restaureren, opnieuw decoreren en aankleden van verschillende ruimtes in het Witte huis, waarbij de nadruk lag op het behouden en herstellen van de historische elementen. Mede door de inzet van Jackie werd er een wet aangenomen waarin historische stukken, die aan het Witte Huis waren gedoneerd, werden behouden en beschermd. Dit restauratie project werd voornamelijk privé gefinancierd en daarmee was ze de drijvende kracht achter de White House Historical Association. Ze richtte een comité op om dit restauratieproces te financieren en organiseerde rondleidingen door het Witte Huis. Jackie was mede verantwoordelijk voor het invoeren van de Smithsonian Institution,  een wet die vastlegde dat vertrekkende presidenten meubels en pronkstukken uit het Witte Huis niet konden toe-eigenen en meenemen. Niet alleen literatuur en kunst hielden haar bezig, ook op cultureel vlak was ze actief.  Zo organiseerde ze veel sociale evenementen rondom het Witte Huis waarbij ze bijvoorbeeld muzikanten, dichters, schrijvers en wetenschappers in combinatie met politici en diplomaten uitnodigde. Jackie was begaan met het behoud van het culturele erfgoed van de Verenigde Staten en zette zich in tegen het slopen van bijzondere historische gebouwen, waaronder enkele historische huizen op Lafayette Square in Washington en ze steunde de renovatie van het station Grand Central Terminal in New York.  

De drama’s in het leven.

In haar persoonlijke leven lag er veel druk op haar schouders. Ze had enorme zorgen aan haar hoofd en kreeg enorme verliezen te verwerken. Twee van haar vier kinderen overleden veel te vroeg. Arabella werd op 23 augustus 1956 levenloos geboren en hun zoontje Patrick, geboren op 7 augustus 1963, overleed na twee dagen aan de complicaties van onvolgroeide longen.  Het moet een enorm zware periode voor haar zijn geweest, maar haar publieke rol bleef ze ondanks dit alles vervullen. Op 22 november 1963 sloeg het noodlot toe. Jackie en John waren op bezoek in Dallas, als onderdeel van een publieksreis door Texas, en reden in een open limousine door de stad. Kennedy werd dodelijk gewond door geweerschoten toen ze over Dealey Plaza reden. Haar wereldberoemde roze pakje was besmeurd met bloedvlekken. De wereld verkeerde in shock.

John F. Kennedy (links) en zijn vrouw in de limousine, kort voor de aanslag.

Een leven zonder John.

Jackie ontpopte zich in de daaropvolgende periode tot het samenbindende symbool van een rouwende natie. De weduwe leek sterk van buiten, maar was van binnen gebroken door dit onbeschrijflijk grote verlies. Jackie vond dat de zinloze daad die haar gezin was overkomen in sociale context geplaatst moest worden en greep het interview met Life Magazine met beide handen hiervoor aan. Ze overtuigde journalist Theodore White van haar visie op Jack Kennedy: een man met een heroïsche en idealistische kijk op de geschiedenis. In minder dan een uur schreven Jacky en Theodore samen het artikel For President Kennedy: An Epilogue. Jackie vertelde in het artikel over de musical Camelot en Jack’s fascinatie met deze musical. Ze had hem regelmatig een bandopname van de musical laten horen. Zijn favoriete stukje werd in het artikel door haar genoemd. “Don’t let it be forgot, That once there was a spot. For one brief shining moment that was known as Camelot”. Met dit artikel wilde Jackie duidelijk maken dat er nooit meer een Camelot zou zijn. “There’ll be great Presidents again- but there’ll never be another Camelot”.  Dankzij dit interview werd Camelot het symbool van de regering Kennedy en de mythe van Camelot was hiermee geboren.

In de periode die volgde probeerde Jackie sterk te zijn voor de buitenwereld, maar ze kampte met gedachten over zelfmoord. Haar kinderen en familie hielden haar echter op de been, met name Jack’s broer Robert F. Kennedy is een steun en toeverlaat in deze zware tijd. Langzaam maar zeker wist ze haar leven weer een beetje op te pakken en ze vertrok met de kinderen uit het Witte Huis. Ze kocht een luxe appartement op Fifth Avenue in New York, hopende op wat privacy en rust. Een jaar lang trad ze niet op in de openbaarheid en vocht ze tegen het enorme verdriet.

Weg uit de Verenigde Staten.

Wanneer Robert F. Kennedy, de broer van John, in 1968 ook wordt vermoord, besluit Jackie weg te gaan uit de Verenigde Staten. Ze had het gevoel dat de Kennedy familie een doelwit was en voelde zich niet langer veilig. Ze wilde haar kinderen beschermen voor eventuele aanslagen en eindigde in Griekenland waar ze in 1968 trouwde met scheepsmagnaat Aristoteles Onassis. Het huwelijk leek haar imago van rouwende weduwe een klein beetje aan te tasten, alhoewel het ook als symbool werd gezien van de moderne Amerikaanse vrouw die opkwam voor de veiligheid van haar gezin. Helaas hield het huwelijk geen stand, en toen de scheiding net was aangevraagd, overleed Onassis. Jackie was op haar 46e voor de tweede keer in haar leven weduwe. Weer een gigantische klap voor de jonge Jackie. Toch wist ze zich, na opnieuw een periode van rouw, te herpakken. Ze zocht afleiding in een van haar vroegere passies en pakte haar carrière in de uitgeverswereld weer op. Zo werkte ze al snel voor Viking Press en later bij Doublebay, waar ze een succesvol editor werd.

Het overlijden van Jackie.

In januari 1994 werd bij Jackie non- Hodgkin vastgesteld en een paar maanden later, 19 mei 1994, overleed ze aan de gevolgen van kanker. Na de begrafenisceremonie bij de St. Ignatius Roman Catholic Church werd ze begraven op het Arlington National Cemetery naast haar man John F. Kennedy en hun twee overleden kinderen.

Graf van Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis op het Arlington National Cemetery.

Concluderend..

Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis was een vrouw van de wereld, een moderne vrouw wiens leven vele hoogtepunten heeft gekend, maar misschien nog wel meer dieptepunten. Een stijlicoon, gevangen in het perfecte plaatje voor de buitenwereld, maar met een gebroken hart van binnen. Het bebloede roze mantelpakje zal bij ons allen in het geheugen gegrift zijn. Jackie was een krachtige vrouw wiens vechtlust, onafhankelijkheid en zelfstandigheid opmerkelijk te noemen is. Ondanks de vele tragische gebeurtenissen, tegenslagen en de enorme verliezen die ze heeft geleden, krabbelde ze bewonderingswaardig elke keer weer op. Haar familie steunde haar onvoorwaardelijk. Ze was intelligent en wist veel van de wereld. Haar algemene kennis en brede interesse, haar bijdrage aan de politiek en haar welbespraaktheid hebben ervoor gezorgd dat Jackie niet alleen als een stijlvolle beauty beschouwd mag worden, maar dat we haar ook als een vrouw met brains mogen zien.

De ramp met de Kursk

Het is 12 augustus 2000. De Russische Noordelijke vloot houdt de grootste oefening sinds de val van de Sovjetunie begin jaren `90. De val van de Sovjetunie heeft in haar kielzog de zorg voor gedegen onderhoud van maritiem materieel en personeel meegesleurd. Slechts het meest noodzakelijke wordt uitgevoerd. Bemanningsleden zitten dikwijls zonder salaris en proviand komt met horten en stoten aan, als het al aankomt. Een groot gedeelte van de oude omvang van de eens zo machtige Noordelijke vloot ligt weg te roesten in de Barentszzee. Het dumpen van radioactief materieel dat niet meer wordt gebruikt is al decennialang door de Russen de zee in gedumpt. De staat van de vloot waartoe ook de Koersk behoort, is erbarmelijk te noemen. Deze omstandigheden zullen bij elkaar het startsein vormen van één van de grootste scheepsrampen in de Russische maritieme geschiedenis.

Aan de oefening welke die zomer in augustus uitgevoerd wordt, nemen zo`n dertig oorlogsschepen en drie onderzeeërs deel. De taak van de Koersk is het vlaggenschip, de Peter de Grote, aan te vallen. Een jaar eerder had de Koersk nog een succesvolle operationele inzet gedaan, toen het in de Adriatische zee de Amerikanen bespioneerde die toen betrokken waren bij het conflict in Kosovo. De Koersk is een onderzeeër uit de op één na grootste klasse, binnen de NAVO bekend als de “Oscarklasse”. Het schip is ruim 150 meter lang en bijna 20 meter breed. Van het schip wordt dan nog gedacht dat het onzinkbaar is. Het beschikt immers over een 8mm dikke buitenlaag van hooggelegeerd staal om roestvorming langer succesvol tegen te gaan. Verder beschikt het over een schier onverwoestbare 5cm dikke tweede binnenlaag met een ruimte van drie-en-een-halve meter tussen buiten en binnenlaag. De Koersk beschikt verder over een bekleding van speciale rubber tegels om de buitenmantel, welke er voor moet zorgen dat het slechter waarneembaar (door geabsorbeerde akoestische resonantie) is voor (vijandelijke) sonar (dit zal echter in haar nadeel uitpakken gedurende de reddings- en bergingswerken in 2001). Het heeft twee kernreactoren aan boord, en is uitgerust met vier torpedobuizen. Voor deze oefening worden dummy-torpedo`s gebruikt van een type dat op zijn zachtst gezegd tegen die tijd al erg controversieel is. De Britten hebben dit al in de jaren `50 ondervonden. De Russen zetten het echter nog steeds actief in. Een fatale fout zoals zal blijken.

De torpedo`s die op het moment van oefening in de buizen van de Koersk geplaatst zijn, betreffen namelijk het type 65- 76a, welke een mengsel van geconcentreerde waterstofperoxide (HTP) bevatten, een gevoelig goedje. De Britse marine gebruikte torpedo`s met dit soort samenstellingen al niet meer sinds de jaren `50, na meerdere ongelukken, onder meer met de HMS Sidon. Want waterstofperoxide (of zoals het in zijn scheikundige vorm wordt geschreven; H2O2) reageert heftig als het in aanraking komt met een oxiderend metaal. In de vuurbuis van de Koersk zit koper. Een foutieve lasnaad in de Torpedo zal daarbij een reeks fataliteiten doen starten met rampzalige gevolgen voor bemanning en nabestaanden.

Er is namelijk door deze foutieve lasnaad een lek in de torpedo ontstaan waardoor zachtjes waterstofperoxide de vuurbuis in loopt. Het is 12 augustus 11.25 in de ochtend. De bemanning wordt middels het oefenalarm gedirigeerd zich klaar te maken een dummy-torpedo af te vuren op het vlaggeschip. Om 11.28 ontploft echter de eerste torpedo aan boord van de Koersk; het zal seismografen in Noorwegen versteld doen staan. Zij meten een beving van 1.5 op de schaal van Richter door de ontploffing in de Koersk. De ontploffing veroorzaakt een immense drukgolf die tot in de stuurhut reikt, waar de kapitein en de overige 36 officieren en enkele matrozen die er aanwezig zijn, niet weten wat hun overkomt. De explosie laat doden, zwaargewonden en defecte installaties achter, waardoor communicatie niet meer mogelijk is. Erger: de waterstofperoxide stroomt nu vrijelijk de torpedobuis uit en de hitte van de ontploffing brengt de overige torpedobuizen dicht bij de temperatuur van 400°C, de temperatuur waarbij zelfontbranding van de explosieve ladingen aan boord zo ongeveer ontstaat. Het schip zinkt als een speer naar de zeebodem op zo`n 115 meter diepte. Bijna tegelijkertijd explodeert alles wat explosief is aan boord; dit keer veroorzaakt het een beving van 3.5 op diezelfde schaal van Richter. De ontploffing heeft een energie die 250 maal zo groot is als de eerste, en nog zijn er overlevenden.

In het achterste deel van de Koersk zijn namelijk nog bemanningsleden in leven. Zij beseffen dan nog niet dat veel bemanningsleden al zijn gestorven door de explosie, verbrand, geïmplodeerd, of bezweken aan hun verwondingen terwijl ze door de kracht van de klap werden rondgeslingerd. Iets meer dan 2 minuten later vindt een tweede, nog krachtiger explosie plaats.

Een door de klap ontstaan gat in de romp zorgt ervoor dat het water met een moordende kracht (de druk op 500 meter diepte is veel groter dan aan het oppervlak) het schip binnenkomt, alles op zijn pad vernietigend. Ook de tussenschotten welke de secties scheiden gaan er aan en één der officieren wordt door de kracht van het water letterlijk het plafond in geboord. Wonder boven wonder houdt de afscheiding naar de kernreactoren het wel; het protocol wordt in werking gezet door de aanwezige technicus in de ruimte. Hij sluit de ruimte hermetisch af en schakelt de reactoren uit, waarna hij er het leven laat. De laatste overlevenden in het achterste deel van het schip sterven uiteindelijk door zuurstofgebrek en koolmonoxidevergiftiging, 118 bemanningsleden zijn gestorven.

Rusland wilde aanvankelijk niets weten van buitenlandse hulp en deed er in het begin alles aan de oorzaak en de ernst van het ongeluk te verdoezelen. Poetin verbleef op dat moment in zijn zomeroord te Sotchi en kwam pas na ruim een week richting Moermansk. Pas dagen na het ongeluk arriveerden duikers bij het wrak, dat lastig te vinden was. Alle bemanningsleden waren toen al overleden door het binnenstromende water en het gebrek aan zuurstof. Later heeft Poetin twee keer publiekelijk excuses gemaakt voor zijn optreden rond deze kwestie nadat het hem forse kritiek in eigen- en buitenland opleverde.

Uiteindelijk worden twee Nederlandse bergingsexperts benaderd om de bergingsklus te klaren: Smit(-Tak) en Mammoet. De klus blijkt een lastige , zo niet onmogelijke taak vanwege de woelige Barentszzee. De gebroeders Frans en Jan van Seumeren ( u weet wel; Frans van Seumeren is de man die naast zijn bekendheid van het bergingswerk ook Mr. Utrecht kan worden genoemd vanwege zijn vele investeringen voor die club) denken echter de klus te kunnen klaren. Er moet een speciaal schip worden gebouwd om het uiteindelijk voor elkaar te kunnen krijgen. De tijdsdruk is groot als de operatie in 2001 van start gaat; in oktober is de zee zo wild dat iedere poging bij voorbaat al gedoemd is te mislukken; voor de duidelijkheid: het contract tussen de Nederlanders van Mammoet en de Russische regering was pas in april rond. De tijdsdruk was dus enorm om de klus binnen 5 maanden te klaren. Zo`n operatie is nog nooit eerder uitgevoerd, laat staan gelukt. Daarnaast hebben de broers veel ervaring op het gebied van hef- en hijstechniek, maar niet op zee.

Het plan is om het voorste deel van de Koers door te zagen zodat het niet mee omhoog hoeft, dat is namelijk een erg zwaar gedeelte. Daarnaast worden in de romp van de Koersk gaten geboord waardoorheen vanaf het bergingsschip pluggen die, als ze eenmaal door het gat heen zijn, open klappen en hijskabels verankeren, zodat het schip, als alle pluggen bevestigd zijn, het schip kan worden gelicht. Uiteindelijk lukt het na veel tegenslag de Koersk in oktober, ondanks een stromachtiger weertype, te lichten en hangend onder het bergingsschip (de Giant) te verslepen naar de haven van Moermansk.

Voor de nabestaanden, die al zoveel te verduren hadden gehad, was het uiteindelijk een troost dat het schip kon worden gelicht en de doden terug naar huis konden worden gebracht.

Als je van technische uitdagingen houdt om te bekijken, moet je beslist bovenstaande docu van de NPO over de berging bekijken.

De Slaven

Een geschiedenis welke mij altijd intrigeert is die der slaven. Als ik het woord slavisch of ook slaven in de media hoor of lees, dan denk ik altijd: “Maar wie zijn dat dan? En waarom is dat een containerbegrip”?

Etymologie

Etymologisch is het woord slaaf afkomstig van de betekenis die het woord kreeg toen in de 9e eeuw het Duitse Rijk zich uitbreidde, en bij hun veroveringen, mensen als slaaf mee terugvoerde. Onder hen dus ook de volkeren die we vandaag de dag als Slavisch volk kennen.

Herkomst

Oorspronkelijk afkomstig uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa, op de vlucht voor de Hunnen van Attilla. Grofweg worden ze onderverdeeld in drie groepen: de Oost-Slaven, de West-Slaven en de Zuid-Slaven. Deze worden dus weer onderverdeeld op gebied; zo worden de Russen, Wit-Russen en de Oekraïners gerekend onder de Oost-Slaven. De Polen, Tsjechen, Slowaken, Roethenen en Sorben bijvoorbeeld zijn geschaard onder de westelijke slaven. De Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven, Bosniërs en anderen vinden we in het zuidelijke taaldomein van de slaven.

Donkergroen: de oost-slaven. Zwart: De zuid-slaven. Lichtgroen: de west-slaven

Roemenen en Hongaren?

En Roemenen en Hongaren dan? Zijn dat dan geen Slavische volkeren? Het antwoord is neen. De Roemenen worden gerekend onder de Romaanstalige volkeren en de Hongaren kennen het Finnoegrisch als taaloorsprong. Het verschil in taalgebied wordt hieronder middels enkele kaartjes weergegeven. Dit geeft dus ook het antwoord op de vraag waarom “slaven” een containerbegrip vormt; de gemene deler is hier de taaloorsprong.

Taalgebieden in de wereld

Religie

De meeste slaven hangen het Oosters-Orthodox christendom aan. Polen en Kroaten zijn dan weer hoofdzakelijk katholiek en de Bosniërs zijn overwegend islamitisch. Dit heeft alles te maken met de tweedeling in de christelijke kerk vanaf het Grote schisma in 1054, waarbij er een westers- en een oosters christendom ontstond, en met de Turkse overheersing van de Balkan tot 1913. Hier botsen de invloedsferen van deze drie geloven.
De scheuring in geloof zorgde ook voor een culturele breuk onder de slaven. De west-slaven bekeerden zich grotendeels tot het katholicisme daar waar de oost-slaven onder invloed van de Byzantijnen bleven en dus het oosters-orthodoxe christelijk geloof aanhangen.

Scheuringen en assimilatie

Als je de uitwaaiering der Slavische volkeren begrijpt, begrijp je ook beter waarom Rusland zich altijd zo bemoeit met het zuidelijke (taal)gebied der slaven. Dit heeft natuurlijk ook zeer belangrijke geopolitieke en strategische redenen (bijvoorbeeld; opening naar middellandse-zee voor Rusland), maar principieel ziet Rusland zich als hoedster van de Oosters-Orthodoxe kerk en beschermer van de Slavische volkeren en cultuur.

De toegang tot de Balkan werd voor de Turken al geopend
in 1389, toen met de slag op het merelveld, een coalitie van Serviërs, Hongaren, Bosniërs, Bulgaren en 
Albanezen, door de Ottomanen werden verslagen, na een reeks eerdere overwinningen. De oorsprong voor huidige en recente conflicten op de Balkan ligt hier, waarbij moet worden opgemerkt dat de spanningen die onder de verliezers ontstonden, verder zijn versterkt door aanwezigheid van de invloedsfeer van Oostenrijk-Hongarije in de 19e en 20e eeuw, het opkomende nationalisme in de 19e eeuw, de drie Balkanoorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, waarna de communistische dictator Tito de vijandige sentimenten weet te onderdrukken tot aan zijn dood in de jaren `80 van de 20e eeuw. Hierna leefde het nationalisme weer op, culminerend in de Joegoslavische burgeroorlog. Dit is echter een aparte, evenzeer complexe geschiedenis, namelijk de geschiedenis van de Balkan, waar de zuid-slaven deel van uitmaken.

In de loop van de geschiedenis hebben groepen slaven een proces van assimilatie ondergaan met andere bevolkingsgroepen. Zo heeft het Byzantijnse rijk een periode van overheersing uitgeoefend op het gebied van de zuidelijke slaven en werden de westelijke slaven bijvoorbeeld heen en weer geslingerd van midden naar Oost-Europees grondgebied door de geschiedenis van Hongaren, Duitsers en anderen. Ook de Ottomanen zijn van invloed geweest op name de geschiedenis van de zuid-slaven. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat sommige Slavische bevolkingsgroepen de islam volgen; Bosniërs bijvoorbeeld.


Verdeling westerse of Latijnse christendom en oosters-orthodoxe christendom (1054 A.D.)

De geschiedenis en uitwaaiering der slaven is een ontzettend gecompliceerde geschiedenis waar je je makkelijk in kunt verliezen; wellicht dat we hier een cursus of lezing aan gaan wijden in de toekomst.

Boekrecensie Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis (Rob Hartmans)

ISBN: 9789401910385
Uitgeverij: Omniboek
Uitvoering: Paperback / softback
Omvang: 224 pagina’s
Afmeting: 236 mm x 155 mm x 23 mm
Verschijningsdatum: 28-11-2017
Taal: Nederlands
Genre: Geschiedenis algemeen

 

In de Nederlandse geschiedenis zijn er vele zaken gebeurd waar we trots op mogen zijn. Voor een relatief klein land , hebben we ons wereldkundig toch op de kaart weten te zetten. Zo kan het zijn dat bepaalde zaken die de geschiedenis van ons land hebben vorm gegeven, internationaal alom waardering genieten en soms bij uitstek de reden(en) vormen waar ons land om bekend staat. In de 17e eeuw, gedurende de periode waarin ons land een republiek is, heerst er bijvoorbeeld in tegenstelling tot veel andere landen op het Europese vasteland, een relatieve vrijheid op het gebied van de godsdienst. De wetenschap kan er, naast de godsdienst, floreren en dit leidt tot een scala aan belangrijke innovaties en een bloeiende ontwikkeling van de wetenschap en handel.

Daarnaast kent ons land in die periode, ook in vergelijking tot de landen om ons heen, geen gewelddadige revoluties zoals elders rond 1848 wel het geval is, in een tijd dat de roep om meer vrijheid en democratie voor burgers steeds luider wordt verkondigd en door de Europese lucht schalt. Er wordt door de hand van Thorbecke een grondwet gevormd welke later voor meerdere naties model zal staan voor de grondwetten welke zij invoeren. Deze grondwet vormt nog steeds het sterke fundament waarop het huidige bestuur in ons land wordt uitgevoerd. Vooral ook in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kenmerkt ons land zich door gelijke rechten voor man en vrouw, acceptatie van homoseksualiteit nadat al een gezonde verzorgingsstaat werd gevestigd.

Toch heeft ons land ook elementen in haar geschiedenis, welke niet onomstreden zijn en, waar steeds meer aandacht voor komt. Niet alleen op scholen, maar ook in de media. Gruwelijkheden zijn in de naam van ons land op grote schaal gepleegd. Naast innovatie en relatieve tolerantie mogen we met betrekking tot de geschiedenis van ons land de begrippen slavernij, hebzucht en zeker ook agressie niet vergeten worden. De slavenhandel en het uitmoorden van dorpen en gebieden gedurende de periode van het kolonialisme zijn hier om twee voorbeelden te noemen, onlosmakelijk mee verbonden. Deze, en andere zaken, zoals bijvoorbeeld collaboratie en passiviteit tijdens de Tweede Wereldoorlog, vormen dan ook de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis.

Bij het kijken naar de geschiedenis van een land hoort een kritische blik. Om die reden is het ook goed om naar de minder goede daden welke in de naam van ons land zijn gebeurd te kijken en deze voor het voetlicht te laten treden, zodat we ons hier ook bewust van zijn. Daarbij is het ook belangrijk het hele plaatje, de context, te bekijken. Daarbij moet men altijd de normen en waarden van de tijd van het beschouwde meenemen bij het bezien ervan. Maar dat wil niet altijd zeggen dat deze model staan voor de daden zoals deze zijn gepleegd en dat vanuit de normen en waarden bezien datgene wat er gebeurd is kan worden goed- of afgekeurd.

In dit boek worden vragen gesteld aan de omgang met onze geschiedenis. Mogen we nog wel een zeeheldenbuurt vereren met die naamgeving? Mag zwarte piet nog? Mogen er nog standbeelden staan van “helden” uit de Nederlandse geschiedenis? Is de geschiedenis zoals zij in de schoolboekjes staat nog wel logisch en terecht? Auteur Rob Hartmans beschrijft in zijn boek deze zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis, omdat hij vindt dat we recht hebben op de waarheid zoals die is, en of dat nu een pijnlijke is, of niet en dat lijkt me zeker goed.

Je zou kunnen zeggen dat in een periode waarin normen, waarden en (volledigheid van de) geschiedenis (nog steeds) volop ter discussie staan, dit boek makkelijk scoren is. Het sluit aan bij de punten die bijna wekelijks in de media voorbij komen, zeker in de maand december. Verbinden in de samenleving blijft lastig. Kloven in de samenleving zijn er om gedicht te worden, maar dan moeten alle betrokkenen wel bereid zijn tot toenadering. Ook moeten alle partijen oog willen hebben voor de gehele geschiedenis zoals die is, in goede, en in slechte zin. Helaas is dat er nog niet (voldoende) waardoor er nog veel meer water door de zee zal moeten vloeien eer men van een breed gedragen en vollediger beeld van de geschiedenis binnen de samenleving kan spreken. Zouden de tegenstanders ervan, de gehele geschiedenis van bijvoorbeeld zwarte piet kennen en de veranderende context van die cultus in de geschiedenis maar ook als beleving door de samenleving, dan zou deze figuur voor deze groep zich wellicht minder geschikt lenen als aanleiding op de barricades te gaan staan.

Andersom zou inzicht in de geschiedenis rondom het kolonialisme bij een breder publiek, en dus ook onder bijvoorbeeld voorstanders van zwarte piet, er toe kunnen leiden dat ook hier meer begrip ontstaat. Maar geschiedenis wordt vaak slechts in flarden en incompleet benoemd, los van datgene wat men binnen het vak geschiedenis standplaatsgebondenheid noemt; het perspectief van degene die er naar kijkt. Men zal dan ook met elkaar in dialoog moeten blijven. Ik had liever een boek gezien dat ingaat op hoe men dat kan gaan bewerkstelligen. Toch kan dit boek bijdragen aan een beter inzicht in onze vaderlandse geschiedenis in het actuele debat omdat het een eerlijke weergave vormt van wat er gebeurd is. Daarmee zou het mits iedereen er welwillend tegenover gaat staan, een klein radertje kunnen vormen van een beter Nederland, dat zich (beter) bewust is van haar eigen verleden.

De val van het West-Romeinse Rijk

Val van het West-Romeinse rijk

visigoths_sack_rome

De plundering van Rome door de Visigoten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door: Ruud Willems

Een van de meest besproken onderwerpen met betrekking tot het dateren van het einde van de oudheid en het begin van de middeleeuwen, is de val van het West-Romeinse Rijk. West-Romeins inderdaad, het grote Romeinse Rijk raakte verdeeld, waarbij het Oost-Romeinse Rijk niet ophield te bestaan voordat het zijn neergang aan het einde van de middeleeuwen kende, wat daarmee weer wordt gezien als een eindpunt van de middeleeuwen en overgang naar de Renaissance. Eén gebeurtenis is echter zelden solo verantwoordelijk voor het einde van een tijdperk. Vaak gaat het hierbij om een reeks gebeurtenissen die over een langere periode leiden tot een kentering van het bestaande.

Zo zou men niet alleen het jaar 476 n. Chr. (Val van het West-Romeinse Rijk waarbij de laatste keizer, Romulus Augustulus wordt afgezet door Odoaker, aanvoerder van Germaanse huurlingen binnen het Romeinse leger) kunnen aanduiden als einde van de oudheid en begin van de middeleeuwen. Men zou net zo goed andere gebeurtenissen kunnen noemen, zoals de plunderingen van Rome in 410 n. Chr en 455 n.Chr. door resp. de Visigoten en de Vandalen, Germaanse stammen op drift geraakt door de komst van de Hunnen in Europa. De vierde eeuw kenmerkte een Romeins Rijk dat zich gedwongen zag Germanen als foederati op te nemen, ingezetenen zonder burgerrecht, maar gedwongen tot (militaire) hulpverlening in ruil voor bescherming en opname binnen de rijksgrenzen. Hiermee trad verder verval in. Het plaatje van de moeilijkheid één gebeurtenis verantwoordelijk te laten worden voor einde en begin van een periode wordt zo snel duidelijk. Hiermee blijft ook de discussie waar de oudheid te laten eindigen, en de middeleeuwen te laten beginnen levendig binnen de geschiedvorsing. Het hangt er van af waar je naar kijkt. De traditie houdt echter 476. n. Chr. aan als overgang, men moet het toch op één of andere manier een jaartal meegeven, dat is handig voor de mensen. Het duiden van de val van het West-Romeinse rijk is echter allesbehalve een makkelijke kwestie, omdat het hier gaat om verschillende aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot haar einde. 

Het Christendom

Na de dood van Jezus trokken zijn apostelen er op uit om de leer van Jezus te verkondigen. Eén van de apostelen die hierin het meest fanatiek was, is Paulus geweest, over wie ik eerder heb geschreven. Paulus trok ook naar Rome om daar het christendom te brengen en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap. Het christendom was en is in beginsel een pacifistische religie, de Romeinen hadden daarentegen een oorlogsgod, Mars. Daarnaast was het christelijke geloof vooral ook een monotheïstische religie. En dat was in het Romeinse Rijk een probleem, want de Romeinse staatsreligie hing vele goden aan. Van de Romeinen kan gezegd worden dat ze redelijk tolerant tegenover andere religies en gedachtegoed stonden, tenzij men zich geheel onthield aan de Romeinse cultus, welke polytheïstisch van aard was. Christenen werden dan ook, zoals ook de Joden eerder hadden ondervonden tot zij in de eerste eeuw werden erkend door de Romeinse keizer(s), als een gevaar gezien voor de eenheid van de staat. Zij zouden slecht voor de handel zijn want zij joegen de kooplui bij tempels weg waar zij konden. Ook volgden de Romeinen de rituelen van de christenen met argusogen, ze werden gezien als kannibalen want zij aten het vlees en bloed van Christus. Hierdoor werden zij met enige regelmaat blootgesteld aan vervolgingen. Voorbeelden hiervan vinden we in alle drie de eeuwen; in de eerste eeuw bijvoorbeeld door Nero, die christenen bijvoorbeeld gebruikte als fakkels langs de weg, in de tweede onder Marcus Aurelius (177) en in de derde en vierde respectievelijk onder Decius (250), Valerianus(257) en Diocletianus (303). De vervolgingen hielden pas op met het Edict van Milaan in 313, waarbij de religie officieel werd toegestaan binnen het rijk en burgers het recht kregen op vrijheid van godsdienst. Hierdoor kon de aanhang onder de christenen sterk groeien. Steeds meer mensen binnen het rijk werden volger van het christelijk geloof, ook soldaten. Zij kwamen echter in het gedrang met hun geloof en hun professie, omdat deze twee lastig te verenigen waren. Vaak wordt dan ook door historici aangehaald dat met de komst van christendom gaandeweg de militaire slagkracht verder werd ondermijnd.

kristne1-aygmnndforikq9-weqf64g

Christenen worden ter vermaak afgeslacht voor de ogen van een doldriest publiek. Bron: Historia.nl

Tanende macht

Het Romeinse rijk bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de derde eeuw (202 n. Chr.) onder keizer Septimius Severus, die met de verovering van Mesopotamië een enorm gebied inlijfde bij het toch al aanzienlijke rijk. Vaak wordt gedacht dat de grootste omvang werd bereikt onder Trajanus, maar dit klopt niet omdat deze zijn gezag in het zelfde gebied niet definitief kon vestigen, hoewel hij er succesvolle invallen pleegde, zo geeft J. Lendering aan in een boekrecensie op zijn weblog Mainzer Beobachter over Maarten van Rossems boek “Het einde van het Romeinse Rijk”. Maar ook hier gold: hoe groter een rijk, hoe lastiger te managen. Een groter rijk heeft meer grenskilometers en meer soldaten nodig en dus meer soldij. Dat betekent verhoging van belastingen. Er konden vanwege de roep om een groter leger ook niet langer louter Romeinse burgers worden geworven voor de krijgsdienst. Steeds vaker waren dit foederati of krijgsgevangen. Verder kenmerkte een groot gedeelte van de derde eeuw zich door interne chaos en burgeroorlogen binnen het rijk. De periode is in de geschiedenis bekend als de crisis van de derde eeuw en de heerschappij van elkaar beconcurrerende soldatenkeizers. Soldaten wezen hun aanvoerder vaak aan in de hoop dat er dan meer soldij zou volgen. Vanwege de interne strijd kwam er veel minder buit binnen dan voorheen. Tot overmaat van ramp werd ook de druk van diverse stammen op de buitengrenzen werd steeds groter. In de Parthen vonden de Romeinen aan hun oostgrenzen een tegenstander om rekening mee te houden. Ze leden een aantal grote nederlagen tegen de Parthen (leefgebied grotendeels hedendaags Iran) tussen het midden van de eerste eeuw v. Chr. en het begin van de derde eeuw n. Chr. en later door toedoen van de opvolgers der Parthen; het Sassanidische Rijk. Ook in het westen werden invallen van barbaren frequenter en heviger. De Germanen klonterden steeds beter en vaker samen in georganiseerde (stammen)verbonden in de strijd tegen de Romeinen. Zij hadden dikwijls al in de gelederen van de Romeinen gevochten en zetten hun opgedane krijgskennis nu in tegen hun oude broodheer. De keizer zocht zijn heil in versterking van het leger om de vele vijanden beter het hoofd te kunnen bieden, maar meer troepen betekende meer uitgaven. Het gehalte zilver in een munt werd drastisch minder om alles te kunnen blijven bekostigen. Als gevolg van muntdevaluaties en het wegtrekken van mensen uit zowel de steden als de grensgebieden, klapte de economie in elkaar in het westen. Pas met de komst van keizer Diocletianus  kwam er weer enigszins rust in het rijk.

Kaart Rijk

Romeinse rijk rond 117 A.D.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deling van het rijk

Zowel Diocletianus als Constantijn hebben diverse hervormingen doorgevoerd in hun pogingen het rijk verder te herstellen. Zowel op bestuurlijk gebied (uitbreiding van het ambtenarenapparaat), economisch gebied, (prijzen voor goederen werden gecontroleerd) alsmede de daadwerkelijke deling van de macht (Tetrarchie). Hierdoor was Rome niet langer hoofdzetel van de macht. In 285 n. Chr. werd het Romeinse Rijk administratief in tweeën gesplitst. Voortaan zou er een westelijk deel en een oostelijk deel bestaan. Deze verdeling noemt men de tetrarchie, waarbij Diocletianus, keizer op dat moment, een medekeizer en twee onderkeizers aanstelde. Men hoopte dat men, door het rijk op te delen, aanvallen van verschillende kanten beter te kunnen pareren. Uiteindelijk kregen de keizers onderling herrie om de opvolging waaruit Constantijn de Grote als overwinnaar uit de strijd kwam nadat hij aan de vooravond van een beslissende slag tegen zijn grootste vijand een visioen had gehad van het christelijk kruis, dat hem de overwinning zou bezorgen. Constantijn overwon inderdaad en werd hierna de eerste christelijke keizer van het rijk. Constantijn verplaatste zijn regeringszetel naar het rijkere Constantinopel (later Byzantium). Na de dood van Theodosius de Grote (395), die de Visigoten onder Alarik I moest toelaten binnen de grenzen van het rijk, volgde een definitieve deling tussen Oost en West. Legers van beide rijken steunden elkaar niet langer in militaire campagnes, wat zorgde voor een verdere verzwakking op militair gebied.

romeinse-rijk-diocletianus

De Tetrarchie rond 230 n.Chr. Bron: Historiek.net

Belastingen

Vanwege de vele (burger) oorlogen binnen het rijk werden ingezetenen opgezadeld met steeds hogere belastingen. Die kon door de ruggengraat van de economie, de vrije pachtboeren (coloni), niet meer worden opgebracht. Vele boeren verlieten hun landerijen noodgedwongen in de hoop op een beter bestaan. Hierdoor ontstond er minder landbouwproductie; grote stukken akkerland bleef onbewerkt achter. Afzetmarkten werden kleiner. Men trachtte het tij te keren door het beroep erfelijk te maken en aan de grond gebonden, zodat de grote uittocht van het platteland zou worden gestopt. De verlaten stukken grond werden veelal in beslag genomen door grootgrondbezitters die er slaven te werk stelden. De grootgrondbezitters werden op den duur heer van zowel coloni (vrije pachtboeren) als slaven. Het lijfeigenschap (horigheid) ontstond hierdoor. Doordat er echter minder gebied werd veroverd, waren er ook minder slaven voorradig. Dit had tot gevolg dat kleinere stukken grond werden geëxploiteerd en grootgrondbezitters steeds onafhankelijker werden van Rome. De overheid kon het bestuur over het platteland niet meer belopen. De villa`s op het platteland werden bestuurlijke centra in een bepaald gebied.

Volksverhuizingen en de pest

Gedurende deze economische en sociale ontwikkelingen had het Romeinse Rijk ook nog te maken met het uitbreken van pestepidemieën. Dit verzwakte de economie nog verder. Steden slonken aanzienlijk en de handel werd kleinschaliger. De eerste grote epidemie vond plaats onder Marcus Aurelius (r. 161-180). Het wordt betwijfeld of het hier om echte pest ging, maar in elk geval stierf naar schatting zo`n tien procent van de inwoners van het rijk. Vooral onder de soldaten was het slachtofferaantal groot. Op den duur kon het leger Germaanse invallen niet weerstaan, waardoor de keizer zich gedwongen zag zelf het leger (succesvol) aan te voeren. Toch was de dreiging van de invallen van Germanen blijvend en steeds vaker werden de Romeinen gedwongen de Germanen  in grote aantallen op te nemen in het rijk. Deze foederati onderwierpen zich aan de Romeinse wetten. In ruil voor bescherming binnen het rijk leverden de foederati hulptroepen voor de legioenen waarmee deze voor een steeds groter gedeelte uit Germanen gingen bestaan.

Eind vierde eeuw echter, raakten de Hunnen (een Aziatisch ruitervolk uit de Mongoolse regionen) op drift. Ze joegen verschillende Germaanse volken op de vlucht, zoals de Visigoten bijvoorbeeld. Rome werd in 410 n. Chr. geplunderd door deze Visigoten, welke foederati werden na hun vlucht voor de Hunnen, en in 455 nogmaals door de Vandalen in 455 n. Chr. Het gebeuren bracht een geweldige schok teweeg in de oude wereldorde, Rome zag voor het eerst sinds de vierde eeuw v. Chr. vreemde troepen in de stad. De Hunnen overspoelden Europees grondgebied en namen zelfs Milaan en Ravenna in en bedreigden ook Rome. De laatste grote overwinning van de Romeinen vond plaats op de Catalaunische velden waar de Romeinse veldheer Aetius de Hunnen onder Atilla versloeg. De laatste Romeinse keizer, Romulus Augustulus, werd uiteindelijk in 476 afgezet door Odoaker, die daarmee de eerste barbaarse koning van Italië werd.

Complex

Zoals we op kunnen maken uit bovenstaande is de val van het West-Romeinse Rijk dus een complex geheel aan factoren over een langere periode die zorgen voor het einde van een periode van Romeinse heerschappij in het westen. Ziekte, hongersnood, de grootte van het rijk, de volksverhuizingen, de komst van het christendom en daarmee het pacifisme in het rijk, de opname van Germanen in het leger en hun groeiend belang in dat leger, ook op hoge plaatsen, de deling van het rijk, militaire nederlagen, goede keizers, slechte keizers, torenhoge belastingen welke niet langer zijn op te brengen, het gemis aan buit vanwege uitblijvende overwinningen, de-urbanisatie, burgeroorlog, wetgeving,  zovele oorzaken spelen een rol bij de desintegratie van het rijk, dat men bij het kiezen van een jaartal teneinde de uiteindelijke val een jaartal mee te geven heeft gekozen voor het jaar 475 n. Chr. om het maar enigszins te kunnen periodiseren, en men kijkt hierbij vooral naar een breuk met het verleden op institutioneel gebied. De Latijnse cultuur versmolt echter verder met de Germaanse, een proces dat eeuwen duren zou en tot op de dag van vandaag vind je om je heen elementen van beide.

 

 

 

Paulus

Ruud Willems

Wereldreiziger

De vierdaagse van Nijmegen is weer achter de rug. Hierbij wandelen de fanatiekste deelnemers in 4 dagen meer dan 220 km. Niet slecht voor mensen die toch doorgaans tot andere vervoermiddelen gedwongen worden om naar hun werk te komen. Het wandelen is vandaag de dag tot een recreatieve bezigheid verworden. Hoe anders was dat in de tijd van de apostel Paulus, die toch wel hoog op het lijstje met reisrecords in een mensenleven moet staan als je leest waar de man in kwestie overal is geweest. In drie grote reizen heeft hij het christendom verspreid in diverse landen rondom de Middellandse Zee. Dat heeft deze reislustige discipel van Jezus zowel te voet, per schip en met behulp van de “bereidwillige” rug van menig lastdier volbracht. Het grootste deel zal Paulus echter te voet hebben afgelegd, omdat op andere wijze reizen prijzig was in die tijd. Het meeste wat we weten van Paulus valt op te maken uit de belangrijkste bron die men kan raadplegen over het leven van Paulus; het boek Handelingen uit het Nieuwe Testament. De man heeft tienduizenden kilometers gereisd om het evangelie te verspreiden onder potentiële bekeerlingen en mag daarmee met recht aanspraak maken op de titel “wereldreiziger”.

Visioen

Paulus was de zoon van een farizeeër. Farizeeërs vormden naast de sadduceeën en de essenen één van de drie belangrijkste stromingen binnen het jodendom. Paulus (of Saulus zoals hij toen nog heette), stond in die dagen bekend als een fervent vervolger van christenen, een ontluikende geloofsgroep na de dood van Jezus. Paulus maakte Jezus niet mee tijdens diens leven maar leerde hem, zoals hieronder zal blijken, op een andere manier kennen.

Aanzet tot bekering tot het christendom en daarmee zijn zendingsreizen, betrof een visioen dat Paulus  kreeg op het moment dat hij op weg was naar Damascus om jong-christenen te vervolgen, waarin Jezus voor hem verscheen en hem opdroeg zich te bekeren. In Damascus doopte men hem tot christen. Zijn positie was zowel onder joden als christenen echter niet onomstreden. De joden kregen een hekel aan hem omdat hij “kamp Jezus” had gekozen. Maar ook onder christenen was en is Paulus een omstreden figuur. Het debat over wie Paulus eigenlijk was en wat hij verkondigde laat verschillende interpretaties zien. Maar Paulus werd hoe dan ook  de meest fanatieke aanhanger van Jezus leer.

Reizen

Paulus, zoals hij na zijn doop in Damascus genoemd werd, ondernam zeker drie zendingsreizen om ongelovigen te winnen voor de leer van Jezus. Hieronder een kaart met daarop weergegeven zijn drie grote reizen.

Capture

 

 

 

 

 

 

 

Het voert te ver hier zijn reizen te verslaan maar Paulus is zonder twijfel van groot  belang geweest voor de verspreiding van het christendom in de landen rondom de (oostelijke) Middellandse Zee. Hij liet daarbij meer dan eens bijna het leven omdat hij lang niet overal “gewenst” was en tegen “heilige huisjes” aan schopte. Onder andere in Jeruzalem komt het tot conflicten met de joden die hem ervan betichtten een Griekse man de heilige tempel mee binnengenomen te hebben, daarmee heiligschennis plegende. Jeruzalem is in die tijd onderdeel van de Romeinse provincie Judea en Paulus wordt vanwege zijn omstreden uitspraken en preken verbannen naar Rome, om voor keizer Nero te verschijnen.

Eindstation

Paulus werd in gevangenschap per schip naar Rome gebracht. Paulus werd hier nog ruim twee jaar gevangen gehouden en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap: Paulus werd veroordeeld en onthoofd. Maar pas nadat hij ook in gevangenschap velen die hem bezochten had bekeerd tot het christendom. De smeltkroes die Rome was bleek daarvoor uitermate geschikt. In de vierde eeuw werd op de plek waar de beenderen van Paulus gevonden zouden zijn een basiliek ter nagedachtenis gebouwd aan “De Apostel”. Deze kerk kennen we als de Sint Paulus buiten de muren”, ook vandaag nog een veelbezochte pelgrimskerk, en een bezoek zeer zeker waard.