De Slaven

Een geschiedenis welke mij altijd intrigeert is die der slaven. Als ik het woord slavisch of ook slaven in de media hoor of lees, dan denk ik altijd: “Maar wie zijn dat dan? En waarom is dat een containerbegrip”?

Etymologie

Etymologisch is het woord slaaf afkomstig van de betekenis die het woord kreeg toen in de 9e eeuw het Duitse Rijk zich uitbreidde, en bij hun veroveringen, mensen als slaaf mee terugvoerde. Onder hen dus ook de volkeren die we vandaag de dag als Slavisch volk kennen.

Herkomst

Oorspronkelijk afkomstig uit de gebieden rond de Pripjat-moerassen (Zuidelijk Wit-Rusland/Noord-Oostelijk Oekraine), waaierden deze volkeren tijdens de grote volksverhuizingen in de overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen (5e eeuw) uit over Europa, op de vlucht voor de Hunnen van Attilla. Grofweg worden ze onderverdeeld in drie groepen: de Oost-Slaven, de West-Slaven en de Zuid-Slaven. Deze worden dus weer onderverdeeld op gebied; zo worden de Russen, Wit-Russen en de Oekraïners gerekend onder de Oost-Slaven. De Polen, Tsjechen, Slowaken, Roethenen en Sorben bijvoorbeeld zijn geschaard onder de westelijke slaven. De Bulgaren, Macedoniërs, Kroaten, Serven, Bosniërs en anderen vinden we in het zuidelijke taaldomein van de slaven.

Donkergroen: de oost-slaven. Zwart: De zuid-slaven. Lichtgroen: de west-slaven

Roemenen en Hongaren?

En Roemenen en Hongaren dan? Zijn dat dan geen Slavische volkeren? Het antwoord is neen. De Roemenen worden gerekend onder de Romaanstalige volkeren en de Hongaren kennen het Finnoegrisch als taaloorsprong. Het verschil in taalgebied wordt hieronder middels enkele kaartjes weergegeven. Dit geeft dus ook het antwoord op de vraag waarom “slaven” een containerbegrip vormt; de gemene deler is hier de taaloorsprong.

Taalgebieden in de wereld

Religie

De meeste slaven hangen het Oosters-Orthodox christendom aan. Polen en Kroaten zijn dan weer hoofdzakelijk katholiek en de Bosniërs zijn overwegend islamitisch. Dit heeft alles te maken met de tweedeling in de christelijke kerk vanaf het Grote schisma in 1054, waarbij er een westers- en een oosters christendom ontstond, en met de Turkse overheersing van de Balkan tot 1913. Hier botsen de invloedsferen van deze drie geloven.
De scheuring in geloof zorgde ook voor een culturele breuk onder de slaven. De west-slaven bekeerden zich grotendeels tot het katholicisme daar waar de oost-slaven onder invloed van de Byzantijnen bleven en dus het oosters-orthodoxe christelijk geloof aanhangen.

Scheuringen en assimilatie

Als je de uitwaaiering der Slavische volkeren begrijpt, begrijp je ook beter waarom Rusland zich altijd zo bemoeit met het zuidelijke (taal)gebied der slaven. Dit heeft natuurlijk ook zeer belangrijke geopolitieke en strategische redenen (bijvoorbeeld; opening naar middellandse-zee voor Rusland), maar principieel ziet Rusland zich als hoedster van de Oosters-Orthodoxe kerk en beschermer van de Slavische volkeren en cultuur.

De toegang tot de Balkan werd voor de Turken al geopend
in 1389, toen met de slag op het merelveld, een coalitie van Serviërs, Hongaren, Bosniërs, Bulgaren en 
Albanezen, door de Ottomanen werden verslagen, na een reeks eerdere overwinningen. De oorsprong voor huidige en recente conflicten op de Balkan ligt hier, waarbij moet worden opgemerkt dat de spanningen die onder de verliezers ontstonden, verder zijn versterkt door aanwezigheid van de invloedsfeer van Oostenrijk-Hongarije in de 19e en 20e eeuw, het opkomende nationalisme in de 19e eeuw, de drie Balkanoorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog, waarna de communistische dictator Tito de vijandige sentimenten weet te onderdrukken tot aan zijn dood in de jaren `80 van de 20e eeuw. Hierna leefde het nationalisme weer op, culminerend in de Joegoslavische burgeroorlog. Dit is echter een aparte, evenzeer complexe geschiedenis, namelijk de geschiedenis van de Balkan, waar de zuid-slaven deel van uitmaken.

In de loop van de geschiedenis hebben groepen slaven een proces van assimilatie ondergaan met andere bevolkingsgroepen. Zo heeft het Byzantijnse rijk een periode van overheersing uitgeoefend op het gebied van de zuidelijke slaven en werden de westelijke slaven bijvoorbeeld heen en weer geslingerd van midden naar Oost-Europees grondgebied door de geschiedenis van Hongaren, Duitsers en anderen. Ook de Ottomanen zijn van invloed geweest op name de geschiedenis van de zuid-slaven. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat sommige Slavische bevolkingsgroepen de islam volgen; Bosniërs bijvoorbeeld.


Verdeling westerse of Latijnse christendom en oosters-orthodoxe christendom (1054 A.D.)

De geschiedenis en uitwaaiering der slaven is een ontzettend gecompliceerde geschiedenis waar je je makkelijk in kunt verliezen; wellicht dat we hier een cursus of lezing aan gaan wijden in de toekomst.

Boekrecensie Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis (Rob Hartmans)

ISBN: 9789401910385
Uitgeverij: Omniboek
Uitvoering: Paperback / softback
Omvang: 224 pagina’s
Afmeting: 236 mm x 155 mm x 23 mm
Verschijningsdatum: 28-11-2017
Taal: Nederlands
Genre: Geschiedenis algemeen

 

In de Nederlandse geschiedenis zijn er vele zaken gebeurd waar we trots op mogen zijn. Voor een relatief klein land , hebben we ons wereldkundig toch op de kaart weten te zetten. Zo kan het zijn dat bepaalde zaken die de geschiedenis van ons land hebben vorm gegeven, internationaal alom waardering genieten en soms bij uitstek de reden(en) vormen waar ons land om bekend staat. In de 17e eeuw, gedurende de periode waarin ons land een republiek is, heerst er bijvoorbeeld in tegenstelling tot veel andere landen op het Europese vasteland, een relatieve vrijheid op het gebied van de godsdienst. De wetenschap kan er, naast de godsdienst, floreren en dit leidt tot een scala aan belangrijke innovaties en een bloeiende ontwikkeling van de wetenschap en handel.

Daarnaast kent ons land in die periode, ook in vergelijking tot de landen om ons heen, geen gewelddadige revoluties zoals elders rond 1848 wel het geval is, in een tijd dat de roep om meer vrijheid en democratie voor burgers steeds luider wordt verkondigd en door de Europese lucht schalt. Er wordt door de hand van Thorbecke een grondwet gevormd welke later voor meerdere naties model zal staan voor de grondwetten welke zij invoeren. Deze grondwet vormt nog steeds het sterke fundament waarop het huidige bestuur in ons land wordt uitgevoerd. Vooral ook in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kenmerkt ons land zich door gelijke rechten voor man en vrouw, acceptatie van homoseksualiteit nadat al een gezonde verzorgingsstaat werd gevestigd.

Toch heeft ons land ook elementen in haar geschiedenis, welke niet onomstreden zijn en, waar steeds meer aandacht voor komt. Niet alleen op scholen, maar ook in de media. Gruwelijkheden zijn in de naam van ons land op grote schaal gepleegd. Naast innovatie en relatieve tolerantie mogen we met betrekking tot de geschiedenis van ons land de begrippen slavernij, hebzucht en zeker ook agressie niet vergeten worden. De slavenhandel en het uitmoorden van dorpen en gebieden gedurende de periode van het kolonialisme zijn hier om twee voorbeelden te noemen, onlosmakelijk mee verbonden. Deze, en andere zaken, zoals bijvoorbeeld collaboratie en passiviteit tijdens de Tweede Wereldoorlog, vormen dan ook de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis.

Bij het kijken naar de geschiedenis van een land hoort een kritische blik. Om die reden is het ook goed om naar de minder goede daden welke in de naam van ons land zijn gebeurd te kijken en deze voor het voetlicht te laten treden, zodat we ons hier ook bewust van zijn. Daarbij is het ook belangrijk het hele plaatje, de context, te bekijken. Daarbij moet men altijd de normen en waarden van de tijd van het beschouwde meenemen bij het bezien ervan. Maar dat wil niet altijd zeggen dat deze model staan voor de daden zoals deze zijn gepleegd en dat vanuit de normen en waarden bezien datgene wat er gebeurd is kan worden goed- of afgekeurd.

In dit boek worden vragen gesteld aan de omgang met onze geschiedenis. Mogen we nog wel een zeeheldenbuurt vereren met die naamgeving? Mag zwarte piet nog? Mogen er nog standbeelden staan van “helden” uit de Nederlandse geschiedenis? Is de geschiedenis zoals zij in de schoolboekjes staat nog wel logisch en terecht? Auteur Rob Hartmans beschrijft in zijn boek deze zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis, omdat hij vindt dat we recht hebben op de waarheid zoals die is, en of dat nu een pijnlijke is, of niet en dat lijkt me zeker goed.

Je zou kunnen zeggen dat in een periode waarin normen, waarden en (volledigheid van de) geschiedenis (nog steeds) volop ter discussie staan, dit boek makkelijk scoren is. Het sluit aan bij de punten die bijna wekelijks in de media voorbij komen, zeker in de maand december. Verbinden in de samenleving blijft lastig. Kloven in de samenleving zijn er om gedicht te worden, maar dan moeten alle betrokkenen wel bereid zijn tot toenadering. Ook moeten alle partijen oog willen hebben voor de gehele geschiedenis zoals die is, in goede, en in slechte zin. Helaas is dat er nog niet (voldoende) waardoor er nog veel meer water door de zee zal moeten vloeien eer men van een breed gedragen en vollediger beeld van de geschiedenis binnen de samenleving kan spreken. Zouden de tegenstanders ervan, de gehele geschiedenis van bijvoorbeeld zwarte piet kennen en de veranderende context van die cultus in de geschiedenis maar ook als beleving door de samenleving, dan zou deze figuur voor deze groep zich wellicht minder geschikt lenen als aanleiding op de barricades te gaan staan.

Andersom zou inzicht in de geschiedenis rondom het kolonialisme bij een breder publiek, en dus ook onder bijvoorbeeld voorstanders van zwarte piet, er toe kunnen leiden dat ook hier meer begrip ontstaat. Maar geschiedenis wordt vaak slechts in flarden en incompleet benoemd, los van datgene wat men binnen het vak geschiedenis standplaatsgebondenheid noemt; het perspectief van degene die er naar kijkt. Men zal dan ook met elkaar in dialoog moeten blijven. Ik had liever een boek gezien dat ingaat op hoe men dat kan gaan bewerkstelligen. Toch kan dit boek bijdragen aan een beter inzicht in onze vaderlandse geschiedenis in het actuele debat omdat het een eerlijke weergave vormt van wat er gebeurd is. Daarmee zou het mits iedereen er welwillend tegenover gaat staan, een klein radertje kunnen vormen van een beter Nederland, dat zich (beter) bewust is van haar eigen verleden.

De val van het West-Romeinse Rijk

Val van het West-Romeinse rijk

visigoths_sack_rome

De plundering van Rome door de Visigoten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door: Ruud Willems

Een van de meest besproken onderwerpen met betrekking tot het dateren van het einde van de oudheid en het begin van de middeleeuwen, is de val van het West-Romeinse Rijk. West-Romeins inderdaad, het grote Romeinse Rijk raakte verdeeld, waarbij het Oost-Romeinse Rijk niet ophield te bestaan voordat het zijn neergang aan het einde van de middeleeuwen kende, wat daarmee weer wordt gezien als een eindpunt van de middeleeuwen en overgang naar de Renaissance. Eén gebeurtenis is echter zelden solo verantwoordelijk voor het einde van een tijdperk. Vaak gaat het hierbij om een reeks gebeurtenissen die over een langere periode leiden tot een kentering van het bestaande.

Zo zou men niet alleen het jaar 476 n. Chr. (Val van het West-Romeinse Rijk waarbij de laatste keizer, Romulus Augustulus wordt afgezet door Odoaker, aanvoerder van Germaanse huurlingen binnen het Romeinse leger) kunnen aanduiden als einde van de oudheid en begin van de middeleeuwen. Men zou net zo goed andere gebeurtenissen kunnen noemen, zoals de plunderingen van Rome in 410 n. Chr en 455 n.Chr. door resp. de Visigoten en de Vandalen, Germaanse stammen op drift geraakt door de komst van de Hunnen in Europa. De vierde eeuw kenmerkte een Romeins Rijk dat zich gedwongen zag Germanen als foederati op te nemen, ingezetenen zonder burgerrecht, maar gedwongen tot (militaire) hulpverlening in ruil voor bescherming en opname binnen de rijksgrenzen. Hiermee trad verder verval in. Het plaatje van de moeilijkheid één gebeurtenis verantwoordelijk te laten worden voor einde en begin van een periode wordt zo snel duidelijk. Hiermee blijft ook de discussie waar de oudheid te laten eindigen, en de middeleeuwen te laten beginnen levendig binnen de geschiedvorsing. Het hangt er van af waar je naar kijkt. De traditie houdt echter 476. n. Chr. aan als overgang, men moet het toch op één of andere manier een jaartal meegeven, dat is handig voor de mensen. Het duiden van de val van het West-Romeinse rijk is echter allesbehalve een makkelijke kwestie, omdat het hier gaat om verschillende aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot haar einde. 

Het Christendom

Na de dood van Jezus trokken zijn apostelen er op uit om de leer van Jezus te verkondigen. Eén van de apostelen die hierin het meest fanatiek was, is Paulus geweest, over wie ik eerder heb geschreven. Paulus trok ook naar Rome om daar het christendom te brengen en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap. Het christendom was en is in beginsel een pacifistische religie, de Romeinen hadden daarentegen een oorlogsgod, Mars. Daarnaast was het christelijke geloof vooral ook een monotheïstische religie. En dat was in het Romeinse Rijk een probleem, want de Romeinse staatsreligie hing vele goden aan. Van de Romeinen kan gezegd worden dat ze redelijk tolerant tegenover andere religies en gedachtegoed stonden, tenzij men zich geheel onthield aan de Romeinse cultus, welke polytheïstisch van aard was. Christenen werden dan ook, zoals ook de Joden eerder hadden ondervonden tot zij in de eerste eeuw werden erkend door de Romeinse keizer(s), als een gevaar gezien voor de eenheid van de staat. Zij zouden slecht voor de handel zijn want zij joegen de kooplui bij tempels weg waar zij konden. Ook volgden de Romeinen de rituelen van de christenen met argusogen, ze werden gezien als kannibalen want zij aten het vlees en bloed van Christus. Hierdoor werden zij met enige regelmaat blootgesteld aan vervolgingen. Voorbeelden hiervan vinden we in alle drie de eeuwen; in de eerste eeuw bijvoorbeeld door Nero, die christenen bijvoorbeeld gebruikte als fakkels langs de weg, in de tweede onder Marcus Aurelius (177) en in de derde en vierde respectievelijk onder Decius (250), Valerianus(257) en Diocletianus (303). De vervolgingen hielden pas op met het Edict van Milaan in 313, waarbij de religie officieel werd toegestaan binnen het rijk en burgers het recht kregen op vrijheid van godsdienst. Hierdoor kon de aanhang onder de christenen sterk groeien. Steeds meer mensen binnen het rijk werden volger van het christelijk geloof, ook soldaten. Zij kwamen echter in het gedrang met hun geloof en hun professie, omdat deze twee lastig te verenigen waren. Vaak wordt dan ook door historici aangehaald dat met de komst van christendom gaandeweg de militaire slagkracht verder werd ondermijnd.

kristne1-aygmnndforikq9-weqf64g

Christenen worden ter vermaak afgeslacht voor de ogen van een doldriest publiek. Bron: Historia.nl

Tanende macht

Het Romeinse rijk bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de derde eeuw (202 n. Chr.) onder keizer Septimius Severus, die met de verovering van Mesopotamië een enorm gebied inlijfde bij het toch al aanzienlijke rijk. Vaak wordt gedacht dat de grootste omvang werd bereikt onder Trajanus, maar dit klopt niet omdat deze zijn gezag in het zelfde gebied niet definitief kon vestigen, hoewel hij er succesvolle invallen pleegde, zo geeft J. Lendering aan in een boekrecensie op zijn weblog Mainzer Beobachter over Maarten van Rossems boek “Het einde van het Romeinse Rijk”. Maar ook hier gold: hoe groter een rijk, hoe lastiger te managen. Een groter rijk heeft meer grenskilometers en meer soldaten nodig en dus meer soldij. Dat betekent verhoging van belastingen. Er konden vanwege de roep om een groter leger ook niet langer louter Romeinse burgers worden geworven voor de krijgsdienst. Steeds vaker waren dit foederati of krijgsgevangen. Verder kenmerkte een groot gedeelte van de derde eeuw zich door interne chaos en burgeroorlogen binnen het rijk. De periode is in de geschiedenis bekend als de crisis van de derde eeuw en de heerschappij van elkaar beconcurrerende soldatenkeizers. Soldaten wezen hun aanvoerder vaak aan in de hoop dat er dan meer soldij zou volgen. Vanwege de interne strijd kwam er veel minder buit binnen dan voorheen. Tot overmaat van ramp werd ook de druk van diverse stammen op de buitengrenzen werd steeds groter. In de Parthen vonden de Romeinen aan hun oostgrenzen een tegenstander om rekening mee te houden. Ze leden een aantal grote nederlagen tegen de Parthen (leefgebied grotendeels hedendaags Iran) tussen het midden van de eerste eeuw v. Chr. en het begin van de derde eeuw n. Chr. en later door toedoen van de opvolgers der Parthen; het Sassanidische Rijk. Ook in het westen werden invallen van barbaren frequenter en heviger. De Germanen klonterden steeds beter en vaker samen in georganiseerde (stammen)verbonden in de strijd tegen de Romeinen. Zij hadden dikwijls al in de gelederen van de Romeinen gevochten en zetten hun opgedane krijgskennis nu in tegen hun oude broodheer. De keizer zocht zijn heil in versterking van het leger om de vele vijanden beter het hoofd te kunnen bieden, maar meer troepen betekende meer uitgaven. Het gehalte zilver in een munt werd drastisch minder om alles te kunnen blijven bekostigen. Als gevolg van muntdevaluaties en het wegtrekken van mensen uit zowel de steden als de grensgebieden, klapte de economie in elkaar in het westen. Pas met de komst van keizer Diocletianus  kwam er weer enigszins rust in het rijk.

Kaart Rijk

Romeinse rijk rond 117 A.D.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deling van het rijk

Zowel Diocletianus als Constantijn hebben diverse hervormingen doorgevoerd in hun pogingen het rijk verder te herstellen. Zowel op bestuurlijk gebied (uitbreiding van het ambtenarenapparaat), economisch gebied, (prijzen voor goederen werden gecontroleerd) alsmede de daadwerkelijke deling van de macht (Tetrarchie). Hierdoor was Rome niet langer hoofdzetel van de macht. In 285 n. Chr. werd het Romeinse Rijk administratief in tweeën gesplitst. Voortaan zou er een westelijk deel en een oostelijk deel bestaan. Deze verdeling noemt men de tetrarchie, waarbij Diocletianus, keizer op dat moment, een medekeizer en twee onderkeizers aanstelde. Men hoopte dat men, door het rijk op te delen, aanvallen van verschillende kanten beter te kunnen pareren. Uiteindelijk kregen de keizers onderling herrie om de opvolging waaruit Constantijn de Grote als overwinnaar uit de strijd kwam nadat hij aan de vooravond van een beslissende slag tegen zijn grootste vijand een visioen had gehad van het christelijk kruis, dat hem de overwinning zou bezorgen. Constantijn overwon inderdaad en werd hierna de eerste christelijke keizer van het rijk. Constantijn verplaatste zijn regeringszetel naar het rijkere Constantinopel (later Byzantium). Na de dood van Theodosius de Grote (395), die de Visigoten onder Alarik I moest toelaten binnen de grenzen van het rijk, volgde een definitieve deling tussen Oost en West. Legers van beide rijken steunden elkaar niet langer in militaire campagnes, wat zorgde voor een verdere verzwakking op militair gebied.

romeinse-rijk-diocletianus

De Tetrarchie rond 230 n.Chr. Bron: Historiek.net

Belastingen

Vanwege de vele (burger) oorlogen binnen het rijk werden ingezetenen opgezadeld met steeds hogere belastingen. Die kon door de ruggengraat van de economie, de vrije pachtboeren (coloni), niet meer worden opgebracht. Vele boeren verlieten hun landerijen noodgedwongen in de hoop op een beter bestaan. Hierdoor ontstond er minder landbouwproductie; grote stukken akkerland bleef onbewerkt achter. Afzetmarkten werden kleiner. Men trachtte het tij te keren door het beroep erfelijk te maken en aan de grond gebonden, zodat de grote uittocht van het platteland zou worden gestopt. De verlaten stukken grond werden veelal in beslag genomen door grootgrondbezitters die er slaven te werk stelden. De grootgrondbezitters werden op den duur heer van zowel coloni (vrije pachtboeren) als slaven. Het lijfeigenschap (horigheid) ontstond hierdoor. Doordat er echter minder gebied werd veroverd, waren er ook minder slaven voorradig. Dit had tot gevolg dat kleinere stukken grond werden geëxploiteerd en grootgrondbezitters steeds onafhankelijker werden van Rome. De overheid kon het bestuur over het platteland niet meer belopen. De villa`s op het platteland werden bestuurlijke centra in een bepaald gebied.

Volksverhuizingen en de pest

Gedurende deze economische en sociale ontwikkelingen had het Romeinse Rijk ook nog te maken met het uitbreken van pestepidemieën. Dit verzwakte de economie nog verder. Steden slonken aanzienlijk en de handel werd kleinschaliger. De eerste grote epidemie vond plaats onder Marcus Aurelius (r. 161-180). Het wordt betwijfeld of het hier om echte pest ging, maar in elk geval stierf naar schatting zo`n tien procent van de inwoners van het rijk. Vooral onder de soldaten was het slachtofferaantal groot. Op den duur kon het leger Germaanse invallen niet weerstaan, waardoor de keizer zich gedwongen zag zelf het leger (succesvol) aan te voeren. Toch was de dreiging van de invallen van Germanen blijvend en steeds vaker werden de Romeinen gedwongen de Germanen  in grote aantallen op te nemen in het rijk. Deze foederati onderwierpen zich aan de Romeinse wetten. In ruil voor bescherming binnen het rijk leverden de foederati hulptroepen voor de legioenen waarmee deze voor een steeds groter gedeelte uit Germanen gingen bestaan.

Eind vierde eeuw echter, raakten de Hunnen (een Aziatisch ruitervolk uit de Mongoolse regionen) op drift. Ze joegen verschillende Germaanse volken op de vlucht, zoals de Visigoten bijvoorbeeld. Rome werd in 410 n. Chr. geplunderd door deze Visigoten, welke foederati werden na hun vlucht voor de Hunnen, en in 455 nogmaals door de Vandalen in 455 n. Chr. Het gebeuren bracht een geweldige schok teweeg in de oude wereldorde, Rome zag voor het eerst sinds de vierde eeuw v. Chr. vreemde troepen in de stad. De Hunnen overspoelden Europees grondgebied en namen zelfs Milaan en Ravenna in en bedreigden ook Rome. De laatste grote overwinning van de Romeinen vond plaats op de Catalaunische velden waar de Romeinse veldheer Aetius de Hunnen onder Atilla versloeg. De laatste Romeinse keizer, Romulus Augustulus, werd uiteindelijk in 476 afgezet door Odoaker, die daarmee de eerste barbaarse koning van Italië werd.

Complex

Zoals we op kunnen maken uit bovenstaande is de val van het West-Romeinse Rijk dus een complex geheel aan factoren over een langere periode die zorgen voor het einde van een periode van Romeinse heerschappij in het westen. Ziekte, hongersnood, de grootte van het rijk, de volksverhuizingen, de komst van het christendom en daarmee het pacifisme in het rijk, de opname van Germanen in het leger en hun groeiend belang in dat leger, ook op hoge plaatsen, de deling van het rijk, militaire nederlagen, goede keizers, slechte keizers, torenhoge belastingen welke niet langer zijn op te brengen, het gemis aan buit vanwege uitblijvende overwinningen, de-urbanisatie, burgeroorlog, wetgeving,  zovele oorzaken spelen een rol bij de desintegratie van het rijk, dat men bij het kiezen van een jaartal teneinde de uiteindelijke val een jaartal mee te geven heeft gekozen voor het jaar 475 n. Chr. om het maar enigszins te kunnen periodiseren, en men kijkt hierbij vooral naar een breuk met het verleden op institutioneel gebied. De Latijnse cultuur versmolt echter verder met de Germaanse, een proces dat eeuwen duren zou en tot op de dag van vandaag vind je om je heen elementen van beide.

 

 

 

Paulus

Ruud Willems

Wereldreiziger

De vierdaagse van Nijmegen is weer achter de rug. Hierbij wandelen de fanatiekste deelnemers in 4 dagen meer dan 220 km. Niet slecht voor mensen die toch doorgaans tot andere vervoermiddelen gedwongen worden om naar hun werk te komen. Het wandelen is vandaag de dag tot een recreatieve bezigheid verworden. Hoe anders was dat in de tijd van de apostel Paulus, die toch wel hoog op het lijstje met reisrecords in een mensenleven moet staan als je leest waar de man in kwestie overal is geweest. In drie grote reizen heeft hij het christendom verspreid in diverse landen rondom de Middellandse Zee. Dat heeft deze reislustige discipel van Jezus zowel te voet, per schip en met behulp van de “bereidwillige” rug van menig lastdier volbracht. Het grootste deel zal Paulus echter te voet hebben afgelegd, omdat op andere wijze reizen prijzig was in die tijd. Het meeste wat we weten van Paulus valt op te maken uit de belangrijkste bron die men kan raadplegen over het leven van Paulus; het boek Handelingen uit het Nieuwe Testament. De man heeft tienduizenden kilometers gereisd om het evangelie te verspreiden onder potentiële bekeerlingen en mag daarmee met recht aanspraak maken op de titel “wereldreiziger”.

Visioen

Paulus was de zoon van een farizeeër. Farizeeërs vormden naast de sadduceeën en de essenen één van de drie belangrijkste stromingen binnen het jodendom. Paulus (of Saulus zoals hij toen nog heette), stond in die dagen bekend als een fervent vervolger van christenen, een ontluikende geloofsgroep na de dood van Jezus. Paulus maakte Jezus niet mee tijdens diens leven maar leerde hem, zoals hieronder zal blijken, op een andere manier kennen.

Aanzet tot bekering tot het christendom en daarmee zijn zendingsreizen, betrof een visioen dat Paulus  kreeg op het moment dat hij op weg was naar Damascus om jong-christenen te vervolgen, waarin Jezus voor hem verscheen en hem opdroeg zich te bekeren. In Damascus doopte men hem tot christen. Zijn positie was zowel onder joden als christenen echter niet onomstreden. De joden kregen een hekel aan hem omdat hij “kamp Jezus” had gekozen. Maar ook onder christenen was en is Paulus een omstreden figuur. Het debat over wie Paulus eigenlijk was en wat hij verkondigde laat verschillende interpretaties zien. Maar Paulus werd hoe dan ook  de meest fanatieke aanhanger van Jezus leer.

Reizen

Paulus, zoals hij na zijn doop in Damascus genoemd werd, ondernam zeker drie zendingsreizen om ongelovigen te winnen voor de leer van Jezus. Hieronder een kaart met daarop weergegeven zijn drie grote reizen.

Capture

 

 

 

 

 

 

 

Het voert te ver hier zijn reizen te verslaan maar Paulus is zonder twijfel van groot  belang geweest voor de verspreiding van het christendom in de landen rondom de (oostelijke) Middellandse Zee. Hij liet daarbij meer dan eens bijna het leven omdat hij lang niet overal “gewenst” was en tegen “heilige huisjes” aan schopte. Onder andere in Jeruzalem komt het tot conflicten met de joden die hem ervan betichtten een Griekse man de heilige tempel mee binnengenomen te hebben, daarmee heiligschennis plegende. Jeruzalem is in die tijd onderdeel van de Romeinse provincie Judea en Paulus wordt vanwege zijn omstreden uitspraken en preken verbannen naar Rome, om voor keizer Nero te verschijnen.

Eindstation

Paulus werd in gevangenschap per schip naar Rome gebracht. Paulus werd hier nog ruim twee jaar gevangen gehouden en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap: Paulus werd veroordeeld en onthoofd. Maar pas nadat hij ook in gevangenschap velen die hem bezochten had bekeerd tot het christendom. De smeltkroes die Rome was bleek daarvoor uitermate geschikt. In de vierde eeuw werd op de plek waar de beenderen van Paulus gevonden zouden zijn een basiliek ter nagedachtenis gebouwd aan “De Apostel”. Deze kerk kennen we als de Sint Paulus buiten de muren”, ook vandaag nog een veelbezochte pelgrimskerk, en een bezoek zeer zeker waard.