Omstreden geschiedenis in beeld.

Zowel in Nederland als in andere landen is er de afgelopen jaren veel discussie ontstaan over het plaatsen of laten staan van standbeelden van belangrijke maar ook omstreden historische personen. In de Verenigde Staten bekladden en vernielen actievoerders beelden van zuidelijke generaals en politici uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog. In 2017 werd er gesproken over een ware beeldenstorm in Charlottesville. In Nederland kunnen we niet spreken van acties op een dergelijke grote schaal. Toch zijn er ook in Nederland actiegroepen die pleiten voor het verwijderen van beelden. Het gaat in Nederland vooral om beelden van personen die te maken hebben met de Nederlandse koloniale geschiedenis. Deze actiegroepen voegen regelmatig daad bij woord.  Zo bekladde in 2016 leden van de actiegroep ‘de Grauwe Eeuw’, uiteraard verwijzend naar de Gouden Eeuw, onder andere het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Er werden meerdere acties aangekondigd, deze bleven echter grotendeels uit.  In de media is vanaf dit moment zeer veel discussie ontstaan hoe om te gaan met deze omstreden geschiedenis. Groepen Nederlanders komen hierdoor lijnrecht tegenover elkaar te staan, de sociale cohesie in de samenleving komt steeds verder onder druk te staan. In deze blog belichten we de meningen van de twee groepen die tegenover elkaar staan in deze discussie. Vervolgens trekken we op basis van deze standpunten een conclusie.

Een gesloopt standbeeld in Charlottesville.

Waarom moeten de beelden verdwijnen?

Wat moeten we met het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de gouverneur-generaal van Oost-Indië die op de Banda-eilanden 15.000 inboorlingen liet afslachten? En wat moeten we met de buste van de Johan Maurits, de naamgever van het Mauritshuis die als koloniaal heerser persoonlijk wel voer bij de slavenhandel? Voorstanders van het neerhalen van standbeelden die te maken hebben met de koloniale geschiedenis van Nederland hebben een duidelijke mening. Zo ook de grootste actiegroep, de eerder genoemde ‘Grauwe Eeuw’. De groep is tegen verheerlijking van de Gouden Eeuw. De ‘Grauwe Eeuw’ wil dat Nederland het ‘echte verhaal’ van die periode gaat vertellen. Volgens hen bestaat dat uit “landroof, grondstoffenroof en genocide” en moet het “romantiseren van massamoorden en het oppoetsen van koloniale misdaden door Nederland” stoppen.

Het bekladde beeld van Coen in Hoorn.

Natuurlijk hebben de actievoeders een punt. Er kan niet ontkent worden dat Nederland, zoals veel Europese landen, een koloniale geschiedenis kent waar veel op aan te merken is. De bevolking van onder andere Nederlands-Indië en Suriname werd uitgebuit en uitgeknepen met als doel zoveel mogelijk te verdienen en terug naar Nederland te laten vloeien. De tijd dat de Nederlanders hier de leiding hadden heeft diepe sporen achtergelaten in het landschap maar ook op zowel sociaal als economisch vlak.  Als we daar met de ogen van nu op terugkijken, we noemen dit standplaatsgebondenheid, kan het niet anders dan dat je tot de conclusie komt dat deze vorm van koloniale uitbuiting (moreel) verwerpelijk is.

Standbeelden van bijvoorbeeld J.P. Coen of van Heutsz, die beide namens Nederland een belangrijke functie hadden in Nederlands-Indië, kunnen gezien worden als eerbetoon aan en daarmee verheerlijking van deze personen. Deze persoonsverheerlijking kan vervolgens ook weer gezien worden als verheerlijking van hun daden en daarmee de daden en acties van Nederland in haar voormalig koloniën.

Waarom moeten de beelden blijven staan?

Er is ook een grote groep Nederlanders voor het behouden van de standbeelden. Zo is in 2017 bijvoorbeeld 90% van de lezers van het Historisch Nieuwsblad tegen het verwijderen van standbeelden van omstreden historische helden. Hiervoor hebben zij verschillende argumenten. Het meest gebruikte argument is deze van het behouden van de nationale geschiedenis. De beelden staan voor een persoon en periode die grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van Nederland. Daarnaast staan de beelden voor een periode in de geschiedenis die Nederland heeft gemaakt tot het land wat het nu is. Deze periode in de geschiedenis is niet uit te wissen en hoort bij het nationaal erfgoed en de Nederlandse cultuur. Het verwijderen van standbeelden en straatnamen zou leiden tot het verdwijnen van een omstreden deel van de geschiedenis uit ons collectieve geheugen.

Een ander, wellicht wat minder nationalistisch argument om de beelden te laten staan, is de hoop dat de beelden mensen aan het denken zetten over de, op sommige momenten zwarte bladzijden, van de Nederlandse geschiedenis. Het behouden van de omstreden standbeelden, als een splinter in je oog die pijn doet.

Een derde argument om de beelden te behouden heeft te maken met de eerder genoemde standplaatsgebondenheid. De personen om wie het hier gaat zijn volgens dit argument veelal omstreden omdat ze uit de historische context worden gehaald en beoordeeld worden naar de hedendaagse normen en waarde. Dit is iets wat je volgens veel historici niet kunt en mag doen.

Conclusie.

Fidel Castro, jarenlang dictator in Cuba, besloot tijdens de periode waarin hij aan de macht was dat er geen enkel beeld, plein of straat naar hem vernoemd mocht worden. Dit om te voorkomen dat deze beelden, pleinen en straten ooit een andere naam zouden krijgen op het moment dat de naam van Castro omstreden zou worden. Hiermee wilde hij voorkomen dat zijn naam publiekelijk en zichtbaar aangetast zou worden. Is dit dan de manier waarop we discussie over omstreden straatnamen en  standbeelden kunnen voorkomen. Moet iedere straat naar bijvoorbeeld een plant vernoemd worden of simpelweg een nummer krijgen en moeten alle beelden uit het straatbeeld verdwijnen?

De vraag is waar we de grens moeten trekken. Moeten we een historische figuur beoordelen op het aantal mensen dat hij over de kling heeft gejaagd? Of is het meer een kwestie van tijd die verstreken is. Is het zo dat we monumenten die nog aanstoot kunnen geven aan overlevenden moeten verwijderen, maar oudere beelden rustig kunnen laten staan? Een belangrijk deel van onze collectieve identiteit bestaat uit de verhalen die wij onszelf over het verleden vertellen en de monumenten die daar een beeld van vormen. Dit vraagt om een zekere mate van consensus, die er vaak niet is. Hier ligt de kiem voor het conflict dat ontstaan is tussen voor- en tegenstanders van het behoud van deze monumenten. Er ontstaan twee groepen die op geen enkele wijze nader tot elkaar komen.

Misschien is de enige optie een middenweg. Een standbeeld met daarnaast een bordje met informatie en historische duiding. Een bordje met een eerlijk verhaal maar wel in de historische context. De extremen in zowel de groep voorstanders als tegenstanders zullen hier niet tevreden mee zijn. De grootste groep Nederlanders echter wel. Het is immers onmogelijk iedereen tevreden te stellen.