Het uitsterven van dieren; probleem of bijzaak?

Hoe gaan we om met het uitsterven van dieren?

Ondanks het feit dat er regelmatig dieren ontdekt worden, horen we bijna dagelijks dat er een bepaalde diersoort uitsterft. Soms in een land of op een continent, soms definitief wereldwijd. Klimaatverandering, vervuiling en de jacht zijn slechts enkele oorzaken voor het verdwijnen van deze dieren. Tegenwoordig hebben veel politici het over het belang van het beschermen van natuur en milieu. De klimaatdoelstellingen, het stimuleren van het gebruiken van groene energie en het geven van milieusubsidies zijn hier uitingen van. Dit is echter geen nieuwe ontwikkeling. Vijfenveertig jaar geleden werd, onder andere door de Verenigde Staten, de ESA (Endangered Species Act) ondertekend. In juli dit jaar dreigde de huidige Amerikaanse president Trump met het opzeggen van dit verdrag waardoor 2300 planten en dieren in de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, potentieel in gevaar zijn. Dit alles met als doel de mijnbouw, graafwerkzaamheden en de houtkap gemakkelijker te maken. Het plan is, zoals zoveel plannen van Trump, nog niet volledig uitgewerkt en ingevoerd. Het is overduidelijk dat kapitalistische belangen, het verdienen van geld en werkgelegenheid, boven het behouden van natuur voor volgende generaties gaat.

Uitgestorven dieren in kaart gebracht.

Het IUCN heeft een lijst met uitgestorven dieren. Hier staan lang niet alle dieren op, in feite alleen de vaak wat grotere dieren die – behalve de dinosauriërs – veelal door toedoen van de mens zijn uitgestorven. Welke microscopisch kleine dieren uitgestorven zijn of aan het uitsterven zijn is niet duidelijk. Er zijn ook dieren die in de natuur (waarschijnlijk) zijn uitgestorven of hier hard naar op weg zijn, maar die middels fokprogramma’s in dierentuinen nog een marginaal bestaan leven.

Theodore Roosevelt.

Dat Amerikaanse presidenten ook andere keuzes kunnen maken wat betreft de bescherming van planten en dieren bewees bijvoorbeeld de 26e president van de Verenigde Staten Roosevelt (1901-1909). Hoewel Theordore, bijnaam Teddy, Roosevelt een fanatieke jager was, ontpopte hij zich tijdens zijn presidentschap tot ware natuurbeschermer. ‘Is er iets’, zo vroeg hij op een keer, ‘dat me tegenhoudt om een beschermd vogelpark te maken van Pelican Island? Nee? Wel, dan verklaar ik hierbij het dat is.’

Theodore ‘Teddy’ Roosevelt

Tijdens zijn presidentschap stichtte Roosevelt 51 wilde vogelparken, verdubbelde het aantal nationale parken van vijf naar tien, bepaalde dat miljoenen hectares bos in overheidsbezit beschermd gebied waren en gebruikte zijn bevoegdheid om National Monuments te stichten voor zestien natuurgebieden, waaronder de Muir Redwoods in Californië, Mount Olympus in Washington State en de Grand Canyon. Hij ging daarmee ontelbare belanghebbenden op de tenen staan, maar dat deerde hem niet.

Roosevelt National Park opgericht ter ere van president en natuurbeschermer Roosevelt.

De macht van landen.

Hoewel politici, zoals in de eerste alinea toegelicht, veel spreken over het belang van natuurbescherming en milieu en er veel verklaringen en verdragen worden ondertekend, zien we als het gaat om natuurbescherming vaak dat een groep bezorgde burgers het op moet nemen tegen machtige landen. Een dergelijk voorbeeld is duidelijk te zien als het gaat om de strijd die de groep Sea Sheperd voert tegen de Japanse walvisvaart. Japan wil een einde maken aan het ruim dertig jaar oude verbod op commerciële walvisvaart. De populatie van bepaalde walvissoorten zou voldoende zijn hersteld om ‘duurzame jacht’ te kunnen hervatten, luidt het argument. Vanaf 1986 is het verboden met commerciële doeleinden op walvissen te jagen. Het probleem is echter dat Japan momenteel gewoon actief op jacht is naar walvissen. Officieel voor wetenschappelijke doeleinden, maar in de praktijk gaat het vaak puur om commerciële verkoop en ordinair geld verdienen. Hoewel landen als Australië en Nieuw-Zeeland zich hier zeer kritisch over uitlaten legt geen enkel land Japan een strobreedte in de weg. Over sancties of een boycot richting Japan spreekt men niet. Slechts één organisatie probeert Japan actief te stoppen. Hoewel Sea Sheperd methoden hanteert waar je twijfels bij kunt hebben; denk bijvoorbeeld aan het rammen van Japanse walvisboten en het saboteren van de schroeven van schepen met touw, is dit wel het enige verzet tegen het overtreden van regels die gemaakt zijn om de dieren te beschermen. De wereld is dus wel bereid verdragen te sluiten om dieren te beschermen, maar in veel gevallen duidelijk niet bereid consequenties op te leggen aan landen die deze regels overtreden. Dit alles omdat economie en kapitaal belangrijker worden geacht dan het voortbestaan van een diersoort.

De Steve Irwin, tot kortgeleden het vlaggenschip van Sea Sheperd in hun strijd tegen de walvisjacht.

‘Het is niet erg dat bepaalde dieren uitsterven’.

De houding van de mens ten opzichte van dieren draagt bij aan het uitsterven van deze dieren. Dit is zeer goed te illustreren aan de hand van de volgende uitspraken van een vooraanstaande Nederlandse wetenschapper (Trouw, juni 2018).

Het is van veel diersoorten niet per se erg als ze uitsterven”, zegt Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “Ik kan me wel voorstellen dat mensen het jammer vinden als bepaalde dieren verdwijnen, zoals tijgers. Dat zijn indrukwekkende en mooie dieren. En het uitsterven van sommige diersoorten leidt tot problemen. Zo wordt het bestuiven van fruitsoorten veel lastiger als de bij verdwijnt. Maar het uitsterven van veel organismen levert geen problemen op en leidt ook niet tot verdriet. Mijn vrouw is bioloog en onderzoekt vijgenwespen. Als die verdwijnen, vind ik dat niet erg. Sommige diersoorten vinden wij waardevol of hebben wij nodig, andere niet.”

Filosoof en bijzonder hoogleraar Bas Haring, ook regelmatig te zien op TV.

Kern van de boodschap van deze bijzonder hoogleraar is dat het jammer kan zijn als bepaalde dieren uitsterven omdat het mooie dieren zijn, dat het soms tot problemen kan leiden maar dat het bij veel dieren niet erg is dat ze uitsterven. Als diersoorten die niet waardevol zijn voor de mens uitsterven, dan is dat geen probleem. Deze redenering, puur vanuit het belang van de mens, zonder ook maar op enige wijze rekening te houden met het feit dat de mens ook een diersoort is die naast vele andere diersoorten zou moeten en kunnen leven, zorgt er in mijn ogen voor dat mensen heel gemakkelijk hun schouders ophalen als ze horen dat de laatste Sumatraanse tijger binnen tien jaar uitgestorven is.

Hoe is het tij te keren?

Als een bijzonder hoogleraar het bovenstaande etaleert, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ wel willen investeren om te proberen het uitsterven van dieren te stoppen? Als de president van het machtigste land ter wereld klimaatproblemen weglacht en geen enkel oog heeft voor natuurbehoud, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ het zich wel aantrekken en een dure elektrische auto aanschaffen? Als landen elkaar niet corrigeren terwijl verdragen geschonden worden, hoe kunnen we dan verwachten dat landen zich wel aan afspraken gaan houden? Als politici vooral veel praten over hoe groen hun partijprogramma is maar vervolgens geen steun voor concrete plannen kunnen verwerven onder de burgers van hun land, hoe kunnen dan ooit plannen echt uitgevoerd worden?

Het probleem staat duidelijk op de agenda, er zijn veel plannen gemaakt, maar het is maar zeer de vraag of deze plannen haalbaar zijn. Daarnaast is het ook maar de vraag of de uitvoering van de plannen het uitsterven van planten en diersoorten kan stoppen.