Thermen Caracalla, een door veel toeristen vergeten schoonheid.

In het oude centrum van Rome, een klein stukje wandelen vanaf het Colosseum en circus Maximus, zijn de ruïnes te zien van een enorm bouwwerk. De gemiddelde bezoeker van Rome heeft hier weinig aandacht voor. Er is immers zoveel te zien in de ‘eeuwige stad’. Toch is de geschiedenis van dit bouwwerk zeer interessant. Het is een plek die in iedere andere stad dé toeristische trekpleister zou zijn. Daarom staan we in dit artikel stil bij de thermen van Caracalla.

Keizer Caracalla.

In 211 werd Caracalla, bijnaam voor Marcus Aurelius Severus Antoninus, keizer van het machtige Romeinse Rijk. In 197 werd hij door zijn vader, keizer Severus, op tienjarige leeftijd al tot mede-keizer benoemd. Het hele jonge leven van Caracalla stond in het teken van het opvolgen van zijn vader. Na de dood van zijn vader greep Caracalla de macht als alleenheerser. Om zijn machtspositie te versterken en een interne machtsstrijd te voorkomen liet hij zijn jongere broer, Geta, en alle aanhangers van zijn broer vermoorden.

Caracalla was net als zijn vader een soldatenkeizer. Hij had oog voor de positie van de Romeinse soldaten en verhoogde hun soldij. Hierdoor was hij mateloos populair onder deze soldaten. Deze populariteit gebruikte Caracalla om verschillende militaire operaties op touw te zetten. Zo voerde hij oorlogen tegen de Alemannen in het noorden en de Parthen (Perzen) in het oosten. Naast de oorlogen en de bouw van de thermen liet Caracalla ook op bestuurlijk vlak een duidelijke voetafdruk achter. Zo gaf hij middels een nieuwe wet bijna alle vrije Romeinse mannen burgerrechten.

Door zijn wrede en meedogenloze houding ten opzichte van iedereen die zijn machtspositie bedreigde, werd hij door leden van de senaat gevreesd en gehaat. Romeinse geschiedschrijvers beoordelen Caracalla zeer negatief. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in 217, tijdens de voorbereiding op een oorlog tegen de Parthen, door tegenstanders werd vermoord. Hiermee kwam er na zes jaar een einde aan het bewind van Caracalla en daarmee ook aan Severische dynastie.

De bouw en het gebruik van de thermen.

De thermen van Nero hebben de standaard gezet voor keizerlijke thermen. Deze standaard werd bijvoorbeeld gekenmerkt door het symmetrische grondplan van de thermen. Deze standaard is ook toegepast bij de Thermen van Trajanus (Thermae Traiani). Tijdens de regering van Trajanus en Hadrianus (tussen ongeveer 100 en 138) zijn de meeste badhuizen gebouwd. In deze periode was het Romeinse Rijk op zijn grootst en zeer welvarend. De thermen van Caracalla waren na de thermen van Trajanus de eerst volgende keizerlijke thermen. Het waren echter wel de grootste thermen tot dan toe gebouwd. Met 11 hectare en plaats voor ruim 2500 bezoekers moet het in die tijd een indrukwekkende plek zijn geweest. Het complex werd in 216 of 217 geopend. De bouw hiervan begon onder het bewind van Severus. Zijn zoon Caracalla voltooide dit. Bijzonder detail hierbij is dat de bouw begon in het jaar waarin Severus overleed (211) en de opening plaatsvond in het jaar waarin Caracalla vermoord werd (217).

De thermen zijn gebouwd met rood baksteen en rijkelijk versierd met prachtige fresco’s en mozaïeken. Zeker twee derde van de vloer was bedekt met vloermozaïeken. Een goed voorbeeld hiervan is een gekleurde atletenmozaïek. Deze wordt tentoongesteld in de Vaticaanse musea. Behalve Fresco’s en mozaïeken werden de thermen van Caracalla ook opgesierd met vele sculpturen.

Een fragment van het atleten mozaïek.

Net als in alle Romeinse badhuizen waren de drie voornaamste ruimtes in het complex het frigidarium (met een koud bad), het tepidarium (met verwarmde vloer en muren) en het caldarium (met warmwaterbaden). Nieuw in dit thermencomplex, en typisch voor de late keizertijd, was dat deze ruimtes werden geflankeerd door een soort ‘fitnessruimtes’ (palaestra), plekken waar men aan sport, gymnastiek en krachttraining kon doen en massages kon geven. En dat was nog niet alles: in het reusachtige complex kon je ook bibliotheken, ontmoetingszalen, feestzalen en uitgestrekte groene tuinen vinden.

Een groot badhuis zoals de thermen van Caracalla heeft veel water nodig. Het complex had om deze reden zijn eigen wateraanvoer via het aquaduct aqua Maricia. Dit aquaduct bevindt zich aan de zijkant van de thermen. Toen het aquaduct vernield werd, konden de thermen van Caracalla, na ongeveer 300 jaar, niet meer gebruikt worden. Daardoor raakte deze in verval.

De reconstructie van het interieur van het badhuis.
Een maquette van de thermen van Caracalla.
Luchtfoto van de thermen zoals ze nu te zien zijn.

De thermen nu.

De thermen van Caracalla, ooit zo modern en prachtig versiert, liggen er nu wat verloren en verlaten bij. In de zomermaanden worden er in het schilderachtig decor van de ruïnes regelmatig opera’s opgevoerd. De thermen komen dan weer heel even tot leven. Het is ook mogelijk het complex te bezoeken als u in Rome bent. Zeer de moeite waard tijd te besteden in deze parel van Romeinse cultuur en bouwkunst.

Hoe een keizer een tuinman werd

De laatste Duitse kaiser.

Frederik Wilhelm Victor Albert van Pruisen, in de geschiedenisboeken beter bekend als keizer Wilhelm II, is de geschiedenisboeken ingegaan als het laatste erfelijke staatshoofd van het Duitse keizerrijk. Vaak wordt hij afgeschilderd als een intelligente maar twijfelende, onzekere en zeer ijdele man. Iemand die harde taal uitte maar op het moment dat er een belangrijke beslissing genomen moest worden zeker niet altijd de juiste beslissing nam. Exemplarisch hiervoor is het ontslag van rijkskanselier Bismarck in 1890. Een harde beslissing van Wilhelm om op deze manier meer macht naar zich toe te kunnen trekken. Gevolg hiervan: een machtsvacuüm in de Rijksdag en een daaruit oplaaiende machtsstrijd die Duitsland van binnenuit bedreigde. Dit terwijl Duitsland juist gebaat was bij stabiliteit en sterke leiders in een tijd van onzekerheid en dreiging in Europa.

 

 

 

 

 

 

 

Wilhelm maakte foute op fout, probeerde Engeland te vriend te houden maar zorgde er met kwetsende uitlatingen voor dat ze een bloedhekel aan hem hadden, voerde een buitenlandpolitiek die niet goed werkte en zag onder andere hierdoor met grote zorgen een verbond ontstaan tussen Frankrijk en Rusland.

 Oorlog

Een andere beslissing van Wilhelm die voor Duitsland en de rest van Europa verstrekkende gevolgen heeft gehad, was zijn besluit in 1914 Oostenrijk-Hongarije te steunen. Door Frankrijk via België aan te vallen mengt ook Engeland zich in de oorlog en creëert Wilhelm naast Frankrijk en Rusland een derde machtige vijand. Tijdens de eerste wereldoorlog nemen de macht en het aanzien van Wilhelm af. Binnen twee jaar na het uitbreken van de oorlog hebben zijn generaals op het slagveld meer te zeggen dan Wilhelm. Waar hij oorspronkelijk de grote opperbevelhebber was, werd hij steeds meer een ‘Schattenkaiser’ die door de Duitse legerleiding, volkomen werd overvleugeld. Dit was vooral te zien na augustus 1916 toen het militaire duo Hindenburg – Ludendorff niet alleen het opperbevel overnam maar ook de politieke verantwoordelijkheid steeds meer naar zich toe trokken. De functie van Wilhelm werd steeds meer een symbolische. Het afnemen van militaire parades en het houden van voorspelbare toespraken waarin de snelle overwinning van Duitsland werd aangekondigd werd een dagtaak.

 

 

 

 

 

Het is dan ook niet heel verrassend dat er aan het keizerschap van Wilhelm II een abrupt einde komt als Duitsland in 1918 de oorlog verliest. Wilhelm is dan al lang het vertrouwen van de legerleiding, de politici en de bevolking kwijt en legt zijn functie neer. Op aanraden van zijn militaire adviseurs vlucht hij met zijn vrouw, Auguste Viktoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg, naar het neutrale Nederland. Op 10 november 1918 vertrekt hij per trein om nooit meer in Duitsland terug te keren. In 59 wagonladingen worden de belangrijkste bezittingen van Wilhelm ook naar Nederland gebracht. Hoewel de rest van de wereld Wilhelm voor de rechter wil brengen voor misdaden tegen de menselijkheid, weigert Nederland hem uit te leveren. Neutraliteit is voor de Nederlandse regering belangrijker dan uitlevering. Wilhelm is veilig maar ontdaan van al zijn functies, zijn macht en wellicht nog erger voor de ijdele Wilhelm, zijn aanzien.

Nederland

Terwijl de onrust in Duitsland aanhoudt legt Wilhelm zich in Amerongen en later Doorn toe op het onderhouden van zijn tuin en het bestuderen van archeologie en geschiedenis. Veel meer kan hij ook niet doen, omdat hij zich niet verder dan 10 mijl van zijn huis in Doorn mag verplaatsen. Lange reizen zijn, tenzij hij toestemming van de Nederlandse overheid krijgt, uitgesloten. Omdat zijn kinderen in Duitsland blijven wonen is de vrouw van Wilhelm één van de weinigen met wie hij contact heeft. Ook blijft Wilhelm zeer regelmatig contact houden met zijn adviseurs. Waarschijnlijk meer voor de vorm dan dat deze overleggen daadwerkelijk enig nut hebben. Wilhelm heeft immers geen enkele (symbolische) functie meer. Ook symbolisch is het dragen van zijn enorme collectie aan uniformen die hij vanuit Duitsland naar Doorn had laten overbrengen. Naast de burgerkleding die Wilhelm soms draagt is hij nog zeer regelmatig te zien in verschillende uniformen, soms zelfs met helm, in het dorpscentrum van Doorn. Deze ijdelheid, een eigenschap waar Wilhelm al zo lang bekend om staat, blijft hij tot zijn dood tentoonspreiden.

Houthakker

Wilhelm blijkt een fanatiek en kundig houthakker te zijn. Wellicht uit verveling hakt hij dagelijks een aantal uren in de grote bosrijke tuin op zijn landgoed. Hij blijft hierdoor tot op hoge leeftijd goed in conditie. Het brengt echter wel een probleem met zich mee. Wilhelm hakt en zaagt zo fanatiek dat hij in zijn eentje zorgt voor de bijna volledige ontbossing van het landgoed.

Dood

In maart 1941 gaat het tijdens dit houthakken mis. Wilhelm raakt onwel. Hij lijkt op te knappen, maar krijgt in juni 1941 last van ademhalingsproblemen. Hij sterft uiteindelijk op 82-jarige leeftijd aan een longembolie. Hoewel er bij zijn begrafenis vele Duitse (oud)generaals aanwezig zijn, waaronder die van de Duitse bezetter en Hitler een enorme rouwkrans laat bezorgen, krijgt Wilhelm II zijn laatste rustplaats in Doorn en niet in Duitsland. Zijn laatste wens, zijn lichaam mag alleen terugkeren naar Duitsland als Duitsland weer een monarchie is, zal waarschijnlijk niet op korte termijn ingewilligd kunnen worden.