Hoe een keizer een tuinman werd

De laatste Duitse kaiser.

Frederik Wilhelm Victor Albert van Pruisen, in de geschiedenisboeken beter bekend als keizer Wilhelm II, is de geschiedenisboeken ingegaan als het laatste erfelijke staatshoofd van het Duitse keizerrijk. Vaak wordt hij afgeschilderd als een intelligente maar twijfelende, onzekere en zeer ijdele man. Iemand die harde taal uitte maar op het moment dat er een belangrijke beslissing genomen moest worden zeker niet altijd de juiste beslissing nam. Exemplarisch hiervoor is het ontslag van rijkskanselier Bismarck in 1890. Een harde beslissing van Wilhelm om op deze manier meer macht naar zich toe te kunnen trekken. Gevolg hiervan: een machtsvacuüm in de Rijksdag en een daaruit oplaaiende machtsstrijd die Duitsland van binnenuit bedreigde. Dit terwijl Duitsland juist gebaat was bij stabiliteit en sterke leiders in een tijd van onzekerheid en dreiging in Europa.

 

 

 

 

 

 

 

Wilhelm maakte foute op fout, probeerde Engeland te vriend te houden maar zorgde er met kwetsende uitlatingen voor dat ze een bloedhekel aan hem hadden, voerde een buitenlandpolitiek die niet goed werkte en zag onder andere hierdoor met grote zorgen een verbond ontstaan tussen Frankrijk en Rusland.

 Oorlog

Een andere beslissing van Wilhelm die voor Duitsland en de rest van Europa verstrekkende gevolgen heeft gehad, was zijn besluit in 1914 Oostenrijk-Hongarije te steunen. Door Frankrijk via België aan te vallen mengt ook Engeland zich in de oorlog en creëert Wilhelm naast Frankrijk en Rusland een derde machtige vijand. Tijdens de eerste wereldoorlog nemen de macht en het aanzien van Wilhelm af. Binnen twee jaar na het uitbreken van de oorlog hebben zijn generaals op het slagveld meer te zeggen dan Wilhelm. Waar hij oorspronkelijk de grote opperbevelhebber was, werd hij steeds meer een ‘Schattenkaiser’ die door de Duitse legerleiding, volkomen werd overvleugeld. Dit was vooral te zien na augustus 1916 toen het militaire duo Hindenburg – Ludendorff niet alleen het opperbevel overnam maar ook de politieke verantwoordelijkheid steeds meer naar zich toe trokken. De functie van Wilhelm werd steeds meer een symbolische. Het afnemen van militaire parades en het houden van voorspelbare toespraken waarin de snelle overwinning van Duitsland werd aangekondigd werd een dagtaak.

 

 

 

 

 

Het is dan ook niet heel verrassend dat er aan het keizerschap van Wilhelm II een abrupt einde komt als Duitsland in 1918 de oorlog verliest. Wilhelm is dan al lang het vertrouwen van de legerleiding, de politici en de bevolking kwijt en legt zijn functie neer. Op aanraden van zijn militaire adviseurs vlucht hij met zijn vrouw, Auguste Viktoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg, naar het neutrale Nederland. Op 10 november 1918 vertrekt hij per trein om nooit meer in Duitsland terug te keren. In 59 wagonladingen worden de belangrijkste bezittingen van Wilhelm ook naar Nederland gebracht. Hoewel de rest van de wereld Wilhelm voor de rechter wil brengen voor misdaden tegen de menselijkheid, weigert Nederland hem uit te leveren. Neutraliteit is voor de Nederlandse regering belangrijker dan uitlevering. Wilhelm is veilig maar ontdaan van al zijn functies, zijn macht en wellicht nog erger voor de ijdele Wilhelm, zijn aanzien.

Nederland

Terwijl de onrust in Duitsland aanhoudt legt Wilhelm zich in Amerongen en later Doorn toe op het onderhouden van zijn tuin en het bestuderen van archeologie en geschiedenis. Veel meer kan hij ook niet doen, omdat hij zich niet verder dan 10 mijl van zijn huis in Doorn mag verplaatsen. Lange reizen zijn, tenzij hij toestemming van de Nederlandse overheid krijgt, uitgesloten. Omdat zijn kinderen in Duitsland blijven wonen is de vrouw van Wilhelm één van de weinigen met wie hij contact heeft. Ook blijft Wilhelm zeer regelmatig contact houden met zijn adviseurs. Waarschijnlijk meer voor de vorm dan dat deze overleggen daadwerkelijk enig nut hebben. Wilhelm heeft immers geen enkele (symbolische) functie meer. Ook symbolisch is het dragen van zijn enorme collectie aan uniformen die hij vanuit Duitsland naar Doorn had laten overbrengen. Naast de burgerkleding die Wilhelm soms draagt is hij nog zeer regelmatig te zien in verschillende uniformen, soms zelfs met helm, in het dorpscentrum van Doorn. Deze ijdelheid, een eigenschap waar Wilhelm al zo lang bekend om staat, blijft hij tot zijn dood tentoonspreiden.

Houthakker

Wilhelm blijkt een fanatiek en kundig houthakker te zijn. Wellicht uit verveling hakt hij dagelijks een aantal uren in de grote bosrijke tuin op zijn landgoed. Hij blijft hierdoor tot op hoge leeftijd goed in conditie. Het brengt echter wel een probleem met zich mee. Wilhelm hakt en zaagt zo fanatiek dat hij in zijn eentje zorgt voor de bijna volledige ontbossing van het landgoed.

Dood

In maart 1941 gaat het tijdens dit houthakken mis. Wilhelm raakt onwel. Hij lijkt op te knappen, maar krijgt in juni 1941 last van ademhalingsproblemen. Hij sterft uiteindelijk op 82-jarige leeftijd aan een longembolie. Hoewel er bij zijn begrafenis vele Duitse (oud)generaals aanwezig zijn, waaronder die van de Duitse bezetter en Hitler een enorme rouwkrans laat bezorgen, krijgt Wilhelm II zijn laatste rustplaats in Doorn en niet in Duitsland. Zijn laatste wens, zijn lichaam mag alleen terugkeren naar Duitsland als Duitsland weer een monarchie is, zal waarschijnlijk niet op korte termijn ingewilligd kunnen worden.