Het Nederlandse aandeel in De Waffen SS

Rond de 22.000 Nederlanders hebben op vrijwillige basis gediend in de Waffen-SS. in verhouding tot andere landen leverde Nederland het grootste aandeel vrijwilligers. Lang is een getal genoemd, namelijk 55.000 vrijwilligers die Nederland geleverd zou hebben, maar recenter onderzoek en vrijgekomen bronnenmateriaal heeft dankzij onderzoek van de Nederlandse historicus In`t Veld aangetoond dat dit aantal dus ruim gehalveerd diende te worden om een meer accurate weergave van het Nederlandse aandeel binnen de Duitse elitetroepen weer te geven.

Nederlandse vrijwilligers deden zich voor in alle eenheden van het Duitse leger. Het gros echter maakte deel uit van enkele eenheden binnen de Waffen-SS, te weten de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade, het SS-Panzer-Grenadier Regiment 10 “Westland” van de “Wiking” Division, en het Freiwilligenlegion “Niederlande” (Vrijwilligerslegioen Nederland), of in de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division “Landstorm Nederland”.

Motieven

In een artikel van Evertjan van Roekel uit 2010 werd gesteld dat uit dagboeken van Nederlandse vrijwilligers bleek dat voor het gros gold dat zij zich niet aanmeldden vanwege een dominant aanwezig gevoel van anti-semitisme of rassenhaat, maar dat meer de zucht naar sensatie en avontuur, of een bewondering voor wat Hitler in Duitsland deed en de ideologie die hij ten toon spreidde.

Inzet

Nederlanders die vochten bij de eerder genoemde onderdelen werden ingezet aan het Oostfront, maar ook in Kroatië, bij de strijd tegen de partizanen. Het is vrijwel zeker dat ook Nederlanders onder de vlag van de Waffen SS hebben deelgenomen aan misdaden tegen de menselijkheid en bijvoorbeeld krijgsgevangenen doodschoten, ook dit blijkt namelijk uit dagboekfragmenten. Hiermee kan echter niet worden gesteld dat dit gold voor de gehele groep van Nederlanders binnen de Waffen SS.

Na de oorlog

Teruggekeerde Nederlanders die uit de handen van de Russen hadden weten te blijven op hun vlucht naar het westen die dienst hadden genomen bij de Waffen SS, werden ondergebracht in drie kampen; Vucht, de Harskamp en Westerbork. Aanvankelijk werden zij bewaakt door de geallieerde strijdkrachten, maar later werd de bewaking overgedragen aan voormalig leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In de jaren `50 waren de meesten van hen weer “vrij”. Echt vrij waren ze niet, het Nederlands staatsburgerschap kregen ze niet en ook de samenleving koesterde weinig sympathie voor de collaborateurs met de Nazi`s van weleer.

De waanzin van oorlog

De waanzin van oorlog.

Terwijl ik over het strak gemaaide gras loop kijk ik langs de rijen witte stenen. Sommige met naam en leeftijd, velen zonder. In mijn hoofd spreek ik de namen uit. Ik lees de persoonlijke inscripties die de familie onderaan de grafsteen kan laten inbeitelen. Soms staat er een kaartje bij met een persoonlijke boodschap of meer informatie over overledene. Bijna driekwart van de mannen die hier begraven zijn, zijn jonger dan ik ben. En dat terwijl ik soms het idee heb dat mijn leven nog maar net begonnen is. Veel van deze jongens hebben nooit de kans gekregen om na te kunnen denken over hun toekomst, hebben nooit een vriendinnetje gehad en hebben nooit meer van de wereld gezien dan hun geboorteplaats en de blubber en klei van de Belgische loopgraven. Na enkele minuten merk ik dat ik de namen die even in mijn hoofd zaten heel snel weer vergeet. Ik loop terug omdat ik lees dat twee jongens uit hetzelfde dorp komen. Zullen ze elkaar gekend hebben? Misschien waren dit wel vrienden van elkaar of zaten ze op dezelfde basisschool. Na een uur heb ik nog niet eens een kwart van de begraafplaats gehad. Ik wil al deze mannen wel een laatste eer bewijzen, maar dat kan gewoon niet. Het zijn er teveel. En dit is slechts één van de vele begraafplaatsen in de omgeving van Ieper. Terwijl er weer een bus met Engelsen stopt en om mij heen een schoolklas druk bezig is met het maken van selfies wandel ik wat verdoofd de begraafplaats af. Waanzin.. , niet te bevatten waanzin..

‘Alle oorlogen leven van bloed en het verdriet van moeders die hun kinderen kwijt zijn geraakt’. Een vrije vertaling van een zin uit het lied Mrs. McGrath van Bruce Springsteen. Een zeer rake vertaling wat mij betreft. Oorlogen kennen geen winnaars. De politici van landen die zich uitroepen tot winnaar hebben geen oog voor de enorme prijs die gewone burgers en militairen betalen ten tijde van oorlog. Het was in november dit jaar precies 100 jaar geleden dat de kanonnen van de Eerste Wereldoorlog zwegen. Deze oorlog is voor mij, en velen met mij, het sprekende voorbeeld van hoe waanzinnig en zinloos oorlog is. Lees hieronder slechts enkele voorbeelden van bizarre gebeurtenissen tussen 1914 en 1918.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voor de eerste keer gas als wapen gebruikt. In 1915 werd bij het Belgische Ieper door de Duitsers chloorgas ingezet. De effecten hiervan waren zeer groot en het had blijkbaar het gewenste effect waardoor ook korte tijd later de Engelsen en Fransen gas gingen inzetten. Er ontstond een ware wedloop op het maken van zo effectief mogelijke wapens waarmee het gas kon worden verspreid. In Duitsland ontstond een lobby onder leiding van chemicus Fritz Harber. Deze chemicus ontwikkelde het in de oorlog veel gebruikte chloorgas en pleitte voor het zoveel mogelijk gebruiken van dit gas als wapen. Volgens deze wetenschapper was het dodelijke chloorgas veel humaner dan het gebruik van machinegeweren. Als we kijken naar de effecten van het gebruik van chloorgas op het menselijk lichaam, is deze visie van Harber op z’n minst opmerkelijk te noemen. Chloorgas zorgt voor een lange zwelling van de slijmvliezen in luchtwegen en longen. Gevolg hiervan is dat degene die dit gas binnen krijgen langzaam stikken in hun eigen organen. Fritz Harber vermoedde tijdens de oorlog al dat hij na de oorlog aangeklaagd zou worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Dit is nooit gebeurd. Bizar genoeg kreeg Harber in 1918 echter juist de prestigieuze nobelprijs voor de ontwikkelingen die hij op chemisch gebied voor elkaar had gekregen.

Blindheid, kapotte longen en niet meer kunnen slikken waren de symptomen van hen die er nog goed af gekomen waren.

Slachtoffers van de gasaanval bij de tweede slag om Ieper 1915.

De slag om Verdun, waarbij de Fransen en Duitsers op sommige plekken slechts enkele tientallen meters van elkaar af in de loopgraven zaten, duurde van februari 1916 tot december 1916 en maakte naar schatting 700.000 slachtoffers. Er werd tijdens de gevechten het waanzinnige aantal van ruim 60 miljoen granaten afgeschoten. Dit komt neer op 150 granaten per vierkante meter. Twintig procent van deze granaten ontploften niet. Hierdoor zijn bepaalde gebieden rond Verdun levensgevaarlijk en ten strengste verboden om te bezoeken. Naast onontplofte granaten moeten er in dit gebied nog tienduizenden lichamen in de grond te vinden zijn.

Het slagveld van Verdun vandaag de dag. Tot 70 jaar na het einde van de oorlog groeide hier geen inheemse bloemen, planten en bomen meer. De vele kraters geven nog enig inzicht in de hel die dit gebied bijna een jaar lang moet zijn geweest.

In de vroege ochtend van 11 november 1918, slechts een paar uur voordat het op handen zijnde staakt het vuren ingaat, komen enkele tientallen Amerikaanse mariniers om bij een poging tot het oversteken van een brug over de rivier de Maas in België. Toen een hoge Amerikaanse officier later die dag aan één van de overleven van de mislukte aanval vroeg waarom ze in godsnaam de brug over probeerden te rennen terwijl de Duitsers met machinegeweren konden prijsschieten kreeg hij een even aandoenlijk als waanzinnig antwoord. De sergeant keek de hoge officier aan en zei; ‘Onze commandant vertelde ons dat hij de rivier over ging steken en dat hij verwachtte dat zijn mannen met hem mee zouden gaan.’ ‘Natuurlijk konden we hem niet alleen laten gaan.’ ‘We hadden teveel samen meegemaakt en we hielden teveel van hem.’

In 1914 besluit Stephen Brown zich aan te melden bij het Britse leger. Hij zegt 17 ½ te zijn zodat men zijn aanmelding accepteert. Stephen schrijft veel brieven naar zijn moeder, die in Engeland wacht op een teken van leven. De brieven van Stephen geven een huiveringwekkend inzicht in de gedachten van bange jongen die in de totale gekte van een oorlog is beland.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am alright. I am enjoying myself… I will soon be home.

Love from Steve

Op 13 december 1914 schrijft Stephen optimistisch een kaartje naar huis. Hij is net aangekomen aan het front in Frankrijk. Hij heeft zin in avontuur en verwacht dat hij snel weer thuis zal zijn.

In april 1915 is Stephen een stuk minder optimistisch. Hij moet terug naar het front nadat hij in december al aan het front is geweest. De gruwelen van de dingen die hij gezien en meegemaakt heeft moeten nog iedere dag door zijn hoofd spoken. Uit de brief spreekt zijn angst. Waar Stephen eerder heeft gelogen over zijn leeftijd om toegelaten te worden tot het leger, smeekt hij nu of zijn moeder zijn leidinggevende wil schrijven dat hij slechts 17 is in de hoop dat hij naar huis mag.

Dear Mother

Just a line to let you know that I am quite well. I am for the front on Tuesday. But if you write to the Commanding Officer and say I am only seventeen it will stop me from going. Get it here before Tuesday for I cannot get a pass to come and see you. Don’t forget.

From Stephen

Of moeder niet of te laat geschreven heeft is onbekend. Feit is dat Stephen toch terug naar de frontlinie moet. Hij stuurt zijn moeder nog een foto van hemzelf en twee vrienden en wenst haar goede gezondheid toe. Op vier mei 1915, enkele weken na het sturen van de brief en een paar dagen na het sturen van de foto, raakt Stephen Brown dodelijk gewond. Zijn lichaam vinden ze zes dagen later in de Franse klei. Stephen is nog geen achttien als hij het leven verliest.

De brief waarin Stephen Brown zijn moeder smeekt zijn leidinggevende te schrijven in de hoop dat hij naar huis mag.

Het laatste Engelse slachtoffer is George Ellison. Vier jaar lang heeft deze voormalig mijnwerker van 40 in de loopgraven geleefd. Vier jaar lang heeft hij het geluk gehad niet zwaargewond te raken of te overlijden. Vier jaar lang heeft George uitgezien naar het terugzien van zijn vier jarige zoontje James. Slechts enkele minuten voordat het staakt het vuren ingaat verliest George het leven tijdens een laatste patrouille rond de stad Bergen in België. Hij is hiermee het laatste officiële Engelse slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Het laatste officiële slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog is de Amerikaan Henry Gunther die om 10.59 uur, slechts één minuut voor het neerleggen van de wapens, om het leven kwam.

George Ellison, het laatste Engelse slachtoffer.