Misschien wel de beste ridder ooit.

In de geschiedschrijving noemen historici William Marshal vaak als de beste ridder die ooit leefde. De succesvolle Engelse ridder en graaf van het graafschap Pembroke diende vijf koningen, won vele riddertoernooien en was de beschermheer van jonge koning Henry III. William speelde vanaf zijn jonge jaren tot aan zijn dood in 1219 een belangrijke rol in de Engelse geschiedenis. De vraag is echter of deze titel en de eer hiervan terecht aan William Marshal worden toegeschreven..

Want er is nóg een kandidaat die de titel ‘beste ridder ooit’ zou kunnen dragen. Een man van bescheiden afkomst die uitgroeide tot één van de belangrijkste ridders en legerleiders van het Franse leger tijdens de 100-jarige oorlog (1337-1453). Een legendarische ridder met de bijnaam ‘De arend van Brittannië’. Een man waarbij mythes en waarheden over zijn leven door elkaar lopen. Wat was dit voor een man en hoe verliep zijn leven? En verdient deze man de titel ‘de beste ridder ooit’ ten koste van William Marshal?

De zware jonge jaren van Bertrand.

Bertrand du Guesclin werd geboren omstreeks 1320 op landgoed Motte-Broons. Dit thans verdwenen landgoed lag in het noordwesten van Frankrijk, regio Bretagne. De familie du Guesclin was van lage adel en leende, zoals zo vaak gebeurde in de Middeleeuwen, het stuk grond waarop ze leefden. In diverse boeken wordt Bertrand beschreven als een ongeletterde, boerse en volgens sommige bronnen zelfs lelijke jongen. Een uit de kluiten gewassen lompe jongeman. Hoewel schoonheid een kwestie van smaak is, had Bertrand in zijn jeugd wel veel last van zijn voorkomen en uiterlijk. Zoals de kroniekschrijver Cuvelier schrijft: “Zijn vader en moeder haatten hem zo erg, dat ze diep in hun hart vaak wensten dat hij dood of verdronken was.” De verachting, vernedering en schijnbare onrechtvaardigheid waarmee hij zijn gehele kindertijd te kampen had gehad, uitte zich in ongehoorzaamheid, koppigheid en opstandigheid en in zijn vurige, ontembare karakter. Hij zou volgens sommige bronnen tijdens de banketten niet aan de grote tafel bij zijn ouders en broers mogen eten en moest aan de zijkant van de eetzaal plaatsnemen. Volgens andere bronnen zou hij zelfs verstoten zijn door zijn ouders vanwege zijn uiterlijk. Bewijs voor deze bewering heb ik nergens kunnen vinden. In ieder geval had hij een zeer zware jeugd en leek Bertrand du Guesclin in zijn jonge jaren in niets op de legende die hij ooit zou worden. Hoewel, vanaf negenjarige leeftijd organiseerde hij gevechten tussen jonge jongens op het landgoed van zijn vader. Hij gaf bevelen en liet de jongens deze direct opvolgen. Zijn vader, Robert, was hier niet blij mee en liet Bertrand zelfs enige tijd opsluiten. Misschien zag men hier wel voor het eerst tekenen van de legerleider die Bertrand ooit zou worden.

Beeld van Bertrand du Guesclin als kind.

Een dappere ridder staat op.

In 1337 nam Bertrand du Guesclin deel aan zijn eerste riddertoernooi. Hij was op dat moment 17 jaar oud. Omdat de vader van Bertrand weigerde geld uit te geven om voor zijn zoon een harnas en wapens te kopen, moest hij deze lenen van een ander familielid. Tijdens het toernooi in Rennes maakte hij, onherkenbaar door zijn geleende harnas en paard, indruk en wist hij menig spel te winnen. Zijn vader nam ook deel aan dit toernooi en daagde de onbekende strijder uit voor een gevecht. Volgens de overlevering zette Bertrand zijn helm af. Zijn vader zag hem en was blij verrast dat zijn zoon de onbekende ridder was, en bezwoer hem nooit meer zo slecht te behandelen.

Bertrand als ridder tijdens het toernooi in Rennes.

Bertrand als legerleider.

In ditzelfde jaar stierf de Franse koning en daarmee het koningshuis van de familie Capet. De machtsstrijd om de Franse kroon die daarop volgde noemen wij de 100-jarige oorlog. Du Guesclin was op dit moment net volwassen en hoopte dat hij een kans kreeg zich in deze oorlog te onderscheiden in gevechten. Dit lukte de eerste jaren van de oorlog niet echt. Bertrand nam geen deel aan de eerste grote veldslagen van de 100-jarige oorlog maar vocht slechts in kleine plaatselijke gevechten. Zijn machtspositie veranderde echter in 1353, het jaar dat zijn vader, Robert du Guesclin, overleed. Bertrand erfde het landgoed en een groot deel van het kapitaal van zijn vader. Volgens de overleveringen huurde hij een leger van ongeveer 60 ridders in met wie hij in de bossen van Bretagne gevechten leverde met Engelse soldaten. Hij gebruikte hier technieken die we tegenwoordig guerrilla-technieken zouden noemen. Snelle aanvallen, chaos scheppen en weer verdwijnen in de bossen. Hoewel het op deze manier vechten tegen alle ridderlijke waarden en regels inging, bleek het wel zeer effectief en ontwikkelde zich al snel mythevorming rond het huurlingenleger van Bertrand. De basis voor zijn bijnaam; ‘De arend van Brittannië’ was gelegd.

Bertrand op de leeftijd dat hij steeds meer macht en aanzien krijgt.

Officieel ridder.

Tijdens de 100-jarige oorlog streden er ook twee partijen om de macht in de provincie Bretagne. In deze mini-oorlog binnen de grotere oorlog koos du Guesclin de kant van de door de Franse koning gesteunde Charles du Blois. Toen de Engelsen in april 1354 het kasteel van Montmuran belegerden nam du Guesclin met zijn huurlingenleger deel aan het ontzetten van dit kasteel. De belegering werd opgeheven en het kasteel bleef Frans. Als beloning werd hij geridderd door de Franse koning. Hiermee nam zijn status enorm toe.

De rol van du Guesclin tijdens de 100-jarige oorlog.

De legende van Bertrand du Guesclin groeide de jaren daarna snel. Het hoogtepunt was het ontzetten van de stad Rennes tussen 1356 en 1357. Rennes nam een sleutelpositie in noord-Bretagne in en als die stad zou vallen was er voor de rest van Bretagne ook geen houden aan. Het bevel over de Engelse belegeraars van Rennes lag in handen van hertog Henri van Lancaster, een jongere broer van de Engelse koning. Door middel van het gebruiken van diplomatie, handige trucjes en goede tactieken bliezen de Engelsen na enkele maanden de aftocht, overtuigd dat een langere belegering niet zinvol is. Een voorbeeld van één van deze handigheidjes was het plan van du Guesclin om een aantal hooggeplaatste Engelsen uit te nodigen voor een diner in de stad. Officieel om met hen te kunnen onderhandelen, maar eigenlijk vooral om hen te laten zien dat het goed ging met de stad. Hoewel de belegering al enkele maanden duurde en het eten nagenoeg op was, werd het laatste eten gebruikt om een groots diner voor te kunnen zetten aan de Engelsen. Deze waren hierdoor overtuigd dat het eten in de stad nog lang niet op was en dat de belegering weinig zinvol was geweest. Hierna werd de belegering afgebroken en trokken de Engelsen zich terug.

In 1364 ging het voor de door Bertrand du Guesclin en Franse koning gesteunde Charles du Blois vreselijk mis. In de slag bij Auray werden ze verslagen door de Engelse legers. Du Blois kwam om in de strijd en du Guesclin moest zich overgeven. Hij werd gevangen genomen door de Engelsen. De Franse koning Karel V betaalde persoonlijk de 100,000 Franc losgeld om hem vrij te kopen. Dit zegt iets over de band die du Guesclin had met de Franse koning en hoe belangrijk hij was voor het Franse leger.

Koning Karel V (de wijze) van Frankrijk.

Voor het vaderland naar Spanje.

Tussen 1366 en 1370 stuurde de Franse koning Bertrand naar Spanje. Legers van Spaanse koninkrijkjes, Engeland en Frankrijk waren met elkaar slaags geraakt. Ook hier vocht Bertrand du Guesclin met een klein huurlingenleger namens Frankrijk tegen de Engelsen. Hoewel hij nog een keer krijgsgevangene werd gemaakt en wederom werd vrijgekocht door de Franse koning, wist hij er uiteindelijk voor te zorgen dat de Engelse troepen zich terugtrokken uit Spanje. Met de titel “Graaf van Molina” op zak keerde du Guesclin terug naar Frankrijk waar in de oorlog met Engeland een nieuwe hevige fase was aangebroken. 

Terug in Frankrijk.

Eenmaal terug in Frankrijk benoemde de Franse koning Karel V hem tot de belangrijkste militaire leider van het land. Er was regelmatig direct contact voor tactisch en strategisch overleg tussen de koning en du Guesclin. Bertrand du Guesclin was nu één van de machtigste mensen in Frankrijk. Omdat deze positie altijd werd gegeven aan iemand van hoge adel, was du Guesclin een uitzondering. Een enorme eer en verantwoordelijkheid. In de standenmaatschappij welke Frankrijk op dat moment had was het voor de adel van Frankrijk niet gemakkelijk te accepteren dat dit ambt bekleed werd door iemand van lage adel. Tijdens zijn tijd als militair leider had du Guesclin dan ook constant moeite de Franse adel onder controle te houden. Van een soepele samenwerking was nooit sprake. Dit ondanks het feit dat hij steeds weer bewees een briljant tacticus en legerleider te zijn. Zo veroverde hij de provincies Poitou, met als hoofdstad Poitiers en Saintonge, beide in het westen van Frankrijk. De Engelse legers werden hier zo verpletterend verslagen dat de Engelse prins Edward of Woodstock, ook wel de ‘Black Prince’ genoemd, zich terugtrok uit Frankrijk.  Betrand du Guesclin wist de Engelsen uit een groot deel van Frankrijk te jagen en liet de Franse marine zware aanvallen uitvoeren op de Engelse kust. De Fransen konden hierdoor steeds meer uit hun verdedigende posities komen en de Engelsen stad voor stad terugdringen.

Het laatste gevecht.

In 1373 boekte du Guesclin zijn laatste grote overwinning op de Engelsen. Dit was tijdens de slag om Chitzé. Deze stad, gelegen aan de westkust van Frankrijk, werd bezet door het Engelse leger. Du Guesclin liet zijn legers de stad belegeren. Toen de Engelsen een leger naar de stad stuurden om de belegering op te heffen werd dit leger door du Guesclin opgewacht en verslagen. Wederom maakt hij hier gebruik van zijn kenmerkende stijl en tactiek tijdens de gevechten. Hij vermeed een oorlog in open veld, en voerde verrassingsaanvallen uit om de vijand te verzwakken en vervolgens te verslaan. De stad werd ontzet en was weer onder Franse controle. Hiermee eindige de Engelse dominantie in het westen van Frankrijk.

Overlijden en begrafenis van du Guesclin.

Du Guesclin overleed na een kort ziekbed in 1380 tijdens het belegeren van de stad Châteauneuf-de-Randon, bij Mende in het Zuid-Franse Département Lozère. Hij werd 60 jaar oud. Na deelgenomen te hebben aan zeven grote veldslagen waarvan twee als leider van het Franse leger, was zijn veldtocht voorbij.

Rouw na het overlijden van Bertrand du Guesclin.

Volgens zijn wens werd zijn gebalsemde lichaam overgebracht naar Dinan in de provincie Bretagne. In de zuid-Franse stad Le Puy werd zijn lichaam gebalsemd. De ingewanden van du Guesclin werden bijgezet in de plaatselijke kerk. De rouwstoet trok verder in noordelijke richting. Een aantal dagen later bleek dat de balseming niet goed was gelukt. Het lichaam begon te ontbinden. Het vlees werd van de botten gescheiden om verdere ontbinding te voorkomen. Het lichaamsvlees van du Guesclin werd begraven in Clermont-Ferrand. De rouwstoet trok verder noordwaarts met het skelet en het hart. Vlakbij Parijs bracht een officier het koninklijk bevel dat het lichaam van du Guesclin in Saint Denis, een buitenwijk van Parijs, moest worden begraven en niet in Dinan zoals hij zelf wilde. Zijn overblijfselen werden hier dan ook begraven. Het hart ging terug naar Dinan, de plek waar du Guesclin vandaan kwam en veel van zijn gevechten had uitgevochten. Hij was thuis. Zijn tactieken werden door de Franse legers nog eeuwenlang gebruikt, zo zou ook Jeanne d’Arc de guerrillatactieken van Bertrand du Guesclin hebben gebruikt.

Misschien wel de beste ridder ooit?!

Du Guesclin groeide uit van een jongen die zelfs door zijn ouders minacht werd tot de legerleider van Frankrijk. Een winnaar van riddertoernooien, briljant strateeg en vertrouweling van de Franse koning. Ondanks alle tegenslagen wist hij zijn stempel te drukken op de 100-jarige oorlog. Op de vraag of hij ten koste van William Marshal de betere ridder is verschillen de meningen (hoe kan het ook anders). Ook het palmares van William Marshal is imposant, vooral ook als het gaat om behaalde overwinningen in toernooigevechten. Buiten kijf staat dat het twee uitmuntende ridders zijn geweest.

Het gezicht van Bertrand zoals in steen te zien is op zijn grafmonument in Dinan.



Gele Hesjes

 

De straten van Parijs branden! Duizenden mensen mobiliseren zich, gehuld in gele hesjes als blijk van eenheid onder de demonstranten, door de binnenstad. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Het geweld dat er mee gepaard gaat laat duidelijk zien dat de gele hesjes het niet eens zijn met het onder de Franse Minister-President Macron gevoerde beleid. Waarom zien we de demonstraties in Frankrijk wel met geweld gepaard gaan niet in Nederland? Op welke manier probeert de regering de menigte weer tot bedaren te brengen en welke rol speelt de media hier in?

Macron

In zijn verkiezingscampagne in 2017 trok Macron fel van leer tegen Parie Le Pen van Front National, de partij aan de uiterst rechtse zijde van het politieke spectrum in Frankrijk. Hij gaf het grote publiek aan dat zij die niets met de politiek van extreem-rechts te maken willen hebben, bij hem toch het beste af zouden zijn. Enfin, Macron werd verkozen en pakt nu met zijn liberale beleid juist die groepen in Frankrijk aan, die benoemd werden in de politieke agenda van Le Pen destijds, de arme minderheden in de banlieu.

Wie zijn ze?

Wie lopen er allemaal tussen die gele hesjes? Het antwoord laat een zeer divers publiek zien; van progressief links, tot extreem rechts, maar ook jonge en vooral ook oudere vrouwen, die voor de toekomst van hun kinderen opkomen. Het geeft aan dat het niet louter de stem van de extremen is die zich laat horen, maar ook de (lage) middenklasse bijvoorbeeld. Mensen komen amper nog rond en jonge volwassenen kunnen niet meer gaan studeren, komen niet aan een baan, laat staan een huis. Het is de resultante van het regeringsbeleid in Frankrijk en de groeiende kloof die als gevolg hiervan is ontstaan tussen arm en rijk. Mensen die al nauwelijks rond kunnen komen en geconfronteerd worden met extra belastingheffing op niet alleen brandstof maar ook andere zaken, in de wetenschap dat de regering rijk zijn beloont met het afdragen van nauwelijks belasting, gaan op de barricades staan.

Ontevredenheid

Ik noem een voorbeeld; vliegtuigmaatschappijen in Frankrijk, worden nauwelijks belast ondanks dat zij één van de grootst vervuilende sector is van de economie, in een tijd dat het regeringsbeleid vertelt aan de gewone man dat ze groener naar het werk moeten rijden en dus zwaarder belast worden teneinde dit te realiseren. Typisch gevalletje hypocriet dus. Nog een voorbeeld waar terecht ontevredenheid onder de bevolking uit zou kunnen ontstaan; De voorzitter van Renault, zit vast in Japan wegens belastingontduiking terwijl hij een miljoenensalaris geniet. Dit terwijl de loonontwikkeling achter blijft bij de salarisontwikkeling in de hogere echelons en de groeiende mate van vervangen van mensen op de vloer door toenemende robotisering. Hier moeten dan banen voor terugkomen door het omscholen van medewerkers (voor een deel, maar hoe groot is dat deel?), maar wie gaat dat betalen? Dat is trouwens niet uniek voor Frankrijk. Dat zien we in Nederland ook. Hoeven we alleen maar te kijken naar de vastlopende Cao-onderhandelingen tussen bijvoorbeeld FME, de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie en de FNV.

Afleiding

De elite onderschat het groeiende probleem en heeft te lang de broeiende en groeiende onrust genegeerd. De geest is uit de fles en moet weer beteugeld worden. Macron als symbool van de bestuurlijke elite lijkt niet te begrijpen dat je geen huis kunt betalen in de stad waar je je boterham verdient en daardoor dus een auto nodig hebt waarbij je vanwege je karige loon geen extra belasting kunt betalen. Nu is er gisteren in Frankrijk een terreuraanslag geweest in Straatsburg waarbij vier gewonden zijn gevallen, de kersttijd is weer aanstaande zullen we maar zeggen en het extremisme binnen de Islam moet zich weer roeren op het Europese vasteland. Voordeel voor de Franse regering zou kunnen zijn dat dit de aandacht kan verleggen van dat andere actuele probleem, waar het gaat om de grote massa. De regering heeft opgeroepen niet te gaan demonstreren om te sympathiseren met de slachtoffers van de aanslag in Straatsburg. Ook verschijnen er overal in de media berichten hoe ontwrichtend de acties zijn voor de economie. Dus de schuld van de situatie die de mensen de straat op brengt wordt terug in de schoenen geschoven van de protestanten.

Nederland

In Nederland zien we ook mondjesmaat protesterende gele hesjes, de boodschap is op grote lijnen hetzelfde, voor zover die helemaal duidelijk is, want echte leiders binnen de hesjes die de boodschap vertolken zijn er niet echt, maar de demonstraties verlopen vreedzaam. Fransen kennen met revoluties nu eenmaal een gewelddadige traditie, zeker in Parijs. In Nederland is dat minder en zeker vandaag de dag. Want de eenheid die je onder de Franse protestanten ziet, zie je hier niet terug. Iedereen preekt toch een beetje voor eigen parochie, zo lijkt het. In Nederland wordt je op voorhand ook al door de staat duidelijk gemaakt dat er grote problemen rijzen als je je belasting even niet betaald hebt, want dan heb je de politie aan de deur, waardoor je wel twee keer nadenkt voordat je tot geweld overgaat.

Succesvol

In elk geval zijn de acties van de gele hesjes in Frankrijk nu al geslaagd. Zij hebben de elite het gezicht laten zien van een grote vergeten groep mensen. Enkele maatregelen zijn teruggedraaid, in ieder geval voor nu. Het dwingt de elite na te denken over de manier waarop deze groep hun leven moet leiden omdat ze geen keuzevrijheid door koopkrachtontwaarding meer hebben.