Babyfabrieken in het Derde Rijk

 

R. Smienk en R. Willems

De taak van de vrouw in het Derde Rijk diende als voornaamste doel kinderen krijgen en deze opvoeden naar nationaal-socialistisch model. Voor zover er al sprake was van enige emancipatie voordat Adolf Hitler aan de macht kwam, werd deze vanaf 1933 rigoureus verder de kop ingedrukt. De kinderen van arische ouders vormden de toekomst van het Duitsland dat Hitler voor ogen had. Het krijgen van kinderen was daarom niet langer privé-aangelegenheid maar een staatszaak. Op allerlei manieren werd het volk dat paste binnen het Arische model aangezet tot het krijgen van zoveel mogelijk kinderen, teneinde de zogenaamde “noordelijke rassen”, te redden van de ondergang, gelet op de demografie. De dalende geboortetrend in Nazi-Duitsland was namelijk een bron van grote zorgen voor het Derde Rijk.

Himmlers ‘kindje”

Heinrich Himmler, de Reichsführer SS (Hoofd van de SS, de Schutzstaffel), bedacht een programma om kinderen met zuiver arisch bloed te kweken door SS-leden (die bij toetreding tot de SS al hadden bewezen te voldoen aan de gestelde criteria) te laten paren met vrouwen die ook voldeden aan de erfelijk-biologische rassencriteria die als volgt werden omschreven:

  1. De vrouw in kwestie moest het Groot-certificaat van afstamming kunnen overleggen, met gagarandeerde zuiverheid vanaf  het jaar 1800.
  2. Het overleggen van een gezondheidsverklaring met daarin opgesomd alle erfelijke afwijkingen.
  3. Rassenbeoordeling door (aanvankelijk enkel) een SS-arts
  4. Invullen van een vragenlijst omtrent beroep, partijlidmaatschap, huwelijksperspectieven en levenschronologie.
  5. Verklaring onder ede voor ongehuwden dat de vader van het kind, de biologische vader was.

Lebensborn

Het programma kreeg de naam Lebensborn en viel als onderafdeling onder de verantwoording van de SS. Hierdoor kon het programma een geheim karakter krijgen en werden ongehuwde, alleenstaande vrouwen ondergebracht in speciaal voor de bevalling ingerichte tehuizen. Vrouwen konden zich volledig anoniem aanmelden. Desgewenst kon een aanstaande Lebensborn-moeder bevallen ver van haar woonplaats verwijderd, zodat ongemakkelijke vragen van nieuwsgierigen niet aan de orde zouden komen. De vrouw had na bevalling een aantal opties: zij kon kiezen voor adoptie, voor een baan in het tehuis en dagopvang. Indien de vrouw in kwestie ongehuwd bleef nam Lebensborn de voogdij van het kind op zich. De medische zorg in Lebensbornhuizen was goed. Zo goed, dat vrouwen van SS-officieren graag bevielen in één van de tehuizen onder de Lebensbornvlag. Geboren kinderen kregen een rituele doop. Het ritueel hield dolkoplegging onder een hakenkruisvlag in. Aanvankelijk had het Lebensbornprogramma een enkel discriminerend karakter maar dat zou snel veranderen en dat is ook waarom het programma zo berucht is geworden. Het Lebensbornprogramma werd naast Das Ahnenerbe de meest belangrijke organisatie achter de SS-ideologie (onvoorwaardelijke trouw aan Hitler met nationaal-socialisme als centraal kader).

Stimulans

Jonge meisjes kregen op school te horen dat ze zo jong mogelijk moesten trouwen zodat ze zo snel mogelijk konden beginnen met het krijgen van kinderen. Jeugdorganisaties als de Hitlerjügend en Bund Deutscher Mädel speelden een centrale rol in deze naziopvoeding, wat meer weg had van hersenspoelen. In 1933 werd de ‘huwelijkslening’ ingevoerd. Pasgetrouwde stellen kregen 1000 rijksmark lening als de vrouw stopte met werken. 1000 rijksmark was een aanzienlijk bedrag in die tijd en stond voor de gemiddelde Duitser gelijk aan een klein jaar werken. Voor ieder kind dat het stel kreeg werd 25% van de lening kwijtgescholden. Het aantal stellen dat gebruik maakte van deze regeling steeg gestaag en in 1938 hadden ruim 1,1 miljoen Duitsers een ‘huwelijkslening’. Gevolg hiervan was, zoals ook de stimulans bedoeld was, een flinke toename in het aantal geboren kinderen. Naar schatting werden zo`n 8.000 kinderen geboren binnen het programma, waarvan de meeste kinderen buitenechtelijk werden verwekt en daar waar het de Duitse huizen betreft. In de Noorse Lebensborn-huizen werden naar schatting nog eens zo`n 9.000-12.000 kinderen geboren.

Onderscheidingen

Dat men in nazi-Duitsland gek was op het geven van onderscheidingen en medailles is bekend. Niet alleen militairen kwamen in aanmerking voor onderscheidingen. Ook voor burgers was het mogelijk voor zeer diverse zaken een medaille te ontvangen. Zo ook voor het krijgen van kinderen vanaf 1938. Voor moeders werd het ‘moederkruis’ in het leven geroepen. Een onderscheiding die werd uitgegeven in goud, zilver en brons. Brons was voor moeders die vier kinderen hadden gekregen, zilver voor zes kinderen en goud voor acht of meer kinderen. Moeders die deze onderscheiding kregen en droegen werden met respect behandeld en kregen bijvoorbeeld een gratis plek in het openbaar vervoer.

Criminalisatie van het programma

In de jaren na 1935 werden vele klinieken opgericht en leidden de doelstelling en organisatie van het Lebensbornprogramma van het begeleiden van moeders tot een ware babyfabriek. Kinderen werden na enkele maanden verbleven te hebben in de geboortekliniek, geadopteerd door arische nazi’s. Op deze manier wisten de nazi’s zeker dat het kind een goede opvoeding kreeg en voorbereid werd op een leven als “goede” nazi.

Maar de productie van kinderen onder de vlag van Lebensborn bleef achter bij de aantallen gesneuvelden die de oorlog het Derde Rijk reeds in de beginjaren van de oorlog kostte. Himmler gaf hierop zijn soldaten in bezet gebied opdracht om alle kinderen te ontvoeren die er ‘ook maar enigszins arisch uitzagen’ en hen over te dragen aan de Lebensborn stichting om opgevoed te worden naar arisch model. Hier ontstaat dan ook de beruchtheid van het programma. Kinderen werden ontvoerd uit Polen en Scandinavische landen, maar soms ook uit andere landen. Deze jonge kinderen werden onder valse voorwendselen weggevoerd, kregen een Duitse naam, werden verspreid over Lebensborn-tehuizen en mochten alleen nog maar Duits spreken. Soms werden kinderen letterlijk uit de armen van hun moeders gerukt omdat ze er arisch genoeg uitzagen. SS-troepen kregen bevel om zo veel mogelijk affaires aan te gaan met Noorse meisjes, om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. Ieder lid van de SS diende een deel van zijn salaris af te staan aan het Lebensborn programma. Als je echter meer dan vier kinderen had verwekt (hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen echtelijke of buitenechtelijke verwekkingen), dan mocht je het salaris behouden. Schattingen over het aantal ontvoerde kinderen uit andere landen zijn moeilijk te ramen maar aantallen van honderdduizenden worden genoemd in meerdere bronnen. Meer informatie hierover vind je o.a. hier.

Mislukking

Lebensborn was gedoemd te mislukken vanwege het gebrek aan draagkracht. Draagkracht onder de Duitse bevolking, maar ook binnen de SS-gelederen zelf. Toen Himmler in 1939 het decreet uitvaardigde voor SS`ers zoveel mogelijk kinderen te verwekken – of dat nou binnen of buiten het huwlijk was –  lieten vele SS`ers hierop hun afkeuring blijken, ondanks de in het vooruitzicht gestelde geldelijke beloning. Ook de bevolking was niet klaar voor een arisch-georiënteerd fokprogramma en dat wisten de leiders. De aantallen geborenen konden het aantal slachtoffers aan het front niet bijbenen, en naarmate er meer aan dat front stierven werden ook de raszuiverhedencriteria meer en meer losgelaten. Daarnaast werd ook in Nazi-Duitsland met een verwijtend oog gekeken naar ongehuwde, zwangere vrouwen.

Nasleep

Na de oorlog werden vele archieven vernietigd waardoor veel kinderen voortgekomen uit het programma hun biologische ouders niet konden achterhalen. Veel kinderen leefden in schaamte vanwege hun geboorte middels het programma en in Duitsland was het thema decennialang een taboe. In Noorwegen werden kinderen geboren uit Lebensborn gezien en behandeld als uitschot en kregen soms geen fatsoenlijke opvoeding. Lebensborn werd na de oorlog al snel een door mythen omgeven onderwerp. Dat heeft te maken met het geheime kader onder de vlag van de SS van Lebensborn, met het taboe dat het er op rustte vanuit de politiek na de oorlog, maar vooral ook door de schaamte onder de slachtoffers van het programma, die in hun zoektocht naar erkenning hier pas sinds enkele decennia de aandacht voor vinden die zij, die 70 jaar na dato nog steeds kampen met de herinneringen, al veel eerder hadden moeten krijgen.