Mijn ontmoeting met Sir Winston.

Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak die premier Chamberlain had willen voorkomen, werd Winston Churchill benoemd tot minister van marine. Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940 als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Kort voor de slag om Engeland sprak hij de volgende legendarische woorden;

“We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.”

Churchill was de premier die Engeland door de tweede wereldoorlog leidde. Hoewel voor sommigen omstreden, is hij het symbool geworden van de onverzettelijkheid en de vechtersmentaliteit van Engeland. Een nationale held en ook internationaal zeer gewaardeerd en bewonderd.

Sinds jaren ben ik gefascineerd door deze Engelse oorlogspremier, Sir Winston Churchill. Een even markante als interessante man waarover de verhalen, zowel mythen als waarheden, talrijk zijn. Vorig jaar had ik de kans om dicht bij deze man te kunnen zijn. Een kans die ik niet kon laten lopen.

Winston Churchill in een karakteristieke pose. De V van Victory waren samen met zijn bolhoed en onafscheidelijke sigaar typisch Churchill.

De ontmoeting.

In de zomer van 2017 maakte ik een rondreis door het zuiden van Engeland. Deze reis leidde mij onder andere door het graafschap Oxfordshire. Ik wist dat me hier een bijzondere ontmoeting te wachten stond. Ik parkeerde mijn auto in de smalle heuvelachtige straatjes van het dorpje Bladon. Even daarvoor was ik langs een enorm landhuis gereden, Blemheim palace. Dit kasteelachtige huis is 300 jaar in de familie van de Churchills geweest en is het geboortehuis van Winston Churchill en veel van zijn voorouders. Het is een korte wandeling van de parkeerplaats naar de kleine dorpskerk, de Saint Martin’s Church, van Bladon. Terwijl ik langs de talrijke graven loop die rondom de kerk te vinden zijn, voel ik toch enige spanning. Een ontmoeting met iemand die ik zo bewonder is toch geen alledaagse bezigheid. Het is doodstil, geen mens te zien. Als ik de kerk voorbij loop, zie ik al waar ik moet zijn. Een groot familiegraf waar de ouders en vrouw, Clementine, van Winston Churchill ook hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een simpele betonnen grafsteen met daarin de namen, geboorte- en sterfdata van Winston en zijn vrouw markeert de plaats waar ze begraven zijn. Juist de rust op de begraafplaats en de simpele steen raken me. Geen praalgraf ergens in London zoals andere grote staatsmannen hadden gekregen, geen mensen die zich verdringen voor een foto en geen toeristisch circus. Rust en een moment om er even alleen te zijn en een eerbetoon te kunnen brengen. Ik leg een bloem op de grafsteen en na een moment van stilte loop ik terug naar de auto. Dichter bij dit icoon, dichter bij deze man die de geschiedenis heeft veranderd, zal ik niet kunnen komen.

Saint Matin’s Church in Bladon.

De laatste reis van Winston Churchill.

Toen Churchill in 1965 in London overleed, vonden eerst officiële plechtigheden plaats in deze Engelse hoofdstad. Met afgevaardigden uit maar liefst 112 verschillende landen werd Churchills uitvaart de grootste staatsbegrafenis uit de geschiedenis. De rouwdienst voor de overleden premier vond plaats in de St. Pauls Cathedral. Als eerbetoon voor Churchill werd het klokkenspel van de Big Ben die dag stilgezet. Wel luidde de Great Tom Bell van de St. Pauls Cathedral. Dit was voorheen alleen gebruikelijk bij begrafenissen van leden van de koninklijke familie en bisschoppen.

In totaal zaten op 30 januari 1965 ongeveer 350 miljoen mensen aan de buis gekluisterd, inclusief 25 miljoen Britten. Zij zagen hoe Churchills kist op het vaartuig MV Havengore over de rivier de Theems werd verplaatst van de pier bij de Tower of London naar het Waterloo treinstation. Op dat moment lieten de Londense dokwerkers onaangekondigd de grote armen van hun hijskranen op de oever langzaam ‘buigen’, als laatste burgerlijke saluut aan Churchill. Vanaf het Waterloo treinstation werd de kist in een speciaal beschilderde wagon van de ‘begrafenistrein’ naar Oxfordshire vervoerd. Op zijn eigen verzoek werd Sir Winston Churchill daar begraven in het familiegraf op Saint Martin’s Churchyard in Bladon, een dorp vlakbij Woodstock.

De ramp met de Kursk

Het is 12 augustus 2000. De Russische Noordelijke vloot houdt de grootste oefening sinds de val van de Sovjetunie begin jaren `90. De val van de Sovjetunie heeft in haar kielzog de zorg voor gedegen onderhoud van maritiem materieel en personeel meegesleurd. Slechts het meest noodzakelijke wordt uitgevoerd. Bemanningsleden zitten dikwijls zonder salaris en proviand komt met horten en stoten aan, als het al aankomt. Een groot gedeelte van de oude omvang van de eens zo machtige Noordelijke vloot ligt weg te roesten in de Barentszzee. Het dumpen van radioactief materieel dat niet meer wordt gebruikt is al decennialang door de Russen de zee in gedumpt. De staat van de vloot waartoe ook de Koersk behoort, is erbarmelijk te noemen. Deze omstandigheden zullen bij elkaar het startsein vormen van één van de grootste scheepsrampen in de Russische maritieme geschiedenis.

Aan de oefening welke die zomer in augustus uitgevoerd wordt, nemen zo`n dertig oorlogsschepen en drie onderzeeërs deel. De taak van de Koersk is het vlaggenschip, de Peter de Grote, aan te vallen. Een jaar eerder had de Koersk nog een succesvolle operationele inzet gedaan, toen het in de Adriatische zee de Amerikanen bespioneerde die toen betrokken waren bij het conflict in Kosovo. De Koersk is een onderzeeër uit de op één na grootste klasse, binnen de NAVO bekend als de “Oscarklasse”. Het schip is ruim 150 meter lang en bijna 20 meter breed. Van het schip wordt dan nog gedacht dat het onzinkbaar is. Het beschikt immers over een 8mm dikke buitenlaag van hooggelegeerd staal om roestvorming langer succesvol tegen te gaan. Verder beschikt het over een schier onverwoestbare 5cm dikke tweede binnenlaag met een ruimte van drie-en-een-halve meter tussen buiten en binnenlaag. De Koersk beschikt verder over een bekleding van speciale rubber tegels om de buitenmantel, welke er voor moet zorgen dat het slechter waarneembaar (door geabsorbeerde akoestische resonantie) is voor (vijandelijke) sonar (dit zal echter in haar nadeel uitpakken gedurende de reddings- en bergingswerken in 2001). Het heeft twee kernreactoren aan boord, en is uitgerust met vier torpedobuizen. Voor deze oefening worden dummy-torpedo`s gebruikt van een type dat op zijn zachtst gezegd tegen die tijd al erg controversieel is. De Britten hebben dit al in de jaren `50 ondervonden. De Russen zetten het echter nog steeds actief in. Een fatale fout zoals zal blijken.

De torpedo`s die op het moment van oefening in de buizen van de Koersk geplaatst zijn, betreffen namelijk het type 65- 76a, welke een mengsel van geconcentreerde waterstofperoxide (HTP) bevatten, een gevoelig goedje. De Britse marine gebruikte torpedo`s met dit soort samenstellingen al niet meer sinds de jaren `50, na meerdere ongelukken, onder meer met de HMS Sidon. Want waterstofperoxide (of zoals het in zijn scheikundige vorm wordt geschreven; H2O2) reageert heftig als het in aanraking komt met een oxiderend metaal. In de vuurbuis van de Koersk zit koper. Een foutieve lasnaad in de Torpedo zal daarbij een reeks fataliteiten doen starten met rampzalige gevolgen voor bemanning en nabestaanden.

Er is namelijk door deze foutieve lasnaad een lek in de torpedo ontstaan waardoor zachtjes waterstofperoxide de vuurbuis in loopt. Het is 12 augustus 11.25 in de ochtend. De bemanning wordt middels het oefenalarm gedirigeerd zich klaar te maken een dummy-torpedo af te vuren op het vlaggeschip. Om 11.28 ontploft echter de eerste torpedo aan boord van de Koersk; het zal seismografen in Noorwegen versteld doen staan. Zij meten een beving van 1.5 op de schaal van Richter door de ontploffing in de Koersk. De ontploffing veroorzaakt een immense drukgolf die tot in de stuurhut reikt, waar de kapitein en de overige 36 officieren en enkele matrozen die er aanwezig zijn, niet weten wat hun overkomt. De explosie laat doden, zwaargewonden en defecte installaties achter, waardoor communicatie niet meer mogelijk is. Erger: de waterstofperoxide stroomt nu vrijelijk de torpedobuis uit en de hitte van de ontploffing brengt de overige torpedobuizen dicht bij de temperatuur van 400°C, de temperatuur waarbij zelfontbranding van de explosieve ladingen aan boord zo ongeveer ontstaat. Het schip zinkt als een speer naar de zeebodem op zo`n 115 meter diepte. Bijna tegelijkertijd explodeert alles wat explosief is aan boord; dit keer veroorzaakt het een beving van 3.5 op diezelfde schaal van Richter. De ontploffing heeft een energie die 250 maal zo groot is als de eerste, en nog zijn er overlevenden.

In het achterste deel van de Koersk zijn namelijk nog bemanningsleden in leven. Zij beseffen dan nog niet dat veel bemanningsleden al zijn gestorven door de explosie, verbrand, geïmplodeerd, of bezweken aan hun verwondingen terwijl ze door de kracht van de klap werden rondgeslingerd. Iets meer dan 2 minuten later vindt een tweede, nog krachtiger explosie plaats.

Een door de klap ontstaan gat in de romp zorgt ervoor dat het water met een moordende kracht (de druk op 500 meter diepte is veel groter dan aan het oppervlak) het schip binnenkomt, alles op zijn pad vernietigend. Ook de tussenschotten welke de secties scheiden gaan er aan en één der officieren wordt door de kracht van het water letterlijk het plafond in geboord. Wonder boven wonder houdt de afscheiding naar de kernreactoren het wel; het protocol wordt in werking gezet door de aanwezige technicus in de ruimte. Hij sluit de ruimte hermetisch af en schakelt de reactoren uit, waarna hij er het leven laat. De laatste overlevenden in het achterste deel van het schip sterven uiteindelijk door zuurstofgebrek en koolmonoxidevergiftiging, 118 bemanningsleden zijn gestorven.

Rusland wilde aanvankelijk niets weten van buitenlandse hulp en deed er in het begin alles aan de oorzaak en de ernst van het ongeluk te verdoezelen. Poetin verbleef op dat moment in zijn zomeroord te Sotchi en kwam pas na ruim een week richting Moermansk. Pas dagen na het ongeluk arriveerden duikers bij het wrak, dat lastig te vinden was. Alle bemanningsleden waren toen al overleden door het binnenstromende water en het gebrek aan zuurstof. Later heeft Poetin twee keer publiekelijk excuses gemaakt voor zijn optreden rond deze kwestie nadat het hem forse kritiek in eigen- en buitenland opleverde.

Uiteindelijk worden twee Nederlandse bergingsexperts benaderd om de bergingsklus te klaren: Smit(-Tak) en Mammoet. De klus blijkt een lastige , zo niet onmogelijke taak vanwege de woelige Barentszzee. De gebroeders Frans en Jan van Seumeren ( u weet wel; Frans van Seumeren is de man die naast zijn bekendheid van het bergingswerk ook Mr. Utrecht kan worden genoemd vanwege zijn vele investeringen voor die club) denken echter de klus te kunnen klaren. Er moet een speciaal schip worden gebouwd om het uiteindelijk voor elkaar te kunnen krijgen. De tijdsdruk is groot als de operatie in 2001 van start gaat; in oktober is de zee zo wild dat iedere poging bij voorbaat al gedoemd is te mislukken; voor de duidelijkheid: het contract tussen de Nederlanders van Mammoet en de Russische regering was pas in april rond. De tijdsdruk was dus enorm om de klus binnen 5 maanden te klaren. Zo`n operatie is nog nooit eerder uitgevoerd, laat staan gelukt. Daarnaast hebben de broers veel ervaring op het gebied van hef- en hijstechniek, maar niet op zee.

Het plan is om het voorste deel van de Koers door te zagen zodat het niet mee omhoog hoeft, dat is namelijk een erg zwaar gedeelte. Daarnaast worden in de romp van de Koersk gaten geboord waardoorheen vanaf het bergingsschip pluggen die, als ze eenmaal door het gat heen zijn, open klappen en hijskabels verankeren, zodat het schip, als alle pluggen bevestigd zijn, het schip kan worden gelicht. Uiteindelijk lukt het na veel tegenslag de Koersk in oktober, ondanks een stromachtiger weertype, te lichten en hangend onder het bergingsschip (de Giant) te verslepen naar de haven van Moermansk.

Voor de nabestaanden, die al zoveel te verduren hadden gehad, was het uiteindelijk een troost dat het schip kon worden gelicht en de doden terug naar huis konden worden gebracht.

Als je van technische uitdagingen houdt om te bekijken, moet je beslist bovenstaande docu van de NPO over de berging bekijken.

Het uitsterven van dieren; probleem of bijzaak?

Hoe gaan we om met het uitsterven van dieren?

Ondanks het feit dat er regelmatig dieren ontdekt worden, horen we bijna dagelijks dat er een bepaalde diersoort uitsterft. Soms in een land of op een continent, soms definitief wereldwijd. Klimaatverandering, vervuiling en de jacht zijn slechts enkele oorzaken voor het verdwijnen van deze dieren. Tegenwoordig hebben veel politici het over het belang van het beschermen van natuur en milieu. De klimaatdoelstellingen, het stimuleren van het gebruiken van groene energie en het geven van milieusubsidies zijn hier uitingen van. Dit is echter geen nieuwe ontwikkeling. Vijfenveertig jaar geleden werd, onder andere door de Verenigde Staten, de ESA (Endangered Species Act) ondertekend. In juli dit jaar dreigde de huidige Amerikaanse president Trump met het opzeggen van dit verdrag waardoor 2300 planten en dieren in de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, potentieel in gevaar zijn. Dit alles met als doel de mijnbouw, graafwerkzaamheden en de houtkap gemakkelijker te maken. Het plan is, zoals zoveel plannen van Trump, nog niet volledig uitgewerkt en ingevoerd. Het is overduidelijk dat kapitalistische belangen, het verdienen van geld en werkgelegenheid, boven het behouden van natuur voor volgende generaties gaat.

Uitgestorven dieren in kaart gebracht.

Het IUCN heeft een lijst met uitgestorven dieren. Hier staan lang niet alle dieren op, in feite alleen de vaak wat grotere dieren die – behalve de dinosauriërs – veelal door toedoen van de mens zijn uitgestorven. Welke microscopisch kleine dieren uitgestorven zijn of aan het uitsterven zijn is niet duidelijk. Er zijn ook dieren die in de natuur (waarschijnlijk) zijn uitgestorven of hier hard naar op weg zijn, maar die middels fokprogramma’s in dierentuinen nog een marginaal bestaan leven.

Theodore Roosevelt.

Dat Amerikaanse presidenten ook andere keuzes kunnen maken wat betreft de bescherming van planten en dieren bewees bijvoorbeeld de 26e president van de Verenigde Staten Roosevelt (1901-1909). Hoewel Theordore, bijnaam Teddy, Roosevelt een fanatieke jager was, ontpopte hij zich tijdens zijn presidentschap tot ware natuurbeschermer. ‘Is er iets’, zo vroeg hij op een keer, ‘dat me tegenhoudt om een beschermd vogelpark te maken van Pelican Island? Nee? Wel, dan verklaar ik hierbij het dat is.’

Theodore ‘Teddy’ Roosevelt

Tijdens zijn presidentschap stichtte Roosevelt 51 wilde vogelparken, verdubbelde het aantal nationale parken van vijf naar tien, bepaalde dat miljoenen hectares bos in overheidsbezit beschermd gebied waren en gebruikte zijn bevoegdheid om National Monuments te stichten voor zestien natuurgebieden, waaronder de Muir Redwoods in Californië, Mount Olympus in Washington State en de Grand Canyon. Hij ging daarmee ontelbare belanghebbenden op de tenen staan, maar dat deerde hem niet.

Roosevelt National Park opgericht ter ere van president en natuurbeschermer Roosevelt.

De macht van landen.

Hoewel politici, zoals in de eerste alinea toegelicht, veel spreken over het belang van natuurbescherming en milieu en er veel verklaringen en verdragen worden ondertekend, zien we als het gaat om natuurbescherming vaak dat een groep bezorgde burgers het op moet nemen tegen machtige landen. Een dergelijk voorbeeld is duidelijk te zien als het gaat om de strijd die de groep Sea Sheperd voert tegen de Japanse walvisvaart. Japan wil een einde maken aan het ruim dertig jaar oude verbod op commerciële walvisvaart. De populatie van bepaalde walvissoorten zou voldoende zijn hersteld om ‘duurzame jacht’ te kunnen hervatten, luidt het argument. Vanaf 1986 is het verboden met commerciële doeleinden op walvissen te jagen. Het probleem is echter dat Japan momenteel gewoon actief op jacht is naar walvissen. Officieel voor wetenschappelijke doeleinden, maar in de praktijk gaat het vaak puur om commerciële verkoop en ordinair geld verdienen. Hoewel landen als Australië en Nieuw-Zeeland zich hier zeer kritisch over uitlaten legt geen enkel land Japan een strobreedte in de weg. Over sancties of een boycot richting Japan spreekt men niet. Slechts één organisatie probeert Japan actief te stoppen. Hoewel Sea Sheperd methoden hanteert waar je twijfels bij kunt hebben; denk bijvoorbeeld aan het rammen van Japanse walvisboten en het saboteren van de schroeven van schepen met touw, is dit wel het enige verzet tegen het overtreden van regels die gemaakt zijn om de dieren te beschermen. De wereld is dus wel bereid verdragen te sluiten om dieren te beschermen, maar in veel gevallen duidelijk niet bereid consequenties op te leggen aan landen die deze regels overtreden. Dit alles omdat economie en kapitaal belangrijker worden geacht dan het voortbestaan van een diersoort.

De Steve Irwin, tot kortgeleden het vlaggenschip van Sea Sheperd in hun strijd tegen de walvisjacht.

‘Het is niet erg dat bepaalde dieren uitsterven’.

De houding van de mens ten opzichte van dieren draagt bij aan het uitsterven van deze dieren. Dit is zeer goed te illustreren aan de hand van de volgende uitspraken van een vooraanstaande Nederlandse wetenschapper (Trouw, juni 2018).

Het is van veel diersoorten niet per se erg als ze uitsterven”, zegt Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “Ik kan me wel voorstellen dat mensen het jammer vinden als bepaalde dieren verdwijnen, zoals tijgers. Dat zijn indrukwekkende en mooie dieren. En het uitsterven van sommige diersoorten leidt tot problemen. Zo wordt het bestuiven van fruitsoorten veel lastiger als de bij verdwijnt. Maar het uitsterven van veel organismen levert geen problemen op en leidt ook niet tot verdriet. Mijn vrouw is bioloog en onderzoekt vijgenwespen. Als die verdwijnen, vind ik dat niet erg. Sommige diersoorten vinden wij waardevol of hebben wij nodig, andere niet.”

Filosoof en bijzonder hoogleraar Bas Haring, ook regelmatig te zien op TV.

Kern van de boodschap van deze bijzonder hoogleraar is dat het jammer kan zijn als bepaalde dieren uitsterven omdat het mooie dieren zijn, dat het soms tot problemen kan leiden maar dat het bij veel dieren niet erg is dat ze uitsterven. Als diersoorten die niet waardevol zijn voor de mens uitsterven, dan is dat geen probleem. Deze redenering, puur vanuit het belang van de mens, zonder ook maar op enige wijze rekening te houden met het feit dat de mens ook een diersoort is die naast vele andere diersoorten zou moeten en kunnen leven, zorgt er in mijn ogen voor dat mensen heel gemakkelijk hun schouders ophalen als ze horen dat de laatste Sumatraanse tijger binnen tien jaar uitgestorven is.

Hoe is het tij te keren?

Als een bijzonder hoogleraar het bovenstaande etaleert, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ wel willen investeren om te proberen het uitsterven van dieren te stoppen? Als de president van het machtigste land ter wereld klimaatproblemen weglacht en geen enkel oog heeft voor natuurbehoud, hoe kunnen we dan verwachten dat ‘gewone burgers’ het zich wel aantrekken en een dure elektrische auto aanschaffen? Als landen elkaar niet corrigeren terwijl verdragen geschonden worden, hoe kunnen we dan verwachten dat landen zich wel aan afspraken gaan houden? Als politici vooral veel praten over hoe groen hun partijprogramma is maar vervolgens geen steun voor concrete plannen kunnen verwerven onder de burgers van hun land, hoe kunnen dan ooit plannen echt uitgevoerd worden?

Het probleem staat duidelijk op de agenda, er zijn veel plannen gemaakt, maar het is maar zeer de vraag of deze plannen haalbaar zijn. Daarnaast is het ook maar de vraag of de uitvoering van de plannen het uitsterven van planten en diersoorten kan stoppen.



Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Goelag

Op de scheidslijn van Europa en Azië ligt het uitgestrekte Oeralgebergte. Het vormt een immens massief dat zich van noord naar zuid uitstrekt over een lengte van rond de 2500 kilometer, va de noordelijke ijszee (het meest noordelijke deel van de Oeral is arctisch) naar het noordelijk deel van Kazachstan. Besneeuwde toppen en kudden bergschapen sieren de onherbergzame streken. Het gebergte wordt doorklieft door de gelijknamige rivier in het zuiden en het gebergte is één van de oudste die op aarde gevormd zijn.

Het Oeralgebergte vanuit de verte

Siberië

Achter deze imposante bergketen begint het gebied van het symbool van de Russische natie; de bruine beer; welke huist in het koude Siberië. Dit gebied vormt geografisch gezien zo`n tweederde van het Russische landoppervlak. In de Tweede Wereldoorlog verplaatste Stalin zijn oorlogsindustrie naar dit rauwe, maar mooie gebied, ver weg van de Nazi`s teneinde de oorlogsproductie op gang te kunnen houden. Zomer en winter kunnen hier leiden tot temperatuurverschillen tot 100° Celsius. Toch wonen in dit onmetelijke gebied nog zo`n 40 miljoen mensen.

Vele meren vindt men rondom het Oeralgebergte

Katorga

Siberie, met zijn koude en uitgestrekte taiga`s is echter ook bekend om de vele gevangenen die er heen werden gezonden om er in de meeste gevallen onder de meest erbarmelijke omstandigheden te sterven. Ze kwamen terecht in wat bekend is geworden als de Goelag. De Goelag vormt een conglomeratie van een veelheid aan werk- en strafkampen door heel Siberië. Al onder tsaar Peter de Grote werd Siberië in de 17e eeuw geïnstitutionaliseerd. Niet enkel bannelingen werden naar het gebied gezonden, maar er werden werkkampen opgericht maar gewerkt moest worden tot men er letterlijk bij neerviel. In die tijd werden deze kampen nog Katorga`s genoemd. Het was een ideaal middel om dissidenten monddood te maken en ze niet te maken tot martelaar. Zowel Lenin als Stalin, maar ook de grote schrijver Dostojevski, hebben hier tijd doorgebracht. Stalin ontsnapte er zelfs meermaals.

Dwangarbeiders in Goelagkamp Karlag, één van de grootste Goelagkampen in het gebied wat nu onder Kazachstan valt.

Van Katorga naar Goelag

Na de Russische Revolutie in 1917 werd Katorga Goelag. De verschillen waren echter niet groot tussen het oude tsaristische en het nieuwe systeem onder het communisme. Gevangen vochten op drie fronten; de natuur, (want de dwangarbeid werd in zowel de zomer als de winter met name ook buiten verricht), de honger ( men verkeerde in een continuüm van ondervoeding), en daarbovenop tegen medegevangenen. Wel hadden gevangenen in het Katorgasysteem vaak wat meer bewegingsruimte, dus in die zin was het Goelagsysteem nog wat harder. De Russische bevolking zelf duidde Goelag aan als (her-)opvoedingskampen en gebruikte de term Goelag zelf nauwelijks. De term kent naast de associatie met opsluiting, dwangarbeid en de dood van miljoenen mensen ook een symbolische lading als synoniem van onderdrukking onder het Sovjet-tijdperk.

Met de overgang naar Goelag als systeem vond er in die zin een verandering ten opzichte de voormalige Katorga`s plaats, dat het voor de communisten een primair middel was om tegenstanders te elimineren. Daar waar de Katorga`s uit de tsaristische periode nog een penitentiair karakter kende, boetedoening dus, waarbij men er vanuit ging dat een burger na boetedoening kon terugkeren in de maatschappij, was dat idee bij de Goelag niet aanwezig. Ook in het Goelagsysteem echter, werd de economie ondersteund door dwangarbeid.

Stalin

Tijdens Stalins Grote Zuiveringen in de jaren `30 van de 20e eeuw werd de Goelag niet alleen gebruikt om tegenstanders van communisme an sich te herbergen, maar ook tegenstanders van Stalin als leider zelf. Zijn paranoïde karakter zorgde voor nog meer repressie en eliminatie van zogenaamde vijanden. Stalin stelde zelf vast hoeveel mensen er moesten verdwijnen en daarbij werd nog onderscheid gemaakt tussen executie of Goelag. Showprocessen werden opgezet om de rechtvaardiging voor de veroordelingen te vormen, er werd gewoon een aanleiding gevonden voor een strafbaar feit tegen de Sovjetstaat. Daarnaast hongerde Stalin met zijn vijfjarenplannen de bevolking uit. De vijfjarenplannen werden grotendeels gefinancierd met exportproducten en die bestonden voornamelijk uit graan. Boeren werden gedwongen tot afstaan van vee en graan. Begin jaren `30 kampte men echter met een mislukte oogst, waardoor de situatie nog nijpender werd voor de boeren want de quota moesten evengoed worden geleverd aan de staat. Ook in de Oekraïnse Sovjetrepubliek was dit het geval. Hier is de dood van miljoenen burgers de geschiedenis in gegaan als de Holodomor, de dood veroorzaakt door uithongering.

Repressie

De repressie vlamde ook na Stalins dood in 1953 met vlagen op, zelfs ook nog even aan het begin van de jaren `80, tot het aantreden van Gorbatsjov als secretaris-generaal (welke met zijn politiek van glasnost en ontspanning zorgde voor een einde aan de repressie van enkele jaren eerder onder zijn voorganger), naast meer openheid t.a.v. het verleden en de periode van de Grote Terreur, zoals de zuiveringen van de jaren `30 ook wel genoemd worden. Hierdoor kwam er meer aandacht voor literatuur welke altijd streng gecensureerd was geweest, de ooggetuigenverslagen van voormalig gevangen als Solzjenitsyn en bijvoorbeeld Sjalamov. Monumenten voor de herinnering aan slachtoffers van de Goelag werden opgericht en het, door de menigte in 1991 omvergehaalde, standbeeld van de oprichter van de geheime dienst voor de “Loebjanka” te Moskou (locatie KGB-gevangenis) ; Felix Dzjierzinsky, toonde de woede over de gapende wond in het collectieve geheugen over de Goelag en de lange periode van repressie en terreur onder het Sovjetbewind. Officieel hield de Goelag op te bestaan begin jaren `60, toen de KGB de verantwoording over de kampen kreeg; de repressie bleef. Ook de omstandigheden waar gevangenen nadien in terechtkwamen, verschilden weinig. In de periode tussen 1929 en 1953 zijn hebben zo`n 18 miljoen gevangenen de kampen bevolkt en schattingen geven aan dat zo`n 3 miljoen mensen er het leven lieten.

Het grote trauma m.b.t. deze donkere episode in de Russische geschiedenis ontstond dan ook pas na de val van het communisme na 1991, toen er over gepraat kon worden. De lange periode van repressie, waar Goelag een belangrijk symbool van is, kon een plek krijgen in de geschiedenis van het land.

Het Nederlandse aandeel in De Waffen SS

Rond de 22.000 Nederlanders hebben op vrijwillige basis gediend in de Waffen-SS. in verhouding tot andere landen leverde Nederland het grootste aandeel vrijwilligers. Lang is een getal genoemd, namelijk 55.000 vrijwilligers die Nederland geleverd zou hebben, maar recenter onderzoek en vrijgekomen bronnenmateriaal heeft dankzij onderzoek van de Nederlandse historicus In`t Veld aangetoond dat dit aantal dus ruim gehalveerd diende te worden om een meer accurate weergave van het Nederlandse aandeel binnen de Duitse elitetroepen weer te geven.

Nederlandse vrijwilligers deden zich voor in alle eenheden van het Duitse leger. Het gros echter maakte deel uit van enkele eenheden binnen de Waffen-SS, te weten de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade, het SS-Panzer-Grenadier Regiment 10 “Westland” van de “Wiking” Division, en het Freiwilligenlegion “Niederlande” (Vrijwilligerslegioen Nederland), of in de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division “Landstorm Nederland”.

Motieven

In een artikel van Evertjan van Roekel uit 2010 werd gesteld dat uit dagboeken van Nederlandse vrijwilligers bleek dat voor het gros gold dat zij zich niet aanmeldden vanwege een dominant aanwezig gevoel van anti-semitisme of rassenhaat, maar dat meer de zucht naar sensatie en avontuur, of een bewondering voor wat Hitler in Duitsland deed en de ideologie die hij ten toon spreidde.

Inzet

Nederlanders die vochten bij de eerder genoemde onderdelen werden ingezet aan het Oostfront, maar ook in Kroatië, bij de strijd tegen de partizanen. Het is vrijwel zeker dat ook Nederlanders onder de vlag van de Waffen SS hebben deelgenomen aan misdaden tegen de menselijkheid en bijvoorbeeld krijgsgevangenen doodschoten, ook dit blijkt namelijk uit dagboekfragmenten. Hiermee kan echter niet worden gesteld dat dit gold voor de gehele groep van Nederlanders binnen de Waffen SS.

Na de oorlog

Teruggekeerde Nederlanders die uit de handen van de Russen hadden weten te blijven op hun vlucht naar het westen die dienst hadden genomen bij de Waffen SS, werden ondergebracht in drie kampen; Vucht, de Harskamp en Westerbork. Aanvankelijk werden zij bewaakt door de geallieerde strijdkrachten, maar later werd de bewaking overgedragen aan voormalig leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In de jaren `50 waren de meesten van hen weer “vrij”. Echt vrij waren ze niet, het Nederlands staatsburgerschap kregen ze niet en ook de samenleving koesterde weinig sympathie voor de collaborateurs met de Nazi`s van weleer.