Pocahontas: ze leefden nog lang en gelukkig…of eigenlijk toch niet?

Er was eens…..en ze leefden nog lang en gelukkig. Zo beginnen en eindigen de meeste sprookjes. Ook het sprookje van Pocahontas in de versie van Disney zoals de meeste mensen het kennen. Het verhaal lijkt een echt sprookje, maar Disney films zijn geromantiseerd, geschikt gemaakt voor elk publiek en hebben altijd een goed einde. Dit kan niet helemaal waarheidsgetrouw zijn. Maar hoe zat het dan wel?

Het verhaal van dit indianen meisje en John Smith heeft mij altijd geïntrigeerd. Twee verschillende culturen en letterlijk twee verschillende werelden die samenkomen. Was er echt sprake van liefde en is het een verhaal met een goed einde?

Ontmoeting Pocahontas en John Smith.

Pocahontas bestond echt en werd geboren als dochter van de leider van de Powhatan Indianen in 1595. In feite was ze dus wel een soort prinses, zoals in de meeste sprookjes het geval is met de hoofdpersoon. Haar echte naam was Mataoka. Pocahontas was slechts haar bijnaam en betekende zoiets als “kleine ondeugd”. De eerste Engelse kolonisten arriveerden in mei 1607 en stichtten de kolonie Jamestown in Virginia. Pocahontas was toen twaalf jaar. John Smith was een van deze kolonisten. Hij was toen midden dertig. Hij werd tijdens de eerste confrontatie tussen de Engelsen en indianen gevangen genomen door de broer van Pocahontas. Hij werd met zijn hoofd op een steen gelegd, met als doel hem te doden. Pocahontas zou deze aanval hebben voorkomen door er tussen te springen en door over hem heen te gaan liggen. Deze actie zorgde ervoor dat Chief Powhatan hem vrijliet. Later wordt over deze gebeurtenis veel geschreven. Het kan namelijk ook gezien worden als een ritueel of als onderdeel van een ceremonie. Voor Smith moet het hoe dan ook heel angstaanjagend zijn geweest en dat hij de dappere Pocahontas als zijn redder ziet is niet gek.

Pocahontas, de Powhatan prinses.

Sleutelpersoon.

Vanaf dit moment groeit er een bijzondere vriendschap tussen de jonge Pocahontas en John Smith. Van liefde kan geen sprake zijn geweest, gezien het zeer grote leeftijdsverschil. Langzaam groeit ze uit tot een sleutelpersoon tussen de stam waartoe zij behoort en de nieuwelingen in Jamestown. Ze komt langs in het dorp, leert wat Engels en speelt met de kinderen. Er wordt gezegd dat ze soms zelfs zorgde voor eten. Toen de zeer strenge winter en de barre omstandigheden hun tol begonnen te eisen onder de kolonisten, probeerden de Engelsen aan voedsel te komen door te dreigen met het platbranden van het indianen dorp. Onderhandelingen verliepen stroef en de indianen waren van plan de kolonisten aan te vallen. Pocahontas hoorde haar vader praten over dit voornemen en waarschuwde Smith, waardoor ze wederom zijn leven heeft gered. Kort daarna raakte Smith zwaargewond en reisde hij terug naar Engeland.  Pocahontas werd verteld dat hij dood was en ze moest haar verdriet om het verlies van haar maatje zien te verwerken.

John Smith.

John Rolfe.

In 1610 trouwt Pocahontas met een lid van haar stam, Kocoum. Pocahontas is dan 15 jaar oud. In de periode die daarop volgt heeft ze weinig tot geen contact met de Engelsen, totdat ze in 1613 wordt ontvoerd en meegenomen op het schip van kapitein Samuel Argall. Argall informeerde Chief Powhatan dat hij  zijn oogappeltje terug zou krijgen in ruil voor de gestolen wapens, voedsel en de gevangengenomen Engelsen. Powhatan voldeed deze afkoopsom maar voor de helft, waardoor Pocahontas gevangen bleef. Tijdens haar gevangenschap bij deze Engelsen leerde ze over het Christendom, werd ze zelfs gedoopt en kreeg ze de naam “Rebecca”. Ook leerde ze daar John Rolfe kennen. Ze raakten bevriend en de twee besloten in 1614 te trouwen. Niet alleen om de liefde, maar ook politieke redenen speelden een rol in de goedkeuring van dit huwelijk. Op dat moment was ze echter nog wel getrouwd met Kocoum, maar dat leek niet in de weg te staan. Door het huwelijk met John Rolfe verbeterde de band tussen de indianen en de kolonisten langzaam maar zeker.

Toen het geld opraakte in het dorp werd er een schip richting Engeland gestuurd om daar financiële ondersteuning te halen. Als bewijs dat de kolonisten erin waren geslaagd de indianen te bekeren tot het Christendom, werd Pocahontas meegenomen, samen met nog een groep andere indianen. In London werd Pocahontas ontvangen als een echte prinses en ze werd op handen gedragen. Ze werd zelfs voorgesteld aan de koninklijke familie. In London liep ze ook John Smith tegen het lijf. Ze had  al die jaren gedacht dat hij dood was en was totaal verrast hem daar te zien. Ze noemde hem “vader”, wat aangeeft hoe de band tussen deze twee was. Van een liefdesrelatie was dus geen sprake.

Hoe het sprookje afliep.

In maart 1617 vertrekken John Rolfe, zijn vrouw Pocahontas en hun inmiddels geboren zoontje weer richting Virginia. Helaas werd Pocahontas ernstig ziek en waren ze genoodzaakt terug te keren naar Engeland, waar ze op 21 maart 1617 overleed. Welke ziekte ze had opgelopen was niet duidelijk. Het sprookje van Pocahontas eindigt hier, ze is dan slechts 22 jaar oud. Geen lang en gelukkig leven voor deze prinses. Ze werd begraven in de st. George kathedraal in Gravesend. Hier is ter nagedachtenis een standbeeld voor haar geplaatst. Rolfe keerde terug naar Virginia en hun zoontje bleef achter bij familie in Engeland. Rolfe reist twintig jaar later terug naar Engeland, waar hij een succesvolle tabaksplantage zou opzetten. Een jaar na de dood van Pocahontas, overleed haar vader Chief Powhatan. Het verlies van zijn dochter heeft hem letterlijk doen wegkwijnen van verdriet. Na zijn overlijden verslechterde de betrekkingen tussen de Powhatan indianen en de kolonisten.

Standbeeld van Pocahontas in Gravesend

Het leven van Pocahontas ging duidelijk niet over rozen. Ze heeft zware tijden gekend, in gevangenschap en zonder haar familie in Engeland. Ze stief op jonge leeftijd en heeft haar zoontje Thomas niet kunnen zien opgroeien. Haar korte leventje lijkt niet op het zuurstok roze beeld van prinsessenlevens zoals het wordt geschetst in de meeste Disney films. Toch is haar korte leven van groot belang geweest. Ze was medeverantwoordelijk voor de redelijke verstandhouding tussen de Engelsen en indianen. We kunnen haar zien als een dappere en sterke jonge vrouw die een grote impact heeft gehad op de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Virginia. Maar een sprookje, nee, dat was het niet. 

Goelag

Op de scheidslijn van Europa en Azië ligt het uitgestrekte Oeralgebergte. Het vormt een immens massief dat zich van noord naar zuid uitstrekt over een lengte van rond de 2500 kilometer, va de noordelijke ijszee (het meest noordelijke deel van de Oeral is arctisch) naar het noordelijk deel van Kazachstan. Besneeuwde toppen en kudden bergschapen sieren de onherbergzame streken. Het gebergte wordt doorklieft door de gelijknamige rivier in het zuiden en het gebergte is één van de oudste die op aarde gevormd zijn.

Het Oeralgebergte vanuit de verte

Siberië

Achter deze imposante bergketen begint het gebied van het symbool van de Russische natie; de bruine beer; welke huist in het koude Siberië. Dit gebied vormt geografisch gezien zo`n tweederde van het Russische landoppervlak. In de Tweede Wereldoorlog verplaatste Stalin zijn oorlogsindustrie naar dit rauwe, maar mooie gebied, ver weg van de Nazi`s teneinde de oorlogsproductie op gang te kunnen houden. Zomer en winter kunnen hier leiden tot temperatuurverschillen tot 100° Celsius. Toch wonen in dit onmetelijke gebied nog zo`n 40 miljoen mensen.

Vele meren vindt men rondom het Oeralgebergte

Katorga

Siberie, met zijn koude en uitgestrekte taiga`s is echter ook bekend om de vele gevangenen die er heen werden gezonden om er in de meeste gevallen onder de meest erbarmelijke omstandigheden te sterven. Ze kwamen terecht in wat bekend is geworden als de Goelag. De Goelag vormt een conglomeratie van een veelheid aan werk- en strafkampen door heel Siberië. Al onder tsaar Peter de Grote werd Siberië in de 17e eeuw geïnstitutionaliseerd. Niet enkel bannelingen werden naar het gebied gezonden, maar er werden werkkampen opgericht maar gewerkt moest worden tot men er letterlijk bij neerviel. In die tijd werden deze kampen nog Katorga`s genoemd. Het was een ideaal middel om dissidenten monddood te maken en ze niet te maken tot martelaar. Zowel Lenin als Stalin, maar ook de grote schrijver Dostojevski, hebben hier tijd doorgebracht. Stalin ontsnapte er zelfs meermaals.

Dwangarbeiders in Goelagkamp Karlag, één van de grootste Goelagkampen in het gebied wat nu onder Kazachstan valt.

Van Katorga naar Goelag

Na de Russische Revolutie in 1917 werd Katorga Goelag. De verschillen waren echter niet groot tussen het oude tsaristische en het nieuwe systeem onder het communisme. Gevangen vochten op drie fronten; de natuur, (want de dwangarbeid werd in zowel de zomer als de winter met name ook buiten verricht), de honger ( men verkeerde in een continuüm van ondervoeding), en daarbovenop tegen medegevangenen. Wel hadden gevangenen in het Katorgasysteem vaak wat meer bewegingsruimte, dus in die zin was het Goelagsysteem nog wat harder. De Russische bevolking zelf duidde Goelag aan als (her-)opvoedingskampen en gebruikte de term Goelag zelf nauwelijks. De term kent naast de associatie met opsluiting, dwangarbeid en de dood van miljoenen mensen ook een symbolische lading als synoniem van onderdrukking onder het Sovjet-tijdperk.

Met de overgang naar Goelag als systeem vond er in die zin een verandering ten opzichte de voormalige Katorga`s plaats, dat het voor de communisten een primair middel was om tegenstanders te elimineren. Daar waar de Katorga`s uit de tsaristische periode nog een penitentiair karakter kende, boetedoening dus, waarbij men er vanuit ging dat een burger na boetedoening kon terugkeren in de maatschappij, was dat idee bij de Goelag niet aanwezig. Ook in het Goelagsysteem echter, werd de economie ondersteund door dwangarbeid.

Stalin

Tijdens Stalins Grote Zuiveringen in de jaren `30 van de 20e eeuw werd de Goelag niet alleen gebruikt om tegenstanders van communisme an sich te herbergen, maar ook tegenstanders van Stalin als leider zelf. Zijn paranoïde karakter zorgde voor nog meer repressie en eliminatie van zogenaamde vijanden. Stalin stelde zelf vast hoeveel mensen er moesten verdwijnen en daarbij werd nog onderscheid gemaakt tussen executie of Goelag. Showprocessen werden opgezet om de rechtvaardiging voor de veroordelingen te vormen, er werd gewoon een aanleiding gevonden voor een strafbaar feit tegen de Sovjetstaat. Daarnaast hongerde Stalin met zijn vijfjarenplannen de bevolking uit. De vijfjarenplannen werden grotendeels gefinancierd met exportproducten en die bestonden voornamelijk uit graan. Boeren werden gedwongen tot afstaan van vee en graan. Begin jaren `30 kampte men echter met een mislukte oogst, waardoor de situatie nog nijpender werd voor de boeren want de quota moesten evengoed worden geleverd aan de staat. Ook in de Oekraïnse Sovjetrepubliek was dit het geval. Hier is de dood van miljoenen burgers de geschiedenis in gegaan als de Holodomor, de dood veroorzaakt door uithongering.

Repressie

De repressie vlamde ook na Stalins dood in 1953 met vlagen op, zelfs ook nog even aan het begin van de jaren `80, tot het aantreden van Gorbatsjov als secretaris-generaal (welke met zijn politiek van glasnost en ontspanning zorgde voor een einde aan de repressie van enkele jaren eerder onder zijn voorganger), naast meer openheid t.a.v. het verleden en de periode van de Grote Terreur, zoals de zuiveringen van de jaren `30 ook wel genoemd worden. Hierdoor kwam er meer aandacht voor literatuur welke altijd streng gecensureerd was geweest, de ooggetuigenverslagen van voormalig gevangen als Solzjenitsyn en bijvoorbeeld Sjalamov. Monumenten voor de herinnering aan slachtoffers van de Goelag werden opgericht en het, door de menigte in 1991 omvergehaalde, standbeeld van de oprichter van de geheime dienst voor de “Loebjanka” te Moskou (locatie KGB-gevangenis) ; Felix Dzjierzinsky, toonde de woede over de gapende wond in het collectieve geheugen over de Goelag en de lange periode van repressie en terreur onder het Sovjetbewind. Officieel hield de Goelag op te bestaan begin jaren `60, toen de KGB de verantwoording over de kampen kreeg; de repressie bleef. Ook de omstandigheden waar gevangenen nadien in terechtkwamen, verschilden weinig. In de periode tussen 1929 en 1953 zijn hebben zo`n 18 miljoen gevangenen de kampen bevolkt en schattingen geven aan dat zo`n 3 miljoen mensen er het leven lieten.

Het grote trauma m.b.t. deze donkere episode in de Russische geschiedenis ontstond dan ook pas na de val van het communisme na 1991, toen er over gepraat kon worden. De lange periode van repressie, waar Goelag een belangrijk symbool van is, kon een plek krijgen in de geschiedenis van het land.

Het Nederlandse aandeel in De Waffen SS

Rond de 22.000 Nederlanders hebben op vrijwillige basis gediend in de Waffen-SS. in verhouding tot andere landen leverde Nederland het grootste aandeel vrijwilligers. Lang is een getal genoemd, namelijk 55.000 vrijwilligers die Nederland geleverd zou hebben, maar recenter onderzoek en vrijgekomen bronnenmateriaal heeft dankzij onderzoek van de Nederlandse historicus In`t Veld aangetoond dat dit aantal dus ruim gehalveerd diende te worden om een meer accurate weergave van het Nederlandse aandeel binnen de Duitse elitetroepen weer te geven.

Nederlandse vrijwilligers deden zich voor in alle eenheden van het Duitse leger. Het gros echter maakte deel uit van enkele eenheden binnen de Waffen-SS, te weten de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade, het SS-Panzer-Grenadier Regiment 10 “Westland” van de “Wiking” Division, en het Freiwilligenlegion “Niederlande” (Vrijwilligerslegioen Nederland), of in de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division “Landstorm Nederland”.

Motieven

In een artikel van Evertjan van Roekel uit 2010 werd gesteld dat uit dagboeken van Nederlandse vrijwilligers bleek dat voor het gros gold dat zij zich niet aanmeldden vanwege een dominant aanwezig gevoel van anti-semitisme of rassenhaat, maar dat meer de zucht naar sensatie en avontuur, of een bewondering voor wat Hitler in Duitsland deed en de ideologie die hij ten toon spreidde.

Inzet

Nederlanders die vochten bij de eerder genoemde onderdelen werden ingezet aan het Oostfront, maar ook in Kroatië, bij de strijd tegen de partizanen. Het is vrijwel zeker dat ook Nederlanders onder de vlag van de Waffen SS hebben deelgenomen aan misdaden tegen de menselijkheid en bijvoorbeeld krijgsgevangenen doodschoten, ook dit blijkt namelijk uit dagboekfragmenten. Hiermee kan echter niet worden gesteld dat dit gold voor de gehele groep van Nederlanders binnen de Waffen SS.

Na de oorlog

Teruggekeerde Nederlanders die uit de handen van de Russen hadden weten te blijven op hun vlucht naar het westen die dienst hadden genomen bij de Waffen SS, werden ondergebracht in drie kampen; Vucht, de Harskamp en Westerbork. Aanvankelijk werden zij bewaakt door de geallieerde strijdkrachten, maar later werd de bewaking overgedragen aan voormalig leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In de jaren `50 waren de meesten van hen weer “vrij”. Echt vrij waren ze niet, het Nederlands staatsburgerschap kregen ze niet en ook de samenleving koesterde weinig sympathie voor de collaborateurs met de Nazi`s van weleer.