Gele Hesjes

 

De straten van Parijs branden! Duizenden mensen mobiliseren zich, gehuld in gele hesjes als blijk van eenheid onder de demonstranten, door de binnenstad. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Het geweld dat er mee gepaard gaat laat duidelijk zien dat de gele hesjes het niet eens zijn met het onder de Franse Minister-President Macron gevoerde beleid. Waarom zien we de demonstraties in Frankrijk wel met geweld gepaard gaan niet in Nederland? Op welke manier probeert de regering de menigte weer tot bedaren te brengen en welke rol speelt de media hier in?

Macron

In zijn verkiezingscampagne in 2017 trok Macron fel van leer tegen Parie Le Pen van Front National, de partij aan de uiterst rechtse zijde van het politieke spectrum in Frankrijk. Hij gaf het grote publiek aan dat zij die niets met de politiek van extreem-rechts te maken willen hebben, bij hem toch het beste af zouden zijn. Enfin, Macron werd verkozen en pakt nu met zijn liberale beleid juist die groepen in Frankrijk aan, die benoemd werden in de politieke agenda van Le Pen destijds, de arme minderheden in de banlieu.

Wie zijn ze?

Wie lopen er allemaal tussen die gele hesjes? Het antwoord laat een zeer divers publiek zien; van progressief links, tot extreem rechts, maar ook jonge en vooral ook oudere vrouwen, die voor de toekomst van hun kinderen opkomen. Het geeft aan dat het niet louter de stem van de extremen is die zich laat horen, maar ook de (lage) middenklasse bijvoorbeeld. Mensen komen amper nog rond en jonge volwassenen kunnen niet meer gaan studeren, komen niet aan een baan, laat staan een huis. Het is de resultante van het regeringsbeleid in Frankrijk en de groeiende kloof die als gevolg hiervan is ontstaan tussen arm en rijk. Mensen die al nauwelijks rond kunnen komen en geconfronteerd worden met extra belastingheffing op niet alleen brandstof maar ook andere zaken, in de wetenschap dat de regering rijk zijn beloont met het afdragen van nauwelijks belasting, gaan op de barricades staan.

Ontevredenheid

Ik noem een voorbeeld; vliegtuigmaatschappijen in Frankrijk, worden nauwelijks belast ondanks dat zij één van de grootst vervuilende sector is van de economie, in een tijd dat het regeringsbeleid vertelt aan de gewone man dat ze groener naar het werk moeten rijden en dus zwaarder belast worden teneinde dit te realiseren. Typisch gevalletje hypocriet dus. Nog een voorbeeld waar terecht ontevredenheid onder de bevolking uit zou kunnen ontstaan; De voorzitter van Renault, zit vast in Japan wegens belastingontduiking terwijl hij een miljoenensalaris geniet. Dit terwijl de loonontwikkeling achter blijft bij de salarisontwikkeling in de hogere echelons en de groeiende mate van vervangen van mensen op de vloer door toenemende robotisering. Hier moeten dan banen voor terugkomen door het omscholen van medewerkers (voor een deel, maar hoe groot is dat deel?), maar wie gaat dat betalen? Dat is trouwens niet uniek voor Frankrijk. Dat zien we in Nederland ook. Hoeven we alleen maar te kijken naar de vastlopende Cao-onderhandelingen tussen bijvoorbeeld FME, de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie en de FNV.

Afleiding

De elite onderschat het groeiende probleem en heeft te lang de broeiende en groeiende onrust genegeerd. De geest is uit de fles en moet weer beteugeld worden. Macron als symbool van de bestuurlijke elite lijkt niet te begrijpen dat je geen huis kunt betalen in de stad waar je je boterham verdient en daardoor dus een auto nodig hebt waarbij je vanwege je karige loon geen extra belasting kunt betalen. Nu is er gisteren in Frankrijk een terreuraanslag geweest in Straatsburg waarbij vier gewonden zijn gevallen, de kersttijd is weer aanstaande zullen we maar zeggen en het extremisme binnen de Islam moet zich weer roeren op het Europese vasteland. Voordeel voor de Franse regering zou kunnen zijn dat dit de aandacht kan verleggen van dat andere actuele probleem, waar het gaat om de grote massa. De regering heeft opgeroepen niet te gaan demonstreren om te sympathiseren met de slachtoffers van de aanslag in Straatsburg. Ook verschijnen er overal in de media berichten hoe ontwrichtend de acties zijn voor de economie. Dus de schuld van de situatie die de mensen de straat op brengt wordt terug in de schoenen geschoven van de protestanten.

Nederland

In Nederland zien we ook mondjesmaat protesterende gele hesjes, de boodschap is op grote lijnen hetzelfde, voor zover die helemaal duidelijk is, want echte leiders binnen de hesjes die de boodschap vertolken zijn er niet echt, maar de demonstraties verlopen vreedzaam. Fransen kennen met revoluties nu eenmaal een gewelddadige traditie, zeker in Parijs. In Nederland is dat minder en zeker vandaag de dag. Want de eenheid die je onder de Franse protestanten ziet, zie je hier niet terug. Iedereen preekt toch een beetje voor eigen parochie, zo lijkt het. In Nederland wordt je op voorhand ook al door de staat duidelijk gemaakt dat er grote problemen rijzen als je je belasting even niet betaald hebt, want dan heb je de politie aan de deur, waardoor je wel twee keer nadenkt voordat je tot geweld overgaat.

Succesvol

In elk geval zijn de acties van de gele hesjes in Frankrijk nu al geslaagd. Zij hebben de elite het gezicht laten zien van een grote vergeten groep mensen. Enkele maatregelen zijn teruggedraaid, in ieder geval voor nu. Het dwingt de elite na te denken over de manier waarop deze groep hun leven moet leiden omdat ze geen keuzevrijheid door koopkrachtontwaarding meer hebben.

Sportgeschiedenis

Sportgeschiedenis

Als we kijken naar de logo`s van veel Amerikaanse professionele sportclubs, met name binnen de grote vier: het American Football (NFL), het ijshockey (NHL), het honkbal (MLB) en het basketball (NBA), dan zegt dat ons samen met de namen al veel over de geschiedenis van de staat waar de bakermat ligt van het betreffende team. Nemen we enkele willekeurige teams, zoals de Pittsburgh (Pennsylvania) Steelers bijvoorbeeld. De Steelers zijn actief binnen de NFL. Onder de huidige naam ( ze bestonden eerst onder een andere naam) zijn ze actief sinds 1941. Als je weet dat Pittsburgh deel uitmaakte van “The Manufacturing Belt” of ook wel oneerbiedig “The Rust Belt “genoemd, de regio waar in de 20e eeuw in Amerika zich het zwaartepunt van de Amerikaanse industrie bevond (met andere steden als Detroit, Chicago en Cleveland binnen deze regio), dan laat de naam zich raden; een duidelijke verwijzing naar de staalindustrie van het Noord-Oosten van Amerika. Het logo lijkt minder duidelijk; een drietal sterren naast de naam. Op het eerste gezicht zegt dat niks natuurlijk. Maar wie even verder zoekt, komt er snel achter dat dit logo sterk geënt is op het logo van een grote staalproducent in de stad; U.S. Steel.

Het logo van U.S. Steel

Het logo van de Steelers

 

 

 

 

 

 

Staalindustrie

De staalindustrie in de V.S. floreerde vanaf het midden van de 19e tot het derde kwart van de 20e eeuw, hoewel er toen al duidelijke tekenen van verval te zien waren. In Youngstown Ohio werden de kanonskogels voor het Noorden gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog gemaakt, en het materieel voor de verdere oorlogen waar het land in verzeild raakte. Springsteen zingt erover in zijn ode aan de vergane staalindustrie:

“Youngstown”
By Bruce Springsteen, 1995

Fragment:

Here in northeast Ohio
Back in eighteen-o-three
James and Dan Heaton
Found the ore that was linin’ Yellow Creek
They built a blast furnace
Here along the shore
And they made the cannonballs
That helped the Union win the war
To the coal mines of Appalachia
The story’s always the same
Seven hundred tons of metal a day
Now sir you tell me the world’s changed
Once I made you rich enough
Rich enough to forget my name 

Texas Rangers

Een ander voorbeeld. De Texas Rangers. Zij komen uit in de Major League (MLB) Baseball.

Het logo van de Texas Rangers: het logo verraadt hier niets; de naam des te meer.

Van Texas Rangers hebben waarschijnlijk meer mensen al eens eerder gehoord, maar dan in een heel andere context. De Texas Ranger Division in haar huidige vorm is een soort FBI geworden, maar dan binnen haar eigen staat. In het evrleden waren de Rangers betrokken bij de meest spraakmakende gebeurtenissen in het Texas van “The Old West“.

Om er een paar te noemen: de arrestatie van een bekende

bankovervaller Sam Bass, en van het bekende criminele duo Bonnie & Clyde. Meer recent, staan de beelden van de gebeurtenissen te Waco in 1993 me nog helder op het netvlies. Hier ontstond op 28 februari een hels vuurgevecht tussen sektelede van de Davidians enerzijds en eenheden van de ATF (Bureau of Alcohol, Tobacco and Firearms) en later (De onderhandelingen duurden 58 dagen) ook

Een typische Texas Ranger, met snor en hoed; bijna een cultfiguur!

met FBI anderzijds. De Texas Rangers werden door de FBI uitdrukkelijke buiten de onderhandelingen gehouden hoewel de sekteleden hier om vroegen. Uiteindelijk sneuvelden in de gebeurtenissen die nog steeds met grote controverse omgeven zijn (want wie loste het eerste schot; de ATF of de Davidians van David Koresh) bijna 80 sekteleden, en vier ATF agenten. Zestien agenten raakten gewond.

David Koresh, leider van de Branch Davidians, een zijtak van zevendedagsadventisten.

 

Zo komt men, als men een beetje onder de oppervlakte prikt, opmerkelijke elementen uit de geschiedenis van een land tegen aan de hand van namen van sportclubs en logo`s. Ook in andere landen, regio`s en steden of dorpen zie je lokale geschiedenis soms terugkomen in naamgevingen en of logo`s.

 

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen

Regimentsmascottes; een belangrijk en tegelijk overbodig fenomeen.

 Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, sta ik op de militaire begraafplaats in Oosterbeek. De herdenking staat op het punt te beginnen. Als de doedelzakken tot leven komen zetten de vaandeldragers zich in beweging. Voorop loopt een militair met in zijn hand de teugels van een klein paardje. Het paardje heeft een deken op zijn rug met daarop de kenmerken van het regiment waar hij mascotte van is. Met zijn begeleider loopt hij tussen de graven door en kijkt, wellicht door de drukte of het snerpende geluid van de doedelzakken, onrustig om zich heen. Een traditie waar militairen veel waarde aan hechten, deze mascottes. Maar is het niet een beetje uit de tijd, wellicht zelfs overbodig, deze dieren overal mee naartoe te slepen?

Het gebruiken van symboliek en het eren en van gebeurtenissen uit het verleden zijn dingen die in de militaire wereld zeker niet ongewoon zijn. Sinds de oprichting van een regiment, een militaire eenheid die bestaat uit meerdere bataljons, worden verschillende souvenirs verzamelt. Deze staan symbool voor kleine en grotere gebeurtenissen uit het verleden. Samen vormen deze souvenirs de regimentstraditie.

Smoke

Geit Billy, mascotte van het Royal Regiment of Wales

Soms komen de regimentsmascottes letterlijk toevallig langswandelen. Zo adopteerde het US Marine Corps in 2008 een gewonde en ondervoedde ezel die in Irak toevallig bij het kamp kwam binnenwandelen. Hij zorgde voor plezier en ontspanning bij de mariniers en omdat hij regelmatig hun sigaretten opat werd hij toepasselijk ‘Smoke’ genoemd. De ezel werd in 2009 naar de Verenigde Staten gevlogen om daar zijn ceremoniële taken te kunnen blijven uitvoeren.

Andere mascottes kennen een lange traditie. Zo heeft het regiment van de Irish Guards sinds 1902 de Ierse wolfshond als mascotte. De wolfshond Conmael, de veertiende in lijn, loopt altijd voorop bij officiële ceremonies. De honden krijgen een bijzondere behandeling en zelfs een officiële rang. Hun begrafenissen vinden plaats met militaire eer.

Stubby

Een van de meest interessante en opvallende verhalen over militaire mascottes is het verhaal van het hondje Stubby. In juli 1917 werden Amerikaanse soldaten in Engeland getraind voor hun deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens hun training kwamen ze het hondje tegen. Eén van de Amerikanen, korporaal Conroy, vond Stubby zo leuk dat hij hem onder zijn overjas verstopte toen hij naar het vasteland van Europa werd verscheept. Eenmaal in Europa was Stubby aanwezig bij zeker 17 gevechten, vooral in Noord-Frankrijk. Hij raakte hierbij twee keer gewond. Door zijn goede neus wist hij zijn regiment regelmatig op tijd te waarschuwen voor gasaanvallen, hiermee redde hij talloze levens. Voor hem werd een speciaal gasmasker ontworpen zodat Stubby zelf ook deze gasaanvallen kon overleven.

Een andere belangrijke taak van het hondje was het troosten van gewonden op het slagveld. Zijn vrolijke aanwezigheid maakte de situatie ietwat luchtiger en plezieriger voor de soldaten. Stubby werd uiteindelijk bevordert tot sergeant in het Amerikaanse leger. Geen symbolische rang, maar daadwerkelijk een promotie op basis van ervaringen in de oorlog. Na de oorlog kwam de hond terug in Amerika en werd hij ontvangen als een nationale held. Hij ontmoette presidenten en werd de mascotte van een sportteam in Georgetown.

War-Hero Stubby

 

 

 

 

 

 

 

In 1926 overleed Stubby in het bijzijn van zijn baasje, korporaal Conroy, die eveneens de Eerste Wereldoorlog had overleefd. Grappig detail hierbij is dat de hond Stubby aan het einde van de oorlog een hogere rang had dan zijn baasje.

Symbolische waarde

Terugkomend op de vragen opgeworpen in de eerste alinea is te concluderen dat militaire mascottes in veel gevallen veel meer zijn dan letterlijke en figuurlijke paradepaardjes. Naast de symbolische functie en verwijzing naar de (regiments)geschiedenis, kunnen deze dieren ook een belangrijke functie in oorlogsgebied hebben. Ze kunnen net het lichtpuntje zijn die veel soldaten nodig hebben.