Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Door: Robin Smienk

Sinds de jaren `80 is het aantal gedetineerden in de Verenigde Staten verdubbeld. Het overgrote deel van de gevangenen zit vast voor geweldsloze drugsmisdrijven. Eén op de 25 blanke Amerikaanse mannen komt ooit in zijn leven in aanraking met justitie. Eén op de drie Afro-Amerikaanse mannen komt ooit in aanraking met justitie. Gevangenissen raken overvol; vandaag de dag zitten er ruim 2,5 miljoen Amerikanen achter de tralies. De kosten voor het onderhouden van deze gevangenissen drukken zwaar op de begroting van het land. Rechters voelen zich gedwongen zware straffen op te leggen. Jonge mannen en vrouwen verdwijnen voor de rest van hun leven achter slot en grendel voor relatief klein vergrijpen zoals het roken van marihuana. Hoe is dit probleem ontstaan? En erkent de Amerikaanse politiek vandaag de dag dit probleem?

Crack

Het is juni 1968. Een nieuwe drugs komt op de markt. Deze drugs met de naam crack, trekt als een ware ziekte door de Verenigde Staten. Omdat crack een relatief goedkope drug is, gebruikt men dit veel in arme, met name zwarte wijken. Dit zorgt ervoor dat de politie zich vooral focust op deze wijken. Dit zorgt vervolgens weer voor een enorme toename van het aantal zwarte Amerikanen dat in de gevangenissen terecht komt. Het aantal moorden stijgt, het aantal mensen dat overlijdt door drugsgebruik stijgt enorm en de angst zit er bij zowel de bevolking als de wetgever goed in. In 1986 begint de zogenoemde ‘war on drugs’. President Ronald Reagan staat voor een keiharde aanpak en past bestaande wetgeving aan. ‘Pas op!’ zo waarschuwde hij drugsdealers en gebruikers terwijl agenten in de vooral arme zwarte wijken op dat moment begonnen met een zeer stevige aanpak. President George Bush Sr. zette vanaf 1989 het harde beleid door. Ook onder bewind van Bush werd er strengere wetgeving ontwikkeld. Door de angst voor de drugsepidemie werden deze wetten vrij gemakkelijk door de senaat en het huis van afgevaardigden aangenomen en ingevoerd. ‘Meer gevangenissen, meer bewakers en een drie keer en je bent uit regel’. Dit was de boodschap van president Clinton in 1993. Drie keer gepakt worden met ook maar de kleinste hoeveelheid verdovende middelen betekende vanaf dat moment een levenslange gevangenisstraf. Zowel republikeinse als democratische presidenten hanteerden deze harde lijn.

Reagan

Bush Sr.

Clinton

 

 

 

Schikking

Het grootste deel van de rechtszaken waarbij drugs in het spel is resulteert in een schikking tussen aanklager en verdachte. Dit omdat verdachten erg bang zijn dat ze de maximale, vaak levenslange, gevangenisstraf opgelegd krijgen als ze de zaak voor de rechter laten komen. Het gevolg van het accepteren van een schikking is dat verdachten al na een eerste drugsmisdrijf een gevangenisstraf krijgen van vijf tot vijftien jaar. De hoeveelheid drugs die bij iemand gevonden wordt heeft geen invloed op de strafmaat. Eén gram crack cocaïne telt voor de wet even zwaar als honderd gram cocaïne.

Re-integratie

Als veroordeelden in de Verenigde Staten hun straf hebben uitgezeten krijgen ze veertig dollar en worden ze op straat gezet. Vanuit het justitiesysteem is er zelden tot nooit begeleiding. Met hun strafblad en het gebrek aan sociale vaardigheden en ‘know how’ over hoe het gaat in de “echte” wereld buiten de gevangenispoort, komen ex-gedetineerden zeer moeilijk aan een baan. Het feit dat deze werkloze en ontheemde ex-gedetineerden maandelijks nog een bedrag, ongeveer honderd dollar, moeten betalen voor de proceskosten van hun eigen proces van jaren geleden, vergroot dit probleem aanzienlijk. Re-integratie wordt hiermee een schier onmogelijke zaak. Als de ex-gedetineerde niet betaalt verdwijnt hij wederom in de gevangenis. Het verrotte justitiesysteem houdt zich zelf hiermee in stand en veroordeelden komen in een vicieuze cirkel terecht.

Gelijkheidsbeginsel?

Politieagenten worden afgerekend op het aantal verrichte arrestaties. Patrouilles, controles en arrestaties vinden vaak plaats in arme zwarte wijken omdat deze wijken door de politietop als risicowijken worden gezien. Hier richten de agenten op straat zich dan ook op. Uit onderzoeken is gebleken dat het helemaal niet zo is dat zwarte Amerikanen crimineler zijn dan blanke Amerikanen. Zwarte Amerikanen worden echter vaker gecontroleerd en daardoor vaker opgepakt dan blanken. Daarnaast is het systeem corrupt. Denk je echt dat de blanke zoon van de burgemeester die gepakt is met een joint een zelfde straf krijgt als een jongen uit een arme zwarte wijk? Er zijn tal van voorbeelden de afgelopen jaren waaruit blijkt dat dit niet het geval is. Het gelijkheidsbeginsel in de Amerikaanse grondwet is in de praktijk niet meer dan een mooi stukje tekst. Veel Afro Amerikaanse vaders, waaronder de eerste zwarte procureur-generaal Eric Holder, hebben daarom hun even noodzakelijke als  treurige praatje met hun zoons. In dit gesprek leggen vaders aan hun kind uit hoe ze zich moeten gedragen als ze staande worden gehouden door de politie. Zaken als ‘hou je handen in het zicht’ en ‘draag een riem zodat je niet je broek aan de broekband op hoeft te trekken`, dit kan gezien worden als het grijpen naar een wapen’ zijn door bovenstaande omstandigheden niet langer een goed bedoeld advies voor veel jonge donkere mannen, maar verplichte kost.

Wetsvoorstellen

Vandaag de dag is de Amerikaanse politiek het er gezamenlijk over eens dat het systeem niet goed werkt. Republikeinse en democratische senatoren werken samen aan wetsvoorstellen om wetten aan te passen en strafoplegging te matigen. Ook oud presidenten zoals Bill Clinton, die in de jaren `80 en `90 voorop liepen bij het ontwerpen van de wetgeving waardoor het justitiesysteem vandaag zo slecht werkt, zien in dat hun wetten niet werken. Puur en alleen hard optreden, zwaar straffen en opsluiten heeft niet het gewenste effect. Hopelijk een conclusie waar ook aankomend president Trump iets van leert.

The Creation of History

The Creation of History

Door: Ruud Willems

Een verhaal vertellen over een gebeurtenis of persoon is geen sinecure. Men heeft bijvoorbeeld te maken met begrippen als subjectiviteit, vooroordelen, cultuurachtergrond, standplaatsgebondenheid, foutief geïnterpreteerd bronnenmateriaal, onbetrouwbaar bronnenmateriaal, scheiden van hoofd- en bijzaken en belangen die een ander doel dienen. Al deze factoren maken het erg lastig geschiedenis naar de feiten te reconstrueren. Het vak geschiedenis gaat hier mee om door kritisch bronnenonderzoek te verrichten en in het hoger onderwijs leert men historisch te redeneren. Hierbij gaat men methodisch te werk met bronnenmateriaal om het vervolgens zo goed mogelijk te duiden in de juiste historische context.

Ambiorix werd symbool van de foutieve identificatie van de Belgae uit de oudheid met de Belgen van het sinds 1830 ontstane België. Ambiorix was koning der Eburonen, een stam die tot de Belgae gerekend wordt, waarbij Belgae een containerbegrip vormt voor een hele reeks Keltische en Germaanse stammen woonachtig in grofweg Gallia Belgica.

Vervalsing

Er zijn echter legio voorbeelden van zaken die als waar zijn aanvaard maar historisch absoluut onbetrouwbaar zijn. Hier is een loopje met de feiten genomen om een ander doel te kunnen dienen, bewust knoeien dus. Deze voorbeelden kunnen meestal in verband worden gebracht met natiestaten die rechtvaardiging en belang van hun staat creëren door de geschiedenis naar eigen hand te zetten. Op deze manier wordt de gemeenschappelijke geschiedenis van een land in het leven geroepen of verstevigd. Soms komt de vervalsing ook voort uit onbegrip of een gebrek aan kennis. Vooral in de 19e eeuw ontstaan veel van deze gemaakte tradities, vanwege de vorming van veel naties in deze periode en het daarmee gepaard gaande opkomende nationalisme.

Voor Nederland gelden enkele bekende voorbeelden van onjuiste voorstellingen van de geschiedkundige waarheid:

-De Bataafse Mythe, een mythe omdat hierbij in de 17e eeuw al werd voorgesteld dat Hollanders (vechtend tegen de Spaanse bezetter, zoals ooit de Bataven opstandig waren geweest tegen de Romeinen) af zouden stammen van de Bataven, die echter door Tacitus gesitueerd werden in het rivierengebied van de laaglanddelta (beneden-Rijn, beneden-Maas en Schelde).

-De traditie van God, Nederland en Oranje. God zou het huis Oranje hebben verkozen tot verlosser van het land en het unificerende middel bij uitstek van de ingezetenen van Nederland. Hierbij beroept men zich op het Droit Divin – het goddelijk recht te regeren over een volk, met enkel een af te leggen rekenschap aan God zelf als vorst. Zeer actueel ook; nu God lijkt weg te vallen uit de multiculturele samenleving zoeken de Oranjes naar andere unificerende zaken (sport bijvoorbeeld), daar het alle Nederlanders moet kunnen identificeren. Maar ook internationaal vinden we unificerend bedoelde symboliek en uitgevonden tradities die vaak ook een anachronisme vormen:

-Uncle Sam (VS)

-Moeder Rusland

-De Franse lelie

-De kerstboom

-Vuurwerk

-De Hoorns op vikinghelmen

De Britse historicus Eric Hobsbawm heeft hierover in zijn boek “The Invention of Tradition” uitvoerig geschreven. Howbsbawm gaat van drie elkaar overlappende vormen uitgevonden tradities uit en deze:

  1. Vormen sociale cohesie
  2. Legitimeren instituties en gezag
  3. Socialiseren en leren waardesystemen en gedragingen aan

Het in het leven roepen van nationale feestdagen, al dan niet doordrenkt met gecreëerde symbolen zoals vlaggen, wapens en volksliedjes is een voorbeeld dat we allemaal wel kennen.

SS-Ahnenerbe

Nog geavanceerder wordt het wanneer een natie zo stellig in haar eigen creaties gelooft dat zij daadwerkelijk op zoek gaat naar bewijzen voor deze creaties. De Nazi`s zijn hiervan het bekendste voorbeeld. Zij riepen “Das Ahnenerbe” in het leven, naast “Lebensborn” (waarover reeds eerder geschreven) een ander troetelkind van Heinrich Himmler.

De Nazi-expeditie in Tibet onder leiding van Ernst Schäfer in 1938; er werd niks gevonden.

Deze in het midden van de jaren dertig reeds opgerichte organisatie had als taak (wetenschappelijk) onderzoek te doen naar het Germaanse verleden en bewijs te vinden voor de Germaanse superioriteit. Ahnenerbe telde zo`n vijftig onderzoeksafdelingen, waarbij twee afdelingen de allerbelangrijkste waren; de afdelingen linguïstiek en archeologie.

De geschiedenis zoals deze tot dan toe over de Germanen was verteld en bekend was was niet toereikend voor de vragen die de Nazi`s centraal stelden bij dit verleden. De geschiedenis kwam de Nazi`s niet goed genoeg uit en de geschiedenis moest herschreven worden zoals hij was. Kinderen werd op school de zaken voorgesteld naar nationaal-socialistisch ideaal. Expedities in binnen- en buitenland werden op touw gezet; op zoek naar de roots van het Germanendom, tot zelfs in Tibet (1938). Bewezen moest worden dat het Arische ras bevoorrecht was te heersen over de andere rassen, ook al moest men er voor naar Tibet om, naar men verwachtte, er te ontdekken hoe menselijke en culturele evolutie hadden plaatsgevonden. Hier zit nog een hele theorie achter maar ik zal hier binnenkort uitvoeriger op terug komen.

Kritisch

Nog steeds wordt geschiedenis gecreëerd. Hoeven we alleen maar te denken als ontkenning van de Armeense genocide door Turkije, de toekenning van schuld aan de brand in het Reichstaggebouw in 1933 aan Marinus van der Lubbe en de holocaustontkenning door bijvoorbeeld Ahmadinejad (president van Iran 2005-2013). Het blijft dus voor iedereen die wil weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit zaak zoveel mogelijk bronnen te raadplegen en niet af te gaan op één enkele bron, waarbij men ook nog kritisch leert zijn. In het mediatijdperk waarin we nu leven is het al moeilijk genoeg informatie te filteren en te sorteren doordat er zoveel (eenzijdig) nieuws voorbijkomt. Beeldvorming door media houdt ons dagelijks, al dan niet bewust, bezig. Soms denk ik wel eens dat media de nieuwe dictatuur vormt. Gelukkig is het nog steeds aan ons te bepalen welke invloed we daar aan toe willen kennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dodo; snack der Hollanders?

Door: R. Smienk

De dodo; snack van de Hollanders?

855 kilometer ten oosten van Madagaskar ligt het eiland Mauritius. Het eiland en haar omgeving bestaat uit grote koraalriffen, een langgerekte kust van 177 kilometer en een bergachtig en dicht bebost binnenland. Vanwege de geïsoleerde ligging en het gunstige subtropische klimaat, komen er op het eiland bijzondere diersoorten voor. Eén van de bekendste diersoorten van dit eiland is echter al sinds het einde van de 17e eeuw uitgestorven; de dodo. Deze vogel van ongeveer een meter hoog leefde in de bossen en had een dieet dat bestond uit zaden en vruchten. De dodo was kwetsbaar want kon niet vliegen maar had geen natuurlijke vijanden op Mauritius.

dodo

Tekening van hoe de Dodo eruit moet hebben gezien. 

In 1598 deden Hollanders het eiland voor het eerst aan. Het was toen nog onbewoond. Ze noemden het eiland naar Maurits van Oranje, de zoon van Willem van Oranje. In het journaal van de Nederlandse scheepvaarders in 1598 beschrijven ze de vogel die ze dan voor het eerst zien. Ze noemen de vogel ‘Walchvogel’ en beschrijven hem als zeer taai hoewel de borst goed te eten was. Ze vergelijken de dodo met een tortelduif, waarvan ze zeggen dat de smaak beter is. De dodo blijkt uit onderzoek van de universiteit van Oxford, uitgevoerd in 2002, inderdaad familie te zijn van de duif. Vanwege de witte staart noemen de eerste Hollanders de vogel ook wel ‘dodaars’, hier is de naam dodo van afgeleid.

 

In de jaren na 1598 beschrijven de Hollanders in journaals en dagboeken regelmatig de flora en fauna van Mauritius. Ook de dodo komt veelvuldig voor in deze documenten. Zo is te lezen dat de Hollanders genieten van een recept met daarin gezouten vlees van de dodo.

dodo2

Een dodo getekend in een reisverslag van een lid van de VOC in 1602.

In 1638 bouwen de Hollanders een groot fort op Mauritius. Het eiland dient als aanloophaven voor reizen naar Azië of terug naar Nederland. De intensieve bewoning van Mauritius was niet goed voor de dodo. Er is echter geen bewijs gevonden dat de dodo uitgestorven is omdat hij opgegeten is door de Hollanders. De Hollandse bewoners namen echter wel allerlei dieren mee naar het eiland. Denk hierbij aan honden, varkens en apen. Het meenemen van deze dieren heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een grote invloed gehad op het uitsterven van de dodo. Deze meegebrachte dieren hadden het niet alleen voorzien op de eieren van de dodo, maar brachten ook allerlei ziekten mee waardoor de populatie van inheemse dieren een enorme klap kreeg.

In 1662 neemt men de dodo, die toen al ruim 25 jaar niet meer gezien was, voor het laatst waar. Bijzonder is ook dat er zeer weinig overblijfselen van de dodo gevonden zijn. Er bestaan alleen een aantal losse botjes en er is slechts één complete schedel gevonden. Volledige skeletten, van vele andere uitgestorven diersoorten wel gevonden, zijn van de dodo nooit aangetroffen.