Een gewone boom?

Een gewone boom?

Door: R.Smienk

Voor de Oude Kerk in Oosterbeek staat een boom. Voor veel voorbijgangers is dit een boom als alle anderen. Maar als deze boom zou kunnen spreken zou ze ons het fascinerende verhaal kunnen vertellen van de Slag om Arnhem. Hoewel de gevechten al bijna 75 jaar geleden opgehouden zijn en Oosterbeek weer net zo rustiek en groen is als het voor de oorlog was, zijn er overal in het landschap nog sporen te zien van deze oorlog.

De wilgenboom voor de Oude Kerk in Oosterbeek.

 

 

 

De slag om Arnhem.

In september 1944 voerden Amerikaanse, Engelse en Poolse parachutisten de grootste luchtlandingsoperatie uit die ooit heeft plaatsgevonden. Bij Eindhoven en Nijmegen landden parachutisten van de 101ste en 82ste Airborne divisies van het Amerikaanse leger. In de omgeving van Arnhem, op de Ginkelse heide en bij Wolfheze meer precies, landden in eerste instantie parachutisten van de 1ste Britse Airborne divisie en een aantal dagen later ook parachutisten van de onafhankelijke Poolse Brigade. Doel van de operatie; het veroveren van bruggen over verschillende rivieren en kanalen zodat de tanks die aan de Nederlandse zuidgrens stonden te wachten via deze bruggen het Duitse Rührgebied konden bereiken. Een gewaagd plan van de Britse generaal Montgomery, maar ook een plan dat volgens hem bijna niet kon mislukken. De Duitse elitetroepen hadden zich immers teruggetrokken naar Duitsland of waren reeds verslagen, zo was zijn opvatting. Wat hij echter niet wist of niet wilde weten, gezien de aanwezigheid onder de geallieerden van verschillende luchtfoto’s met daarop het bewijs van aanwezigheid van diezelfde elitetroepen, was dat er in de omgeving van Arnhem een complete SS-Panzer divisie met zwaar materieel als tanks en pantservoertuigen aan het rusten was na eerdere veldslagen. Deze pantserdivisie, het 9e SS-Panzer Hohenstaufen, had voor ze in de omgeving van Arnhem terecht kwamen, al slagen gevochten in het oosten en tijdens D-day in Frankrijk. Toen de ongeveer 10.000 Britse para’s naar beneden kwamen in de heidevelden bij Ede hadden ze geen idee wat hen te wachten stond.

De geplande snelle Britse bezetting van de Rijnbrug in Arnhem door de Britse divisie verkenningseenheid liep al vlak na de start bij Wolfheze vast op Duitse weerstand. De overige Britse troepen raakten snel betrokken in hevige straatgevechten in Oosterbeek en Arnhem, waardoor verdere voortgang nauwelijks mogelijk was. Alleen het tweede bataljon onder leiding van luitenant-kolonel Frost slaagde erin de brug in Arnhem te bereiken. Ondersteuning kon Arnhem niet bereiken waardoor de posities van Frost in Arnhem en Urquhart in Oosterbeek onhoudbaar bleken. De aanval die op 17 september voor de geallieerden zo hoopvol begon, eindigde op 25 september met een nachtelijke terugtrekking over de Rijn.

Oosterbeek tijdens de slag om Arnhem.

Tussen de landingsgebieden bij Ede, Wolfheze, Renkum en het uiteindelijke doel van de missie, de brug over de Rijn in Arnhem, ligt het mooie en rustieke dorp Oosterbeek. Het dorp dat vandaag vooral bekend staat als villadorp, was dit tijdens de Slag om Arnhem ook al. In het midden van de 19e eeuw trokken welgestelden naar het dorp om te genieten van de rustige en bosrijke omgeving.

De dropzones van parachutisten en landingszones van zweefvliegtuigen bij Oosterbeek en Arnhem. Zoals te zien is op deze kaart moesten de Britse militairen door Oosterbeek heen om de brug in Arnhem te bereiken.

 

 

Hartenstein

In Oosterbeek was ten tijde van de Slag om Arnhem, in hotel Hartenstein (hoofdkwartier van veldmaarschalk Walter Model) ingericht. De zeer gerespecteerde en ervaren Model, ook wel Hitlers brandweerman genoemd, vluchtte voordat de Britten Oosterbeek bereikt hadden naar Doetinchem. Vanuit daar leidde hij de tegenaanval die uiteindelijk de Slag om Arnhem deed mislukken. In dit zelfde hotel richtte vervolgens de commandant van de Britse aanval, generaal-majoor Roy Urquhart, zijn hoofdkwartier in. Gedurende de acht dagen dat de Slag om Arnhem duurde vonden er zeer zware gevechten in Oosterbeek plaats. In het benedendorp, liggende vlakbij de Rijn, stonden na de strijd slechts enkele huizen nog overeind. Ruim 1500 geallieerde militairen kwamen om in de omgeving van Arnhem. Ook ruim 1700 Duitse militairen sneuvelden.

De boom bij de Oude Kerk

Misschien stond de boom bij de Oude Kerk er al honderden jaren op het moment dat de Britten en Duitsers in Oosterbeek zware gevechten leverden. Als je afgaat op de omvang, de ruwe gescheurde en vervormde stam en takken zou dit zomaar kunnen. Achter de boom, vlakbij de Rijn, staat de Oude Kerk van Oosterbeek. De eerste beginselen van deze kerk zijn gebouwd in de tiende eeuw. In de omgeving van de kerk vonden tijdens de tweede wereldoorlog acht dagen lang zware gevechten plaats. In de oude pastorie ernaast werden door onder andere Kate ter Horst circa 250 gewonde Britse soldaten verzorgd. Het godshuis diende als een van de verzamelpunten van de geallieerden voordat zij zich terugtrokken over de Rijn in de directe nabijheid. Een verzamelpunt dat de Britten ten koste van alles in handen wilde houden omdat het één van de weinige plekken was van waaruit ze nog de kans hadden zich terug te trekken over de Rijn, mocht dit nodig zijn.

Lonsdale Force

Op 20 september 1944 hebben de Duitsers zware aanvallen uitgevoerd op de Britten in de buurt van de Oude Kerk. Richard Lonsdale, een ervaren majoor die onder andere zijn sporen verdiend had tijdens gevechten op Sicilië, verzamelde zijn overgebleven manschappen bij de Oude Kerk en gebruikte deze als schuilplaats, verbandpost en hoofdkwartier. Terwijl het mortieren regende op en rond de kerk wist Lonsdale, hoewel zelf ook gewond geraakt aan zijn arm, hoofd, been en hand, zijn 400 mannen aan te sporen de Duitsers op afstand te houden. Zelfs toen door de Duitsers tanks werden ingezet om de kerk te veroveren wisten Lonsdale en zijn ‘Lonsdale Force’ deze lang genoeg op afstand te houden zodat vele Britse soldaten zichzelf in veiligheid konden brengen over de Rijn. Van de kerk was op dat moment weinig meer over.

Bij de wilgenboom staat een bordje. Op dit bordje staat het volgende: “Hier stonden vijf geallieerde soldaten bij elkaar toen de plek werd getroffen door een mortiergranaat. Vier van de vijf soldaten kwamen hierbij om het leven.”

Dit simpele doch veelzeggende bordje raakt me iedere keer opnieuw als ik er sta. Ik wandel bij de kerk rond terwijl de enige geluiden die ik hoor komen van het witte grind onder mijn schoenen en wat vogeltjes die zingen tussen de takken van de boom. Hoe moet het 73 jaar geleden zijn geweest op deze zelfde plek en voor mannen die dezelfde leeftijd hadden als ik nu? De gedachte dat ik hier nu totaal ontspannen rond kan lopen terwijl mijn voeten dezelfde aarde raken als de voeten van de jongens deden die hier 73 jaar geleden hun laatste adem uitbliezen bezorgd mij kippenvel.

Op het bordje staat de volgende tekst te lezen: “Their name liveth for evermore”.

 

 

 

Actualiteit

Actuele gebeurtenissen

Ik houd me normaliter niet bezig met blogs over de actuele gebeurtenissen in de wereld. Zo heb ik nog geen letter geschreven over IS, de situatie in Syrië, verschuivende geopolitieke en economische krachten, de verkiezing en de perikelen rondom Trump, diens eerste beslissingen, het schijnbare einde van links in de politiek en deja vu`s naar eind 19e eeuw en begin 20e eeuw daaromtrent, dat leugens tegenwoordig de maatstaf voor waarheid lijken te worden in de media en andere zaken.

Wat zijn de feiten?

Nu dan een uitzondering, de voelbare “shift” in de eigen belevingswereld van voorstellingen van zaken in de media en (geo-)politiek maken dat ik me er toch aan waag. Als historicus leer je je bij de feiten te houden. Maar wat zijn de feiten? Zelfs het NOS-journaal, dat toch als autoriteit wordt gezien in Nederland bij het brengen van nieuws ontkomt niet aan het nieuwe, verwerpelijke fenomeen. Nu wil ik niet beweren dat geen enkel bericht meer klopt natuurlijk, integendeel, maar er is wel roering omtrent waarheidsvinding in medialand. Het schimmenrijk dat media heet brengt nieuws, maar weten of het klopt doen we niet altijd, totdat we dieper gaan graven. En dan komt daar soms een heel ander beeld uit naar voren. Dat roept dan weer vragen op. Welke agenda schuilt achter het brengen van valselijk nieuws? Wie is wie en wat zijn de allianties? Nieuws wordt gemaakt daar waar het helemaal niet is, voorzien van leugens. Vanwege het wantrouwen in politiek in algemene zin, vinden leugens ook makkelijk hun weg want de kiezer is in deze rare tijden op zoek naar waarheden. Politici die zich laten verleiden tot het verspreiden van leugens en halve waarheden gaan voor media-aandacht en creëren daarmee een podium teneinde zieltjes te winnen. Dat politici uiteindelijk daarop toch uiteindelijk op zullen worden afgerekend, lijken ze niet in te zien. Maar ook internationaal is het tijdperk van de leugen aangebroken, zo lijkt het. We zien het in Russische persberichten, we zien het in het Trump-kamp. Een zorgelijke ontwikkeling, maar er is meer reden tot zorg.

Pater Daniël

Een Belgische Pater in Syrië geeft al jarenlang aan dat de berichtgeving in Westerse media over wat er in Syrië gebeurt geenszins overeenkomt met de werkelijkheid zoals die door hem wordt ervaren. Zo geeft pater Daniël in een interview met Belgische krant HLN in dit artikel aan dat er niets klopt van de idee dat er een volksopstand tegen het regime van Assad heeft plaatsgevonden. En dat milities van buiten Syrië er protesten organiseerden en jongeren rekruteerden. Buitenlandse terroristen zouden volgens hem tweespalt hebben geprobeerd te zaaien door in Syrië christenen en soennieten uit te moorden om etnische en religieuze spanningen te veroorzaken. Syrië was volgens de Belgische pater een land waar de gematigde islam er voor zorgde dat men relatief harmonieus met elkaar om kon gaan. Hij noemt de berichtgeving over Syrië door westerse media de grootste medialeugen van onze tijd. Hij vertelt in het artikel dat het de radicaal islamistische groeperingen zijn die door het Westen worden gesteund en die voor alle ellende verantwoordelijk zijn. Tussen normale moslims en christenen is er geen probleem. Nu zijn wij westerlingen natuurlijk vanwege onze historische band met die grote natie uit het Westen, de VS erg verbonden met het beeld zoals dat wordt geschapen vanuit dat land. Dat wil echter niet zeggen dat we geen oog moeten hebben voor het andere verhaal. Als je je verder gaat verdiepen ga je onvermijdelijk anders tegen de zaken aankijken, ook al is duidelijk dat ook de daden gepleegd door Assad`s regime een verwoestende uitwerking hebben gehad op de burgerbevolking in Syrië. Hij lijkt de bevolking met alle middelen die hij ter beschikking heeft gehad te hebben willen dwingen voor zijn zijde te kiezen, ongeacht de gevolgen.

De democratie onder druk

Vanwege de immigratiecrisis is de democratie in het Westen onder een druk komen te staan die wel heel lang niet meer hebben gezien. Voorzichtig komt de vraag om de hoek kijken die we willen vermijden, omdat het alternatief niet voorhanden is; is de democratie aan het einde van haar houdbaarheid? De Europese Unie kraakt in haar voegen, en loyaliteitsbanden onder de lidstaten worden zwaar op de proef gesteld. De traagheid van de beslissingen die vanuit Brussel tot beleid leiden komen steeds duidelijker naar voren en het volk laat in heel Europa weten min of meer klaar te zijn met de wijze waarop de geldverslindende EU opereert. Populisme en nieuw-nationalisme steken de kop na het jarenlange geforceerde beleid vanuit de EU toch vooral een Europese identiteit te creëren, waarbij de oude nationale cultuurideeën en identiteiten op de schop moeten en lijken te moeten wijken; in ons land is de heisa om het Sinterklaasgebeuren heen daarvan een voorbeeld. Dat lijkt een Nederlandse discussie, maar deze wordt ook in Brussel gevoerd. De vraag is of dat verstandig is. De multiculturele samenleving vergt offers en aanpassing van iedereen, maar gezien het tegengeluid tegen Brussel en op nationaal niveau de Nederlandse politiek, lijkt de meerderheid van de kiezers nu te vinden dat het allemaal een beetje teveel van het goede is geweest.

Tegenstellingen

Vluchtelingen binnenhalen en een nieuwe kans bieden in Nederland is nodig, maar dan moet je ze wel wat kunnen bieden. Voor een groot deel vluchtelingen die niet echt vluchteling zijn, maar uit zijn op een beter leven of avontuur (beide motieven zijn logisch), afkomstig zijn uit veilige Noord-Afrikaanse landen als Marokko bijvoorbeeld, misbruik makend van de makke van de democratie (namelijk dat je er soms moeilijk wat aan kunt doen als mensen niet voldoen aan de verwachtingen die een democratische samenleving stelt aan nieuwkomers), dat is één van de zaken waar het botst bij veel mensen in de samenleving. In heel Europa lijkt mede hierdoor het politieke midden te verdwijnen, aangewakkerd door de immigratiecrisis en lijken mensen weer te gaan voor een uitgesproken linkse of rechtse zijde van het politiek spectrum. Men is in ieder geval uit op een politiek die duidelijk stelling neemt en die ook nastreeft zonder al teveel compromissen te willen sluiten. Zeker nu hetzelfde in Amerika is gebeurd bij Trumps verkiezing. Tegenstellingen tussen het liberale democratenkamp en het conservatieve republikeinse, zijn heel groot, hoewel ook binnen de republikeinse gelederen tegengeluiden waarneembaar zijn tegen de nieuwe president. Zijn eerste beslissingen als president maken dat nog zichtbaarder aan de oppervlakte.

Rusland

In internationaal opzicht wordt door het Westen vooral Rusland bij uitstek als agressor op het wereldtoneel aangeduid. Zo wordt het in elk geval in politiek en media gebracht. Maar is dat ook zo? Rusland heeft als geen ander land in de geschiedenis grote ingrijpende veranderingen meegemaakt, de val van de Tsaren, een kort democratisch geënt intermezzo in 1917, bolsjewieken aan de macht, terreur onder Stalin, hongersnood in de Donbas, de terreur onder Duitse bezetting, het terugdringen en verslaan van diezelfde Duitse oorlogsmachine, en vooropgesteld datgene wat gekenmerkt wordt door Poetin als de grootste catastrofe van de 20e eeuw: de val van het communisme, eind jaren `80. Om te begrijpen wat er daarna gebeurt, nemen we even twee kaartjes:

Landen onder Russische invloed tijdens de Koude Oorlog (Warschaupact). Bron: Thevimyreport.com

 

 

Blauw gemarkeerde landen laten de (economische) expansie zien van de NAVO richting het Oosten. Bron: Thevimyreport.com

 

We zien dus dat landjepik het eerste is waar het Westen zich mee bezig houdt op het moment dat het communisme valt. De Russen hebben zich nooit zo vernederd gevoeld, als in die periode, volgend op het einde van de Koude Oorlog. In 1999 traden Polen, Tsjechië, en Hongarije toe tot de NAVO; hiermee viel ineens een heel groot gebied onder invloed van het Westen, dat eerst onder de invloedsfeer van de Russen viel. Het jaar 1999 betekende voor Servië, bondgenoot van de Russen, een jaar van bombardementen van de NAVO, uitgevoerd zonder instemming van de VN-Veiligheidsraad. Na de aanslagen op de Twin Towers in 2001 gooide Rusland haar luchtruim open voor de NAVO, om de luchtbrug te kunnen realiseren naar Centraal-Azië, een gebied dat onder de Russische invloedsfeer valt. Poetin voldeed aan de wens van de Amerikanen dat land te steunen in The “War on Terror”.

Raketschild

In 2001 stopte ook de spionageactiviteiten van de Russen op Cuba als onderdeel van de ontspannen betrekkingen tussen VS en Rusland. Poetin hoopte, door de Amerikanen geen strobreed in de weg te leggen bij het zich eenzijdig terugtrekken in 2002 uit het Anti-Ballistic-Missile (ABM-)verdrag uit de jaren `70, dat de Amerikanen niet al te veel bemoeienis zouden tonen bij Russische interne aangelegenheden. Het ABM-verdrag had tot doel de wapenbeperking van beide landen te stimuleren tot een status-quo van het nucleaire arsenaal. Maar in 2006 kondigde de NAVO aan een raketschild te willen bouwen in Midden-Europa, dat er uiteindelijk, in 2015 ook is gekomen, namelijk in Roemenië, na eerdere pogingen in Polen en Tsjechië. Hier zien we al dat Europa het geslachtofferde toneel is van de strijd tussen grotere machten; Europa is het front. De houding van Rusland is naar aanleiding van de houding van het Westen jegens Rusland in voorgaande decennia dus goed te begrijpen. De Russen willen niet weer een grote verandering, die zitten er al genoeg in het collectief geheugen van het volk. Het is ook de reden waarom Poetin zo lang kan blijven zitten op de troon waarop hij zit, ondanks de economische malaise (mede door de EU-sancties) die er in het land momenteel heerst. De Russen willen stabiliteit.

Koude oorlog 2.0 in volle gang

In 2014 trok Rusland een duidelijke grens door in Oekraïne de Krim te Annexeren en troepen- en wapenconcentraties te mobiliseren aan de grenzen van Europa`s territoriale invloedssfeer. Rusland voelde zich omsingeld en is na het Georgische debacle in 2008 begonnen aan een grote militaire wederopbouw. Nu laat het zijn spierballen zien. Het associatieverdrag dat Oekraïne sloot met Europa in 2014 heeft de relatie tussen de Russen en het Westen ook geen goed gedaan, maar het absolute dieptepunt werd gevormd door de neergeschoten MH-17 en de perikelen hieromtrent. Het bouwt troepen op en regelmatig duiken grote concentraties Russische troepen op aan de grenzen van NAVO-landen. Dit als reactie op troepenopbouw van de NAVO aan de oostgrenzen, waar ook Nederlandse onderdelen aanwezig zijn,  en de angst van de Russen dat Oekraïne in Europese handen zal vallen. De afgelopen jaren zagen we steeds vaker Russische gevechtsjagers en Bommenwerpers het NAVO-luchtruim schenden om te laten zien dat de oorlogssterkte weer daar is. Inmiddels heeft Rusland S400-afweerraketten opgesteld bij Moskou nadat 3000 Amerikaanse soldaten en duizenden tanks en pantsermaterieel arriveerde in Polen. Ook de Russische enclave Kaliningrad is voorzien van met kernkoppen uitgeruste raketten. Rond de Zwarte Zee zijn naar schatting zo`n 300.000 Russische troepen geconcentreerd. Het verlies van Oekraïne begin jaren `90 is voor Rusland onverteerbaar gebleken. Kiev wordt gezien door de Russen als moeder (Moskou het hart, St.Petersburg het hoofd en Kiev de moeder) van alle Russische steden, bakermat van de Russische geschiedenis en is een oude band die stamt uit de tijd dat de Russen en Polen de “Eeuwige vrede van 1686” sloten, waarbij de Russen het gebied ten oosten van de Dnjepr in hun bezit kregen, met inbegrip van Kiev. Oekraïne is de sleutel bij het bepalen van het lot m.b.t. de mogelijkheid van oorlog in Europa.

Dit jaar hebben de Amerikanen weer oorlogsmateriaal gestationeerd in Eygelshoven in Limburg. Het terrein dat in de Koude Oorlog ook dienst deed als Amerikaans MOB-complex, zoals ons land die meerdere kende, wordt weer voorzien van 1600 legervoertuigen. Het decor voor de nieuwe Koude Oorlog neemt al jaren steeds grotere vormen aan. Het door de NAVO gestationeerde raketschild verstoort volgens de Russen de machtsbalans tussen de twee grote atoommachten. Een balans die precair is, maar altijd heeft gezorgd voor de wereldvrede. Het besef dat men elkaar totaal zou kunnen vernietigen bij het uitbreken van een nucleaire oorlog (Mutual Assured Destruction) heeft altijd voor een stabiliteit in wereldvrede gezorgd. Deze balans is sinds de eenzijdige opzegging van de Amerikanen van het ABM-verdrag in 2002, verstoord zo zeggen de Russen. Het verdrag werd opgezegd met als opgave van reden dat men zich in Amerika en het Westen moest kunnen verdedigen tegen met name de schurkenstaten (De as van het kwaad, weet u nog?). Maar met name Iran bleek helemaal nog niet in staat het Westen op een dusdanige manier te bedreigen. Met de plannen van het raketschild door het Westen is Rusland haar geopolitieke strategie aan gaan passen. Wapens in staat het schild te doorbreken werden eerste prioriteit en zijn realiteit geworden. De vraag is of Rusland tot doel heeft enkel de machtsbalans te herstellen of andere plannen heeft.

Voor mij is duidelijk dat de vraag of de Russen de agressor zijn beantwoordt moet worden met voorzichtigheid. Veel zal afhangen van de houding van Europa zelf en de verhoudingen met die andere grootmacht aan de overkant van “The Atlantic”. Rusland wil weer een grootmacht zijn en het creëert daar zelf de kansen voor. Ze hebben geleerd van het verleden en de houding van Europa ten opzichte van de Russen, zeker in de periode dat de Russen in de hoek zaten waar de klappen vielen. Het beleid van de Russen is er op gericht het westen instabiel te maken. Het smeedt allianties aan de randen van Europa en infiltreert en hackt overal waar het kan. Russen zijn zo`n beetje de uitvinders van de spionage en beheersen dat middel als geen ander. Dat zij dat nu doen via de digitale wereld maakt geen verschil, het is gewoon een nieuw middel. Het toetreden van de Russen op het oorlogstoneel in Syrië kan nog gezien worden als bescherming van een van oudsher trouwe Russische bondgenoot en het optreden in Oekraïne als bescherming van de eigen grenzen tegen een al te grote nabijheid van de westerse aanwezigheid. Duidelijk is dat de Koude Oorlog 2.0, in volle gang is, al jaren.

Het is zo dat Poetin, daar waar hacks en infiltratie voorheen enkel als spionagemiddel werden ingezet, nu een agressieve stap naar voren heeft gezet door zich te mengen in de verkiezingsstrijd in Amerika. Een directe aanslag op de soevereiniteit van de Amerikanen. “Deceit and deceive” is de politieke koers van Poetin op het wereldtoneel en hij vaart er wel bij. Het verzamelen van belastend materiaal over buitenlandse politici is in Rusland iets waar men buitensporig bedreven in is. Trump is de nieuwe president geworden geheel volgens de wens van de Russen. Ook over Trump zeggen ze belastend materiaal te hebben. Het onderzoek daarnaar door de Amerikaanse inlichtingendiensten loopt nog maar de schijn van het in de zak hebben van de Amerikaanse president door de Russen zal Trump nog wel even achtervolgen, als hij de gehele termijn al uit kan zitten, want dat is nog maar de vraag. De weerstand tegen de zakenman is groot. Met het feit dat Trump president geworden is, is de verwachting dat de Russen, na de onderkoelde relaties met het land, nu een betere relaties met de Amerikanen zullen bewerkstelligen. Poetin probeert het Westen te ondermijnen met de verspreiding van leugens en hacks. Het zal een uitdaging de “waarheden” die Poetin steeds verspreid, een stap voor te zijn met de waarheid zoals die is.

De taak van Europa

De vraag is welke rol Europa als kleine speler tussen die twee machtsblokken in gelegen, nog kan spelen. Wat is de taak van Europa in deze turbulente tijd? Eensgezindheid in Europa is belangrijker dan ooit, net nu deze eenheid onder grote druk staat. Want door betere verhoudingen van de VS met Rusland komt Europa nog verder onder druk te staan. Interne druk doordat de oostelijke landen in Europa niet onder stoelen of banken steken zaken met Trump te willen doen en wellicht het Britse Brexit-voorbeeld te willen volgen, zijn ze meteen van dat verplichte opnamegedoe van vluchtelingen en andere verplichtingen van Brussel af zo is de opinie. Verder spelen zoals eerder gezegd opkomend populisme, vreemdelingenhaat en nationalisme een grote rol. Externe druk omdat als Rusland en VS inderdaad meer toenadering vinden tot elkaar, Europa een zwakke speelbal lijkt te worden tussen twee grootmachten. De Baltische Staten zijn als de dood voor dat scenario. Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad gaf deze week nog aan dat Hij Trumps als een gevaar ziet vergelijkbaar met IS, Rusland en China. Tusk geeft ook aan dat er spectaculaire stappen nodig zijn om een sterk Europees front te gaan vormen in de strijd tegen verval van de Unie. Het defensiebudget moet hoger en een stevige buitenlandpolitiek.

EU-Bijeenkomst

Deze week was er dan ook de bijeenkomst in Valetta (Malta), waarbij de Europese leiders een tienpuntenplan hebben aangenomen dat er voor moet zorgen dat de vluchtelingenstroom vanuit met name Libië, waar veel Afrikaanse vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden vastzitten, een halt wordt toegeroepen. Er moet meer geld naar Libië om de Libische kustwacht te versterken en de detentiekampen beter te faciliteren. Ook moet er geld worden vrijgemaakt voor de bewaking van de landsgrenzen en betere voorziening van medicatie en opleiding van medici. Maar Libië is een wespennest waar geen enkele centrale regering de scepter zwaait. De vraag is dan ook of de voorgestelde maatregelen door de Libische regering waarmee werd onderhandeld (het land kent er drie, waarvan slechts 1 wordt erkend) ten uitvoer kunnen worden gebracht. Onderdeel van de agenda was ook het Europese toneel van Post-Brexit en hoe het vertrouwen van de burger in de EU te herwinnen. Maar steeds weer lijken de EU-beslissingen te zijn doordrongen van korte-termijn visie. Want als de situatie in land van herkomst van vluchtelingen niet verbeterd, zijn vluchtelingenstromen niet te stoppen.

Structurele oplossingen

Structurele oplossingen zouden een betere keuze zijn, zoals het investeren in en stimuleren van verbeteren van infrastructuur in die landen waar het om gaat en het creëren van werkgelegenheid aldaar. Fransje Molenaar van onderzoeksinstituut Clingendael gaf dat deze week in gesprek met NOS Radio 1 nog aan. De besluitvorming van de EU rondom vluchtelingenproblematiek wordt omfloerst door drie mythes die hardnekkig zijn: dat we denken dat we migratie kunnen stoppen, dat mensensmokkelaars kern van het probleem zijn en dat alle Afrikaanse vluchtelingen op weg naar Europa zijn. Molenaar geeft aan dat de maatregelen van de EU gebaseerd op die drie mythes niet kunnen en zullen werken. De beslissingen die in Valetta zijn genomen zijn ook weer gebaseerd op die aannames. Hoogleraar Henk van Houtum van Nijmegen Centre for Border Research gaf gisteren in Bureau Buitenland op NPO Radio aan dat de EU in feite de hele smokkelindustrie zelf financiert: in de afgelopen vijftien jaar is er zo`n 13 à 14 miljard geinvesteerd in EU-grensbeleid. Datzelfde bedrag ging ook om in de smokkelindustrie. Van Houtum schetst het probleem helder: Als de EU geld wil steken in de detentiecentra, dan betaalt het de milities, want de kampen zijn in handen van de milities. In die centra kopen smokkelaars migranten van de militanten, die na de smokkelaars te hebben betaald, vervolgens in gammele bootjes naar Italië worden gesmokkeld, waar ze worden teruggestuurd naar Libië, en vervolgens begint het verhaal weer van voor af aan. Met het oog op de aankomende verkiezingen in diverse landen dit jaar wil de EU nog snel wat doen aan de migrantenproblematiek teneinde zieltjes te winnen als het er dadelijk om gaat, zo lijkt het.

Stukje demografie

En de bevolking groeit. De Europese bevolking vergrijst in rap tempo. In 2050 zal zo`n 33% van de Europese bevolking bestaan uit mensen ouder dan 60 jaar oud, waar het nu om 24% gaat van de bevolking (Bron: VN). In 2050 is 1 op de 4 mensen Afrikaan en zijn we met 10 miljard mensen op de wereld. Prognoses duiden op de stagnatie en vergrijzing van Europa in de toekomst, afgezet tegen ontwikkelingen in bijvoorbeeld Azië en Afrika, waar de bevolking zal blijven groeien. De druk op grondstoffenwinning en verdeling hiervan zal toenemen, wereldwijde kosten ten gevolge van natuurrampen zullen eveneens groeien. De bevolkingsgroei zal pas stagneren na 2050 (bron: VN, World Population to 2300, New York 2004.), zo wordt voorspeld. Harde uitspraken kan men niet doen, omdat hierin verschillende parameters een rol spelen. Maar de groei is er en de uitdaging hier mee om te gaan door en voor landen dus ook. Ook om die reden zouden situaties in ontwikkelingslanden en het verbeteren daarvan hoog op de internationale agenda van politici moeten staan, juist omdat daar de bevolking het hardst groeit. Met de komst van welvaart veranderd ook het geboortecijfer, zo is de ervaring.

Overbevolking zal  alle andere problemen in de wereld in de toekomst doen verbleken, want ontwikkelingslanden worden onvoldoende geholpen waardoor het probleem blijft bestaan. Oplossingen op dit gebied zijn dan ook nodig maar ontzettend moeilijk. Het vereist internationale samenwerking en harmonie over de horizon van religie, economie en alle andere belangen en overtuigingen heen. De vraag is wanneer en of we in staat zijn als mensheid het individualisme aan de kant te zetten en te groeien naar een leefmodel waarbij alle zaken die nu in de weg staan bij het realiseren van een leefbare wereld voor eenieder, centraal kan staan. Ik heb mijn hoop gevestigd op technologische ontwikkelingen die het makkelijker en mogelijk maken als mens te blijven overleven op de planeet. Technologische ontwikkelingen gaan snel en ze zullen nog sneller gaan, om de doodeenvoudige reden dat het wel zal moeten.

Cyberwar; James Camerons gelijk of fictie?

Daarom is het ook zo belangrijk dat de wereld veilig genoeg blijft om de technologische ontwikkeling haar werk te kunnen laten doen. Als mensheid is het dan wel zaak de technologische ontwikkelingen voor de mens beheersbaar te houden. Ook dat vormt een uitdaging. Al tijdens de oorlog in Irak werden door de Amerikanen robots ingezet op het strijdtoneel. Niet in de hoedanigheid van vechtrobot maar wel om bermbommen onschadelijk te maken. Waarschuwingen voor al te intelligente robotica komen dan ook niet langer louter van milieuactivisten of filosofen die zich er mee bezig houden, maar sinds enkele jaren ook van robotici zelf. Ook drones zijn een voorbeeld van verregaande technisch autonome snufjes. Op dit moment hebben dergelijke ontwikkelingen nog geen zelflerend vermogen, maar die techniek gaat wel komen. Ook hier zal initieel de mens als factor bepalend zijn want die bepaalt voor welk doeleinde een robot of ander vervangingsmiddel voor de mens wordt ingezet. Zolang de menselijke controle nog voorhanden is over intelligente techniek, lijkt dat een geruststelling. Maar nu al kunnen we als mens bepaalde systemen, ontwikkeld door de mens, niet geheel meer begrijpen, daar schuilt wel een gevaar. Toch zullen robots en andere intelligente technologische ontwikkelingen nooit een eigen wil hebben, zo geeft hoogleraar Kunstmatige Intelligentie van de Radboud Universiteit Nijmegen aan in een artikel van Wilfred van de Poll voor Trouw.nl. Hij doet bangmakerij voor robots af als onzin. Of James Cameron, regisseur van The Terminator films, gelijk krijgt met het oog op een aanstaande cyberwar, gaan we in de nabije toekomst zien.

Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Door: Robin Smienk

Sinds de jaren `80 is het aantal gedetineerden in de Verenigde Staten verdubbeld. Het overgrote deel van de gevangenen zit vast voor geweldsloze drugsmisdrijven. Eén op de 25 blanke Amerikaanse mannen komt ooit in zijn leven in aanraking met justitie. Eén op de drie Afro-Amerikaanse mannen komt ooit in aanraking met justitie. Gevangenissen raken overvol; vandaag de dag zitten er ruim 2,5 miljoen Amerikanen achter de tralies. De kosten voor het onderhouden van deze gevangenissen drukken zwaar op de begroting van het land. Rechters voelen zich gedwongen zware straffen op te leggen. Jonge mannen en vrouwen verdwijnen voor de rest van hun leven achter slot en grendel voor relatief klein vergrijpen zoals het roken van marihuana. Hoe is dit probleem ontstaan? En erkent de Amerikaanse politiek vandaag de dag dit probleem?

Crack

Het is juni 1968. Een nieuwe drugs komt op de markt. Deze drugs met de naam crack, trekt als een ware ziekte door de Verenigde Staten. Omdat crack een relatief goedkope drug is, gebruikt men dit veel in arme, met name zwarte wijken. Dit zorgt ervoor dat de politie zich vooral focust op deze wijken. Dit zorgt vervolgens weer voor een enorme toename van het aantal zwarte Amerikanen dat in de gevangenissen terecht komt. Het aantal moorden stijgt, het aantal mensen dat overlijdt door drugsgebruik stijgt enorm en de angst zit er bij zowel de bevolking als de wetgever goed in. In 1986 begint de zogenoemde ‘war on drugs’. President Ronald Reagan staat voor een keiharde aanpak en past bestaande wetgeving aan. ‘Pas op!’ zo waarschuwde hij drugsdealers en gebruikers terwijl agenten in de vooral arme zwarte wijken op dat moment begonnen met een zeer stevige aanpak. President George Bush Sr. zette vanaf 1989 het harde beleid door. Ook onder bewind van Bush werd er strengere wetgeving ontwikkeld. Door de angst voor de drugsepidemie werden deze wetten vrij gemakkelijk door de senaat en het huis van afgevaardigden aangenomen en ingevoerd. ‘Meer gevangenissen, meer bewakers en een drie keer en je bent uit regel’. Dit was de boodschap van president Clinton in 1993. Drie keer gepakt worden met ook maar de kleinste hoeveelheid verdovende middelen betekende vanaf dat moment een levenslange gevangenisstraf. Zowel republikeinse als democratische presidenten hanteerden deze harde lijn.

Reagan

Bush Sr.

Clinton

 

 

 

Schikking

Het grootste deel van de rechtszaken waarbij drugs in het spel is resulteert in een schikking tussen aanklager en verdachte. Dit omdat verdachten erg bang zijn dat ze de maximale, vaak levenslange, gevangenisstraf opgelegd krijgen als ze de zaak voor de rechter laten komen. Het gevolg van het accepteren van een schikking is dat verdachten al na een eerste drugsmisdrijf een gevangenisstraf krijgen van vijf tot vijftien jaar. De hoeveelheid drugs die bij iemand gevonden wordt heeft geen invloed op de strafmaat. Eén gram crack cocaïne telt voor de wet even zwaar als honderd gram cocaïne.

Re-integratie

Als veroordeelden in de Verenigde Staten hun straf hebben uitgezeten krijgen ze veertig dollar en worden ze op straat gezet. Vanuit het justitiesysteem is er zelden tot nooit begeleiding. Met hun strafblad en het gebrek aan sociale vaardigheden en ‘know how’ over hoe het gaat in de “echte” wereld buiten de gevangenispoort, komen ex-gedetineerden zeer moeilijk aan een baan. Het feit dat deze werkloze en ontheemde ex-gedetineerden maandelijks nog een bedrag, ongeveer honderd dollar, moeten betalen voor de proceskosten van hun eigen proces van jaren geleden, vergroot dit probleem aanzienlijk. Re-integratie wordt hiermee een schier onmogelijke zaak. Als de ex-gedetineerde niet betaalt verdwijnt hij wederom in de gevangenis. Het verrotte justitiesysteem houdt zich zelf hiermee in stand en veroordeelden komen in een vicieuze cirkel terecht.

Gelijkheidsbeginsel?

Politieagenten worden afgerekend op het aantal verrichte arrestaties. Patrouilles, controles en arrestaties vinden vaak plaats in arme zwarte wijken omdat deze wijken door de politietop als risicowijken worden gezien. Hier richten de agenten op straat zich dan ook op. Uit onderzoeken is gebleken dat het helemaal niet zo is dat zwarte Amerikanen crimineler zijn dan blanke Amerikanen. Zwarte Amerikanen worden echter vaker gecontroleerd en daardoor vaker opgepakt dan blanken. Daarnaast is het systeem corrupt. Denk je echt dat de blanke zoon van de burgemeester die gepakt is met een joint een zelfde straf krijgt als een jongen uit een arme zwarte wijk? Er zijn tal van voorbeelden de afgelopen jaren waaruit blijkt dat dit niet het geval is. Het gelijkheidsbeginsel in de Amerikaanse grondwet is in de praktijk niet meer dan een mooi stukje tekst. Veel Afro Amerikaanse vaders, waaronder de eerste zwarte procureur-generaal Eric Holder, hebben daarom hun even noodzakelijke als  treurige praatje met hun zoons. In dit gesprek leggen vaders aan hun kind uit hoe ze zich moeten gedragen als ze staande worden gehouden door de politie. Zaken als ‘hou je handen in het zicht’ en ‘draag een riem zodat je niet je broek aan de broekband op hoeft te trekken`, dit kan gezien worden als het grijpen naar een wapen’ zijn door bovenstaande omstandigheden niet langer een goed bedoeld advies voor veel jonge donkere mannen, maar verplichte kost.

Wetsvoorstellen

Vandaag de dag is de Amerikaanse politiek het er gezamenlijk over eens dat het systeem niet goed werkt. Republikeinse en democratische senatoren werken samen aan wetsvoorstellen om wetten aan te passen en strafoplegging te matigen. Ook oud presidenten zoals Bill Clinton, die in de jaren `80 en `90 voorop liepen bij het ontwerpen van de wetgeving waardoor het justitiesysteem vandaag zo slecht werkt, zien in dat hun wetten niet werken. Puur en alleen hard optreden, zwaar straffen en opsluiten heeft niet het gewenste effect. Hopelijk een conclusie waar ook aankomend president Trump iets van leert.

The Creation of History

The Creation of History

Door: Ruud Willems

Een verhaal vertellen over een gebeurtenis of persoon is geen sinecure. Men heeft bijvoorbeeld te maken met begrippen als subjectiviteit, vooroordelen, cultuurachtergrond, standplaatsgebondenheid, foutief geïnterpreteerd bronnenmateriaal, onbetrouwbaar bronnenmateriaal, scheiden van hoofd- en bijzaken en belangen die een ander doel dienen. Al deze factoren maken het erg lastig geschiedenis naar de feiten te reconstrueren. Het vak geschiedenis gaat hier mee om door kritisch bronnenonderzoek te verrichten en in het hoger onderwijs leert men historisch te redeneren. Hierbij gaat men methodisch te werk met bronnenmateriaal om het vervolgens zo goed mogelijk te duiden in de juiste historische context.

Ambiorix werd symbool van de foutieve identificatie van de Belgae uit de oudheid met de Belgen van het sinds 1830 ontstane België. Ambiorix was koning der Eburonen, een stam die tot de Belgae gerekend wordt, waarbij Belgae een containerbegrip vormt voor een hele reeks Keltische en Germaanse stammen woonachtig in grofweg Gallia Belgica.

Vervalsing

Er zijn echter legio voorbeelden van zaken die als waar zijn aanvaard maar historisch absoluut onbetrouwbaar zijn. Hier is een loopje met de feiten genomen om een ander doel te kunnen dienen, bewust knoeien dus. Deze voorbeelden kunnen meestal in verband worden gebracht met natiestaten die rechtvaardiging en belang van hun staat creëren door de geschiedenis naar eigen hand te zetten. Op deze manier wordt de gemeenschappelijke geschiedenis van een land in het leven geroepen of verstevigd. Soms komt de vervalsing ook voort uit onbegrip of een gebrek aan kennis. Vooral in de 19e eeuw ontstaan veel van deze gemaakte tradities, vanwege de vorming van veel naties in deze periode en het daarmee gepaard gaande opkomende nationalisme.

Voor Nederland gelden enkele bekende voorbeelden van onjuiste voorstellingen van de geschiedkundige waarheid:

-De Bataafse Mythe, een mythe omdat hierbij in de 17e eeuw al werd voorgesteld dat Hollanders (vechtend tegen de Spaanse bezetter, zoals ooit de Bataven opstandig waren geweest tegen de Romeinen) af zouden stammen van de Bataven, die echter door Tacitus gesitueerd werden in het rivierengebied van de laaglanddelta (beneden-Rijn, beneden-Maas en Schelde).

-De traditie van God, Nederland en Oranje. God zou het huis Oranje hebben verkozen tot verlosser van het land en het unificerende middel bij uitstek van de ingezetenen van Nederland. Hierbij beroept men zich op het Droit Divin – het goddelijk recht te regeren over een volk, met enkel een af te leggen rekenschap aan God zelf als vorst. Zeer actueel ook; nu God lijkt weg te vallen uit de multiculturele samenleving zoeken de Oranjes naar andere unificerende zaken (sport bijvoorbeeld), daar het alle Nederlanders moet kunnen identificeren. Maar ook internationaal vinden we unificerend bedoelde symboliek en uitgevonden tradities die vaak ook een anachronisme vormen:

-Uncle Sam (VS)

-Moeder Rusland

-De Franse lelie

-De kerstboom

-Vuurwerk

-De Hoorns op vikinghelmen

De Britse historicus Eric Hobsbawm heeft hierover in zijn boek “The Invention of Tradition” uitvoerig geschreven. Howbsbawm gaat van drie elkaar overlappende vormen uitgevonden tradities uit en deze:

  1. Vormen sociale cohesie
  2. Legitimeren instituties en gezag
  3. Socialiseren en leren waardesystemen en gedragingen aan

Het in het leven roepen van nationale feestdagen, al dan niet doordrenkt met gecreëerde symbolen zoals vlaggen, wapens en volksliedjes is een voorbeeld dat we allemaal wel kennen.

SS-Ahnenerbe

Nog geavanceerder wordt het wanneer een natie zo stellig in haar eigen creaties gelooft dat zij daadwerkelijk op zoek gaat naar bewijzen voor deze creaties. De Nazi`s zijn hiervan het bekendste voorbeeld. Zij riepen “Das Ahnenerbe” in het leven, naast “Lebensborn” (waarover reeds eerder geschreven) een ander troetelkind van Heinrich Himmler.

De Nazi-expeditie in Tibet onder leiding van Ernst Schäfer in 1938; er werd niks gevonden.

Deze in het midden van de jaren dertig reeds opgerichte organisatie had als taak (wetenschappelijk) onderzoek te doen naar het Germaanse verleden en bewijs te vinden voor de Germaanse superioriteit. Ahnenerbe telde zo`n vijftig onderzoeksafdelingen, waarbij twee afdelingen de allerbelangrijkste waren; de afdelingen linguïstiek en archeologie.

De geschiedenis zoals deze tot dan toe over de Germanen was verteld en bekend was was niet toereikend voor de vragen die de Nazi`s centraal stelden bij dit verleden. De geschiedenis kwam de Nazi`s niet goed genoeg uit en de geschiedenis moest herschreven worden zoals hij was. Kinderen werd op school de zaken voorgesteld naar nationaal-socialistisch ideaal. Expedities in binnen- en buitenland werden op touw gezet; op zoek naar de roots van het Germanendom, tot zelfs in Tibet (1938). Bewezen moest worden dat het Arische ras bevoorrecht was te heersen over de andere rassen, ook al moest men er voor naar Tibet om, naar men verwachtte, er te ontdekken hoe menselijke en culturele evolutie hadden plaatsgevonden. Hier zit nog een hele theorie achter maar ik zal hier binnenkort uitvoeriger op terug komen.

Kritisch

Nog steeds wordt geschiedenis gecreëerd. Hoeven we alleen maar te denken als ontkenning van de Armeense genocide door Turkije, de toekenning van schuld aan de brand in het Reichstaggebouw in 1933 aan Marinus van der Lubbe en de holocaustontkenning door bijvoorbeeld Ahmadinejad (president van Iran 2005-2013). Het blijft dus voor iedereen die wil weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit zaak zoveel mogelijk bronnen te raadplegen en niet af te gaan op één enkele bron, waarbij men ook nog kritisch leert zijn. In het mediatijdperk waarin we nu leven is het al moeilijk genoeg informatie te filteren en te sorteren doordat er zoveel (eenzijdig) nieuws voorbijkomt. Beeldvorming door media houdt ons dagelijks, al dan niet bewust, bezig. Soms denk ik wel eens dat media de nieuwe dictatuur vormt. Gelukkig is het nog steeds aan ons te bepalen welke invloed we daar aan toe willen kennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dodo; snack der Hollanders?

Door: R. Smienk

De dodo; snack van de Hollanders?

855 kilometer ten oosten van Madagaskar ligt het eiland Mauritius. Het eiland en haar omgeving bestaat uit grote koraalriffen, een langgerekte kust van 177 kilometer en een bergachtig en dicht bebost binnenland. Vanwege de geïsoleerde ligging en het gunstige subtropische klimaat, komen er op het eiland bijzondere diersoorten voor. Eén van de bekendste diersoorten van dit eiland is echter al sinds het einde van de 17e eeuw uitgestorven; de dodo. Deze vogel van ongeveer een meter hoog leefde in de bossen en had een dieet dat bestond uit zaden en vruchten. De dodo was kwetsbaar want kon niet vliegen maar had geen natuurlijke vijanden op Mauritius.

dodo

Tekening van hoe de Dodo eruit moet hebben gezien. 

In 1598 deden Hollanders het eiland voor het eerst aan. Het was toen nog onbewoond. Ze noemden het eiland naar Maurits van Oranje, de zoon van Willem van Oranje. In het journaal van de Nederlandse scheepvaarders in 1598 beschrijven ze de vogel die ze dan voor het eerst zien. Ze noemen de vogel ‘Walchvogel’ en beschrijven hem als zeer taai hoewel de borst goed te eten was. Ze vergelijken de dodo met een tortelduif, waarvan ze zeggen dat de smaak beter is. De dodo blijkt uit onderzoek van de universiteit van Oxford, uitgevoerd in 2002, inderdaad familie te zijn van de duif. Vanwege de witte staart noemen de eerste Hollanders de vogel ook wel ‘dodaars’, hier is de naam dodo van afgeleid.

 

In de jaren na 1598 beschrijven de Hollanders in journaals en dagboeken regelmatig de flora en fauna van Mauritius. Ook de dodo komt veelvuldig voor in deze documenten. Zo is te lezen dat de Hollanders genieten van een recept met daarin gezouten vlees van de dodo.

dodo2

Een dodo getekend in een reisverslag van een lid van de VOC in 1602.

In 1638 bouwen de Hollanders een groot fort op Mauritius. Het eiland dient als aanloophaven voor reizen naar Azië of terug naar Nederland. De intensieve bewoning van Mauritius was niet goed voor de dodo. Er is echter geen bewijs gevonden dat de dodo uitgestorven is omdat hij opgegeten is door de Hollanders. De Hollandse bewoners namen echter wel allerlei dieren mee naar het eiland. Denk hierbij aan honden, varkens en apen. Het meenemen van deze dieren heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een grote invloed gehad op het uitsterven van de dodo. Deze meegebrachte dieren hadden het niet alleen voorzien op de eieren van de dodo, maar brachten ook allerlei ziekten mee waardoor de populatie van inheemse dieren een enorme klap kreeg.

In 1662 neemt men de dodo, die toen al ruim 25 jaar niet meer gezien was, voor het laatst waar. Bijzonder is ook dat er zeer weinig overblijfselen van de dodo gevonden zijn. Er bestaan alleen een aantal losse botjes en er is slechts één complete schedel gevonden. Volledige skeletten, van vele andere uitgestorven diersoorten wel gevonden, zijn van de dodo nooit aangetroffen.

 

 

Der Deutsche Herbst

 

 

rote_armee_fraktion_opgeheven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De jonge West-Duitse democratie werd eind jaren `70 zwaar op de proef gesteld. Een nieuw radicaal-linkse organisatie schrok de burgermaatschappij op met een reeks bloedige aanslagen die tot in de jaren `90 van de vorige eeuw zouden voortduren.

Woelige jaren `50 en `60

De jaren `50 en `60 op het wereldtoneel zijn woelig te noemen. Oude koloniale rijken, voor zover ze niet al gevallen waren, stonden op het punt in te storten. De Koude Oorlog was een pijnlijke realiteit geworden met eerst oorlog in Korea, en later Vietnam, en in Zuid -Amerika werd een guerrilla-oorlog gevoerd tegen corrupte regimes. Israël was in oorlog met de haar omringende landen en in Duitsland stond een jonge generatie op tegen de gevestigde orde. In Duitsland werd binnen de regering de dienst uitgemaakt door politici die conservatief waren, politici die vaak zelfs deel uit hadden gemaakt van het Nazi-regime; de Neurenberg processen waren in dat opzicht zeker niet feilloos geweest. De jeugd wilde af van dat oude en conservatieve machtssysteem waarin bovendien dus veel oudgedienden uit de oorlog de dienst uitmaakten. Daarnaast verzette men zich tegen de symbolen van de democratische systemen die oorlog voerden in Vietnam of die oorlog in elk geval, al dan niet louter moreel, steunden. Er hing een sfeer van opstand en revolutie in de straten van de Bondsrepubliek. Ouders kregen de vraag van hun kinderen voorgeschoteld wat zij precies hadden gedaan in de oorlog. Je zou kunnen denken dat het ontstaan van zo`n krachtige tegenbeweging van deze jongeren tegen de gevestigde orde een reactie van schuldbewustzijn t.a.v. de Nazi-tijd met terugwerkende kracht was.

Veel studenten wilden gewoon meer zeggenschap op de universiteiten. Maar een deel wilde ook meer. Er ontstonden groepjes neo-marxisten en anti-kapitalisten die uitgingen van de noodzaak van een politiek-radicalisme tegen burgerlijk-maatschappelijke waarden van een oudere generatie, de consumptiemaatschappij en de staat an sich. Met hun acties wilden ze er voor zorgen dat het westerse imperialisme aan het wankelen zou worden gebracht, dat was althans de insteek, een revolutie was nodig. Dat bij deze revolutie, en het geweld dat daarmee gepaard zou gaan, ook daadwerkelijk doden zouden gaan vallen, was tot de groeperingen die ontstonden nog niet doorgedrongen.

Het begin..

De eerste wapenfeiten tegen symbolen van het kapitalisme werden gepleegd door een zekere Andreas Baader en zijn compagnon, Gudrun Ensslin. Ze stichtten een tweetal branden in bekende warenhuizen in Frankfurt. Redelijk onschuldig nog. Er vielen nog geen doden, maar dat zou snel veranderen. Men kon al snel enkel nog oppositie voeren door ondergronds te gaan, clandestien; de politie was al waakzaam. Baader werd gearresteerd, maar kon dankzij hulp van Ensslin en een linkse journaliste genaamd Ulrike Meinhof in 1970 ontsnappen uit gevangenschap (inmiddels had zich een groep sympathisanten geschaard rond de twee die wisten te regelen dat Baader een bibliotheek mocht bezoeken in het plaatsje Dahlem, waar ze hem wisten te bevrijden). Baader, Ennslin, Meinhof en het groepje getrouwen waren op dat moment al geradicaliseerd en vol overtuiging dat enkel de gewapende strijd tegen de gevestigde orde uitkomst kon bieden. De Rote Armee Fraktion zag het levenslicht en groeide al snel uit tot een beweging van geoefende stadsguerillas.

Eerste generatie

Deze groep vormde de eerste generatie binnen de RAF en pleegde verscheidene overvallen op banken waarbij grote sommen geld werden buitgemaakt. Ook aanvallen op de politie en Amerikaanse soldaten gelegerd in Duitsland volgden. Ze kregen zelfs training in Palestina van terroristen en werden gesteund door communistische regimes. Er ontstonden banden met de STASI in de DDR en men kon ineens, mede door die banden, gewapende strijd gaan voeren. Het hoofdkwartier van de RAF werd echter na een tip ontdekt door de polizei en de groep werd grotendeels gearresteerd. Baader en Meinhof ontsprongen de dans en er ontstonden apart van elkaar nieuwe groepen rondom beiden. Intussen werd duidelijk dat de meute de acties begon af te keuren en het politieapparaat werkte beter, intensiever in hun zoektocht naar de RAF-leden. In 1972 viel het doek voor Baader, Ennslin, Horst Mahler, Ulrike Meinhof en Jan-Carl Raspe met nog een aantal anderen van het eerste uur, toen zij gearresteerd werden in juni van dat jaar bij verschillende acties. Ze werden later tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. Vanwege hun potentieel gevaar voor de samenleving werden zij bewaakt in extra beveiligde gevangenissen. Ondanks pogingen van de tweede generatie RAF-leden hen te bevrijden, bleven ze vastzitten en verschillende leden zouden zelfmoord gepleegd hebben. “Zouden”, want de zelfmoord van verschillende RAF-leden in de gevangenis is onderwerp van discussie. De overheid zou ze laten hebben vermoorden volgens een van de weinige overlevenden van die eerste generatie, Irmgard Möller.

Der Deutsche Herbst

Op 30 juli 1977 werd de directeur van de Dresdner Bank, Jurgen Ponto, tijdens een ontvoeringspoging doodgeschoten en Hans Martin Schleyer ontvoerd en uiteindelijk ook vermoord (manager en econoom, tevens ex-lid van de SS en ultra-rechts ondernemer na de oorlog), teneinde de druk op de regering tot vrijlating van de mitglieder op te voeren. Op 18 oktober 1977 overleden Baader, Ennslin en Raspe (Meinhof was in 1976 al door zelfmoord om het leven gekomen in haar cel) in hun cel, enkele uren na een mislukte gijzelingsactie van een met de RAF sympathiserende Palestijnse terreurcel op een Lufthansa-vliegtuig, waarbij de gezagvoerder omkwam, maar de GSG9 uiteindelijk erger wist te voorkomen. Doel van die actie was de druk op de regering nog verder op te voeren de gevangenen vrij te laten. Zelfmoord als doodsoorzaak was ook hier de officiële lezing van de Bundesregerierung. Al deze gebeurtenissen leidden tot grote onrust in de herfst van 1977 in West-Duitsland, bekend geraakt onder de noemer; “Der Deutsche Herbst”. De balans van de Deutsche hefst kon opgemaakt worden na de Todesnacht op 18 oktober; 47 doden, waarvan 17 RAF-leden, waren te betreuren.

schleyer-auto-lijk

De auto waarin het lijk van Schleyer werd gevonden

Verdere generaties (twee en drie)

In mei 1978 verkeerde de organisatie van de RAF in een impasse, nagenoeg de hele leiding werd opgepakt in Zagreb en Der Deutsche Herbst zag men als een grote nederlaag voor diezelfde RAF. Ze werden echter door de Joegoslavische autoriteiten weer vrijgelaten en men kon weer verder. Hoofddoel van deze tweede generatie was vastzittende leden vrij te krijgen uit de gevangenis. Het gevangenisleven voor de RAF-leden was naar de maatstaven van de jaren `70 volgens de RAF-leden zelf, zwaar te noemen. De RAF voerde een propagandaoorlog door te wijzen op de strenge maatregelen t.a.v. RAF-leden die vastzaten, daarmee de idee scheppende dat in Duitsland het fascisme nog steeds de heersende macht was. De tweede generatie zorgde ook voor een indrukwekkend palmares van geweld. Zo vonden er verschillende schietpartijen in o.a. Nederland plaats (Kerkrade, Den Haag, Amsterdam) tussen zich hier schuilhoudende RAF-leden en politie. Ook werd een moordaanslag op opperbevelhebber van de NAVO Alexander Haig beraamd. Gedurende vier nachten werd een tunnel gegraven onder een brug waarin 20kg Semtex geplaatst kon worden, op de route lag waarlangs Haig zou passeren op diens weg naar het NAVO-hoofdkwartier in Casteau. Door een verkeerde verkeerde timing ontplofte de bom te laat en Haig raakte slechts lichtgewond.

De periode van 1980 tot 1990 liet echter een derde generatie RAF zien, welke in deze periode verantwoordelijk was voor tien moorden, en vele gewonden. In de jaren `90 werden er nog verschillende overvallen gepleegd op banken in Duitsland en in 1993 werd een gevangenis in aanbouw opgeblazen met 200 kg springstof in een plaats bij Frankfurt, Weiterstadt. Vijf jaren later hief de RAF zich op. Het bleef stil rondom de organisatie tot vorig jaar, toen twee mislukte overvallen in Duitsland naar sporen van een drietal als RAF-lid bekend taande personen leidden. Op 6 juni van dat jaar werd o.a. bij het plaatsje Stuhr, net onder Bremen, een geldwagen klemgereden. De geldwagen werd beschoten met een kalashnikov maar de wagen ging automatisch op slot waardoor geen geld buitgemaakt kon worden. Het drietal dat wordt gezocht wordt ook verdacht van de aanslag op de gevangenis bij Weiterstadt en is vuurwapen gevaarlijk. Naar alle waarschijnlijkheid verblijven zij ergens in Nederland.

 

 

 

De val van het West-Romeinse Rijk

Val van het West-Romeinse rijk

visigoths_sack_rome

De plundering van Rome door de Visigoten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door: Ruud Willems

Een van de meest besproken onderwerpen met betrekking tot het dateren van het einde van de oudheid en het begin van de middeleeuwen, is de val van het West-Romeinse Rijk. West-Romeins inderdaad, het grote Romeinse Rijk raakte verdeeld, waarbij het Oost-Romeinse Rijk niet ophield te bestaan voordat het zijn neergang aan het einde van de middeleeuwen kende, wat daarmee weer wordt gezien als een eindpunt van de middeleeuwen en overgang naar de Renaissance. Eén gebeurtenis is echter zelden solo verantwoordelijk voor het einde van een tijdperk. Vaak gaat het hierbij om een reeks gebeurtenissen die over een langere periode leiden tot een kentering van het bestaande.

Zo zou men niet alleen het jaar 476 n. Chr. (Val van het West-Romeinse Rijk waarbij de laatste keizer, Romulus Augustulus wordt afgezet door Odoaker, aanvoerder van Germaanse huurlingen binnen het Romeinse leger) kunnen aanduiden als einde van de oudheid en begin van de middeleeuwen. Men zou net zo goed andere gebeurtenissen kunnen noemen, zoals de plunderingen van Rome in 410 n. Chr en 455 n.Chr. door resp. de Visigoten en de Vandalen, Germaanse stammen op drift geraakt door de komst van de Hunnen in Europa. De vierde eeuw kenmerkte een Romeins Rijk dat zich gedwongen zag Germanen als foederati op te nemen, ingezetenen zonder burgerrecht, maar gedwongen tot (militaire) hulpverlening in ruil voor bescherming en opname binnen de rijksgrenzen. Hiermee trad verder verval in. Het plaatje van de moeilijkheid één gebeurtenis verantwoordelijk te laten worden voor einde en begin van een periode wordt zo snel duidelijk. Hiermee blijft ook de discussie waar de oudheid te laten eindigen, en de middeleeuwen te laten beginnen levendig binnen de geschiedvorsing. Het hangt er van af waar je naar kijkt. De traditie houdt echter 476. n. Chr. aan als overgang, men moet het toch op één of andere manier een jaartal meegeven, dat is handig voor de mensen. Het duiden van de val van het West-Romeinse rijk is echter allesbehalve een makkelijke kwestie, omdat het hier gaat om verschillende aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot haar einde. 

Het Christendom

Na de dood van Jezus trokken zijn apostelen er op uit om de leer van Jezus te verkondigen. Eén van de apostelen die hierin het meest fanatiek was, is Paulus geweest, over wie ik eerder heb geschreven. Paulus trok ook naar Rome om daar het christendom te brengen en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap. Het christendom was en is in beginsel een pacifistische religie, de Romeinen hadden daarentegen een oorlogsgod, Mars. Daarnaast was het christelijke geloof vooral ook een monotheïstische religie. En dat was in het Romeinse Rijk een probleem, want de Romeinse staatsreligie hing vele goden aan. Van de Romeinen kan gezegd worden dat ze redelijk tolerant tegenover andere religies en gedachtegoed stonden, tenzij men zich geheel onthield aan de Romeinse cultus, welke polytheïstisch van aard was. Christenen werden dan ook, zoals ook de Joden eerder hadden ondervonden tot zij in de eerste eeuw werden erkend door de Romeinse keizer(s), als een gevaar gezien voor de eenheid van de staat. Zij zouden slecht voor de handel zijn want zij joegen de kooplui bij tempels weg waar zij konden. Ook volgden de Romeinen de rituelen van de christenen met argusogen, ze werden gezien als kannibalen want zij aten het vlees en bloed van Christus. Hierdoor werden zij met enige regelmaat blootgesteld aan vervolgingen. Voorbeelden hiervan vinden we in alle drie de eeuwen; in de eerste eeuw bijvoorbeeld door Nero, die christenen bijvoorbeeld gebruikte als fakkels langs de weg, in de tweede onder Marcus Aurelius (177) en in de derde en vierde respectievelijk onder Decius (250), Valerianus(257) en Diocletianus (303). De vervolgingen hielden pas op met het Edict van Milaan in 313, waarbij de religie officieel werd toegestaan binnen het rijk en burgers het recht kregen op vrijheid van godsdienst. Hierdoor kon de aanhang onder de christenen sterk groeien. Steeds meer mensen binnen het rijk werden volger van het christelijk geloof, ook soldaten. Zij kwamen echter in het gedrang met hun geloof en hun professie, omdat deze twee lastig te verenigen waren. Vaak wordt dan ook door historici aangehaald dat met de komst van christendom gaandeweg de militaire slagkracht verder werd ondermijnd.

kristne1-aygmnndforikq9-weqf64g

Christenen worden ter vermaak afgeslacht voor de ogen van een doldriest publiek. Bron: Historia.nl

Tanende macht

Het Romeinse rijk bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de derde eeuw (202 n. Chr.) onder keizer Septimius Severus, die met de verovering van Mesopotamië een enorm gebied inlijfde bij het toch al aanzienlijke rijk. Vaak wordt gedacht dat de grootste omvang werd bereikt onder Trajanus, maar dit klopt niet omdat deze zijn gezag in het zelfde gebied niet definitief kon vestigen, hoewel hij er succesvolle invallen pleegde, zo geeft J. Lendering aan in een boekrecensie op zijn weblog Mainzer Beobachter over Maarten van Rossems boek “Het einde van het Romeinse Rijk”. Maar ook hier gold: hoe groter een rijk, hoe lastiger te managen. Een groter rijk heeft meer grenskilometers en meer soldaten nodig en dus meer soldij. Dat betekent verhoging van belastingen. Er konden vanwege de roep om een groter leger ook niet langer louter Romeinse burgers worden geworven voor de krijgsdienst. Steeds vaker waren dit foederati of krijgsgevangen. Verder kenmerkte een groot gedeelte van de derde eeuw zich door interne chaos en burgeroorlogen binnen het rijk. De periode is in de geschiedenis bekend als de crisis van de derde eeuw en de heerschappij van elkaar beconcurrerende soldatenkeizers. Soldaten wezen hun aanvoerder vaak aan in de hoop dat er dan meer soldij zou volgen. Vanwege de interne strijd kwam er veel minder buit binnen dan voorheen. Tot overmaat van ramp werd ook de druk van diverse stammen op de buitengrenzen werd steeds groter. In de Parthen vonden de Romeinen aan hun oostgrenzen een tegenstander om rekening mee te houden. Ze leden een aantal grote nederlagen tegen de Parthen (leefgebied grotendeels hedendaags Iran) tussen het midden van de eerste eeuw v. Chr. en het begin van de derde eeuw n. Chr. en later door toedoen van de opvolgers der Parthen; het Sassanidische Rijk. Ook in het westen werden invallen van barbaren frequenter en heviger. De Germanen klonterden steeds beter en vaker samen in georganiseerde (stammen)verbonden in de strijd tegen de Romeinen. Zij hadden dikwijls al in de gelederen van de Romeinen gevochten en zetten hun opgedane krijgskennis nu in tegen hun oude broodheer. De keizer zocht zijn heil in versterking van het leger om de vele vijanden beter het hoofd te kunnen bieden, maar meer troepen betekende meer uitgaven. Het gehalte zilver in een munt werd drastisch minder om alles te kunnen blijven bekostigen. Als gevolg van muntdevaluaties en het wegtrekken van mensen uit zowel de steden als de grensgebieden, klapte de economie in elkaar in het westen. Pas met de komst van keizer Diocletianus  kwam er weer enigszins rust in het rijk.

Kaart Rijk

Romeinse rijk rond 117 A.D.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deling van het rijk

Zowel Diocletianus als Constantijn hebben diverse hervormingen doorgevoerd in hun pogingen het rijk verder te herstellen. Zowel op bestuurlijk gebied (uitbreiding van het ambtenarenapparaat), economisch gebied, (prijzen voor goederen werden gecontroleerd) alsmede de daadwerkelijke deling van de macht (Tetrarchie). Hierdoor was Rome niet langer hoofdzetel van de macht. In 285 n. Chr. werd het Romeinse Rijk administratief in tweeën gesplitst. Voortaan zou er een westelijk deel en een oostelijk deel bestaan. Deze verdeling noemt men de tetrarchie, waarbij Diocletianus, keizer op dat moment, een medekeizer en twee onderkeizers aanstelde. Men hoopte dat men, door het rijk op te delen, aanvallen van verschillende kanten beter te kunnen pareren. Uiteindelijk kregen de keizers onderling herrie om de opvolging waaruit Constantijn de Grote als overwinnaar uit de strijd kwam nadat hij aan de vooravond van een beslissende slag tegen zijn grootste vijand een visioen had gehad van het christelijk kruis, dat hem de overwinning zou bezorgen. Constantijn overwon inderdaad en werd hierna de eerste christelijke keizer van het rijk. Constantijn verplaatste zijn regeringszetel naar het rijkere Constantinopel (later Byzantium). Na de dood van Theodosius de Grote (395), die de Visigoten onder Alarik I moest toelaten binnen de grenzen van het rijk, volgde een definitieve deling tussen Oost en West. Legers van beide rijken steunden elkaar niet langer in militaire campagnes, wat zorgde voor een verdere verzwakking op militair gebied.

romeinse-rijk-diocletianus

De Tetrarchie rond 230 n.Chr. Bron: Historiek.net

Belastingen

Vanwege de vele (burger) oorlogen binnen het rijk werden ingezetenen opgezadeld met steeds hogere belastingen. Die kon door de ruggengraat van de economie, de vrije pachtboeren (coloni), niet meer worden opgebracht. Vele boeren verlieten hun landerijen noodgedwongen in de hoop op een beter bestaan. Hierdoor ontstond er minder landbouwproductie; grote stukken akkerland bleef onbewerkt achter. Afzetmarkten werden kleiner. Men trachtte het tij te keren door het beroep erfelijk te maken en aan de grond gebonden, zodat de grote uittocht van het platteland zou worden gestopt. De verlaten stukken grond werden veelal in beslag genomen door grootgrondbezitters die er slaven te werk stelden. De grootgrondbezitters werden op den duur heer van zowel coloni (vrije pachtboeren) als slaven. Het lijfeigenschap (horigheid) ontstond hierdoor. Doordat er echter minder gebied werd veroverd, waren er ook minder slaven voorradig. Dit had tot gevolg dat kleinere stukken grond werden geëxploiteerd en grootgrondbezitters steeds onafhankelijker werden van Rome. De overheid kon het bestuur over het platteland niet meer belopen. De villa`s op het platteland werden bestuurlijke centra in een bepaald gebied.

Volksverhuizingen en de pest

Gedurende deze economische en sociale ontwikkelingen had het Romeinse Rijk ook nog te maken met het uitbreken van pestepidemieën. Dit verzwakte de economie nog verder. Steden slonken aanzienlijk en de handel werd kleinschaliger. De eerste grote epidemie vond plaats onder Marcus Aurelius (r. 161-180). Het wordt betwijfeld of het hier om echte pest ging, maar in elk geval stierf naar schatting zo`n tien procent van de inwoners van het rijk. Vooral onder de soldaten was het slachtofferaantal groot. Op den duur kon het leger Germaanse invallen niet weerstaan, waardoor de keizer zich gedwongen zag zelf het leger (succesvol) aan te voeren. Toch was de dreiging van de invallen van Germanen blijvend en steeds vaker werden de Romeinen gedwongen de Germanen  in grote aantallen op te nemen in het rijk. Deze foederati onderwierpen zich aan de Romeinse wetten. In ruil voor bescherming binnen het rijk leverden de foederati hulptroepen voor de legioenen waarmee deze voor een steeds groter gedeelte uit Germanen gingen bestaan.

Eind vierde eeuw echter, raakten de Hunnen (een Aziatisch ruitervolk uit de Mongoolse regionen) op drift. Ze joegen verschillende Germaanse volken op de vlucht, zoals de Visigoten bijvoorbeeld. Rome werd in 410 n. Chr. geplunderd door deze Visigoten, welke foederati werden na hun vlucht voor de Hunnen, en in 455 nogmaals door de Vandalen in 455 n. Chr. Het gebeuren bracht een geweldige schok teweeg in de oude wereldorde, Rome zag voor het eerst sinds de vierde eeuw v. Chr. vreemde troepen in de stad. De Hunnen overspoelden Europees grondgebied en namen zelfs Milaan en Ravenna in en bedreigden ook Rome. De laatste grote overwinning van de Romeinen vond plaats op de Catalaunische velden waar de Romeinse veldheer Aetius de Hunnen onder Atilla versloeg. De laatste Romeinse keizer, Romulus Augustulus, werd uiteindelijk in 476 afgezet door Odoaker, die daarmee de eerste barbaarse koning van Italië werd.

Complex

Zoals we op kunnen maken uit bovenstaande is de val van het West-Romeinse Rijk dus een complex geheel aan factoren over een langere periode die zorgen voor het einde van een periode van Romeinse heerschappij in het westen. Ziekte, hongersnood, de grootte van het rijk, de volksverhuizingen, de komst van het christendom en daarmee het pacifisme in het rijk, de opname van Germanen in het leger en hun groeiend belang in dat leger, ook op hoge plaatsen, de deling van het rijk, militaire nederlagen, goede keizers, slechte keizers, torenhoge belastingen welke niet langer zijn op te brengen, het gemis aan buit vanwege uitblijvende overwinningen, de-urbanisatie, burgeroorlog, wetgeving,  zovele oorzaken spelen een rol bij de desintegratie van het rijk, dat men bij het kiezen van een jaartal teneinde de uiteindelijke val een jaartal mee te geven heeft gekozen voor het jaar 475 n. Chr. om het maar enigszins te kunnen periodiseren, en men kijkt hierbij vooral naar een breuk met het verleden op institutioneel gebied. De Latijnse cultuur versmolt echter verder met de Germaanse, een proces dat eeuwen duren zou en tot op de dag van vandaag vind je om je heen elementen van beide.

 

 

 

Plakkaat van Verlatinghe

Door: Ruud Willems

Op 22 juli 1581 werd door de secretaris van de staatsraad Jan van Asseliers een document opgesteld dat hij in vier dagen tijd klaar had. Een document dat niet alleen voor de Nederlanden van groot belang is geweest, maar ook voor inspiratie zorgde bij andere landen, in hun zoektocht naar onafhankelijkheid van een bezettende natie. Een document waarin openlijk en voor het eerst het staatshoofd, Filips II van het Habsburgse Rijk, werd afgezworen.

Fundamentele veranderingen

In de 16e eeuw voltrokken zich op het Europese contingent fundamentele veranderingen. De heerschappij en macht van paus en keizer was om diverse redenen tanende. Tegelijkertijd stonden nieuwe machthebbers in de coulissen klaar het stokje over te nemen. Er ontstonden nieuwe kerkelijke structuren. Machthebbers gingen naast de heerschappij over het wereldlijke, ook streven naar de macht over de kerk, een kans geboden door een reeks van zwakke pausen. De pauselijke staat had met de komst van pausen als Rodrigo Borgia, Giuliano della Rovere en de De Medici-pausen het pad van corruptie, incest en andere excessen ingeslagen waardoor de connectie met een devoot vroom leven ver te zoeken was. Hierop volgend bood de Reformatie nieuwe machthebbers de kans om invloed uit te oefenen over de kerk. Bij de Godsvrede van Augsburg van 1555 werd bijvoorbeeld t.a.v. het Duitse Rijk bepaald dat er geen diverse kerken binnen de staat mochten bestaan. De vorst moest dus een keuze maken. Hierdoor zou hij zijn gezag kunnen versterken door andersgelovigen aan te duiden als ketters. Politiek en kerkelijke leer raakten vervlochten met elkaar, met de religie als uitgangspunt. Dit wordt ook wel aangeduid als het confessionalisme. Hier ontstond een van de kiemen die leidden tot onmin in de Nederlanden uitmondend in tot wat wij kennen als de Tachtigjarige Oorlog.

2457881_orig

De Zeventien Verenigde Nederlanden. Bron: http://www.muntgewichten.com/

Scheuringen

De Raad van State botste na het aftreden van Karel V in 1555 te Brussel steeds vaker met Filips II. Filips had namelijk een failliet rijk geërfd en wenste de schatkist aan te vullen met o.a. belastinggelden uit de Nederlanden. Hierop ontstond groot protest vanuit de politieke kringen in de Nederlanden. Verder heerste er ook onvrede over het feit dat Filips zich had teruggetrokken uit de Nederlanden om zijn rijk, zich omringd wetend met Spaanse adviseurs, vanuit Spanje te besturen. In 1559 werd Margaretha van Parma aangesteld als landvoogdes met Granvelle (aartsbisschop van Mechelen) als haar belangrijkste raadgever en de perikelen die volgden kennen we allemaal nog van onze geschiedenislessen op de lagere en middelbare school. Inmiddels had ook de Reformatie in de Nederlanden zijn werk gedaan. Onder de protestanten heerste een grote afkeer van de katholieke Spaanse soldaten. Maar ook onder veel katholieken waren de Spaanse troepen niet erg populair. Hieruit ontstaat een beeld van een natie welke niet enkel op politiek-bestuurlijk vlak, maar ook op sociaal-maatschappelijk en religieus vlak in onvrede leefde met de wijze waarop het land bestuurd werd.

De Nederlandse Opstand

De Nederlanden, bestaande uit zeventien gewesten, hadden te maken met een vorst die ook streefde naar één koninkrijk, met één religie. Dit terwijl de roep om zuivering van de kerk door de protestanten luid werd verkondigd. We kunnen de Nederlandse Opstand indelen in twee fasen waarin perioden van gevechtshandelingen en relatieve rust elkaar afwisselden: de periode van 1566-1609 (tot aan het Twaalfjarig Bestand), en de periode 1621-1648 (Vrede van Munster). De onvrede leidde echter niet enkel tot militaire acties aan de zijde van de opstandelingen, maar ook tot het ontstaan van fundamentele wetten, zoals de Pacificatie van Gent en de beide Unies. Daarnaast hadden de gewesten in1572 al op eigen houtje een Statenvergadering bijeengeroepen, revolutionair te noemen want dit mocht enkel op instigatie van de vorst gebeuren. Het beleid van Alva, vanaf 1567 aanwezig met een leger in de Nederlanden, zorgde voor een begin van gewapende strijd tegen de Spanjaarden. De Nederlandse Opstand was begonnen.

Fundamentele Wetten

Eind achttiende eeuw vormden zich in Europa grondwetten. Deze grondwetten waren de culminatie van ontwikkelingen die zich in de late middeleeuwen al gevormd hadden. Zo kennen we uit Frankrijk de zogenaamde leges fundamentales, wetten gevormd vanuit het Droit Divin, het goddelijk recht. Belangrijk: ook de vorst was gebonden aan regels van de leges fundamentales en stond daarmee niet boven alle regels. Wanneer een vorst zich niet hield aan de leges achtte het volk zich gerechtvaardigd in opstand te komen tegen de vorst die zich gedroeg als een tiran. En dat is ook precies wat er in de Nederlanden gevoeld werd. Na de Pacificatie van Gent (1576), de Unie van Atrecht (1579 – in deze context minder van belang omdat in deze Unie juist de weg werd ingezet naar loyalisme t.a.v. het Spaanse gezag betreffende de zuidelijke Nederlanden waarbij het katholicisme de enig toelaatbare religie werd geacht) en de Unie van Utrecht (1579, één maand later), werd in 1581 het Plakkaat van Verlatinghe verkondigd door de Staten-Generaal. Hierbij werd de landsheer, Filips II, afgezworen vanuit de overtuiging dat men hiertoe het recht had omdat deze in strijd met de rechten en privileges van de Nederlandse gewesten regeerde.

256px-nederlanden_1579

Het Plakkaat

In het Plakkaat werd Filips afgewezen als vorst en de troon werd verlaten verklaard. Achter de schermen ging men op zoek naar een nieuwe heerser, maar zonder succes. Pas in 1588 werd echter besloten als Republiek verder te gaan. Dat was nieuw, in eerdere fundamentele wetten was men nooit tot deze radicale maatregelen overgegaan. Het document moet gezien worden als een onafhankelijkheidsverklaring. Delen uit de tekst lijken later ook overgenomen te zijn in de Amerikaanse Declaration of Independence (1776). In hoeverre het Plakkaat van Verlatinghe ook daadwerkelijk deels model heeft gestaan voor het werk van de hand van Thomas Jefferson is vaak onderwerp van discussie.

De Inhoud van het Plakkaat van Verlatinghe kent een aantal facetten. Bijvoorbeeld politieke, met een lijst van grieven tegen de vorst. Deze geven aan wanneer men in opstand kan komen tegen de vorst. De grievenlijst vormt ongeveer zestig procent van de tekst, een uitgebreide opsommingen van de tekortkomingen van de vorst in de ogen van zijn onderdanen. Overige bepalingen waarop men tekortkomingen ondervond zijn ook opgenomen het document zoals de religieuze kwestie, de constitutie en het representatieve stelsel, de wetgeving en het petitierecht. Het Plakkaat betekent ook de scheuring tussen opstandige gewesten en de gewesten die Filips als vorst trouw blijven. Met het Plakkaat was echter wel een statement gemaakt waarbij de Nederlandse gewesten die kozen voor opstand helder hebben laten klinken voorgoed van een bestuur onder Spaanse vlag af te willen zijn, waarmee de weg naar zelfstandigheid kon worden ingezet.

 

 

Babyfabrieken in het Derde Rijk

 

R. Smienk en R. Willems

De taak van de vrouw in het Derde Rijk diende als voornaamste doel kinderen krijgen en deze opvoeden naar nationaal-socialistisch model. Voor zover er al sprake was van enige emancipatie voordat Adolf Hitler aan de macht kwam, werd deze vanaf 1933 rigoureus verder de kop ingedrukt. De kinderen van arische ouders vormden de toekomst van het Duitsland dat Hitler voor ogen had. Het krijgen van kinderen was daarom niet langer privé-aangelegenheid maar een staatszaak. Op allerlei manieren werd het volk dat paste binnen het Arische model aangezet tot het krijgen van zoveel mogelijk kinderen, teneinde de zogenaamde “noordelijke rassen”, te redden van de ondergang, gelet op de demografie. De dalende geboortetrend in Nazi-Duitsland was namelijk een bron van grote zorgen voor het Derde Rijk.

Himmlers ‘kindje”

Heinrich Himmler, de Reichsführer SS (Hoofd van de SS, de Schutzstaffel), bedacht een programma om kinderen met zuiver arisch bloed te kweken door SS-leden (die bij toetreding tot de SS al hadden bewezen te voldoen aan de gestelde criteria) te laten paren met vrouwen die ook voldeden aan de erfelijk-biologische rassencriteria die als volgt werden omschreven:

  1. De vrouw in kwestie moest het Groot-certificaat van afstamming kunnen overleggen, met gagarandeerde zuiverheid vanaf  het jaar 1800.
  2. Het overleggen van een gezondheidsverklaring met daarin opgesomd alle erfelijke afwijkingen.
  3. Rassenbeoordeling door (aanvankelijk enkel) een SS-arts
  4. Invullen van een vragenlijst omtrent beroep, partijlidmaatschap, huwelijksperspectieven en levenschronologie.
  5. Verklaring onder ede voor ongehuwden dat de vader van het kind, de biologische vader was.

Lebensborn

Het programma kreeg de naam Lebensborn en viel als onderafdeling onder de verantwoording van de SS. Hierdoor kon het programma een geheim karakter krijgen en werden ongehuwde, alleenstaande vrouwen ondergebracht in speciaal voor de bevalling ingerichte tehuizen. Vrouwen konden zich volledig anoniem aanmelden. Desgewenst kon een aanstaande Lebensborn-moeder bevallen ver van haar woonplaats verwijderd, zodat ongemakkelijke vragen van nieuwsgierigen niet aan de orde zouden komen. De vrouw had na bevalling een aantal opties: zij kon kiezen voor adoptie, voor een baan in het tehuis en dagopvang. Indien de vrouw in kwestie ongehuwd bleef nam Lebensborn de voogdij van het kind op zich. De medische zorg in Lebensbornhuizen was goed. Zo goed, dat vrouwen van SS-officieren graag bevielen in één van de tehuizen onder de Lebensbornvlag. Geboren kinderen kregen een rituele doop. Het ritueel hield dolkoplegging onder een hakenkruisvlag in. Aanvankelijk had het Lebensbornprogramma een enkel discriminerend karakter maar dat zou snel veranderen en dat is ook waarom het programma zo berucht is geworden. Het Lebensbornprogramma werd naast Das Ahnenerbe de meest belangrijke organisatie achter de SS-ideologie (onvoorwaardelijke trouw aan Hitler met nationaal-socialisme als centraal kader).

Stimulans

Jonge meisjes kregen op school te horen dat ze zo jong mogelijk moesten trouwen zodat ze zo snel mogelijk konden beginnen met het krijgen van kinderen. Jeugdorganisaties als de Hitlerjügend en Bund Deutscher Mädel speelden een centrale rol in deze naziopvoeding, wat meer weg had van hersenspoelen. In 1933 werd de ‘huwelijkslening’ ingevoerd. Pasgetrouwde stellen kregen 1000 rijksmark lening als de vrouw stopte met werken. 1000 rijksmark was een aanzienlijk bedrag in die tijd en stond voor de gemiddelde Duitser gelijk aan een klein jaar werken. Voor ieder kind dat het stel kreeg werd 25% van de lening kwijtgescholden. Het aantal stellen dat gebruik maakte van deze regeling steeg gestaag en in 1938 hadden ruim 1,1 miljoen Duitsers een ‘huwelijkslening’. Gevolg hiervan was, zoals ook de stimulans bedoeld was, een flinke toename in het aantal geboren kinderen. Naar schatting werden zo`n 8.000 kinderen geboren binnen het programma, waarvan de meeste kinderen buitenechtelijk werden verwekt en daar waar het de Duitse huizen betreft. In de Noorse Lebensborn-huizen werden naar schatting nog eens zo`n 9.000-12.000 kinderen geboren.

Onderscheidingen

Dat men in nazi-Duitsland gek was op het geven van onderscheidingen en medailles is bekend. Niet alleen militairen kwamen in aanmerking voor onderscheidingen. Ook voor burgers was het mogelijk voor zeer diverse zaken een medaille te ontvangen. Zo ook voor het krijgen van kinderen vanaf 1938. Voor moeders werd het ‘moederkruis’ in het leven geroepen. Een onderscheiding die werd uitgegeven in goud, zilver en brons. Brons was voor moeders die vier kinderen hadden gekregen, zilver voor zes kinderen en goud voor acht of meer kinderen. Moeders die deze onderscheiding kregen en droegen werden met respect behandeld en kregen bijvoorbeeld een gratis plek in het openbaar vervoer.

Criminalisatie van het programma

In de jaren na 1935 werden vele klinieken opgericht en leidden de doelstelling en organisatie van het Lebensbornprogramma van het begeleiden van moeders tot een ware babyfabriek. Kinderen werden na enkele maanden verbleven te hebben in de geboortekliniek, geadopteerd door arische nazi’s. Op deze manier wisten de nazi’s zeker dat het kind een goede opvoeding kreeg en voorbereid werd op een leven als “goede” nazi.

Maar de productie van kinderen onder de vlag van Lebensborn bleef achter bij de aantallen gesneuvelden die de oorlog het Derde Rijk reeds in de beginjaren van de oorlog kostte. Himmler gaf hierop zijn soldaten in bezet gebied opdracht om alle kinderen te ontvoeren die er ‘ook maar enigszins arisch uitzagen’ en hen over te dragen aan de Lebensborn stichting om opgevoed te worden naar arisch model. Hier ontstaat dan ook de beruchtheid van het programma. Kinderen werden ontvoerd uit Polen en Scandinavische landen, maar soms ook uit andere landen. Deze jonge kinderen werden onder valse voorwendselen weggevoerd, kregen een Duitse naam, werden verspreid over Lebensborn-tehuizen en mochten alleen nog maar Duits spreken. Soms werden kinderen letterlijk uit de armen van hun moeders gerukt omdat ze er arisch genoeg uitzagen. SS-troepen kregen bevel om zo veel mogelijk affaires aan te gaan met Noorse meisjes, om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. Ieder lid van de SS diende een deel van zijn salaris af te staan aan het Lebensborn programma. Als je echter meer dan vier kinderen had verwekt (hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen echtelijke of buitenechtelijke verwekkingen), dan mocht je het salaris behouden. Schattingen over het aantal ontvoerde kinderen uit andere landen zijn moeilijk te ramen maar aantallen van honderdduizenden worden genoemd in meerdere bronnen. Meer informatie hierover vind je o.a. hier.

Mislukking

Lebensborn was gedoemd te mislukken vanwege het gebrek aan draagkracht. Draagkracht onder de Duitse bevolking, maar ook binnen de SS-gelederen zelf. Toen Himmler in 1939 het decreet uitvaardigde voor SS`ers zoveel mogelijk kinderen te verwekken – of dat nou binnen of buiten het huwlijk was –  lieten vele SS`ers hierop hun afkeuring blijken, ondanks de in het vooruitzicht gestelde geldelijke beloning. Ook de bevolking was niet klaar voor een arisch-georiënteerd fokprogramma en dat wisten de leiders. De aantallen geborenen konden het aantal slachtoffers aan het front niet bijbenen, en naarmate er meer aan dat front stierven werden ook de raszuiverhedencriteria meer en meer losgelaten. Daarnaast werd ook in Nazi-Duitsland met een verwijtend oog gekeken naar ongehuwde, zwangere vrouwen.

Nasleep

Na de oorlog werden vele archieven vernietigd waardoor veel kinderen voortgekomen uit het programma hun biologische ouders niet konden achterhalen. Veel kinderen leefden in schaamte vanwege hun geboorte middels het programma en in Duitsland was het thema decennialang een taboe. In Noorwegen werden kinderen geboren uit Lebensborn gezien en behandeld als uitschot en kregen soms geen fatsoenlijke opvoeding. Lebensborn werd na de oorlog al snel een door mythen omgeven onderwerp. Dat heeft te maken met het geheime kader onder de vlag van de SS van Lebensborn, met het taboe dat het er op rustte vanuit de politiek na de oorlog, maar vooral ook door de schaamte onder de slachtoffers van het programma, die in hun zoektocht naar erkenning hier pas sinds enkele decennia de aandacht voor vinden die zij, die 70 jaar na dato nog steeds kampen met de herinneringen, al veel eerder hadden moeten krijgen.

 

 

 

“Stonewall” Jackson, geniaal strateeg of maniakale gek?

R. Smienk

‘Old Blue Light’

Een legende! Een generaal die legers van duizenden manschappen, zo leek het, liet verdwijnen om vervolgens kilometers verderop, in de rug van de vijand, weer op te duiken. Niet voor niets door de grote leider van de Confederatie Robert E. Lee als één van de besten genoemd. Veel van de door Jackson gebruikte tactieken worden tot op de dag van vandaag nog gebruikt als lesstof op de befaamde militaire academie Westpoint, waar de toekomstige leiders van het Amerikaanse leger hun opleiding en training krijgen. Dezelfde man had onder zijn manschappen de bijnaam ‘Old Blue Light’: vernoemd naar de doffe blauwige kleur van zijn ogen als de strijd daadwerkelijk op het ount van beginnen stond. Extreem hard voor zowel zijn eigen manschappen als de vijand, waarbij hij geen genoegen nam met het alleen verslaan van deze vijand. Deze moest volledig vernietigd worden, zo zei Jackson na de slag bij Fredericksburg in december 1862. Een man die, als hij al thuis was, zelden de studeerkamer van zijn huis in Lexington Viginia verliet. Wanneer hij in de woonkamer vertoefde, mocht zijn vrouw Anna alleen dan met hem spreken wanneer zijn stoel naar de kamer toe was gedraaid. Was deze naar de muur gedraaid dan mocht Jackson niet gestoord worden want dan was hij diep aan het nadenken. Wie was deze Jackson eigenlijk? Een briljante leider of een brute slager? Geniaal of gek?

Van boer tot generaal

Thomas J. Jackson werd geboren in 1824, als derde kind van Jonathan en Julia Jackson in het huidige West Virginia. Vader Jonathan was een goede advocaat, maar een zeer slechte zakenman. Toen hij in 1826 overleed, liet hij de familie in grote schulden achter. Thomas werd naar zijn oom op het platteland gestuurd en groeide daar op. Naar school gaan en leren was niet vanzelfsprekend, maar Thomas leerde graag en ontwikkelde zich snel. Toen hij zestien jaar was gaf hij al les op een school in de buurt en toen hij zeventien was ging hij aan het werk in de plaatselijke rechtbank. De toekomst van Jackson, zo was zijn eigen overtuiging, lag in het studeren en in het geloof. Toen er voor zijn district een plek ontstond op de militaire academie West Point, greep Jackson zijn kans. Hij arriveerde er in 1842, gekleed in simpele plattelandskleding. Jackson viel gelijk op tussen de zonen van politici, generaals en rijke burgers. Aan het einde van het eerste jaar, velen waren al verbaasd dat hij het zo lang had volgehouden, stond zijn naam onderaan de scorelijst van zijn klas. Klasgenoten noemden hem ‘Tom Fool’ en sarcastisch ‘de generaal’ omdat hij, ongeacht tegenargumenten, altijd vasthield aan zijn eigen zienswijze. Jackson zette echter door en studeerde hard. Toen hij na vier jaar afstudeerde aan West Point was hij opgeklommen tot zeventiende van zijn klas.

Oorlog met Mexico

Ten tijde van het afstuderen van Jackson was in het zuiden van de Verendigde Staten een verbeten oorlog met Mexico (1846-1848) aan de gang. Deze oorlog, voornamelijk een strijd om grond (Californië en Texas), was het beginpunt van de militaire carrière van de jonge luitenant Jackson. In de 15 maanden dat hij in Mexico vocht viel hij direct op door moed, doorzettingsvermogen maar ook zijn probleem met gezag. Na een flinke ruzie met zijn meerdere en de daarop volgende straf, besloot Jackson te solliciteren op een functie als militair docent. In 1852, ondanks zijn moedige daden tijdens de oorlog met Mexico, nam Thomas Jackson het besluit zijn actieve militaire carrière te beëindigen en zich te richten op het lesgeven van jonge cadetten.

jackson

De jonge Thomas Jackson. – Bron: civilwartalk.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De plicht roept.

In 1861 was de onrust in de Verenigde Staten groot. De onenigheid tussen de federale en confederale staten bereikte het kookpunt. Over het hele land ontstonden kleine en grotere schermutselingen tussen de, over het algemene goed getrainde en bewapende soldaten van het federale leger, en de soldaten van het confederale leger, die dit veel minder goed voor elkaar hadden. De militaire leiders van de confederale staten waren naarstig op zoek naar ervaren mannen die de troepen zouden kunnen leiden. Jackson, opgegroeid in het zuiden en in bezit van gevechtservaring aan de grens met Mexico, werd ook benaderd. Jackson had liever gezien dat zijn thuisstaat, West-Virginia, zich had aangesloten bij de federale staten onder leiding van president Abraham Lincoln. Toen West-Virginia zich echter aansloot bij de confederale staten koos Jackson voor zijn staat in plaats van de eenheid van het land.

Bull Run

In juli 1861 zette Jackson, toen al bevorderd tot brigade generaal, zijn eerste stappen in het worden van de legende die hij voor veel mensen vandaag de dag is. Tijdens de eerste grote slag van de Amerikaanse Burgeroorlog, de slag bij ‘Bull Run’, wist hij met zijn manschappen te voorkomen dat de soldaten van het federale leger door de linie van het confederale leger konden breken. Het was ook tijdens deze slag dat Jackson zijn bekende bijnaam ‘Stonewall’ kreeg. Jackson stond als een muur rechtop om zijn troepen aan te sturen terwijl de kogels hem om de oren vlogen. Naar aanleiding van zijn goede militaire leiderschap tijdens de slag om ‘Bull Run’, kreeg Jackson een steeds prominentere plaats als generaal in het confederale leger. Waar zijn eigenwijsheid hem tijdens zijn studie misschien wat tegen werkte, werd dit nu juist gezien als een bijzonder sterke eigenschap. Hij leidde expedities en werd door opperbevelhebber Robert E. Lee persoonlijk aangesteld om West Virginia te verdedigen tegen een invasie van federale troepen. Met een leger van 18.000 manschappen wist Jackson 3 legers van in totaal 60.000 federale troepen tegen te houden. De soldaten van Jackson noemden zichzelf trots ‘cavalerie te voet’, omdat ze zo snel konden manoeuvreren. Hoewel Jackson door zijn soldaten werd vereerd, was hij erg streng voor zijn officieren. Er werden straffen uitgedeeld voor de kleinste overtredingen en de officieren mochten geen enkele tactische beslissing nemen.

Samenwerking met generaal Robert E. Lee.

Na de bijzondere prestatie van Jackson in West Virginia voegde opperbevelhebber Lee hem toe als generaal in zijn eigen regiment. Jackson maakte in overleg met Lee de tactische en strategische plannen en had een sleutelpositie bij het uitvoeren van deze plannen. In 1862 en 1863 wisten ze samen vele grote successen te boeken terwijl de federale legers steeds meer de overhand kregen in de gehele burgeroorlog. Het grootste succes moest toen nog komen. In mei 1863 vond de slag bij Chancellorsville plaats. Een overmacht van 130.000 federale troepen kwam te staan tegenover 60.000 confederale soldaten onder het commando van Lee en Jackson. Door zijn uitzonderlijke tactische inzicht wist Jackson zich met 28.000 manschappen in de rug van de federale troepen te positioneren. Nietsontziend richtten de mannen van Jackson een ware slachtpartij aan. Het federale leger zag zich hierdoor genoodzaakt terug te trekken.

Robert E. Lee - Bron: Biography.com

Robert E. Lee – Bron: Biography.com

 

De dood komt te vroeg.

Het zal altijd onduidelijk blijven hoe de Amerikaanse burgeroorlog afgelopen zou zijn als Jackson deze tot het einde mee had kunnen maken. De eigenwijsheid van Jackson zorgde ervoor dat hij eerder overleed dan nodig was geweest. Direct na het behalen van de overwinning bij Chancellorsville ging generaal Jackson persoonlijk op verkenning om de troepenbeweging van de federale legers in kaart te brengen. Persoonlijk,want zoals gezegd liet hij niets aan zijn officieren over. Ditmaal kostte hem dit echter zijn leven. Toen Jackson met enkele manschappen door de bossen trok werden hij en zijn mannen beschoten door, naar later bleek, vriendschappelijke troepen. Deze dachten dat ze te maken hadden met afgedwaalde federale soldaten. Zeker 3 kogels raakten Jackson, waarvan er 1 het bot onder zijn linker schouder brak. Direct besloten de artsen in het veldhospitaal zijn arm te amputeren. Deze operatie leek aanvankelijk een succes. Enkele dagen later leek Jackson zelfs weer de oude te worden. Hij had overleg met andere generaals, maakte nieuwe plannen en knapte op. Na 4 dagen ontwikkelde zich echter een koorts die steeds erger werd, en uiteindelijk fataal bleek. Hieraan overleed Jackson op 10 mei 1863, slechts 39 jaar oud. Hij werd begraven in de staat waar hij voor vocht, Lexington Virginia.

sterfbed

De dood van Stonewall Jackson in beeld – Bron: civilwarprofiles.com