Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Hoe de oorlog tegen drugs het Amerikaanse justitiesysteem kapot maakte

Door: Robin Smienk

Sinds de jaren `80 is het aantal gedetineerden in de Verenigde Staten verdubbeld. Het overgrote deel van de gevangenen zit vast voor geweldsloze drugsmisdrijven. Eén op de 25 blanke Amerikaanse mannen komt ooit in zijn leven in aanraking met justitie. Eén op de drie Afro-Amerikaanse mannen komt ooit in aanraking met justitie. Gevangenissen raken overvol; vandaag de dag zitten er ruim 2,5 miljoen Amerikanen achter de tralies. De kosten voor het onderhouden van deze gevangenissen drukken zwaar op de begroting van het land. Rechters voelen zich gedwongen zware straffen op te leggen. Jonge mannen en vrouwen verdwijnen voor de rest van hun leven achter slot en grendel voor relatief klein vergrijpen zoals het roken van marihuana. Hoe is dit probleem ontstaan? En erkent de Amerikaanse politiek vandaag de dag dit probleem?

Crack

Het is juni 1968. Een nieuwe drugs komt op de markt. Deze drugs met de naam crack, trekt als een ware ziekte door de Verenigde Staten. Omdat crack een relatief goedkope drug is, gebruikt men dit veel in arme, met name zwarte wijken. Dit zorgt ervoor dat de politie zich vooral focust op deze wijken. Dit zorgt vervolgens weer voor een enorme toename van het aantal zwarte Amerikanen dat in de gevangenissen terecht komt. Het aantal moorden stijgt, het aantal mensen dat overlijdt door drugsgebruik stijgt enorm en de angst zit er bij zowel de bevolking als de wetgever goed in. In 1986 begint de zogenoemde ‘war on drugs’. President Ronald Reagan staat voor een keiharde aanpak en past bestaande wetgeving aan. ‘Pas op!’ zo waarschuwde hij drugsdealers en gebruikers terwijl agenten in de vooral arme zwarte wijken op dat moment begonnen met een zeer stevige aanpak. President George Bush Sr. zette vanaf 1989 het harde beleid door. Ook onder bewind van Bush werd er strengere wetgeving ontwikkeld. Door de angst voor de drugsepidemie werden deze wetten vrij gemakkelijk door de senaat en het huis van afgevaardigden aangenomen en ingevoerd. ‘Meer gevangenissen, meer bewakers en een drie keer en je bent uit regel’. Dit was de boodschap van president Clinton in 1993. Drie keer gepakt worden met ook maar de kleinste hoeveelheid verdovende middelen betekende vanaf dat moment een levenslange gevangenisstraf. Zowel republikeinse als democratische presidenten hanteerden deze harde lijn.

Reagan

Bush Sr.

Clinton

 

 

 

Schikking

Het grootste deel van de rechtszaken waarbij drugs in het spel is resulteert in een schikking tussen aanklager en verdachte. Dit omdat verdachten erg bang zijn dat ze de maximale, vaak levenslange, gevangenisstraf opgelegd krijgen als ze de zaak voor de rechter laten komen. Het gevolg van het accepteren van een schikking is dat verdachten al na een eerste drugsmisdrijf een gevangenisstraf krijgen van vijf tot vijftien jaar. De hoeveelheid drugs die bij iemand gevonden wordt heeft geen invloed op de strafmaat. Eén gram crack cocaïne telt voor de wet even zwaar als honderd gram cocaïne.

Re-integratie

Als veroordeelden in de Verenigde Staten hun straf hebben uitgezeten krijgen ze veertig dollar en worden ze op straat gezet. Vanuit het justitiesysteem is er zelden tot nooit begeleiding. Met hun strafblad en het gebrek aan sociale vaardigheden en ‘know how’ over hoe het gaat in de “echte” wereld buiten de gevangenispoort, komen ex-gedetineerden zeer moeilijk aan een baan. Het feit dat deze werkloze en ontheemde ex-gedetineerden maandelijks nog een bedrag, ongeveer honderd dollar, moeten betalen voor de proceskosten van hun eigen proces van jaren geleden, vergroot dit probleem aanzienlijk. Re-integratie wordt hiermee een schier onmogelijke zaak. Als de ex-gedetineerde niet betaalt verdwijnt hij wederom in de gevangenis. Het verrotte justitiesysteem houdt zich zelf hiermee in stand en veroordeelden komen in een vicieuze cirkel terecht.

Gelijkheidsbeginsel?

Politieagenten worden afgerekend op het aantal verrichte arrestaties. Patrouilles, controles en arrestaties vinden vaak plaats in arme zwarte wijken omdat deze wijken door de politietop als risicowijken worden gezien. Hier richten de agenten op straat zich dan ook op. Uit onderzoeken is gebleken dat het helemaal niet zo is dat zwarte Amerikanen crimineler zijn dan blanke Amerikanen. Zwarte Amerikanen worden echter vaker gecontroleerd en daardoor vaker opgepakt dan blanken. Daarnaast is het systeem corrupt. Denk je echt dat de blanke zoon van de burgemeester die gepakt is met een joint een zelfde straf krijgt als een jongen uit een arme zwarte wijk? Er zijn tal van voorbeelden de afgelopen jaren waaruit blijkt dat dit niet het geval is. Het gelijkheidsbeginsel in de Amerikaanse grondwet is in de praktijk niet meer dan een mooi stukje tekst. Veel Afro Amerikaanse vaders, waaronder de eerste zwarte procureur-generaal Eric Holder, hebben daarom hun even noodzakelijke als  treurige praatje met hun zoons. In dit gesprek leggen vaders aan hun kind uit hoe ze zich moeten gedragen als ze staande worden gehouden door de politie. Zaken als ‘hou je handen in het zicht’ en ‘draag een riem zodat je niet je broek aan de broekband op hoeft te trekken`, dit kan gezien worden als het grijpen naar een wapen’ zijn door bovenstaande omstandigheden niet langer een goed bedoeld advies voor veel jonge donkere mannen, maar verplichte kost.

Wetsvoorstellen

Vandaag de dag is de Amerikaanse politiek het er gezamenlijk over eens dat het systeem niet goed werkt. Republikeinse en democratische senatoren werken samen aan wetsvoorstellen om wetten aan te passen en strafoplegging te matigen. Ook oud presidenten zoals Bill Clinton, die in de jaren `80 en `90 voorop liepen bij het ontwerpen van de wetgeving waardoor het justitiesysteem vandaag zo slecht werkt, zien in dat hun wetten niet werken. Puur en alleen hard optreden, zwaar straffen en opsluiten heeft niet het gewenste effect. Hopelijk een conclusie waar ook aankomend president Trump iets van leert.

The Creation of History

The Creation of History

Door: Ruud Willems

Een verhaal vertellen over een gebeurtenis of persoon is geen sinecure. Men heeft bijvoorbeeld te maken met begrippen als subjectiviteit, vooroordelen, cultuurachtergrond, standplaatsgebondenheid, foutief geïnterpreteerd bronnenmateriaal, onbetrouwbaar bronnenmateriaal, scheiden van hoofd- en bijzaken en belangen die een ander doel dienen. Al deze factoren maken het erg lastig geschiedenis naar de feiten te reconstrueren. Het vak geschiedenis gaat hier mee om door kritisch bronnenonderzoek te verrichten en in het hoger onderwijs leert men historisch te redeneren. Hierbij gaat men methodisch te werk met bronnenmateriaal om het vervolgens zo goed mogelijk te duiden in de juiste historische context.

Ambiorix werd symbool van de foutieve identificatie van de Belgae uit de oudheid met de Belgen van het sinds 1830 ontstane België. Ambiorix was koning der Eburonen, een stam die tot de Belgae gerekend wordt, waarbij Belgae een containerbegrip vormt voor een hele reeks Keltische en Germaanse stammen woonachtig in grofweg Gallia Belgica.

Vervalsing

Er zijn echter legio voorbeelden van zaken die als waar zijn aanvaard maar historisch absoluut onbetrouwbaar zijn. Hier is een loopje met de feiten genomen om een ander doel te kunnen dienen, bewust knoeien dus. Deze voorbeelden kunnen meestal in verband worden gebracht met natiestaten die rechtvaardiging en belang van hun staat creëren door de geschiedenis naar eigen hand te zetten. Op deze manier wordt de gemeenschappelijke geschiedenis van een land in het leven geroepen of verstevigd. Soms komt de vervalsing ook voort uit onbegrip of een gebrek aan kennis. Vooral in de 19e eeuw ontstaan veel van deze gemaakte tradities, vanwege de vorming van veel naties in deze periode en het daarmee gepaard gaande opkomende nationalisme.

Voor Nederland gelden enkele bekende voorbeelden van onjuiste voorstellingen van de geschiedkundige waarheid:

-De Bataafse Mythe, een mythe omdat hierbij in de 17e eeuw al werd voorgesteld dat Hollanders (vechtend tegen de Spaanse bezetter, zoals ooit de Bataven opstandig waren geweest tegen de Romeinen) af zouden stammen van de Bataven, die echter door Tacitus gesitueerd werden in het rivierengebied van de laaglanddelta (beneden-Rijn, beneden-Maas en Schelde).

-De traditie van God, Nederland en Oranje. God zou het huis Oranje hebben verkozen tot verlosser van het land en het unificerende middel bij uitstek van de ingezetenen van Nederland. Hierbij beroept men zich op het Droit Divin – het goddelijk recht te regeren over een volk, met enkel een af te leggen rekenschap aan God zelf als vorst. Zeer actueel ook; nu God lijkt weg te vallen uit de multiculturele samenleving zoeken de Oranjes naar andere unificerende zaken (sport bijvoorbeeld), daar het alle Nederlanders moet kunnen identificeren. Maar ook internationaal vinden we unificerend bedoelde symboliek en uitgevonden tradities die vaak ook een anachronisme vormen:

-Uncle Sam (VS)

-Moeder Rusland

-De Franse lelie

-De kerstboom

-Vuurwerk

-De Hoorns op vikinghelmen

De Britse historicus Eric Hobsbawm heeft hierover in zijn boek “The Invention of Tradition” uitvoerig geschreven. Howbsbawm gaat van drie elkaar overlappende vormen uitgevonden tradities uit en deze:

  1. Vormen sociale cohesie
  2. Legitimeren instituties en gezag
  3. Socialiseren en leren waardesystemen en gedragingen aan

Het in het leven roepen van nationale feestdagen, al dan niet doordrenkt met gecreëerde symbolen zoals vlaggen, wapens en volksliedjes is een voorbeeld dat we allemaal wel kennen.

SS-Ahnenerbe

Nog geavanceerder wordt het wanneer een natie zo stellig in haar eigen creaties gelooft dat zij daadwerkelijk op zoek gaat naar bewijzen voor deze creaties. De Nazi`s zijn hiervan het bekendste voorbeeld. Zij riepen “Das Ahnenerbe” in het leven, naast “Lebensborn” (waarover reeds eerder geschreven) een ander troetelkind van Heinrich Himmler.

De Nazi-expeditie in Tibet onder leiding van Ernst Schäfer in 1938; er werd niks gevonden.

Deze in het midden van de jaren dertig reeds opgerichte organisatie had als taak (wetenschappelijk) onderzoek te doen naar het Germaanse verleden en bewijs te vinden voor de Germaanse superioriteit. Ahnenerbe telde zo`n vijftig onderzoeksafdelingen, waarbij twee afdelingen de allerbelangrijkste waren; de afdelingen linguïstiek en archeologie.

De geschiedenis zoals deze tot dan toe over de Germanen was verteld en bekend was was niet toereikend voor de vragen die de Nazi`s centraal stelden bij dit verleden. De geschiedenis kwam de Nazi`s niet goed genoeg uit en de geschiedenis moest herschreven worden zoals hij was. Kinderen werd op school de zaken voorgesteld naar nationaal-socialistisch ideaal. Expedities in binnen- en buitenland werden op touw gezet; op zoek naar de roots van het Germanendom, tot zelfs in Tibet (1938). Bewezen moest worden dat het Arische ras bevoorrecht was te heersen over de andere rassen, ook al moest men er voor naar Tibet om, naar men verwachtte, er te ontdekken hoe menselijke en culturele evolutie hadden plaatsgevonden. Hier zit nog een hele theorie achter maar ik zal hier binnenkort uitvoeriger op terug komen.

Kritisch

Nog steeds wordt geschiedenis gecreëerd. Hoeven we alleen maar te denken als ontkenning van de Armeense genocide door Turkije, de toekenning van schuld aan de brand in het Reichstaggebouw in 1933 aan Marinus van der Lubbe en de holocaustontkenning door bijvoorbeeld Ahmadinejad (president van Iran 2005-2013). Het blijft dus voor iedereen die wil weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit zaak zoveel mogelijk bronnen te raadplegen en niet af te gaan op één enkele bron, waarbij men ook nog kritisch leert zijn. In het mediatijdperk waarin we nu leven is het al moeilijk genoeg informatie te filteren en te sorteren doordat er zoveel (eenzijdig) nieuws voorbijkomt. Beeldvorming door media houdt ons dagelijks, al dan niet bewust, bezig. Soms denk ik wel eens dat media de nieuwe dictatuur vormt. Gelukkig is het nog steeds aan ons te bepalen welke invloed we daar aan toe willen kennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dodo; snack der Hollanders?

Door: R. Smienk

De dodo; snack van de Hollanders?

855 kilometer ten oosten van Madagaskar ligt het eiland Mauritius. Het eiland en haar omgeving bestaat uit grote koraalriffen, een langgerekte kust van 177 kilometer en een bergachtig en dicht bebost binnenland. Vanwege de geïsoleerde ligging en het gunstige subtropische klimaat, komen er op het eiland bijzondere diersoorten voor. Eén van de bekendste diersoorten van dit eiland is echter al sinds het einde van de 17e eeuw uitgestorven; de dodo. Deze vogel van ongeveer een meter hoog leefde in de bossen en had een dieet dat bestond uit zaden en vruchten. De dodo was kwetsbaar want kon niet vliegen maar had geen natuurlijke vijanden op Mauritius.

dodo

Tekening van hoe de Dodo eruit moet hebben gezien. 

In 1598 deden Hollanders het eiland voor het eerst aan. Het was toen nog onbewoond. Ze noemden het eiland naar Maurits van Oranje, de zoon van Willem van Oranje. In het journaal van de Nederlandse scheepvaarders in 1598 beschrijven ze de vogel die ze dan voor het eerst zien. Ze noemen de vogel ‘Walchvogel’ en beschrijven hem als zeer taai hoewel de borst goed te eten was. Ze vergelijken de dodo met een tortelduif, waarvan ze zeggen dat de smaak beter is. De dodo blijkt uit onderzoek van de universiteit van Oxford, uitgevoerd in 2002, inderdaad familie te zijn van de duif. Vanwege de witte staart noemen de eerste Hollanders de vogel ook wel ‘dodaars’, hier is de naam dodo van afgeleid.

 

In de jaren na 1598 beschrijven de Hollanders in journaals en dagboeken regelmatig de flora en fauna van Mauritius. Ook de dodo komt veelvuldig voor in deze documenten. Zo is te lezen dat de Hollanders genieten van een recept met daarin gezouten vlees van de dodo.

dodo2

Een dodo getekend in een reisverslag van een lid van de VOC in 1602.

In 1638 bouwen de Hollanders een groot fort op Mauritius. Het eiland dient als aanloophaven voor reizen naar Azië of terug naar Nederland. De intensieve bewoning van Mauritius was niet goed voor de dodo. Er is echter geen bewijs gevonden dat de dodo uitgestorven is omdat hij opgegeten is door de Hollanders. De Hollandse bewoners namen echter wel allerlei dieren mee naar het eiland. Denk hierbij aan honden, varkens en apen. Het meenemen van deze dieren heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een grote invloed gehad op het uitsterven van de dodo. Deze meegebrachte dieren hadden het niet alleen voorzien op de eieren van de dodo, maar brachten ook allerlei ziekten mee waardoor de populatie van inheemse dieren een enorme klap kreeg.

In 1662 neemt men de dodo, die toen al ruim 25 jaar niet meer gezien was, voor het laatst waar. Bijzonder is ook dat er zeer weinig overblijfselen van de dodo gevonden zijn. Er bestaan alleen een aantal losse botjes en er is slechts één complete schedel gevonden. Volledige skeletten, van vele andere uitgestorven diersoorten wel gevonden, zijn van de dodo nooit aangetroffen.

 

 

Der Deutsche Herbst

 

 

rote_armee_fraktion_opgeheven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De jonge West-Duitse democratie werd eind jaren `70 zwaar op de proef gesteld. Een nieuw radicaal-linkse organisatie schrok de burgermaatschappij op met een reeks bloedige aanslagen die tot in de jaren `90 van de vorige eeuw zouden voortduren.

Woelige jaren `50 en `60

De jaren `50 en `60 op het wereldtoneel zijn woelig te noemen. Oude koloniale rijken, voor zover ze niet al gevallen waren, stonden op het punt in te storten. De Koude Oorlog was een pijnlijke realiteit geworden met eerst oorlog in Korea, en later Vietnam, en in Zuid -Amerika werd een guerrilla-oorlog gevoerd tegen corrupte regimes. Israël was in oorlog met de haar omringende landen en in Duitsland stond een jonge generatie op tegen de gevestigde orde. In Duitsland werd binnen de regering de dienst uitgemaakt door politici die conservatief waren, politici die vaak zelfs deel uit hadden gemaakt van het Nazi-regime; de Neurenberg processen waren in dat opzicht zeker niet feilloos geweest. De jeugd wilde af van dat oude en conservatieve machtssysteem waarin bovendien dus veel oudgedienden uit de oorlog de dienst uitmaakten. Daarnaast verzette men zich tegen de symbolen van de democratische systemen die oorlog voerden in Vietnam of die oorlog in elk geval, al dan niet louter moreel, steunden. Er hing een sfeer van opstand en revolutie in de straten van de Bondsrepubliek. Ouders kregen de vraag van hun kinderen voorgeschoteld wat zij precies hadden gedaan in de oorlog. Je zou kunnen denken dat het ontstaan van zo`n krachtige tegenbeweging van deze jongeren tegen de gevestigde orde een reactie van schuldbewustzijn t.a.v. de Nazi-tijd met terugwerkende kracht was.

Veel studenten wilden gewoon meer zeggenschap op de universiteiten. Maar een deel wilde ook meer. Er ontstonden groepjes neo-marxisten en anti-kapitalisten die uitgingen van de noodzaak van een politiek-radicalisme tegen burgerlijk-maatschappelijke waarden van een oudere generatie, de consumptiemaatschappij en de staat an sich. Met hun acties wilden ze er voor zorgen dat het westerse imperialisme aan het wankelen zou worden gebracht, dat was althans de insteek, een revolutie was nodig. Dat bij deze revolutie, en het geweld dat daarmee gepaard zou gaan, ook daadwerkelijk doden zouden gaan vallen, was tot de groeperingen die ontstonden nog niet doorgedrongen.

Het begin..

De eerste wapenfeiten tegen symbolen van het kapitalisme werden gepleegd door een zekere Andreas Baader en zijn compagnon, Gudrun Ensslin. Ze stichtten een tweetal branden in bekende warenhuizen in Frankfurt. Redelijk onschuldig nog. Er vielen nog geen doden, maar dat zou snel veranderen. Men kon al snel enkel nog oppositie voeren door ondergronds te gaan, clandestien; de politie was al waakzaam. Baader werd gearresteerd, maar kon dankzij hulp van Ensslin en een linkse journaliste genaamd Ulrike Meinhof in 1970 ontsnappen uit gevangenschap (inmiddels had zich een groep sympathisanten geschaard rond de twee die wisten te regelen dat Baader een bibliotheek mocht bezoeken in het plaatsje Dahlem, waar ze hem wisten te bevrijden). Baader, Ennslin, Meinhof en het groepje getrouwen waren op dat moment al geradicaliseerd en vol overtuiging dat enkel de gewapende strijd tegen de gevestigde orde uitkomst kon bieden. De Rote Armee Fraktion zag het levenslicht en groeide al snel uit tot een beweging van geoefende stadsguerillas.

Eerste generatie

Deze groep vormde de eerste generatie binnen de RAF en pleegde verscheidene overvallen op banken waarbij grote sommen geld werden buitgemaakt. Ook aanvallen op de politie en Amerikaanse soldaten gelegerd in Duitsland volgden. Ze kregen zelfs training in Palestina van terroristen en werden gesteund door communistische regimes. Er ontstonden banden met de STASI in de DDR en men kon ineens, mede door die banden, gewapende strijd gaan voeren. Het hoofdkwartier van de RAF werd echter na een tip ontdekt door de polizei en de groep werd grotendeels gearresteerd. Baader en Meinhof ontsprongen de dans en er ontstonden apart van elkaar nieuwe groepen rondom beiden. Intussen werd duidelijk dat de meute de acties begon af te keuren en het politieapparaat werkte beter, intensiever in hun zoektocht naar de RAF-leden. In 1972 viel het doek voor Baader, Ennslin, Horst Mahler, Ulrike Meinhof en Jan-Carl Raspe met nog een aantal anderen van het eerste uur, toen zij gearresteerd werden in juni van dat jaar bij verschillende acties. Ze werden later tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. Vanwege hun potentieel gevaar voor de samenleving werden zij bewaakt in extra beveiligde gevangenissen. Ondanks pogingen van de tweede generatie RAF-leden hen te bevrijden, bleven ze vastzitten en verschillende leden zouden zelfmoord gepleegd hebben. “Zouden”, want de zelfmoord van verschillende RAF-leden in de gevangenis is onderwerp van discussie. De overheid zou ze laten hebben vermoorden volgens een van de weinige overlevenden van die eerste generatie, Irmgard Möller.

Der Deutsche Herbst

Op 30 juli 1977 werd de directeur van de Dresdner Bank, Jurgen Ponto, tijdens een ontvoeringspoging doodgeschoten en Hans Martin Schleyer ontvoerd en uiteindelijk ook vermoord (manager en econoom, tevens ex-lid van de SS en ultra-rechts ondernemer na de oorlog), teneinde de druk op de regering tot vrijlating van de mitglieder op te voeren. Op 18 oktober 1977 overleden Baader, Ennslin en Raspe (Meinhof was in 1976 al door zelfmoord om het leven gekomen in haar cel) in hun cel, enkele uren na een mislukte gijzelingsactie van een met de RAF sympathiserende Palestijnse terreurcel op een Lufthansa-vliegtuig, waarbij de gezagvoerder omkwam, maar de GSG9 uiteindelijk erger wist te voorkomen. Doel van die actie was de druk op de regering nog verder op te voeren de gevangenen vrij te laten. Zelfmoord als doodsoorzaak was ook hier de officiële lezing van de Bundesregerierung. Al deze gebeurtenissen leidden tot grote onrust in de herfst van 1977 in West-Duitsland, bekend geraakt onder de noemer; “Der Deutsche Herbst”. De balans van de Deutsche hefst kon opgemaakt worden na de Todesnacht op 18 oktober; 47 doden, waarvan 17 RAF-leden, waren te betreuren.

schleyer-auto-lijk

De auto waarin het lijk van Schleyer werd gevonden

Verdere generaties (twee en drie)

In mei 1978 verkeerde de organisatie van de RAF in een impasse, nagenoeg de hele leiding werd opgepakt in Zagreb en Der Deutsche Herbst zag men als een grote nederlaag voor diezelfde RAF. Ze werden echter door de Joegoslavische autoriteiten weer vrijgelaten en men kon weer verder. Hoofddoel van deze tweede generatie was vastzittende leden vrij te krijgen uit de gevangenis. Het gevangenisleven voor de RAF-leden was naar de maatstaven van de jaren `70 volgens de RAF-leden zelf, zwaar te noemen. De RAF voerde een propagandaoorlog door te wijzen op de strenge maatregelen t.a.v. RAF-leden die vastzaten, daarmee de idee scheppende dat in Duitsland het fascisme nog steeds de heersende macht was. De tweede generatie zorgde ook voor een indrukwekkend palmares van geweld. Zo vonden er verschillende schietpartijen in o.a. Nederland plaats (Kerkrade, Den Haag, Amsterdam) tussen zich hier schuilhoudende RAF-leden en politie. Ook werd een moordaanslag op opperbevelhebber van de NAVO Alexander Haig beraamd. Gedurende vier nachten werd een tunnel gegraven onder een brug waarin 20kg Semtex geplaatst kon worden, op de route lag waarlangs Haig zou passeren op diens weg naar het NAVO-hoofdkwartier in Casteau. Door een verkeerde verkeerde timing ontplofte de bom te laat en Haig raakte slechts lichtgewond.

De periode van 1980 tot 1990 liet echter een derde generatie RAF zien, welke in deze periode verantwoordelijk was voor tien moorden, en vele gewonden. In de jaren `90 werden er nog verschillende overvallen gepleegd op banken in Duitsland en in 1993 werd een gevangenis in aanbouw opgeblazen met 200 kg springstof in een plaats bij Frankfurt, Weiterstadt. Vijf jaren later hief de RAF zich op. Het bleef stil rondom de organisatie tot vorig jaar, toen twee mislukte overvallen in Duitsland naar sporen van een drietal als RAF-lid bekend taande personen leidden. Op 6 juni van dat jaar werd o.a. bij het plaatsje Stuhr, net onder Bremen, een geldwagen klemgereden. De geldwagen werd beschoten met een kalashnikov maar de wagen ging automatisch op slot waardoor geen geld buitgemaakt kon worden. Het drietal dat wordt gezocht wordt ook verdacht van de aanslag op de gevangenis bij Weiterstadt en is vuurwapen gevaarlijk. Naar alle waarschijnlijkheid verblijven zij ergens in Nederland.

 

 

 

De val van het West-Romeinse Rijk

Val van het West-Romeinse rijk

visigoths_sack_rome

De plundering van Rome door de Visigoten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door: Ruud Willems

Een van de meest besproken onderwerpen met betrekking tot het dateren van het einde van de oudheid en het begin van de middeleeuwen, is de val van het West-Romeinse Rijk. West-Romeins inderdaad, het grote Romeinse Rijk raakte verdeeld, waarbij het Oost-Romeinse Rijk niet ophield te bestaan voordat het zijn neergang aan het einde van de middeleeuwen kende, wat daarmee weer wordt gezien als een eindpunt van de middeleeuwen en overgang naar de Renaissance. Eén gebeurtenis is echter zelden solo verantwoordelijk voor het einde van een tijdperk. Vaak gaat het hierbij om een reeks gebeurtenissen die over een langere periode leiden tot een kentering van het bestaande.

Zo zou men niet alleen het jaar 476 n. Chr. (Val van het West-Romeinse Rijk waarbij de laatste keizer, Romulus Augustulus wordt afgezet door Odoaker, aanvoerder van Germaanse huurlingen binnen het Romeinse leger) kunnen aanduiden als einde van de oudheid en begin van de middeleeuwen. Men zou net zo goed andere gebeurtenissen kunnen noemen, zoals de plunderingen van Rome in 410 n. Chr en 455 n.Chr. door resp. de Visigoten en de Vandalen, Germaanse stammen op drift geraakt door de komst van de Hunnen in Europa. De vierde eeuw kenmerkte een Romeins Rijk dat zich gedwongen zag Germanen als foederati op te nemen, ingezetenen zonder burgerrecht, maar gedwongen tot (militaire) hulpverlening in ruil voor bescherming en opname binnen de rijksgrenzen. Hiermee trad verder verval in. Het plaatje van de moeilijkheid één gebeurtenis verantwoordelijk te laten worden voor einde en begin van een periode wordt zo snel duidelijk. Hiermee blijft ook de discussie waar de oudheid te laten eindigen, en de middeleeuwen te laten beginnen levendig binnen de geschiedvorsing. Het hangt er van af waar je naar kijkt. De traditie houdt echter 476. n. Chr. aan als overgang, men moet het toch op één of andere manier een jaartal meegeven, dat is handig voor de mensen. Het duiden van de val van het West-Romeinse rijk is echter allesbehalve een makkelijke kwestie, omdat het hier gaat om verschillende aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot haar einde. 

Het Christendom

Na de dood van Jezus trokken zijn apostelen er op uit om de leer van Jezus te verkondigen. Eén van de apostelen die hierin het meest fanatiek was, is Paulus geweest, over wie ik eerder heb geschreven. Paulus trok ook naar Rome om daar het christendom te brengen en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap. Het christendom was en is in beginsel een pacifistische religie, de Romeinen hadden daarentegen een oorlogsgod, Mars. Daarnaast was het christelijke geloof vooral ook een monotheïstische religie. En dat was in het Romeinse Rijk een probleem, want de Romeinse staatsreligie hing vele goden aan. Van de Romeinen kan gezegd worden dat ze redelijk tolerant tegenover andere religies en gedachtegoed stonden, tenzij men zich geheel onthield aan de Romeinse cultus, welke polytheïstisch van aard was. Christenen werden dan ook, zoals ook de Joden eerder hadden ondervonden tot zij in de eerste eeuw werden erkend door de Romeinse keizer(s), als een gevaar gezien voor de eenheid van de staat. Zij zouden slecht voor de handel zijn want zij joegen de kooplui bij tempels weg waar zij konden. Ook volgden de Romeinen de rituelen van de christenen met argusogen, ze werden gezien als kannibalen want zij aten het vlees en bloed van Christus. Hierdoor werden zij met enige regelmaat blootgesteld aan vervolgingen. Voorbeelden hiervan vinden we in alle drie de eeuwen; in de eerste eeuw bijvoorbeeld door Nero, die christenen bijvoorbeeld gebruikte als fakkels langs de weg, in de tweede onder Marcus Aurelius (177) en in de derde en vierde respectievelijk onder Decius (250), Valerianus(257) en Diocletianus (303). De vervolgingen hielden pas op met het Edict van Milaan in 313, waarbij de religie officieel werd toegestaan binnen het rijk en burgers het recht kregen op vrijheid van godsdienst. Hierdoor kon de aanhang onder de christenen sterk groeien. Steeds meer mensen binnen het rijk werden volger van het christelijk geloof, ook soldaten. Zij kwamen echter in het gedrang met hun geloof en hun professie, omdat deze twee lastig te verenigen waren. Vaak wordt dan ook door historici aangehaald dat met de komst van christendom gaandeweg de militaire slagkracht verder werd ondermijnd.

kristne1-aygmnndforikq9-weqf64g

Christenen worden ter vermaak afgeslacht voor de ogen van een doldriest publiek. Bron: Historia.nl

Tanende macht

Het Romeinse rijk bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de derde eeuw (202 n. Chr.) onder keizer Septimius Severus, die met de verovering van Mesopotamië een enorm gebied inlijfde bij het toch al aanzienlijke rijk. Vaak wordt gedacht dat de grootste omvang werd bereikt onder Trajanus, maar dit klopt niet omdat deze zijn gezag in het zelfde gebied niet definitief kon vestigen, hoewel hij er succesvolle invallen pleegde, zo geeft J. Lendering aan in een boekrecensie op zijn weblog Mainzer Beobachter over Maarten van Rossems boek “Het einde van het Romeinse Rijk”. Maar ook hier gold: hoe groter een rijk, hoe lastiger te managen. Een groter rijk heeft meer grenskilometers en meer soldaten nodig en dus meer soldij. Dat betekent verhoging van belastingen. Er konden vanwege de roep om een groter leger ook niet langer louter Romeinse burgers worden geworven voor de krijgsdienst. Steeds vaker waren dit foederati of krijgsgevangen. Verder kenmerkte een groot gedeelte van de derde eeuw zich door interne chaos en burgeroorlogen binnen het rijk. De periode is in de geschiedenis bekend als de crisis van de derde eeuw en de heerschappij van elkaar beconcurrerende soldatenkeizers. Soldaten wezen hun aanvoerder vaak aan in de hoop dat er dan meer soldij zou volgen. Vanwege de interne strijd kwam er veel minder buit binnen dan voorheen. Tot overmaat van ramp werd ook de druk van diverse stammen op de buitengrenzen werd steeds groter. In de Parthen vonden de Romeinen aan hun oostgrenzen een tegenstander om rekening mee te houden. Ze leden een aantal grote nederlagen tegen de Parthen (leefgebied grotendeels hedendaags Iran) tussen het midden van de eerste eeuw v. Chr. en het begin van de derde eeuw n. Chr. en later door toedoen van de opvolgers der Parthen; het Sassanidische Rijk. Ook in het westen werden invallen van barbaren frequenter en heviger. De Germanen klonterden steeds beter en vaker samen in georganiseerde (stammen)verbonden in de strijd tegen de Romeinen. Zij hadden dikwijls al in de gelederen van de Romeinen gevochten en zetten hun opgedane krijgskennis nu in tegen hun oude broodheer. De keizer zocht zijn heil in versterking van het leger om de vele vijanden beter het hoofd te kunnen bieden, maar meer troepen betekende meer uitgaven. Het gehalte zilver in een munt werd drastisch minder om alles te kunnen blijven bekostigen. Als gevolg van muntdevaluaties en het wegtrekken van mensen uit zowel de steden als de grensgebieden, klapte de economie in elkaar in het westen. Pas met de komst van keizer Diocletianus  kwam er weer enigszins rust in het rijk.

Kaart Rijk

Romeinse rijk rond 117 A.D.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deling van het rijk

Zowel Diocletianus als Constantijn hebben diverse hervormingen doorgevoerd in hun pogingen het rijk verder te herstellen. Zowel op bestuurlijk gebied (uitbreiding van het ambtenarenapparaat), economisch gebied, (prijzen voor goederen werden gecontroleerd) alsmede de daadwerkelijke deling van de macht (Tetrarchie). Hierdoor was Rome niet langer hoofdzetel van de macht. In 285 n. Chr. werd het Romeinse Rijk administratief in tweeën gesplitst. Voortaan zou er een westelijk deel en een oostelijk deel bestaan. Deze verdeling noemt men de tetrarchie, waarbij Diocletianus, keizer op dat moment, een medekeizer en twee onderkeizers aanstelde. Men hoopte dat men, door het rijk op te delen, aanvallen van verschillende kanten beter te kunnen pareren. Uiteindelijk kregen de keizers onderling herrie om de opvolging waaruit Constantijn de Grote als overwinnaar uit de strijd kwam nadat hij aan de vooravond van een beslissende slag tegen zijn grootste vijand een visioen had gehad van het christelijk kruis, dat hem de overwinning zou bezorgen. Constantijn overwon inderdaad en werd hierna de eerste christelijke keizer van het rijk. Constantijn verplaatste zijn regeringszetel naar het rijkere Constantinopel (later Byzantium). Na de dood van Theodosius de Grote (395), die de Visigoten onder Alarik I moest toelaten binnen de grenzen van het rijk, volgde een definitieve deling tussen Oost en West. Legers van beide rijken steunden elkaar niet langer in militaire campagnes, wat zorgde voor een verdere verzwakking op militair gebied.

romeinse-rijk-diocletianus

De Tetrarchie rond 230 n.Chr. Bron: Historiek.net

Belastingen

Vanwege de vele (burger) oorlogen binnen het rijk werden ingezetenen opgezadeld met steeds hogere belastingen. Die kon door de ruggengraat van de economie, de vrije pachtboeren (coloni), niet meer worden opgebracht. Vele boeren verlieten hun landerijen noodgedwongen in de hoop op een beter bestaan. Hierdoor ontstond er minder landbouwproductie; grote stukken akkerland bleef onbewerkt achter. Afzetmarkten werden kleiner. Men trachtte het tij te keren door het beroep erfelijk te maken en aan de grond gebonden, zodat de grote uittocht van het platteland zou worden gestopt. De verlaten stukken grond werden veelal in beslag genomen door grootgrondbezitters die er slaven te werk stelden. De grootgrondbezitters werden op den duur heer van zowel coloni (vrije pachtboeren) als slaven. Het lijfeigenschap (horigheid) ontstond hierdoor. Doordat er echter minder gebied werd veroverd, waren er ook minder slaven voorradig. Dit had tot gevolg dat kleinere stukken grond werden geëxploiteerd en grootgrondbezitters steeds onafhankelijker werden van Rome. De overheid kon het bestuur over het platteland niet meer belopen. De villa`s op het platteland werden bestuurlijke centra in een bepaald gebied.

Volksverhuizingen en de pest

Gedurende deze economische en sociale ontwikkelingen had het Romeinse Rijk ook nog te maken met het uitbreken van pestepidemieën. Dit verzwakte de economie nog verder. Steden slonken aanzienlijk en de handel werd kleinschaliger. De eerste grote epidemie vond plaats onder Marcus Aurelius (r. 161-180). Het wordt betwijfeld of het hier om echte pest ging, maar in elk geval stierf naar schatting zo`n tien procent van de inwoners van het rijk. Vooral onder de soldaten was het slachtofferaantal groot. Op den duur kon het leger Germaanse invallen niet weerstaan, waardoor de keizer zich gedwongen zag zelf het leger (succesvol) aan te voeren. Toch was de dreiging van de invallen van Germanen blijvend en steeds vaker werden de Romeinen gedwongen de Germanen  in grote aantallen op te nemen in het rijk. Deze foederati onderwierpen zich aan de Romeinse wetten. In ruil voor bescherming binnen het rijk leverden de foederati hulptroepen voor de legioenen waarmee deze voor een steeds groter gedeelte uit Germanen gingen bestaan.

Eind vierde eeuw echter, raakten de Hunnen (een Aziatisch ruitervolk uit de Mongoolse regionen) op drift. Ze joegen verschillende Germaanse volken op de vlucht, zoals de Visigoten bijvoorbeeld. Rome werd in 410 n. Chr. geplunderd door deze Visigoten, welke foederati werden na hun vlucht voor de Hunnen, en in 455 nogmaals door de Vandalen in 455 n. Chr. Het gebeuren bracht een geweldige schok teweeg in de oude wereldorde, Rome zag voor het eerst sinds de vierde eeuw v. Chr. vreemde troepen in de stad. De Hunnen overspoelden Europees grondgebied en namen zelfs Milaan en Ravenna in en bedreigden ook Rome. De laatste grote overwinning van de Romeinen vond plaats op de Catalaunische velden waar de Romeinse veldheer Aetius de Hunnen onder Atilla versloeg. De laatste Romeinse keizer, Romulus Augustulus, werd uiteindelijk in 476 afgezet door Odoaker, die daarmee de eerste barbaarse koning van Italië werd.

Complex

Zoals we op kunnen maken uit bovenstaande is de val van het West-Romeinse Rijk dus een complex geheel aan factoren over een langere periode die zorgen voor het einde van een periode van Romeinse heerschappij in het westen. Ziekte, hongersnood, de grootte van het rijk, de volksverhuizingen, de komst van het christendom en daarmee het pacifisme in het rijk, de opname van Germanen in het leger en hun groeiend belang in dat leger, ook op hoge plaatsen, de deling van het rijk, militaire nederlagen, goede keizers, slechte keizers, torenhoge belastingen welke niet langer zijn op te brengen, het gemis aan buit vanwege uitblijvende overwinningen, de-urbanisatie, burgeroorlog, wetgeving,  zovele oorzaken spelen een rol bij de desintegratie van het rijk, dat men bij het kiezen van een jaartal teneinde de uiteindelijke val een jaartal mee te geven heeft gekozen voor het jaar 475 n. Chr. om het maar enigszins te kunnen periodiseren, en men kijkt hierbij vooral naar een breuk met het verleden op institutioneel gebied. De Latijnse cultuur versmolt echter verder met de Germaanse, een proces dat eeuwen duren zou en tot op de dag van vandaag vind je om je heen elementen van beide.

 

 

 

Plakkaat van Verlatinghe

Door: Ruud Willems

Op 22 juli 1581 werd door de secretaris van de staatsraad Jan van Asseliers een document opgesteld dat hij in vier dagen tijd klaar had. Een document dat niet alleen voor de Nederlanden van groot belang is geweest, maar ook voor inspiratie zorgde bij andere landen, in hun zoektocht naar onafhankelijkheid van een bezettende natie. Een document waarin openlijk en voor het eerst het staatshoofd, Filips II van het Habsburgse Rijk, werd afgezworen.

Fundamentele veranderingen

In de 16e eeuw voltrokken zich op het Europese contingent fundamentele veranderingen. De heerschappij en macht van paus en keizer was om diverse redenen tanende. Tegelijkertijd stonden nieuwe machthebbers in de coulissen klaar het stokje over te nemen. Er ontstonden nieuwe kerkelijke structuren. Machthebbers gingen naast de heerschappij over het wereldlijke, ook streven naar de macht over de kerk, een kans geboden door een reeks van zwakke pausen. De pauselijke staat had met de komst van pausen als Rodrigo Borgia, Giuliano della Rovere en de De Medici-pausen het pad van corruptie, incest en andere excessen ingeslagen waardoor de connectie met een devoot vroom leven ver te zoeken was. Hierop volgend bood de Reformatie nieuwe machthebbers de kans om invloed uit te oefenen over de kerk. Bij de Godsvrede van Augsburg van 1555 werd bijvoorbeeld t.a.v. het Duitse Rijk bepaald dat er geen diverse kerken binnen de staat mochten bestaan. De vorst moest dus een keuze maken. Hierdoor zou hij zijn gezag kunnen versterken door andersgelovigen aan te duiden als ketters. Politiek en kerkelijke leer raakten vervlochten met elkaar, met de religie als uitgangspunt. Dit wordt ook wel aangeduid als het confessionalisme. Hier ontstond een van de kiemen die leidden tot onmin in de Nederlanden uitmondend in tot wat wij kennen als de Tachtigjarige Oorlog.

2457881_orig

De Zeventien Verenigde Nederlanden. Bron: http://www.muntgewichten.com/

Scheuringen

De Raad van State botste na het aftreden van Karel V in 1555 te Brussel steeds vaker met Filips II. Filips had namelijk een failliet rijk geërfd en wenste de schatkist aan te vullen met o.a. belastinggelden uit de Nederlanden. Hierop ontstond groot protest vanuit de politieke kringen in de Nederlanden. Verder heerste er ook onvrede over het feit dat Filips zich had teruggetrokken uit de Nederlanden om zijn rijk, zich omringd wetend met Spaanse adviseurs, vanuit Spanje te besturen. In 1559 werd Margaretha van Parma aangesteld als landvoogdes met Granvelle (aartsbisschop van Mechelen) als haar belangrijkste raadgever en de perikelen die volgden kennen we allemaal nog van onze geschiedenislessen op de lagere en middelbare school. Inmiddels had ook de Reformatie in de Nederlanden zijn werk gedaan. Onder de protestanten heerste een grote afkeer van de katholieke Spaanse soldaten. Maar ook onder veel katholieken waren de Spaanse troepen niet erg populair. Hieruit ontstaat een beeld van een natie welke niet enkel op politiek-bestuurlijk vlak, maar ook op sociaal-maatschappelijk en religieus vlak in onvrede leefde met de wijze waarop het land bestuurd werd.

De Nederlandse Opstand

De Nederlanden, bestaande uit zeventien gewesten, hadden te maken met een vorst die ook streefde naar één koninkrijk, met één religie. Dit terwijl de roep om zuivering van de kerk door de protestanten luid werd verkondigd. We kunnen de Nederlandse Opstand indelen in twee fasen waarin perioden van gevechtshandelingen en relatieve rust elkaar afwisselden: de periode van 1566-1609 (tot aan het Twaalfjarig Bestand), en de periode 1621-1648 (Vrede van Munster). De onvrede leidde echter niet enkel tot militaire acties aan de zijde van de opstandelingen, maar ook tot het ontstaan van fundamentele wetten, zoals de Pacificatie van Gent en de beide Unies. Daarnaast hadden de gewesten in1572 al op eigen houtje een Statenvergadering bijeengeroepen, revolutionair te noemen want dit mocht enkel op instigatie van de vorst gebeuren. Het beleid van Alva, vanaf 1567 aanwezig met een leger in de Nederlanden, zorgde voor een begin van gewapende strijd tegen de Spanjaarden. De Nederlandse Opstand was begonnen.

Fundamentele Wetten

Eind achttiende eeuw vormden zich in Europa grondwetten. Deze grondwetten waren de culminatie van ontwikkelingen die zich in de late middeleeuwen al gevormd hadden. Zo kennen we uit Frankrijk de zogenaamde leges fundamentales, wetten gevormd vanuit het Droit Divin, het goddelijk recht. Belangrijk: ook de vorst was gebonden aan regels van de leges fundamentales en stond daarmee niet boven alle regels. Wanneer een vorst zich niet hield aan de leges achtte het volk zich gerechtvaardigd in opstand te komen tegen de vorst die zich gedroeg als een tiran. En dat is ook precies wat er in de Nederlanden gevoeld werd. Na de Pacificatie van Gent (1576), de Unie van Atrecht (1579 – in deze context minder van belang omdat in deze Unie juist de weg werd ingezet naar loyalisme t.a.v. het Spaanse gezag betreffende de zuidelijke Nederlanden waarbij het katholicisme de enig toelaatbare religie werd geacht) en de Unie van Utrecht (1579, één maand later), werd in 1581 het Plakkaat van Verlatinghe verkondigd door de Staten-Generaal. Hierbij werd de landsheer, Filips II, afgezworen vanuit de overtuiging dat men hiertoe het recht had omdat deze in strijd met de rechten en privileges van de Nederlandse gewesten regeerde.

256px-nederlanden_1579

Het Plakkaat

In het Plakkaat werd Filips afgewezen als vorst en de troon werd verlaten verklaard. Achter de schermen ging men op zoek naar een nieuwe heerser, maar zonder succes. Pas in 1588 werd echter besloten als Republiek verder te gaan. Dat was nieuw, in eerdere fundamentele wetten was men nooit tot deze radicale maatregelen overgegaan. Het document moet gezien worden als een onafhankelijkheidsverklaring. Delen uit de tekst lijken later ook overgenomen te zijn in de Amerikaanse Declaration of Independence (1776). In hoeverre het Plakkaat van Verlatinghe ook daadwerkelijk deels model heeft gestaan voor het werk van de hand van Thomas Jefferson is vaak onderwerp van discussie.

De Inhoud van het Plakkaat van Verlatinghe kent een aantal facetten. Bijvoorbeeld politieke, met een lijst van grieven tegen de vorst. Deze geven aan wanneer men in opstand kan komen tegen de vorst. De grievenlijst vormt ongeveer zestig procent van de tekst, een uitgebreide opsommingen van de tekortkomingen van de vorst in de ogen van zijn onderdanen. Overige bepalingen waarop men tekortkomingen ondervond zijn ook opgenomen het document zoals de religieuze kwestie, de constitutie en het representatieve stelsel, de wetgeving en het petitierecht. Het Plakkaat betekent ook de scheuring tussen opstandige gewesten en de gewesten die Filips als vorst trouw blijven. Met het Plakkaat was echter wel een statement gemaakt waarbij de Nederlandse gewesten die kozen voor opstand helder hebben laten klinken voorgoed van een bestuur onder Spaanse vlag af te willen zijn, waarmee de weg naar zelfstandigheid kon worden ingezet.

 

 

Babyfabrieken in het Derde Rijk

 

R. Smienk en R. Willems

De taak van de vrouw in het Derde Rijk diende als voornaamste doel kinderen krijgen en deze opvoeden naar nationaal-socialistisch model. Voor zover er al sprake was van enige emancipatie voordat Adolf Hitler aan de macht kwam, werd deze vanaf 1933 rigoureus verder de kop ingedrukt. De kinderen van arische ouders vormden de toekomst van het Duitsland dat Hitler voor ogen had. Het krijgen van kinderen was daarom niet langer privé-aangelegenheid maar een staatszaak. Op allerlei manieren werd het volk dat paste binnen het Arische model aangezet tot het krijgen van zoveel mogelijk kinderen, teneinde de zogenaamde “noordelijke rassen”, te redden van de ondergang, gelet op de demografie. De dalende geboortetrend in Nazi-Duitsland was namelijk een bron van grote zorgen voor het Derde Rijk.

Himmlers ‘kindje”

Heinrich Himmler, de Reichsführer SS (Hoofd van de SS, de Schutzstaffel), bedacht een programma om kinderen met zuiver arisch bloed te kweken door SS-leden (die bij toetreding tot de SS al hadden bewezen te voldoen aan de gestelde criteria) te laten paren met vrouwen die ook voldeden aan de erfelijk-biologische rassencriteria die als volgt werden omschreven:

  1. De vrouw in kwestie moest het Groot-certificaat van afstamming kunnen overleggen, met gagarandeerde zuiverheid vanaf  het jaar 1800.
  2. Het overleggen van een gezondheidsverklaring met daarin opgesomd alle erfelijke afwijkingen.
  3. Rassenbeoordeling door (aanvankelijk enkel) een SS-arts
  4. Invullen van een vragenlijst omtrent beroep, partijlidmaatschap, huwelijksperspectieven en levenschronologie.
  5. Verklaring onder ede voor ongehuwden dat de vader van het kind, de biologische vader was.

Lebensborn

Het programma kreeg de naam Lebensborn en viel als onderafdeling onder de verantwoording van de SS. Hierdoor kon het programma een geheim karakter krijgen en werden ongehuwde, alleenstaande vrouwen ondergebracht in speciaal voor de bevalling ingerichte tehuizen. Vrouwen konden zich volledig anoniem aanmelden. Desgewenst kon een aanstaande Lebensborn-moeder bevallen ver van haar woonplaats verwijderd, zodat ongemakkelijke vragen van nieuwsgierigen niet aan de orde zouden komen. De vrouw had na bevalling een aantal opties: zij kon kiezen voor adoptie, voor een baan in het tehuis en dagopvang. Indien de vrouw in kwestie ongehuwd bleef nam Lebensborn de voogdij van het kind op zich. De medische zorg in Lebensbornhuizen was goed. Zo goed, dat vrouwen van SS-officieren graag bevielen in één van de tehuizen onder de Lebensbornvlag. Geboren kinderen kregen een rituele doop. Het ritueel hield dolkoplegging onder een hakenkruisvlag in. Aanvankelijk had het Lebensbornprogramma een enkel discriminerend karakter maar dat zou snel veranderen en dat is ook waarom het programma zo berucht is geworden. Het Lebensbornprogramma werd naast Das Ahnenerbe de meest belangrijke organisatie achter de SS-ideologie (onvoorwaardelijke trouw aan Hitler met nationaal-socialisme als centraal kader).

Stimulans

Jonge meisjes kregen op school te horen dat ze zo jong mogelijk moesten trouwen zodat ze zo snel mogelijk konden beginnen met het krijgen van kinderen. Jeugdorganisaties als de Hitlerjügend en Bund Deutscher Mädel speelden een centrale rol in deze naziopvoeding, wat meer weg had van hersenspoelen. In 1933 werd de ‘huwelijkslening’ ingevoerd. Pasgetrouwde stellen kregen 1000 rijksmark lening als de vrouw stopte met werken. 1000 rijksmark was een aanzienlijk bedrag in die tijd en stond voor de gemiddelde Duitser gelijk aan een klein jaar werken. Voor ieder kind dat het stel kreeg werd 25% van de lening kwijtgescholden. Het aantal stellen dat gebruik maakte van deze regeling steeg gestaag en in 1938 hadden ruim 1,1 miljoen Duitsers een ‘huwelijkslening’. Gevolg hiervan was, zoals ook de stimulans bedoeld was, een flinke toename in het aantal geboren kinderen. Naar schatting werden zo`n 8.000 kinderen geboren binnen het programma, waarvan de meeste kinderen buitenechtelijk werden verwekt en daar waar het de Duitse huizen betreft. In de Noorse Lebensborn-huizen werden naar schatting nog eens zo`n 9.000-12.000 kinderen geboren.

Onderscheidingen

Dat men in nazi-Duitsland gek was op het geven van onderscheidingen en medailles is bekend. Niet alleen militairen kwamen in aanmerking voor onderscheidingen. Ook voor burgers was het mogelijk voor zeer diverse zaken een medaille te ontvangen. Zo ook voor het krijgen van kinderen vanaf 1938. Voor moeders werd het ‘moederkruis’ in het leven geroepen. Een onderscheiding die werd uitgegeven in goud, zilver en brons. Brons was voor moeders die vier kinderen hadden gekregen, zilver voor zes kinderen en goud voor acht of meer kinderen. Moeders die deze onderscheiding kregen en droegen werden met respect behandeld en kregen bijvoorbeeld een gratis plek in het openbaar vervoer.

Criminalisatie van het programma

In de jaren na 1935 werden vele klinieken opgericht en leidden de doelstelling en organisatie van het Lebensbornprogramma van het begeleiden van moeders tot een ware babyfabriek. Kinderen werden na enkele maanden verbleven te hebben in de geboortekliniek, geadopteerd door arische nazi’s. Op deze manier wisten de nazi’s zeker dat het kind een goede opvoeding kreeg en voorbereid werd op een leven als “goede” nazi.

Maar de productie van kinderen onder de vlag van Lebensborn bleef achter bij de aantallen gesneuvelden die de oorlog het Derde Rijk reeds in de beginjaren van de oorlog kostte. Himmler gaf hierop zijn soldaten in bezet gebied opdracht om alle kinderen te ontvoeren die er ‘ook maar enigszins arisch uitzagen’ en hen over te dragen aan de Lebensborn stichting om opgevoed te worden naar arisch model. Hier ontstaat dan ook de beruchtheid van het programma. Kinderen werden ontvoerd uit Polen en Scandinavische landen, maar soms ook uit andere landen. Deze jonge kinderen werden onder valse voorwendselen weggevoerd, kregen een Duitse naam, werden verspreid over Lebensborn-tehuizen en mochten alleen nog maar Duits spreken. Soms werden kinderen letterlijk uit de armen van hun moeders gerukt omdat ze er arisch genoeg uitzagen. SS-troepen kregen bevel om zo veel mogelijk affaires aan te gaan met Noorse meisjes, om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. Ieder lid van de SS diende een deel van zijn salaris af te staan aan het Lebensborn programma. Als je echter meer dan vier kinderen had verwekt (hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen echtelijke of buitenechtelijke verwekkingen), dan mocht je het salaris behouden. Schattingen over het aantal ontvoerde kinderen uit andere landen zijn moeilijk te ramen maar aantallen van honderdduizenden worden genoemd in meerdere bronnen. Meer informatie hierover vind je o.a. hier.

Mislukking

Lebensborn was gedoemd te mislukken vanwege het gebrek aan draagkracht. Draagkracht onder de Duitse bevolking, maar ook binnen de SS-gelederen zelf. Toen Himmler in 1939 het decreet uitvaardigde voor SS`ers zoveel mogelijk kinderen te verwekken – of dat nou binnen of buiten het huwlijk was –  lieten vele SS`ers hierop hun afkeuring blijken, ondanks de in het vooruitzicht gestelde geldelijke beloning. Ook de bevolking was niet klaar voor een arisch-georiënteerd fokprogramma en dat wisten de leiders. De aantallen geborenen konden het aantal slachtoffers aan het front niet bijbenen, en naarmate er meer aan dat front stierven werden ook de raszuiverhedencriteria meer en meer losgelaten. Daarnaast werd ook in Nazi-Duitsland met een verwijtend oog gekeken naar ongehuwde, zwangere vrouwen.

Nasleep

Na de oorlog werden vele archieven vernietigd waardoor veel kinderen voortgekomen uit het programma hun biologische ouders niet konden achterhalen. Veel kinderen leefden in schaamte vanwege hun geboorte middels het programma en in Duitsland was het thema decennialang een taboe. In Noorwegen werden kinderen geboren uit Lebensborn gezien en behandeld als uitschot en kregen soms geen fatsoenlijke opvoeding. Lebensborn werd na de oorlog al snel een door mythen omgeven onderwerp. Dat heeft te maken met het geheime kader onder de vlag van de SS van Lebensborn, met het taboe dat het er op rustte vanuit de politiek na de oorlog, maar vooral ook door de schaamte onder de slachtoffers van het programma, die in hun zoektocht naar erkenning hier pas sinds enkele decennia de aandacht voor vinden die zij, die 70 jaar na dato nog steeds kampen met de herinneringen, al veel eerder hadden moeten krijgen.

 

 

 

“Stonewall” Jackson, geniaal strateeg of maniakale gek?

R. Smienk

‘Old Blue Light’

Een legende! Een generaal die legers van duizenden manschappen, zo leek het, liet verdwijnen om vervolgens kilometers verderop, in de rug van de vijand, weer op te duiken. Niet voor niets door de grote leider van de Confederatie Robert E. Lee als één van de besten genoemd. Veel van de door Jackson gebruikte tactieken worden tot op de dag van vandaag nog gebruikt als lesstof op de befaamde militaire academie Westpoint, waar de toekomstige leiders van het Amerikaanse leger hun opleiding en training krijgen. Dezelfde man had onder zijn manschappen de bijnaam ‘Old Blue Light’: vernoemd naar de doffe blauwige kleur van zijn ogen als de strijd daadwerkelijk op het ount van beginnen stond. Extreem hard voor zowel zijn eigen manschappen als de vijand, waarbij hij geen genoegen nam met het alleen verslaan van deze vijand. Deze moest volledig vernietigd worden, zo zei Jackson na de slag bij Fredericksburg in december 1862. Een man die, als hij al thuis was, zelden de studeerkamer van zijn huis in Lexington Viginia verliet. Wanneer hij in de woonkamer vertoefde, mocht zijn vrouw Anna alleen dan met hem spreken wanneer zijn stoel naar de kamer toe was gedraaid. Was deze naar de muur gedraaid dan mocht Jackson niet gestoord worden want dan was hij diep aan het nadenken. Wie was deze Jackson eigenlijk? Een briljante leider of een brute slager? Geniaal of gek?

Van boer tot generaal

Thomas J. Jackson werd geboren in 1824, als derde kind van Jonathan en Julia Jackson in het huidige West Virginia. Vader Jonathan was een goede advocaat, maar een zeer slechte zakenman. Toen hij in 1826 overleed, liet hij de familie in grote schulden achter. Thomas werd naar zijn oom op het platteland gestuurd en groeide daar op. Naar school gaan en leren was niet vanzelfsprekend, maar Thomas leerde graag en ontwikkelde zich snel. Toen hij zestien jaar was gaf hij al les op een school in de buurt en toen hij zeventien was ging hij aan het werk in de plaatselijke rechtbank. De toekomst van Jackson, zo was zijn eigen overtuiging, lag in het studeren en in het geloof. Toen er voor zijn district een plek ontstond op de militaire academie West Point, greep Jackson zijn kans. Hij arriveerde er in 1842, gekleed in simpele plattelandskleding. Jackson viel gelijk op tussen de zonen van politici, generaals en rijke burgers. Aan het einde van het eerste jaar, velen waren al verbaasd dat hij het zo lang had volgehouden, stond zijn naam onderaan de scorelijst van zijn klas. Klasgenoten noemden hem ‘Tom Fool’ en sarcastisch ‘de generaal’ omdat hij, ongeacht tegenargumenten, altijd vasthield aan zijn eigen zienswijze. Jackson zette echter door en studeerde hard. Toen hij na vier jaar afstudeerde aan West Point was hij opgeklommen tot zeventiende van zijn klas.

Oorlog met Mexico

Ten tijde van het afstuderen van Jackson was in het zuiden van de Verendigde Staten een verbeten oorlog met Mexico (1846-1848) aan de gang. Deze oorlog, voornamelijk een strijd om grond (Californië en Texas), was het beginpunt van de militaire carrière van de jonge luitenant Jackson. In de 15 maanden dat hij in Mexico vocht viel hij direct op door moed, doorzettingsvermogen maar ook zijn probleem met gezag. Na een flinke ruzie met zijn meerdere en de daarop volgende straf, besloot Jackson te solliciteren op een functie als militair docent. In 1852, ondanks zijn moedige daden tijdens de oorlog met Mexico, nam Thomas Jackson het besluit zijn actieve militaire carrière te beëindigen en zich te richten op het lesgeven van jonge cadetten.

jackson

De jonge Thomas Jackson. – Bron: civilwartalk.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De plicht roept.

In 1861 was de onrust in de Verenigde Staten groot. De onenigheid tussen de federale en confederale staten bereikte het kookpunt. Over het hele land ontstonden kleine en grotere schermutselingen tussen de, over het algemene goed getrainde en bewapende soldaten van het federale leger, en de soldaten van het confederale leger, die dit veel minder goed voor elkaar hadden. De militaire leiders van de confederale staten waren naarstig op zoek naar ervaren mannen die de troepen zouden kunnen leiden. Jackson, opgegroeid in het zuiden en in bezit van gevechtservaring aan de grens met Mexico, werd ook benaderd. Jackson had liever gezien dat zijn thuisstaat, West-Virginia, zich had aangesloten bij de federale staten onder leiding van president Abraham Lincoln. Toen West-Virginia zich echter aansloot bij de confederale staten koos Jackson voor zijn staat in plaats van de eenheid van het land.

Bull Run

In juli 1861 zette Jackson, toen al bevorderd tot brigade generaal, zijn eerste stappen in het worden van de legende die hij voor veel mensen vandaag de dag is. Tijdens de eerste grote slag van de Amerikaanse Burgeroorlog, de slag bij ‘Bull Run’, wist hij met zijn manschappen te voorkomen dat de soldaten van het federale leger door de linie van het confederale leger konden breken. Het was ook tijdens deze slag dat Jackson zijn bekende bijnaam ‘Stonewall’ kreeg. Jackson stond als een muur rechtop om zijn troepen aan te sturen terwijl de kogels hem om de oren vlogen. Naar aanleiding van zijn goede militaire leiderschap tijdens de slag om ‘Bull Run’, kreeg Jackson een steeds prominentere plaats als generaal in het confederale leger. Waar zijn eigenwijsheid hem tijdens zijn studie misschien wat tegen werkte, werd dit nu juist gezien als een bijzonder sterke eigenschap. Hij leidde expedities en werd door opperbevelhebber Robert E. Lee persoonlijk aangesteld om West Virginia te verdedigen tegen een invasie van federale troepen. Met een leger van 18.000 manschappen wist Jackson 3 legers van in totaal 60.000 federale troepen tegen te houden. De soldaten van Jackson noemden zichzelf trots ‘cavalerie te voet’, omdat ze zo snel konden manoeuvreren. Hoewel Jackson door zijn soldaten werd vereerd, was hij erg streng voor zijn officieren. Er werden straffen uitgedeeld voor de kleinste overtredingen en de officieren mochten geen enkele tactische beslissing nemen.

Samenwerking met generaal Robert E. Lee.

Na de bijzondere prestatie van Jackson in West Virginia voegde opperbevelhebber Lee hem toe als generaal in zijn eigen regiment. Jackson maakte in overleg met Lee de tactische en strategische plannen en had een sleutelpositie bij het uitvoeren van deze plannen. In 1862 en 1863 wisten ze samen vele grote successen te boeken terwijl de federale legers steeds meer de overhand kregen in de gehele burgeroorlog. Het grootste succes moest toen nog komen. In mei 1863 vond de slag bij Chancellorsville plaats. Een overmacht van 130.000 federale troepen kwam te staan tegenover 60.000 confederale soldaten onder het commando van Lee en Jackson. Door zijn uitzonderlijke tactische inzicht wist Jackson zich met 28.000 manschappen in de rug van de federale troepen te positioneren. Nietsontziend richtten de mannen van Jackson een ware slachtpartij aan. Het federale leger zag zich hierdoor genoodzaakt terug te trekken.

Robert E. Lee - Bron: Biography.com

Robert E. Lee – Bron: Biography.com

 

De dood komt te vroeg.

Het zal altijd onduidelijk blijven hoe de Amerikaanse burgeroorlog afgelopen zou zijn als Jackson deze tot het einde mee had kunnen maken. De eigenwijsheid van Jackson zorgde ervoor dat hij eerder overleed dan nodig was geweest. Direct na het behalen van de overwinning bij Chancellorsville ging generaal Jackson persoonlijk op verkenning om de troepenbeweging van de federale legers in kaart te brengen. Persoonlijk,want zoals gezegd liet hij niets aan zijn officieren over. Ditmaal kostte hem dit echter zijn leven. Toen Jackson met enkele manschappen door de bossen trok werden hij en zijn mannen beschoten door, naar later bleek, vriendschappelijke troepen. Deze dachten dat ze te maken hadden met afgedwaalde federale soldaten. Zeker 3 kogels raakten Jackson, waarvan er 1 het bot onder zijn linker schouder brak. Direct besloten de artsen in het veldhospitaal zijn arm te amputeren. Deze operatie leek aanvankelijk een succes. Enkele dagen later leek Jackson zelfs weer de oude te worden. Hij had overleg met andere generaals, maakte nieuwe plannen en knapte op. Na 4 dagen ontwikkelde zich echter een koorts die steeds erger werd, en uiteindelijk fataal bleek. Hieraan overleed Jackson op 10 mei 1863, slechts 39 jaar oud. Hij werd begraven in de staat waar hij voor vocht, Lexington Virginia.

sterfbed

De dood van Stonewall Jackson in beeld – Bron: civilwarprofiles.com

 

Omstreden Olympische Spelen

Ruud Willems

Beladen

De Olympische Spelen, het sportevenement dat verbroedering tot doel heeft en dat het credo: “meedoen is belangrijker dan winnen” omarmt, staat tijdens dit evenement in Rio de Janeiro onder zware druk. De Olympische gedachte lijkt verder weg dan ooit. Zo is winnen wel degelijk belangrijker dan meedoen, en dit wordt ook geldelijk gestimuleerd door bijvoorbeeld het NOC-NSF: een gouden-medaillist krijgt een bonus van 30.000 Euro, voor zilver en brons gaat het om respectievelijk 22.500 en 15.000 Euro. Geen grote bedragen, maar het gaat om het principe. Om de Olympische Spelen in Rio heerst een zweem van beladenheid die zeker niet nieuw is omtrent het grootste sportevenement dat er bestaat. Er waren de spelen van1936 in Nazi-Duitsland, waarbij het regime van Hitler en consorten er feilloos van uitging dat de arische deelnemers het goud op de koningsnummers zouden behalen, maar Jesse Owens, een zwarte Amerikaan, met niet minder dan zes gouden medialles naar huis keerde.  Er was het jaar 1956, waarbij verschillende landen om verschillende redenen niet aanwezig waren vanwege een boycot van de spelen. In 1972 voltrok zich het drama van München, waarbij de Palestijnse terreurorganisatie Zwarte September elf Israëlische sporters tijdens een gijzelingsactie om het leven bracht. 1980 en 1984 lieten wederom boycots zien van respectievelijk de Amerikanen (Moskou, 1980) en de Russen (Atlanta, 1984), tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. De politiek heeft dus het toneel van de Olympische Spelen vaak misbruikt.

Groeiende financiële belangen

Maar ook de Olympische Spelen zelf, dat wil zeggen de organisatie erachter, is om diverse redenen omstreden te noemen. Al zo`n vijfentwintig jaar kent het evenement groeiende financiële en economische belangen. Het IOC trekt grote (lokale) bedrijven en sponsoren aan en het hele project gaat tegenwoordig om miljardendeals. Het evenement oefent een zwaar stempel uit op de regio waar het gehouden wordt. Zo had Barcelona vóór de daar gehouden Olymische Spelen van 1992 helemaal geen strand, terwijl je daar nu toch zeer comfortabel kunt vertoeven. Maar dat spempel laat niet altijd een positief blijvend karakter achter van een stad of regio. Zo is bijvoorbeeld door de Griekse econome Evangelia Kasimati in een in 2012 verschenen rapport over de Spelen in Athene aangetoond dat de economische groei, welke altijd als steunpijler en motivatie voor het houden van de Spelen worden aangedragen, slechts zeer tijdelijk van aard is geweest en zelfs nagenoeg geheel is afgenomen. De vraag is dan ook of de beloofde opbrengsten wel daadwerkelijk behaald worden voor een organiserend land. De Olympische parken die ontstaan zijn na vertek van het Olympisch circus vaak moeilijk door andere initiatieven te exploiteren zo blijkt in de praktijk. Toch zijn er ook succesverhalen. Zo waren de Spelen van 1984 te Atlanta en die van Barcelona in 1992 winstgevend. Hier vormt zich dus een gemengd beeld als het gaat om wel of geen economische groei door het houden van de Spelen.

Polarisatie

In Rio hebben de Olympische Spelen niet geleid tot verbroedering. Sterker nog, het voetbal-minded Rio (zoals de rest van het land) legt de controversen op verschillende gebieden duidelijk bloot. De velen die in de favela`s wonen en moeten vechten om rond te komen zijn van mening dat de miljarden gemoeid met het project van de Spelen beter en anders benut hadden moeten worden. En het volk laat dat ook merken, bijna was de fakkeldrager van de Olympische vlam niet eens op de plek van bestemming aangekomen, omdat een wodende menigte zich liet gelden. De investeringen zijn niet uit te leggen aan het volk dat in schrijnende omstandigheden leeft. Ook hier is de Olympische gedachte ver zoek.

Milieu

Ook de vervuiling in en om Rio is een groot probleem. De sporters die het water van de baai van Guanabara in moeten zijn gewaarschuwd: volgens een onderzoek van AP vanaf maart tot juli bleek het water ernstig vervuild. Een onderzoekster van de Texaanse universiteit, Kristina Mena heeft becijferd dat sporters die driemaal een theelepel van het vieze water binnen krijgen een kans van 99% hebben dat ze geïnfecteerd raken met virussen en/of bacteriën. Het immuunsysteem van de sporter in kwestie bepaalt vervolgens of deze ook daadwerkelijk ziek wordt. Het belang van de gezondheid van de sporters wordt te weinig vooropgesteld.

Capture

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Puur

Wat rest is waar het evenement in al zijn puurheid om zou moeten draaien, de atleten en hun prestaties. Want de Olympische Spelen blijven het hoogste podium bieden dat een sporter kan halen. Een atleet moet vier jaar lang (en soms langer) letterlijk alles aan de kant zetten om er uberhaupt te kunnen presteren. Het evenement biedt nog steeds heel veel moois ondanks de groeiende tegenstellingen die immers ook een afspiegeling vormen van dat wat er op het wereldtoneel in al zijn facetten speelt.

Paulus

Ruud Willems

Wereldreiziger

De vierdaagse van Nijmegen is weer achter de rug. Hierbij wandelen de fanatiekste deelnemers in 4 dagen meer dan 220 km. Niet slecht voor mensen die toch doorgaans tot andere vervoermiddelen gedwongen worden om naar hun werk te komen. Het wandelen is vandaag de dag tot een recreatieve bezigheid verworden. Hoe anders was dat in de tijd van de apostel Paulus, die toch wel hoog op het lijstje met reisrecords in een mensenleven moet staan als je leest waar de man in kwestie overal is geweest. In drie grote reizen heeft hij het christendom verspreid in diverse landen rondom de Middellandse Zee. Dat heeft deze reislustige discipel van Jezus zowel te voet, per schip en met behulp van de “bereidwillige” rug van menig lastdier volbracht. Het grootste deel zal Paulus echter te voet hebben afgelegd, omdat op andere wijze reizen prijzig was in die tijd. Het meeste wat we weten van Paulus valt op te maken uit de belangrijkste bron die men kan raadplegen over het leven van Paulus; het boek Handelingen uit het Nieuwe Testament. De man heeft tienduizenden kilometers gereisd om het evangelie te verspreiden onder potentiële bekeerlingen en mag daarmee met recht aanspraak maken op de titel “wereldreiziger”.

Visioen

Paulus was de zoon van een farizeeër. Farizeeërs vormden naast de sadduceeën en de essenen één van de drie belangrijkste stromingen binnen het jodendom. Paulus (of Saulus zoals hij toen nog heette), stond in die dagen bekend als een fervent vervolger van christenen, een ontluikende geloofsgroep na de dood van Jezus. Paulus maakte Jezus niet mee tijdens diens leven maar leerde hem, zoals hieronder zal blijken, op een andere manier kennen.

Aanzet tot bekering tot het christendom en daarmee zijn zendingsreizen, betrof een visioen dat Paulus  kreeg op het moment dat hij op weg was naar Damascus om jong-christenen te vervolgen, waarin Jezus voor hem verscheen en hem opdroeg zich te bekeren. In Damascus doopte men hem tot christen. Zijn positie was zowel onder joden als christenen echter niet onomstreden. De joden kregen een hekel aan hem omdat hij “kamp Jezus” had gekozen. Maar ook onder christenen was en is Paulus een omstreden figuur. Het debat over wie Paulus eigenlijk was en wat hij verkondigde laat verschillende interpretaties zien. Maar Paulus werd hoe dan ook  de meest fanatieke aanhanger van Jezus leer.

Reizen

Paulus, zoals hij na zijn doop in Damascus genoemd werd, ondernam zeker drie zendingsreizen om ongelovigen te winnen voor de leer van Jezus. Hieronder een kaart met daarop weergegeven zijn drie grote reizen.

Capture

 

 

 

 

 

 

 

Het voert te ver hier zijn reizen te verslaan maar Paulus is zonder twijfel van groot  belang geweest voor de verspreiding van het christendom in de landen rondom de (oostelijke) Middellandse Zee. Hij liet daarbij meer dan eens bijna het leven omdat hij lang niet overal “gewenst” was en tegen “heilige huisjes” aan schopte. Onder andere in Jeruzalem komt het tot conflicten met de joden die hem ervan betichtten een Griekse man de heilige tempel mee binnengenomen te hebben, daarmee heiligschennis plegende. Jeruzalem is in die tijd onderdeel van de Romeinse provincie Judea en Paulus wordt vanwege zijn omstreden uitspraken en preken verbannen naar Rome, om voor keizer Nero te verschijnen.

Eindstation

Paulus werd in gevangenschap per schip naar Rome gebracht. Paulus werd hier nog ruim twee jaar gevangen gehouden en verwierf er uiteindelijk het martelaarschap: Paulus werd veroordeeld en onthoofd. Maar pas nadat hij ook in gevangenschap velen die hem bezochten had bekeerd tot het christendom. De smeltkroes die Rome was bleek daarvoor uitermate geschikt. In de vierde eeuw werd op de plek waar de beenderen van Paulus gevonden zouden zijn een basiliek ter nagedachtenis gebouwd aan “De Apostel”. Deze kerk kennen we als de Sint Paulus buiten de muren”, ook vandaag nog een veelbezochte pelgrimskerk, en een bezoek zeer zeker waard.